Levenskunst & Levensgeluk — 14

0

Levenskunst als ontwikkeling van een historisch intercultureel bewustzijn

Heidi Muijen

Een onderzoek naar “Het spirituele is politiek — het politieke is spiritueel!”, Civis Mundi digitaal nr. 52, in 2017-11 — bewerkte versie op het Wijsheidsweb 2019-10

Met dank aan Joke Koppius voor haar waardevolle inbreng bij de totstandkoming van deze reeks!

deel 1deel 2deel 3deel 4deel 5deel 6deel 7deel 8deel 9deel 10deel 11deel 12deel 13deel 14

Inleiding

In Civis Mundi Digitaal participeer ik met een artikelenreeks aan het thema Filosofie van de Levenskunst. Deze reeks wordt op het Wijsheidsweb — in delen bewerkt en herzien — opnieuw gepubliceerd.

Met deze reeks wil ik bijdragen aan de ontwikkeling van een laatmoderne levenskunst die antwoord geeft op noden van deze tijd. Er is met name inflatie van morele noties en andere waarden ― hoe het betekenisvolle te bewaren in de privésfeer, in professionele praktijken en publieke domeinen?
Dit is filosofisch onder andere gediagnosticeerd als ‘malaise van de moderniteit’ (Taylor, 2009). In het huidige tijdsgewricht worden waarden in het maatschappelijk leven onder invloed van de betekeniseconomie identiek aan marktwaarden en ‘ieders eigen smaak en keuze’. Daarmee ontstaat er betekenisverlies in (de duiding van) individuele en collectieve ervaringen.

De artikelen vormen stappen op een verkenningstocht, gericht op het ontwikkelen van een ethisch-politiek bewustzijn teneinde aan het gebrekkige begrip ‘postmoderniteit’ een positieve invulling te geven.
Aan de hand van mythen, filosofen en actuele vraagstukken verken ik meanderend het verschralen van ‘geluk’, ‘authenticiteit’, ‘spiritualiteit’ en andere thema’s van (populaire) levenskunst.

Doel is die begrippen te verrijken door ze in samenhang te bezien als aspecten van levensgeluk vanuit wijsheidstradities en filosofische levenskunst.

het rad met de vijf elementaire velden en 16 interculturele wegen
Afbeelding 1: Het Rad van interculturele levenskunst — de basis van de drie Quests van de QFWF

De artikelenreeks mondt uit in de noodzaak een relationele en interculturele invulling te geven aan een laatmoderne levenskunst. Als voorstel hoe deze langs verschillende wegen te ontwikkelen is er een ‘Rad van interculturele levenskunst’ geschetst, geïnspireerd op de symboliek van de vijf elementen als vrucht van en richtingaanwijzer voor levende ontmoetingen en verhalen, spel en dialoog.

In het eerste deel is het ‘postmoderne’ zin- en betekenisverlies geproblematiseerd en de onderzoekroute uitgezet.
In het tweede deel is de weg vervolgd aan de hand van het Oedipusverhaal. Dit verhaal is in verband gebracht met de ‘postmoderne nomade’ als metafoor voor de mens voor wie het bestaan zelf zin geeft, zonder transcendente oorsprong en bindende conventies.
In het derde deel is het ‘ken uzelve’ onderzocht als grondmotief van de westerse wijsheidstraditie en sleutel voor het vinden van samenhang tussen kennis van zichzelf èn kennis van de wereld.
Het vierde deel grijpt terug op dit grondmotief teneinde sociale aspecten van levenskunst te ontwikkelen als antwoord op crises in laatmoderne tijden ― in publieke sectoren, in het bijzonder onderwijs en zorg.
In het vijfde deel is verkend hoe ethisch-politieke bewustwording rond de spil van ‘het volle leven’ draait, die licht èn schaduwkanten, privé en publieke domeinen omvat.
Om de samenhang van tegendelen verder te onderzoeken is in het zesde deel het begrip ‘spel’ tot een ‘ludische’ invalshoek uitgesponnen.
In het zevende deel is de maatschappelijke ‘Pursuit of Happiness’ beschouwd als een sociaal samenspel, waarin vooral aan de hand van Nietzsche en Nussbaum morele en machtsmotieven met elkaar worden verbonden.
Het achtste deel cirkelt rond het vraagstuk naar de plaats van de mens èn van ‘intelligent design’ in een posthumanistisch tijdperk.
In het negende deel is in antwoord op Harari’s visionaire beeld van de mens als een ‘achterhaald algoritme’ de noodzaak geschetst inzicht te verkrijgen in de parallelle dynamiek tussen individu en collectief teneinde wenselijke veranderingen te entameren in open systemen (sociaal, ecologisch, economisch).
Dat hiervoor een ontwikkeling van ‘kuddegeest tot kosmopolitisme’ nodig is, wordt in het tiende deel betoogd.
In het elfde deel is ten behoeve van een dialoog tussen culturen de symboliek van de natuurelementen — het ‘vurige, aardse, stromende, luchtige en etherische’ — als een ‘brugtaal’ geschetst, waaraan intercultureel verstaanbare symbolen van respectievelijk de hand, het oog, het hart, de spiraal en de lemniscaat zijn gekoppeld.
In het twaalfde deel is de symbooltaal van het Rad van interculturele levenskunst uitgewerkt als een zoektocht naar wijsheid, de Quest for wisdom, teneinde een levenskunst te ontwikkelen zich tussen verschillende culturen en tradities in te bewegen.
Het dertiende deel is gewijd aan oude wijsheidstradities, zoals het Confucianisme en de stoïcijnse filosofie, ten behoeve van het ontwikkelen van een mondiale ethiek op basis van transculturele deugden, zoals gastvrijheid en wederkerigheid; en de historische lessen over ontmoetingen tussen culturen, bijvoorbeeld wat betreft de Noord-Zuid as, als alternatief voor de internationale reflex muren tussen culturen te bouwen

In deze veertiende bijdrage aan de reeks levenskunst en levensgeluk benader ik de vraag naar wereldburgerschap vanuit historisch perspectief. De geschiedenis leert dat interculturele levenskunst en deugdethiek niet vanzelf ontstaan en dat er meer voor nodig is om geen ‘botsingen’ maar ontmoetingen tussen culturen te laten ontstaan. Een inspirerend voorbeeld is hoorbaar in wereldmuziek. Analoog aan deze muziekmetafoor betoog ik dat het beluisteren van een taal van de ziel ― bijvoorbeeld de symboliek van de natuurelementen en een transculturele dieptestructuur in mythen, geduid als ‘de weg van de held’  (Campbell, 2008) ― een geschoold oor vraagt. In de spiegel van de geschiedenis onderzoek ik in deze bijdrage of een ontwikkeling van multi- naar inter- en transculturele verbindingen gestimuleerd kan worden door verbeeldingskracht, spel en dialoog. Een Gulden Snede van mythische beelden en verhalen openen een speelruimte ― die mensen als spelers met elkaar verbindt ― door juist verschillen te waarderen.

Rode draden en breukvlakken in de geschiedenis

Afbeelding 2: Yulunggul, de Regenboogslang uit de ‘Game quest for wisdom’

De twee Zusters — de dochters van Moeder Aarde — stapten uit de rollende branding van de oceaan. Zij trokken door het land en plukten kruiden. De oudste droeg een kindje in een wiegje van boomschors. De jongste was in verwachting. Ze hadden beide een lange speer en doodden daarmee dieren om zich te voeden: opossums, buideldassen en varanen. De jongste Zuster baarde haar kind naast de Mirarrminapoel, waar de Yulunggul, de Regenboogslang onder water lag te slapen. Niemand mocht zich aan de dieren in zijn gebied vergrijpen.
Toen de Zusters weer op jacht gingen en daarbij in zijn poel stapten verloor een Zuster een druppel menstruatiebloed in het water. Hierdoor werd de Regenboogslang wakker en ontstak in woede. De twee Zusters probeerden hem met bezwerende gebaren te kalmeren en zijn woede te blussen. Hij strekte zich en rees op uit zijn poel. Vervaarlijk kronkelde hij alle kanten op, stond op zijn staart en torende uit tot aan de hemel. Zo ontstond er een enorme vloedgolf, die de aarde overspoelde.

De Regenboogslang stormde op de Zusters af. Deze probeerden hem nu met gezang en dans te kalmeren. Doch in zijn woede verslond Yulunggul beide zusters en hun kinderen!
De dieren van het woud waren wakker geworden en roerden zich toen zij hoorden dat de Regenboogslang de twee Zusters en hun kinderen had opgeslokt! Er staken harde winden en een langdurige moesson op. Hierdoor moest de Regenboogslang zich overgeven: hij braakte de Zusters en hun kinderen uit. Verslagen kroop hij terug naar zijn hol in Billabong en sliep in zijn poel weer in.

Naar: Scott Littleton, (2005, p. 244 e.v.)

Verhalen en mythen, rituelen en gebruiken

Zijn de gedurende eeuwen mondeling doorgegeven verhalen en mythen, rituelen en gebruiken betrouwbaar opgetekend en naverteld? Een Engelse tekst was mijn bron voor de hier geschetste samenvatting van de Aboriginal mythe over de Regenboogslang. Deze hertelling is daarom onvermijdelijk gekleurd: eerst door het vertalen, vanuit de oorspronkelijke taal naar het Engels. Dan door mijn duidingskader van interculturele levenskunst en filosofische vragen over historische levenslessen. Het verstaan van de eigenheid van een radicaal andere cultuur vraagt een combinatie van onderzoekende kritische vermogens (het oppoetsen van de door culturele vooroordelen gekleurde brillenglanzen) met openheid en interesse voor anderen (empathische vermogens zich in verschillende ziens- en zijnswijzen te verplaatsen).

Breuk- en snijvlakken tussen culturen en tijdsperioden

element-ether-lemniscaat
Afbeelding 3: Het pictogram voor ether in het Wijsheidsweb – grafische vormgeving: Louis Van Marissing

De kunst hoe ‘vreemde’ volkeren en culturen te verstaan vraagt bewustzijn van de betekenis van grenzen tussen gemeenschappen in een geografisch-antropologische zin, evenals voor de breukvlakken die zich in de geschiedenis voordoen. Bijvoorbeeld wat van oudsher de overgang van prehistorie naar historie is genoemd; en de ontwikkeling van op magisch-mythische wijze levende nomadische cultuurgemeenschappen naar zich op veeteelt en landbouwgronden vestigende ‘moderniserende’ samenlevingen. Geschiedenis, gezien als poging de gebeurtenissen in een samenhang te reconstrueren, toont ons niet alleen rode draden en ontwikkeling maar ook breuk- en snijvlakken tussen culturen en tijdsperioden.

Van prehistorie naar historie

In Oost en West, Noord en Zuid lijkt er een vergelijkbare ontwikkeling in de prehistorische periode te zijn geweest. Op basis van de betekenis van culturele artefacten, zoals potten en (stenen) messen, grafheuvels, monumenten en tempels, schilderingen van dierfiguren op rotsen en grotwanden — in Australië en Azië, Europa en Afrika en op de Amerikaanse continenten — tracht men de evolutie van culturen te reconstrueren. Naar men aanneemt ontstond er een religieuze, sociale en wetenschappelijke elite, die de hiërarchische ordening en het wel en wee van de gemeenschap organiseerde, bijvoorbeeld door sjamanen, een koningsgeslacht of een priesterklasse, met een bepaalde culturele couleur locale. Een belangrijk breukvlak in het verlengde van deze ontwikkeling is de ontdekking van het schrift, wat macht geeft aan hen die de eeuwenlang mondeling overgeleverde rituelen en verhalen met sociaal organiserende kennis (bijvoorbeeld over totemdieren, mythische verklaringen van natuurverschijnselen, sjamanistische rituelen en geneeswijzen,…) kunnen optekenen en ontcijferen. De historie, in die navolgbare zin, begint met de mogelijkheid de gebeurtenissen en de symbolisch-rituele ordening der dingen vast te leggen en te reconstrueren door middel van tekens en tekensystemen. Bijvoorbeeld: de kleitabletten van de Mesopotamische beschaving rond de Eufraat en de Tigris, de runen van Noordse volkeren, de hiërogliefen van Egypte, de pictogrammen van de Azteken.

Van matriarchale naar patriarchale culturen

Afbeelding 4: Nomadentent tussen Hamadan en Kermanshah, Iran – foto Joke Koppius

Er zijn aanwijzingen dat het breukvlak in de geschiedenis van mondelinge naar schriftelijke overlevering samenging met een overgang van matriarchale naar patriarchale culturen (Frazer, 1994; Jaspers, 1983). Waar bij nomadische culturen met de jager-verzamelaars, de mannen, er een matrilineaire opvolging gebruikelijk was, ontstond er een hiërarchische ordening langs patriarchale lijnen ten behoeve van het in stand houden van families door erfopvolging van vader op zoon. Deze ontwikkeling ging hand in hand met de opkomst van diverse stadsculturen. De hindoeïstische mythen, helden- en godenverhalen werden door een priesterkaste vastgelegd, terwijl in het middellandse zeegebied de mythen en heldenverhalen van de Ilias en de Odyssee eerst eeuwenlang door verhalenvertellers van generatie op generatie waren doorgegeven en pas in de 8e/7e vC zijn opgeschreven, naar men aanneemt door Homerus. Ook in andere culturen is er vanaf acht eeuwen voor onze jaartelling een overgang waarneembaar, waarbij de mondeling overgeleverde mythische, helden- en godenverhalen, magische praktijken en (offer)rituelen op perkamentrollen, bamboelatjes, kleitabletten, kerven op hout (‘kerfstok’), enz. werden opgetekend. Zo zijn er parallelle breukvlakken te ontdekken in de geschiedenis van orale tradities naar schrift, van een matriarchale naar een patriarchale ordening van culturen.

Een spiltijd in Oost en West

Geschetste parallellen en breukvlakken in culturele ontwikkelingen zijn ook zichtbaar als een mythologische verschuiving. De rol van de moedergodin in diverse culturen rond de Middellandse Zee — van de prehistorische Venusbeeldjes, Isis in het oude Egypte, Gaia, Demeter en Persephone in het Griekse rijk, Cybele uit Anatolië (Frygië), Tiamat uit Soemerië, … — werd minder vooraanstaand. In verschillende culturen bestaan mythen die een overwinning beschrijven van ‘hogere’ goden van het licht en de lucht op aardegodinnen, met duistere ‘chtonische’ krachten van de aarde, chaos en vruchtbaarheid. Voordat de tempel in Delphi met de Pythia (priesteres) gewijd was aan Apollo — god van licht, orde en regelmaat — zou deze heilige plaats de Python, een slangachtige aardegodin, hebben toebehoord. Mythen vertellen hoe zij door Apollo werd verslagen.

Afbeelding 5: Zarathoestra (in de tweede vuurtempel van Kerman, Iran – foto Joke Koppius

De verschuiving in mythische en religieuze verhalen reflecteert een culturele transitie, die wel wordt aangeduid als de Spiltijd, een door de Zwitserse filosoof Karl Jaspers (1983) bekend geworden naam (Achsenzeit).

In de spiltijd zouden er vooral sinds de 6e eeuw vC wereldwijd door een mythische figuur, een wijze filosoof of religieuze leider (Boeddha, Lao Zi, Confucius, Socrates/ Plato) cultuurstichtende geschriften zijn uitgesproken, opgeschreven of aan hen zijn toegeschreven.
Soms ook eerder, zelf vóór 1000 vC, zoals de Joodse profeet Mozes, de profeet van het zoroastrisme, Zarathoestra, en Homerus; maar ook later door de stichters van recentere monotheïstische religies, Abraham, Jezus en Mohammed. Vaak werden de heilige geschriften, de mythen en rituelen door een religieuze, intellectuele of sociaal-culturele elite tot een canon bestempeld en als machtsinstrument gehanteerd. Zo ontstonden er qua sociale ordening diverse vormen van hiërarchische samenlevingen in Oost en West, Noord en Zuid, die door de eeuwen heen hun eigenheid behielden en in relatief gescheiden cultuurgebieden leefden.

Rationalisering en de moderniteit als beschavingstype

Onder meer in het gebied rond de Middellandse Zee is er vanaf de spiltijd nog een overgang aanwijsbaar: van het geloven en navertellen van magisch-mythologische verhalen met rituelen met sjamanistische en ‘heidense’ praktijken naar het willen begrijpen van achterliggende principes en het (filosofisch en wetenschappelijk) verklaren van de werkelijkheid. Mensen stellen het nut van rituele handelingen ter discussie en gaan kritische vragen stellen. Zou het juiste offer aan de zonnegod werkelijk nodig zijn om de zon te laten opkomen? Waar vanuit een magisch-mythische beleving natuurlijke processen zich tonen als het werk van zonne-, water-, aarde- en luchtgeesten en god(inn)en, willen filosofen en wetenschappers de werkelijkheid rationeel kunnen begrijpen.

Afbeelding 6: Socrates in de tuin van Epicurus[1]

Zij luidden met een verlichtingsagenda een culturele revolutie in, gericht op het kunnen be-grijpen van de werkelijkheid en in-grijpen in de orde der dingen: niet door middel van gebeden en bezweringen (magie) maar vanuit begrip en techniek. Zo worden natuurverschijnselen steeds meer gezien als gevolg van (neutrale) natuurkrachten en wetten. In de door Plato opgetekende filosofie van Socrates dienen mythische beelden en thema’s slechts als hulpmiddel zich de filosofische vragen te kunnen visualiseren — zoals de schepping van de wereld door de Demiurg (scheppergod), het ontstaan van de huidige mens uit mythische dubbel-geslachtelijke wezens, en de grotmythe als beeld voor de verduisterde geest van de naar wijsheid strevende mens.

Uiteindelijk leidde deze zogenoemde ‘Hellenistische Verlichting’ tot de ontwikkeling van ‘de moderniteit’. Deze term duidt enerzijds een tijdsperiode van het Rationalisme aan, met name het era na de Renaissance met technologische vooruitgang en toenemende welvaart in Europa. Deze ontwikkeling ondersteunde de opkomende nationale staten in hun expansiedrift (door technologie rond scheepvaart en oorlog met uitvindingen zoals buskruit en kompas) — hand in hand met de ontdekkingsreizen en in het kielzog daarvan het koloniseren van volkeren en culturen in de zogenoemde wingewesten in verre werelddelen. Anderzijds verwijst de term moderniteit naar een paradigma dat aan de wetenschappelijke revoluties en het imperialisme ten grondslag ligt, het Verlichtingsdenken. Daaruit zijn de moderne natuurwetenschappen ontstaan, de industriële vooruitgang en een technische besturingswijze die het sociale weefsel in de samenleving ingrijpend verandert, door bestuurlijke -, organisatie- en werkprocessen in toenemende mate te moderniseren, rationaliseren en economiseren (Brohm & Muijen, 2010).

De nieuwe wereld en breuklijnen in ‘de moderniteit’

De magisch-mythische belevingswerkelijkheid van premoderne samenlevingen vertoonde ondanks culturele verschillen qua mythologie (Jaspers, 1983; Jung, 1950; 1993; Campbell, 2008) overeenkomstige patronen — in oorsprongsverhalen en heldenverhalen, die het goede leven voorspiegelen — totdat er in het kielzog van de industriële revoluties en de sociaaleconomische expansiedrift van Europa naar ‘de nieuwe wereld’ breuklijnen ontstaan.
De kolonisering betekent voor veel volkeren in Zuidelijke en Oostelijke windstreken ook een revolutionaire sprong van eeuwenlang standgehouden tribale samenlevingsvormen naar de moderniteit als een nieuw beschavingstype (Couwenberg, 2017).
De ‘moderne beschaving’ wordt door veel westerse intellectuelen als van universele geldigheid voor de gehele wereld gezien en biedt zo als een ‘exportproduct’ een legitimatie voor imperialistische machtspolitieke agenda’s.

Filosofisch gezien wordt het moderne open type samenleving gecontrasteerd met gesloten tribale beschavingsvormen, bijvoorbeeld door de wetenschapsfilosoof Karl Popper (2011). Het westen met het liberale concept van de moderniteit— dat ‘monocultureel’ uitgaat van de universaliteit van haar beginselen van rechtsstaat, democratie, markteconomie en mensenrechten — botst zowel letterlijk als filosofisch met op andere leest geschoeide visies; zoals die van Aborinal-, Maori-, Aziatische, Inuït-, Indiaanse en Afrikaanse oorsprong (lees bijvoorbeeld Achebe, 1978; Forbes, 1988, 2008). De zogenoemde wij-culturen die op deze continenten tot op de dag van vandaag deels op traditionele wijze voortleven, hechten ten opzichte van de ’moderne’ samenleving sterker aan ecologische en sociale waarden rond het samenleven in natuurlijke, familie-, stam- en religieuze verbanden.

Geopolitieke brandhaarden en een hoopvol spoor van ‘glocalisering’

Afbeelding 7: De pictogrammen voor aarde wegen in het Wijsheidsweb – grafische vormgeving: Louis Van Marissing

Het imperialisme heeft tot forse sociaaleconomische en culturele ontwrichting geleid, ook na de koloniale periode, zoals bijvoorbeeld door de golfoorlogen. Nog duidelijker met de ‘war on terror’ als reactie op 09/11 die tot meer chaos in het Midden-Oosten leidde en het geweld van en tegen ‘IS’. Deze ‘oorlogsverklaring’ vanuit westerse allianties op een onduidelijke (‘terroristische? islamitische?) vijand en wat zich in de smeulende en opnieuw uitbarstende en zich verspreidende conflicthaarden daarna heeft voorgedaan, kan mogelijk vanuit een ‘laat-modern’ perspectief als een ‘derde wereldoorlog’ en kantelpunt naar een andere wereldorde worden gezien.

Hoe dit ook zij, de cultuurkritische vraag lijkt legitiem en noodzakelijk: heeft de neoliberale westerse democratie haar oude waarden van vrijheid, gelijkheid en broederschap geofferd op het geopolitieke strijdtoneel en ingeruild voor onvrijheid in naam van het zeker stellen van ‘veiligheid’ door steeds ingenieuzere en digitalere technieken van beveiliging. Zowel uitgesproken als verborgen vormen van intolerantie nemen de plaats in van internationale solidariteit (uit angst de ‘eigen’ culturele waarden te verliezen). Het neoliberale marktsysteem laat zien dat ten gevolge van economische processen van in- en uitsluiting en monopolies op wereldschaal er in toenemende mate ongelijkheid ontstaat door ongelijke verdeling en sociale buitensluiting van groepen.

Afbeelding 8: De draad van Ariadne uit de ‘Game quest for wisdom’

De geschetste breuklijnen gaan samen met historische rode draden. In de eerste plaats lijkt het Rationalisme ook een herneming van het premoderne machtsmotief te zijn, aldus Couwenberg (2017). Dit uitte zich enerzijds in een op beheersing gerichte ontwikkeling (politiek rechts) en een emancipatoir motief (politiek links) anderzijds. Een geest van verbinding en kosmopolitisme spreekt uit het door Couwenberg opgerichte tijdschrift Civis Mundi (Tijdschrift voor Politieke Filosofie en Cultuur) — aanvankelijk geïnitieerd en tot 1971 onder de naam van het Oost-West instituut. Een verschuiving van een naïef of utopisch geloof in een mondiaal burgerschapsideaal naar een reflexieve moderniteitsopvatting bespreekt Couwenberg (2016) in veel waardevolle bijdragen in het sinds 2010 digitaal geworden tijdschrift. De idee van glocalisering werkt hij uit als een wijs midden tussen locale en globale ontwikkelingen, tussen linkse (revolutionaire) en rechtse (op beheersing gerichte) streefrichtingen:

“De ontwikkeling van een mondiaal bewustzijn en daarop geënt mondiaal burgerschapsbesef stoelt in onze visie namelijk op een bonte verscheidenheid van culturen, sociale en politieke structuren, talen, gebruiken en religieuze tradities; op het besef derhalve dat we leven in een complexe reeks van interdependent geworden kringen van menselijke activiteit met ieder een eigen identiteit en loyaliteit, zich uitstrekkend van het subnationale (lokale en regionale) tot het topniveau van de wereldmaatschappij. Het is een besef dat we kort kunnen omschrijven als een organisch geworteld en pluralistisch geleid kosmopolitisme.” (Couwenberg, 2017).

Een kanteling naar een nieuw era?

Volgens sommige filosofen, sociologen, maatschappij- en cultuurcritici (Baudrillard, 1999; Bauman, 2011; Capra, 1991; Beck, 1992; De Wachter, 2016) leven we in een overgangsfase naar andere tijden en vormen van samenleven. Naar welk ander type samenleving we evolueren is nog moeilijk te duiden, omdat we er midden in leven. De aard van het ‘laatmoderne’ tijdperk ‘na’ het oude moderne era wordt met verschillende benamingen aangegeven, zoals de New Age, vloeibare tijden, de risico samenleving en ‘borderline times’. Deze namen duiden op verschuivingen in het sociaal-culturele weefsel die onder invloed van (kosmologische en) globaliseringsprocessen plaatsvinden.

Afbeelding 9: Koning Giaffer uit de ‘Game quest for wisdom’

Naast zorgelijke geweldstoename en polarisering zijn er in onze tijd ook hoopvolle ontwikkelingen bespeurbaar in de richting van inclusiviteit en duurzaamheid. Hoewel de aanduiding ‘postmodernisme’ — oorspronkelijk uit de architectuur en kunstgeschiedenis afkomstig — via een filosofisch en maatschappelijk debat sterk aan betekenis heeft ingeboet en een negatieve lading heeft gekregen, hoeft ze niet alleen naar een culturele nihilistische tendens te verwijzen. De term ‘postmodern’ beduidt ook heel letterlijk een ‘fase voorbij’ de ‘moderniteit’ als een culturele conditie en beschavingstype, dat nog vorm moet vinden op de brokstukken van een oude wereldorde.

Betekenisvolle glocale initiatieven

Zou het kunnen zijn dat er in het spoor van betekenisvolle ‘glocale’ initiatieven — zoals het op vertrouwen en solidariteit gestoelde (door Jaap van Leeuwen, Lars Tempelman en Haiko Liefmann opgerichte) broodfonds; buurtzorg, de door Jos Blok ontwikkelde en geleide zorgorganisatie die drijft op vertrouwen in en kundigheid van de professional, … — er geleidelijk aan een circulaire economie en op wederkerigheid gebaseerde sociale verhoudingen gaan ontstaan? Kortom zouden dit de grondvesten voor een nieuwe sociaal-economische orde kunnen zijn? Niet door een coupe van bovenaf noch door een volksrevolutie, evenmin een biologisch of technologisch bepaald evolutionair proces, maar interdependent door middel van intercultureel vernieuwende experimenten voor een op ecologische en ethische waarden gestoelde wereldordening.

Hoe pril en fragiel de initiatieven ook zijn, lijken ze toch de voorhoede te zijn van een maatschappelijke omwenteling. In die zin zouden ze het ochtendgloren kunnen inluiden van een nieuw beschavingstype dat ontspruit uit de gezaaide zaadjes voor ‘laatmoderne’ tijden. Hieruit groeien vormen van samenspel tussen natuurlijke en culturele krachten, zoals de kunstwerken met lichtgevende algen die in de door Daan Roosegaarde ontworpen renovatie van de afsluitdijk zijn verwerkt; en het zeer verfrissend door historicus Rutger Bregman weer op de maatschappelijke agenda geplaatste idee van een basisinkomen (Bregman, 2014) en zijn eveneens spraakmakende vervolgstudie over “De meeste mensen deugen” (2019). In plaats van door economische en technologische krachten opgedreven maatschappelijke versnelling, op basis van exploitatie van natuurlijk en sociaal kapitaal, bestaan genoemde initiatieven bij gratie van circulariteit, vertrouwen en wederkerigheid in sociale, economische en ecologische processen. De utopische verbeeldingskracht herkent hierin een lonkend vergezicht door een kruisbestuiving van sociaal engagement, technische innovaties, creatieve sociale broedplaatsen en utopisch denken, geïnitieerd door vrije geesten, kunstenaars en maatschappelijke kantelaars…

Hernieuwde belangstelling voor klassieke vormen van deugdethiek en levenskunst

Het lijkt mij opmerkelijk dat er juist in deze tijden van doorgeschoten individualisme er hernieuwde belangstelling is voor — westerse, oosterse èn zuidelijke — vormen van levenskunst en deugdethiek. Zo staat in hedendaagse dialoogtrainingen onder meer de Zuid-Afrikaanse Ubuntu-filosofie centraal met het uitgangspunt Ik ben omdat wij zijn: als individu wordt je identiteit voor een groot deel bepaald door de plaats en betekenis die je inneemt in de extended family en in de gemeenschap (de clan, de etnische gemeenschap, de sociaal-culturele groep, de economische klasse, het dorp of de stad, het vaderland, het continent, als aardebewoner). Er ligt in die zin wijsheid besloten in (oude en nieuwe) vormen van ‘gemeenschapsdenken’, zoals het communitarianism en de wijsheid van zogenaamde ‘wij-culturen’. Bijvoorbeeld de wijsheid dat de familie en vertrouwde rituelen van vroeger voor het individu een beschermmantel kunnen vormen, wordt in actuele sociale praktijken weer gebruikt: zoals in de culturele hulpverlening en voor diversiteitsprogramma’s in het onderwijs (Tjin a Die & Zwaan, 2015).

Inclusiviteit vanuit Indiaanse levenskunst

Afbeelding 10: Ubuntu wisdom uit de ‘Game quest for wisdom’

Ook zweethutceremonies en wijsheid uit Indiaanse culturen vinden in coaching en training praktijken opgang. Hoewel het problematisch is om van ‘de’ Indiaanse filosofie te spreken, zijn er een aantal aspecten te benoemen, die eigen lijken te zijn aan de nog traditioneel levende ‘oorspronkelijke’ bewoners van Amerika; zoals de gelijkwaardigheid van alle levende wezens op aarde, de verwantschap tussen mensen en dieren (totemisme) en een natuurlijke verbondenheid met ‘moeder aarde’:

“Wanneer wij een bizon doodden, wisten we wat we deden. We vroegen vergiffenis aan zijn geest, trachtten hem te laten begrijpen waarom we het deden, met een gebed waarin wij de beenderen eerden van degenen die hun vlees gaven om ons in leven te houden… Voor ons is het leven, alle leven, heilig.”,

aldus Lame Deer (in: Libbrecht, 2016, p. 166-167)

De Vlaamse filosoof Libbrecht, die het zogenoemde comparatieve model ontwikkelde om verschillende culturen met elkaar te kunnen vergelijken, interpreteert de geciteerde uitspraak als expressie van de ‘sacraliteit van de natuur’, die eigen zou zijn aan de Indiaanse filosofie: “Deze idee is niet alleen die van participatie aan het grote gebeuren dat men aarde noemt, maar is ook een vorm van inclusie, van ‘behoren tot’.”

Reinier Artist (2016), een landbouwkundig ingenieur en cultureel antropoloog die tussen twee culturen is opgegroeid in Suriname — met Hollandse en Indiaanse wortels — vertelt in zijn biografie hoe hij levenslessen van zijn grootvader meekreeg. Bijvoorbeeld over de betekenis van de mier.

‘Voor de zingeving van het bestaan van de Indiaan is de mier essentieel’: “… Als je over heilige zaken spreekt moet je een sigaar opsteken, zei grootvader Tramé altijd en hield dan een vlammetje bij een sigaar. Dat was meestal een zelf gedraaide sigaar van kruiden en planten uit het oerwoud … Dan word ik stil, zet het licht laag en steek kaarsen aan. Maakt het uit op welke plaats we ons op moeder aarde bevinden? Mijn grootvader wordt een stem, die stroomt als de Saramacca, dan weer in een stroomversnelling dan weer rustig, maar gestaag naar haar eindbestemming, de zee en op de golven en golfjes wordt een eeuwig verhaal meegedragen, te horen voor wie hoort …”

De kunst tussen culturen en tijdsperioden te verkeren…

Het weer van waarde laten zijn van oude vormen van wijsheid door het een plaats te geven in een andere sociale context van zweethutceremonies, Ubuntu-trainingen, de familie als ‘beschermmantel’, ‘storytelling’ als kunst van het verhalen vertellen, sjamanistische geneeskunst, trainingen rond het door Campbell beschreven op Oosterse en Westerse mythen gebaseerde concept van ‘de weg van de held’, orakelkunst en andere klassiek en archaïsche vormen van mythische wijsheid en rituele praktijken — vraagt van mensen enerzijds zich te verdiepen in cultureel-historische wortels van wijsheid en anderzijds de kunst ‘tussen’ culturen te verkeren en de afstand tussen wij en zij, toen en nu te overbruggen.

Voor het beoefenen van zo’n nomadische levenskunst (Rizzuto, 2014) lijkt een tweevoudige beweging nodig: eerst het ontwikkelen van een bewustzijn van de (inter-) culturele wortels en daarna het ont-wortelen (het zich dé-identificeren met een als absoluut opgevatte en van andere culturen afgeschermde ‘eigen’ cultuur). Als resultante van die dialectische beweging is er een ont-wikkelen van mono- naar multi- naar een ruimer bewustzijn mogelijk, een dynamischer en ruimer zelfbesef. Zoals voorheen de beperktere familie- en kuddegeest zich ontwikkelde naar nationale en spirituele identiteiten van grotere collectieven, zoals met de wereldreligies, is het nu nodig dat de ontwikkeling verder gaat naar Europese, inter- en transculturele ‘glocale’ identiteiten. Het installeren van een ontmoetingsruimte is hiertoe cruciaal, ingericht met behulp van de verbindende kracht van dialoog- en spelvormen, van creatieve processen en de kunst van verhalen vertellen: met andere woorden het ludische element (Huizinga, 2008) en de verbeeldingskracht (Hermsen, 2014; Muijen, 2017). Die ingrediënten lijken mij de spil te vormen voor een dialogische derde route van een interculturele dialoog en polyloog (Kimmerle, 2015; Rizzuto, 2014). Deze weg vooronderstelt een (hermeneutische) kunst van betekenisgeving op basis van het inzicht en de levenskunst, dat het leven zowel de pool van bepaaldheid (geworpenheid) kent, als de kant van vrijwording en levensontwerp. De kunst het eigen leven betekenis en vorm te geven vooronderstelt zowel open te staan naar de toekomst en nieuwe mogelijkheden van bevruchting tussen culturen, als het zich bewust-zijn van de eigen (inter)culturele wortels en bepalende krachten van historische processen.

Een derde route tussen naïef kosmopolitisme en machtspolitiek

In deel 13 heb ik betoogd dat er voor het laten groeien van een wereldgemeenschap meer nodig is dan een vanzelfsprekende ‘natuurlijke grondslag’ voor een kosmopolis. De geschiedenis leert dat daadwerkelijke ontmoetingen tussen culturen veelal getuigen van reflexen van agressie en het zich terugtrekken achter het eigen nationale, culturele, etnische en religieuze muren. In dit deel verken ik, gegeven de complexe werkelijkheid en ieders sociale contexten, de route van dialoog, samenspel en verbeeldingskracht — door middel van het openen van een creatieve ruimte tussen historisch-cultureel bepaalde kaders — om elkaar werkelijk te ontmoeten en te kunnen putten uit oude verhalen en nieuwe bronnen van wijsheid voor het ontwikkelen van interculturele levenskunst.

Afbeelding 11: een speelruimte uit de ‘Game quest for wisdom’

Die derde route zou door middel van kringen van bekommernis (Nussbaum, 2014) daadwerkelijk vorm kunnen krijgen. De kwesties die ons raken zijn niet alleen groot en ver weg van ons bed, maar tevens dichtbij. In locale gemeenschappen, via sociale schakels in onze netwerken komen ze binnen ieders circle of influence.

Doordat wij via fijnmazige sociale, economische en ecologische netwerken wereldwijd met elkaar verbonden zijn, is het op diverse wijze mogelijk als consument, burger, producent en aardebewoner een klein begin te maken met een radicaal andere beweging dan de huidige tendens van afschermende sociaal-economische orde en repressieve politiek; bijvoorbeeld door het bouwen van muren rond het fort Europa. Juist omdat die wending naar vrije(re) mondiale migratiestromen (vluchtelingen en arbeidsmigratie) schier onvoorstelbaar is, hebben we maatschappelijke kantelaars en visionaire politici nodig. Het ‘managen van cijfertjes’ is in vloeibare tijden juist het probleem geworden, dat olie op het vuur is van de collectieve angst voor vluchtelingenstromen. Het is de kunst die stromen niet als tsunami of ‘crisis’ te zien, maar als levenselixer en kans nieuw leven in te blazen in een ethisch geïnspireerde politiek en interculturele levenskunst.

De richting van glocalisering is prachtig in dichterlijke woorden vervat:

“… De mensen leven met de poppetjes van hun angst
en noemen dat liefde. Maar liefde is
anders, is een bestaan dat verandert,
dat door lagen van nacht en van licht
daalt of stijgt naar het langzaamste muziek maken van de tijd, …”

Andreus (1978, p. 40)

De complete literatuurlijst van deze serie is via levenskunst-en-levensgeluk-literatuur te vinden.

[1] Bron: HUMAN-programma ‘Durf te Denken’

Heidi Muijen

van Thymia, filosofische praktijk voor levenskunst en creatieve ontwikkeling te Weesp heeft in 2016 de Stichting Quest for wisdom foundation opgericht. Het eerste project van de stichting is de digitale spelvorm game Quest for wisdom. Als tweede project wordt het Wijsheidsweb ontwikkeld. Heidi Muijen is ontwerper van het filosofisch-mythische bordspel Mens, ken je zelf en van de ont-dekkende dialoogvormen Wat is de kwestie?-Wat is de questie!.