Levenskunst & Levensgeluk — 2

0

Gnosis als ijkpunt van de westerse traditie voor waardevolle kennis van zichzelf (gnothi seauton) èn van de wereld

Heidi Muijen

Een onderzoek naar “Het spirituele is politiek — het politieke is spiritueel!”, Civis Mundi digitaal, in 2011-04 — bewerkte versie op het Wijsheidsweb 2018-03

Met dank aan Joke Koppius voor haar waardevolle inbreng bij de totstandkoming van deze reeks!

deel 1deel 2deel 3deel 4deel 5deel 6deel 7deel 8deel 9deel 10deel 11deel 12deel 13deel 14deel 15samenvatting

Inleiding

In Civis Mundi Digitaal participeer ik met een artikelenreeks aan het thema Filosofie van de Levenskunst. Deze reeks wordt op het Wijsheidsweb — in delen bewerkt en herzien — opnieuw gepubliceerd.

het rad met de vijf elementaire velden en 16 interculturele wegen
Afbeelding 1: Het Rad van interculturele levenskunst — de basis van de drie Quests van de QFWF

Met deze reeks wil ik bijdragen aan de ontwikkeling van een laatmoderne levenskunst die antwoord geeft op noden van deze tijd. Er is met name inflatie van morele noties en andere waarden ― hoe het betekenisvolle te bewaren in de privésfeer, in professionele praktijken en publieke domeinen?
Dit is filosofisch onder andere gediagnosticeerd als ‘malaise van de moderniteit’ (Taylor, 2009). In het huidige tijdsgewricht worden waarden in het maatschappelijk leven onder invloed van de betekeniseconomie identiek aan marktwaarden en ‘ieders eigen smaak en keuze’. Daarmee ontstaat er betekenisverlies in (de duiding van) individuele en collectieve ervaringen.

De artikelen vormen stappen op een verkenningstocht, gericht op het ontwikkelen van een ethisch-politiek bewustzijn teneinde aan het gebrekkige begrip ‘postmoderniteit’ een positieve invulling te geven.
Aan de hand van mythen, filosofen en actuele vraagstukken verken ik meanderend het verschralen van ‘geluk’, ‘authenticiteit’, ‘spiritualiteit’ en andere thema’s van (populaire) levenskunst.

Doel is die begrippen te verrijken door ze in samenhang te bezien als aspecten van levensgeluk vanuit wijsheidstradities en filosofische levenskunst.

De artikelenreeks mondt uit in de noodzaak de rijkdom van de multiculturele samenleving te benadrukken. Steeds sterker krijgt de reeks een relationele focus en de laatste zes artikelen zijn een pleidooi een interculturele invulling te geven aan een filosofische levenskunst.
Als voorstel hoe deze langs verschillende wijsheidswegen te ontwikkelen is er een ‘Rad van interculturele levenskunst’ geschetst, geïnspireerd op de symboliek van de vijf elementen. Dit ‘Rad’ dient als vrucht van en richtingaanwijzer voor verdere ontwikkeling van interculturele levenskunst door middel van levende ontmoetingen en ‘storytelling’, spel en dialoog.

In het eerste deel is het ‘postmoderne’ zin- en betekenisverlies geproblematiseerd en de onderzoekroute uitgezet.
In het tweede deel is de weg vervolgd aan de hand van het Oedipusverhaal. Oedipus’ tragische levensavond (het doden van zijn vader en huwen van zijn moeder) met een zwervend bestaan, laat een licht schijnen op de oudste spreuk van levenskunst, het gnothi seauton ofwel ‘ken uzelve’. Die levenskunst vraagt van de mens zichzelf te kennen als een wezen met een dubbele oorsprong (de sfeer van ‘nomos’, de vaderlijke gewoontewet; en de sfeer van ‘logos’, de moederlijke natuurwet). Dit inzicht is in verband gebracht met de ‘postmoderne nomade’ als metafoor voor de mens die, vergelijkbaar met Oedipus’ vadermoord, de hunkering naar een transcendente oorsprong en bindende conventies laat ‘versterven’ door deze zelf te zìjn.

Levenskunst als wijsheidstraditie: Mens, ken je zelf!

Afbeelding 1: begin van de ‘westerse filosofie’ ligt in het nabije Oosten: Efese [1]

In het eerste deel is de kritische vraag gesteld of hedendaagse populaire vormen van levenskunst niet alleen een uitweg bieden uit de ‘malaise van de moderniteit’ (Taylor, 2009) maar wellicht ook zelf uitdrukking van die malaise zijn. Zou het overwegend instrumentele (economische) negatieve begrip van vrijheid niet aangevuld dienen te worden met een positief vrijheidsbesef vanuit richtinggevende ijkpunten?

De onderzoeksvraag naar een positieve levenskunstige invulling van ‘vrijheid’ en een verrijking van het platte geluksbegrip is in het eerste deel verkend. Dat leidde tot de route van het ‘herbronnen’ ten behoeve van een betekenisvolle vrijheid en het aanvullen van het eendimensionale geluksbegrip met wijsheid uit de traditie van filosofische levenskunst. De klassieke filosofie sprak in die zin van ‘het goede leven’.

Klassieke perspectieven op levenskunst van deels ‘interculturele’ herkomst helpen het huidige instrumentele denken en de platte betekenis van ‘geluk’, ‘authenticiteit’, ‘spiritualiteit’ uit de populaire levenskunst te verrijken. De filosofische scholen van levenskunst bevonden zich op kruiswegen van ‘oosterse’ en ‘zuidelijke’ regio’s en handelsrouten. Pas geleidelijk hebben zich culturele en nationale identiteiten gevormd en zijn stromingen en filosofische opvattingen geïdentificeerd als behorende bij de zogenaamde ‘westerse’ cultuur en bij de ‘Europese beschaving’. Zo zijn veel ‘Griekse’ natuurfilosofen afkomstig uit Milete en Efese in het huidige Turkije.

Interculturele bronnen van wijsheid

In velerlei richtingen kunnen er culturele invloeden worden nagetrokken in het ‘westerse’ gedachtegoed; bijvoorbeeld het Manicheïsme uit Perzië, het huidige Iran, de gnostiek-mystieke traditie en de zogenaamde ‘hermetische filosofie’, die ons terugvoert naar het oude Egypte. Zouden we, puttend uit dergelijke rijke ‘interculturele’ bronnen, de huidige versmalde geluksopvattingen en individualistische levensoriëntatie mogelijk kunnen verbinden met rijkere noties uit de filosofische levenskunst van het ‘goede samen-leven’? Zouden we in deze interculturele bronnen waardevolle symbolen, denkbeelden en verhalen kunnen vinden ten behoeve van de ontwikkeling van een ethisch-politiek bewustzijn? Omdat we vanuit de postmoderne conditie niet zonder meer ‘terug’ kunnen naar een oude deugdethische wijze van gemeenschapsvorming, hebben we passende middelen nodig die ons opnieuw daartoe toegang kunnen verschaffen. Hedendaagse auteurs zoals Nussbaum, McIntyre, Hadot, Schmid en Dohmen hebben op dat vlak grondige studies verricht.

Als tussenbalans is in het eerste deel van de reeks gesteld dat de menselijke gerichtheid op levensgeluk zowel een uiterst individuele als gemeenschappelijke vraag inhoudt naar het goede in relationele praktijken van levenskunst. Bij wijze van voorbeeld hoe dit klassieke besef een actuele vorm zou kunnen krijgen is het levenskunstspel Mens, ken je Zelf! beschreven.

Gnosis als een vorm van belichaamde wijsheid

In dit tweede deel wordt het filosofische spoor door de wijsheidstraditie van levenskunst vervolgd. Hermeneutiek, de kunst van betekenisgeving en interpretatie, vormt de basis voor het bouwen van bruggen en ladders tussen tijdperken en (sub)culturen.

Afbeelding 2: De filosofische ladder en brug — uit Mens, ken jezelf

Langs die hermeneutische weg wil ik verbanden leggen en draden weven door de geschiedenis, op basis van (inter-)cultureel betekenisvolle mythen, in het bijzonder het Oedipusverhaal en de oudste wijsheidspreuk op de tempel van Delphi, ‘gnothi seaton’ ofwel ‘ken u zelve. Deze onderzoeksroute vervolg ik in het derde deel met een pareltje van hedendaagse humanistisch-existentialistische levenskunst in de roman De Grote Zaal.

Een rode draad van levenskunst door een bricolage van levensvormen en kennissoorten

Uitingen en levensvormen die in eerste instantie zeer divers zijn, onderzoek ik hier in samenhang, gericht op de vraag naar ‘het goede leven’. Zouden we ze mogelijk kunnen opvatten als een ‘medley’ (Brohm & Muijen, 2010) of een bricolage (Coenen, 2009) van levenskunst over wat het betekent mens te zijn; en over de plaats van de mens in het grote geheel van levensvormen en relaties? Mogelijk is het ook betekenisvol dat die levenskunstige kern op zeer verschillende wijze is doorgegeven: in kunstvormen, literaire en mythische verhalen en als filosofische inzichten. Zouden we ook samenhang in de diversiteit kunnen zien in het licht van een gemeenschappelijke bron van wijsheid in de mens zelf? De oude naam ‘gnosis’ ofwel het belichaamde, ondoorgrondelijke weten van de (af)grond van het bestaan lijkt mij hiervoor passend. Zou die ‘archaïsche bron’ te herkennen zijn zowel in klassieke als (post)moderne uitingen van levenskunst?

Bij het onderzoeken van de kwestie beluister ik een accentverschuiving in de betekenis van de levenskunstige spreuk ken u zelve. Er toont zich een questie onder die kwestie door de spreuk als oproep te horen zelfkennis te verwerven teneinde waarlijk mens te zijn! Dan spoort ze aan tot een existentieel perspectief op kennisvormen, symboliek en verhalen, rituelen en andere praxis te ontwikkelen die helpen bij het levenskunstige project te ‘worden wie je bent’. Op die manier zijn de diverse uitingen te interpreteren als ‘narratieven’ met een symbolische betekenislaag, die door de tijd heen blijft klinken!

De oproep ken u zelve zou zo beluisterd een grondtoon zijn, herkenbaar in uiteenlopende melodieën. Ze vraagt ons aandacht te schenken aan het hoe veeleer dan het gebruikelijke wat. ‘Wat’ iemand is verwijst naar een beroep en sociale plaats in de maatschappij; kortom als een (culturele, nationale, etnische, gender, …) identiteit. Het ‘hoe’ vraagt veeleer naar kwalitatieve aspecten van de levensloop, die samenhangen met ‘levensgeluk’ en ‘tragiek’. Dan gaat het niet om een (cultureel bepaald en sociaal wenselijk) antwoord maar klinkt er een menselijk verlangen, een fascinerende vraag van alle tijden.

Levensgeluk als vraag in het labyrint van het leven

De kunst om levensgeluk als vraag te (blijven) horen brengt ons bij een archetypisch beeld van het menselijk leven. De mens die ronddoolt in het labyrint op weg naar de onbekende bestemming in het centrum, waar alle wegen samenkomen. Als we dit klassieke symbool goed bezien, valt onmiddellijk de geometrische ordening op: vanuit de vier horizontale windstreken leiden de wegen naar het geheimzinnige centrum.

Afbeelding 3: Het labyrint — uit het Questiespel van Mens, ken jezelf

De plaats van bestemming blijft tijdens de levenswandel verborgen en is door de existentiefilosoof Heidegger (1927, 1984) verwoord als een ‘Sein zum Tode’. Dat de zin van het leven, net zoals het geheime centrum, verborgen blijft, is een realiteit die de mens geneigd is te ontlopen. Dat houdt verband met de typische wijze van zijn van de mens die Heidegger benoemd als ‘Da-sein’ en (on)eigenlijk existeren. Letterlijk duidt dit laatste woord op een ‘uitgetild’ worden uit de platte stroom van de tijd: ‘ek-sistenz’. Als we dit beeld vertalen in de symboliek van het labyrint lijkt de ‘verborgenheid’ in het centrum, waar de vier horizontale richtingen samenvallen, ook de verbinding met ‘het verticale’ te herbergen. Heideggers uitleg in samenspraak met de etymologie van woorden verwijst naar de mythologische wortels van begrippen, zoals hermeneutiek in verband staat met de figuur Hermes, de boodschapper der goden. Aan hem danken we deze kunst van betekenisgeving, gezien dat hij de mysterieuze boodschappen van de onsterfelijken in het pantheon aan de mens doorgaf. Vergelijkbaar met deze kunst van Hermes ontwerpt Heidegger een filosofische taal die ‘voor de goede verstaander’ een interpretatiesleutel voor het zijnsmysterie geeft.

Het menselijk bestaan als vraag

Belangrijk voor het verhelderen van het zijnsmysterie is dat de mens ‘het zijn’ tracht te begrijpen vanuit de eigen wortels. Inzicht in de ‘gewordenheid’, de persoonlijke en culturele geschiedenis, laat een licht schijnen op het bestaan. Heidegger ontrafelt daartoe betekenisverbanden en beelden die verstopt zitten onder de oppervlakte. Zijn filosofie laat ons luisteren naar een soort ‘metaforische’ laag in woorden, wat op verhullende wijze betekenis onthult. Soms creëert hij ook nieuwe woorden zoals ‘Da-sein’. Dit centrale begrip uit zijn eerste periode van filosoferen duidt op de speciale verhouding van de mens tot ‘het zijn’, het ‘er-zijn’ als een tijdsruimtelijke ordening. De mens ìs die ordening, is ‘Da-sein’, een wezen dat het zijn in de stroom van de tijd laat oplichten.

Zo neemt Heidegger de lezer mee naar een verborgen metaforiek in de taal. Door zijn metaforische uitleg van ‘waarheid’ zien we geen statische boekenkennis, maar horen we dynamiek. Waarheid als een gebeuren, dat hij ‘Lichtung’ noemt, letterlijk een lichte plek in het bos door invallend zonlicht. Dit elementaire gebeuren geeft betekenis aan de manier waarop de mens ‘is’. Het beeld van het oplichten uit de duisternis kenmerkt de zijnswijze van de mens veel sterker dan de objectieve categorieën van het bestaan. Daarom zijn wetenschappelijke begrippen, zoals de lineaire tijd en de Newtoniaanse ruimte, de chemie van moleculen die botsen, afscheiden en weer verbinden, ontoereikend. De mens bestaat volgens de existentiële logica uit een non-lineair en dynamisch ‘waarheidsgebeuren’. De mysterieuze betekenis hiervan legt hij uit aan de hand van ‘a-letheia’ — het Griekse woord voor waarheid. De schrijfwijze laat zien dat het woord bestaat uit een ontkenning (a-) en de naam ‘letheia’.

Dit woord uit de Griekse mythologie, waarin de Lethe de rivier van de vergetelheid is, brengt Heidegger in verband met de menselijke bestaanswijze. De mens laat waarheid geschieden als een spel van vergeten en herinneren, verhulling en onthulling. Wat feitelijk het geval is, de objectiviteit, staat niet los van dat waarheidsspel. Het zogenaamde objectieve bestaan der dingen, bijvoorbeeld van een steen, berust uiteindelijk op de menselijke wijze van begrijpen. Heidegger typeert het voorwerpelijke bestaan steeds in relatie tot de mens als ‘Vorhandenheit’: stenen liggen ‘voor de hand’. Instrumenten daarentegen, zoals messen, pennen en machines, zijn in ons begrip gerelateerd aan hun gebruik, het ‘ter hand’ nemen van een ‘werktuig’ (Zuhandenheit). Het zijn van de mens zelf verstaan we ten diepste als een ‘samenzijn’ (Mitsein).

In de regel zijn mensen erop gericht de wereld te verhelderen: om zaken te begrijpen en dingen in onze grip te krijgen. Die gerichtheid om ‘het zijn’ in een helder daglicht te stellen, maakt dat mensen weinig oog hebben voor het gegeven dat er vooraleerst onbegrip heerst en dat er rond de opgebouwde kennis een nog groter gebied verborgen blijft. Het duister van het niet-weten is echter geen ‘eendimensionaal zwart’ maar herbergt een geheim. De meeste mensen willen van dat geheim niet weten. Mythologisch verwoord: de eigen bestemming blijft in mist gehuld voor stervelingen die ronddolen in het labyrint van het leven. Mogelijk kan dit mythische motief van ‘de queeste in het labyrint’ een ander licht laten schijnen op de vraag naar het menselijke levensgeluk. Daartoe laat ik een levenskunstig licht schijnen via de mythe van Theseus op het Oedipusverhaal.

Mythische wegwijzers naar levensgeluk

De mythe van Theseus vertelt over de beproevingen die deze held op zijn missie — het doden van de Minotauros, vrucht van verboden liefde tussen mens en stier, in het labyrint op het eiland Kreta — doorstond. Onverschrokken begaf hij zich in het labyrint op weg naar het centrum. Door de helpende hand van de in liefde ontstoken prinses van Kreta, Ariadne, — die als enige, samen met haar vader de koning van Kreta en de hofarchitect Daedalus, de geheime wegen van het labyrint kende — kreeg hij een wollen draad mee om de weg weer terug te kunnen vinden.

De kunst van het koersen door de duistere wegen in het labyrint — het vinden van een goede levenskoers — vraagt de gave van ‘voor-zienig-heid’. De lichtgod Apollo bezit deze, gezien dat hij elke dag met zijn vurige wagen langs het firmament rijdt, en in het zenit aangekomen, tot ver over de aardse horizon heen kan kijken! Het goddelijke voor-zien kan binnen de beperkte horizon van mensen worden gebracht door de hermeneutische kunst van het duiden.

Afbeelding 4: het labyrint — uit Mens, ken je zelf

Het Delphische orakel, de Pythia, de priesteres van de Apollotempel, bemiddelt met haar voorspellingskunst hetgeen Apollo vanuit hemelse hoogte aanschouwt. Voor koningen staat bijvoorbeeld iets op het spel bij het krijgen van nakomelingen en het voeren van oorlogen; helden streven zowel roem als het heil van hun gemeenschap na; en gewone stervelingen is het om hun persoonlijke levensgeluk te doen.

Vermaard tot over de landsgrenzen van het oude Griekse Rijk was het Orakel van de god Apollo te Delphi. Daar zat de Pythia — de priesteres van de tempel — boven een kloof met bedwelmende dampen en sprak haar raad in duistere bewoordingen uit. Bekend is hoe Croesos, heerser over Lydia, aan het orakel raad vroeg inzake zijn voornemen een oorlog met het buurland Perzië te beginnen. De voorspelling dat hij ‘een groot rijk zou verwoesten’, sterkte hem in zijn besluit. De Pythia duidde evenwel op de teloorgang van zijn eigen rijk. … (Uit de speelwijzer van het spel: Mens, ken je Zelf: speel je Wijs!)

Het voorbeeld van Croesus leert dat het inwinnen van advies alleen zin heeft als we de tekens ook goed leren duiden. Dit vraagt vooral zelfkennis: Croesos neigde naar zelfoverschatting! Veelzeggend in dit opzicht is ook het verhaal van Oedipus, die als (anti)held zijn door het orakel van Delphi voorspelde bestemming trachtte te ontlopen. Toch moest hij, op het hoogtepunt van zijn roem als gevierd koning van Thebe, onder ogen zien dat hij zijn moeder gehuwd en zijn vader gedood had, precies zoals het orakel had voorspeld! Dit bracht hem tot de wanhoopsdaad zichzelf de ogen uit te steken!

Tragiek kenmerkt zowel Oedipus’ levenslot als Theseus’ levensverhaal. Voor ‘het tragische’ hebben slechts weinig mensen gevoel noch tijd erbij stil te staan. Mythen kunnen hierbij helpen door de betekenis van tragiek in het leven hermeneutisch-narratief te bezien. Hoe verkrijgt de mens toegang tot de mythische plot en morele motieven in het eigen levensverhaal? Kennis van de diepte van het bestaan (‘gnosis’) houdt zich verborgen, net zoals de Minotauros, zich schuilhoudt in het duistere centrum van het labyrint.

Orakeltaal en het duiden van tekens op de levensweg

De plot van Oedipus’ levensverhaal bestaat uit het willen ontlopen van zijn levenslot, waardoor de onvermijdelijke tragiek toeslaat, verbeeld met diens pijnlijke nomadische bestaan in de avond van zijn leven. Vraagt levenskunst van de mens niet juist ook de schaduwzijde van het leven te omarmen? Deze tragische levenskunst noemde Nietzsche, in navolging van de klassieken, amor fati: de liefde voor het levenslot. In plaats van het levenslot naar de eigen hand te zetten, vraagt levenskunst een oriëntatie op de eigen bestemming, een gerichtheid op het geheimzinnige, duistere centrum van het labyrint.

Wat is er nodig om de verhulde tekens op de levensweg te duiden? Mogelijk zoiets als een ‘symbolisch bewustzijn’ (Berk, 2003). Dat wil zeggen een bewustzijn dat enerzijds sensitief is voor tekens en symbolen, beelden en mythische verhalen — en dat anderzijds de betekenis daarvan weet te duiden; zoals in premoderne tijden het ‘orakelen’.

Afbeelding 5: ‘tekenen in het leven leren verstaan’ — uit een workshop Mens, ken je zelf

Hieronder volgt een kleine proeve van die kunst aan de hand van het Oedipusverhaal. Een hachelijke onderneming is het achterhalen van een ‘oorspronkelijke’ betekenis in de context van het ontstaan. Is het mogelijk het verhaal zodanig te reconstrueren dat de vraag, die in de mythe aan de orde is, opnieuw klinkt? Zou er onder de laag van historisch-culturele verbeelding een symbolische wijsheid over het mens-zijn te beluisteren zijn, die ons ook nu nog kan aanspreken?

De Oedipus mythe als weg naar zelfkennis

Welke vraag is aan de orde in deze bekende mythe vol symboliek? Het ‘oedipus complex’ is een staande uitdrukking geworden, die verwijst naar het jammerlijke gegeven van de vadermoord en de incestueuze verhouding tot de moeder. Vertelt de mythe daarmee dat de mens van nature onderhevig is aan agressieve impulsen en schaamtevolle verlangens? Die duiding klinkt als een soort psychoanalytische variant op de zondeval, dat het leven vanaf de geboorte kommer en kwel is! Of vertelt het verhaal over de beperktheid van het bewustzijn van de mens; hoe lastig het is ‘de naakte waarheid’ omtrent de levenswandel onder ogen te zien? Is de betekenis van de voorspelling dat Oedipus zijn vader zou doden en zijn moeder huwen — zoals schoonheid zich in het oog van de waarnemer verborgen houdt — alleen toegankelijk voor ‘een goede verstaander’? Zonneklaar is dat de Pythia voor Oedipus een schaamtevol en ontluisterend toekomstbeeld voorspiegelde. Hij zag voor zichzelf een andere toekomst en koerste in tegenovergestelde richting dan het orakel leek te wijzen, om een heldenweg te gaan!

Het lijkt evident dat zijn heldendroom was gerealiseerd toen Oedipus tot koning van Thebe werd gekroond! In de context van het tragische verloop van het verhaal duidt het ‘evidente’ van zijn heldendom — afkomstig van ‘evidere’, het Latijnse woord voor zien — zowel op het verblindende en verhullende als het onthullende aspect van ‘het onder ogen zien van de waarheid’.

Afbeelding 6: de kracht van het oog — symbool uit Mens, ken jezelf

Het raadsel ontraadselen is een nieuwe vraag stellen. Wijst de ‘mythische rode draad’ in de Oedipus mythe op de moeite van het doorzien van de ‘plot’ in ieders eigen levensverhaal? En dat het nochtans ieders levensopgave is dit levensraadsel te ontsluieren? Vraagt het ‘hermeneutische verstaan’ van mythische tekens op de levensweg, van de mens een soort kunst van de Baron van Münchhausen, die zich aan de eigen haren uit het moeras probeerde te trekken?

De vraag cirkelt rond dit paradoxale gegeven en roept op het eigen leven als een mythe te lezen! Die oproep vraagt een kanteling zich uit de gevangenschap van het eigen beperkte perspectief op het leven te bevrijden. Het ‘ken uzelve’ in de spiegel der mythe toont het (ont)lopen van de levensloop: hoe het leven loopt zoals het loopt, mede door de wijze waarop mensen betekenis geven aan de loop der dingen, aan ogenschijnlijke kleinigheden en bijzondere ontmoetingen op de levensweg! De mythen van Theseus en Oedipus lijken op de noodzaak te wijzen de wegen van het labyrint niet blindelings te bewandelen, maar met ‘de kunst van Hermes’ de tekens onderweg te leren duiden. Met de hermeneutische kunst onthullen mythen wijsheid de mythe van het eigen leven te doorzien.

Een hermeneutische levenskunst van betekenisgeving

Hoe kan hermeneutiek van een filosofische kunst tot een levenskunst worden? Wat is er voor nodig de mythische versluiering van de levensweg, net zoals orakeltaal, te leren ontraadselen? Licht de mythische betekenis op wanneer het levensverhaal vanuit meerdere perspectieven wordt bezien, vanuit de ogen van ‘de vreemde ander’, in plaats van alleen uit het eigen vertrouwde perspectief?

Hoe wijzen mythische wegwijzers een richting? De kunst de tragiek te doorzien door middel van ‘amor fati’ klinkt niet alleen door in klassieke mythen en filosofische levenskunst. Ook hedendaagse mythen en orakeltaal herbergen eenzelfde voorspellende macht: zoals beurskoersen en andere statistische gegevens levensgeluk lijken te bepalen! Waar statistiek een eendimensionale betekenis aan de cijfers geeft, vermag een hermeneutische benadering verschillende lagen van betekenis toe te kennen; waaronder het ontmaskeren van het geloof in cijfers als een mythe! Een hermeneutische weg laat zien hoe het duiden van mythen mede afhankelijk is van het perspectief van de interpretator.

Zo las Freud in het Oedipusverhaal een ontwikkelingspsychologische tragiek, die elk mensenleven tekent: symbolisch gesproken hebben we om mens te worden onze vader te doden en onze moeder te huwen! De freudiaanse interpretatie van de Oedipusmythe als een innerlijk complex, een libidineus-cultureel conflict, reflecteert ook een mannelijke en wetenschappelijke benaderingswijze. Hoewel daadwerkelijk belichaamd door de 19e — 20e eeuwse Weense psychiater gaat het om meer dan alleen een persoonlijk perspectief: het weerspiegelt ook de historisch-culturele context uit die periode. Diens perspectief op de mythe laat een vooringenomenheid zien met het mannelijke lid en het primair stellen van conflictueuze aspecten van het leven: de strijd tussen de seksen en de inter-generationele strijd, gericht op het bezitten van de eerste vrouw in het leven van de man. Eerste, in de dubbele betekenis van het belangrijkste en in de tijd vooraanstaande wezen, wat het schenden van een (trans)cultureel taboe impliceert.

Er zijn velerlei manieren om iemand te ‘bezitten’, in de zin van wettelijk eigendom (slavernij, mensenhandel en loonslavendom), als huwelijkspartner, als daad van vleselijk contact, …. Schuilt er nog een andere, symbolische betekenis in dit beeld van het doden van de vader en het huwen van de moeder? Welk andere verhaal vertelt de mythe over het mysterie van menswording, het ‘worden wie je bent’?

Afbeelding 7: de quintessence waarop de wegen in het labyrint op het speelbord zijn gericht — uit Mens ken je zelf

Oedipus wist, zo vertelt de mythe, het raadsel van de Sfinx op te lossen: wie loopt er ‘s morgens op vier, ‘s middags op twee en ‘s avonds op drie benen? Daarmee verleende de Sfinx hem toegang tot de stad Thebe als de nieuwe koning, waarna het noodlottige gebeuren zich voltrok! Zou deze plot uit Oedipus’ levensverhaal verwijzen naar de onvermijdelijke tragiek, die te vinden is in het geheime duistere centrum van het labyrint?

De mens als kind van logos en nomos

Hoe verwijst de thematiek van (trans)culturele taboes — van vadermoord en incest — naar de diepte van het menselijke bestaan? Hoe laat het doden van de vaderlijke figuur en de meest intieme eenwording met de moederlijke oorsprong een licht schijnen op het raadselachtige bestaan tussen leven en dood?

Traditioneel is ‘de vader’ de ouder die onze plaats in de maatschappij vertegenwoordigt: hij vertolkt de wijze waarop mensen zich invoegen in de sociale ordening van menselijke betrekkingen, wetten en regels. De klassieke aanduiding van deze sfeer is de ‘nomos’ ofwel de gewoontewet. Traditioneel is ‘de moeder’ de ouder die onze verbondenheid met de natuurlijke wetten en kosmische ordening belichaamt. De klassieke aanduiding van deze sfeer is de ‘logos’. Vertelt de mythe iets over de existentiële betekenis zich als mens te verhouden tot beide sferen, de vaderlijke èn moederlijke oorsprong, teneinde ‘het waardevolle’ in het leven vorm te geven?

Zou de mythe op die manier beluisterd, een les in levenskunst vertellen, ook over de ethisch-politieke dimensie van het bestaan? Deze dimensie toont zich in de manier waarop de mens een plek inneemt in een groter geheel: de familie, de clan, de samenleving, de cultuur, de natuur en de kosmos. Bezien vanuit dat perspectief vertelt de vadermoord en het huwen van de moeder op symbolische wijze dat de mens de bestaande (en verinnerlijkte) maatschappelijke ‘mannelijke’ orde (de nomos) heeft te doden en zich heeft te verbinden met een ‘moederlijke’, omvattende natuurlijke ordening. Het mythische beeld vertelt van een primaire verbondenheid en wijst een symbolische weg hoe een poort te vinden naar deze diepte in zichzelf, de versluierde oorsprong waaruit de menselijke tweespalt, als kind van logos èn nomos, ontspringt.

Het bevragen van de mythe toont niet alleen haar historisch-culturele herkomst noch alleen een duiding vanuit een bepaald (bijvoorbeeld psychoanalytisch) perspectief, maar ook een existentiële laag die mensen nog steeds kan aanspreken — als oproep de mythe van het eigen leven te ontraadselen! De mythe vertelt dat Oedipus zich de ogen uitstak en zijn koninklijke identiteit inruilde voor een zwerversbestaan. Vraagt het doorzien van de mythe van het eigen bestaan dat de mens leert zwerven? Dat toegang tot de sfeer van ‘logos’ betekent een nomadisch bestaan op de queeste in het labyrint te aanvaarden, net zoals Oedipus afstand deed van status en wereldlijke macht (de sfeer van ‘nomos’ ).

Afbeelding: de Ouroboros 8[2]

Houdt de mythe daarmee ook een belofte in voor het postmoderne betekenisverlies van ‘de dood van de grote verhalen’? De mogelijkheid voorbij universeel bindende (morele) kaders, opnieuw toegang te verkrijgen tot de sfeer van het betekenisvolle, de logos? Dat daarvoor de prijs van een nomadische bestaanswijze is te betalen. Dit maakt zich kenbaar als ‘het jachtige’ en de ‘onrust’ van het postmoderne bestaan (Devisch, 2017; De Wachter, 2016; Han, 2015). Het beeld van de nomade is door postmoderne filosofen zoals Braidotto en Deleuze gebruikt als metafoor voor het laatmoderne project de hunkering naar een transcendente oorsprong en centrum van de macht, naar bindende conventies en hiërarchie in traditionele kaders, op te geven (Rizzuto, 2014). Zonder voorgeschreven antwoorden heeft de mens de vraag naar zichzelf te doorléven, als opgave het meerzinnige, ambivalente, verborgene, het schijnbaar toevallige en onbegrijpelijke in het leven, niet weg te rationaliseren maar vragend te omarmen, amor fati!

De mythe lijkt zo terug naar de klassieke oproep van levenskunst ken uzelve te verwijzen; als de slang Ouroboros bijt ze in haar eigen staart. Hoe zou deze spreuk als een sleutel voor een laatmoderne levenskunst kunnen helpen geen transcendente oorsprong maar een diepte in het zelf, met spirituele èn ethisch-politieke lagen te ont-dekken? Deze vraag vervolg ik in de derde uit de reeks.

De complete literatuurlijst van deze serie is via levenskunst-en-levensgeluk-literatuur te vinden.

[1] Bron: Celsus-Bibliotheek in Efese
[2] Bron: Serpiente alquimica

Heidi Muijen

van Thymia, filosofische praktijk voor levenskunst en creatieve ontwikkeling te Weesp heeft in 2016 de Stichting Quest for wisdom foundation opgericht. Het eerste project van de stichting is de digitale spelvorm game Quest for wisdom. Als tweede project wordt het Wijsheidsweb ontwikkeld. Heidi Muijen is ontwerper van het filosofisch-mythische bordspel Mens, ken je zelf en van de ont-dekkende dialoogvormen Wat is de kwestie?-Wat is de questie!.