Levenskunst & Levensgeluk — 10

0

Van kuddegeest naar kosmopolitisme

Heidi Muijen

Een onderzoek naar “Het spirituele is politiek — het politieke is spiritueel!”, Civis Mundi digitaal, in 2016-11 — bewerkte versie op het Wijsheidsweb 2019-03

Met dank aan Joke Koppius voor haar waardevolle inbreng bij de totstandkoming van deze reeks!

deel 1deel 2deel 3deel 4deel 5deel 6deel 7deel 8deel 9deel 10deel 11deel 12

Inleiding

In Civis Mundi Digitaal participeer ik met een artikelenreeks aan het thema Filosofie van de Levenskunst. Deze reeks wordt op het Wijsheidsweb — in delen bewerkt en herzien — opnieuw gepubliceerd.

Met deze reeks wil ik bijdragen aan de ontwikkeling van een laatmoderne levenskunst die antwoord geeft op noden van deze tijd. Er is met name inflatie van morele noties en andere waarden ― hoe het betekenisvolle te bewaren in de privésfeer, in professionele praktijken en publieke domeinen?
Dit is filosofisch onder andere gediagnosticeerd als ‘malaise van de moderniteit’ (Taylor, 2009). In het huidige tijdsgewricht worden waarden in het maatschappelijk leven onder invloed van de betekeniseconomie identiek aan marktwaarden en ‘ieders eigen smaak en keuze’. Daarmee ontstaat er betekenisverlies in (de duiding van) individuele en collectieve ervaringen.

De artikelen vormen stappen op een verkenningstocht, gericht op het ontwikkelen van een ethisch-politiek bewustzijn teneinde aan het gebrekkige begrip ‘postmoderniteit’ een positieve invulling te geven.
Aan de hand van mythen, filosofen en actuele vraagstukken verken ik meanderend het verschralen van ‘geluk’, ‘authenticiteit’, ‘spiritualiteit’ en andere thema’s van (populaire) levenskunst.

Doel is die begrippen te verrijken door ze in samenhang te bezien als aspecten van levensgeluk vanuit wijsheidstradities en filosofische levenskunst.

het rad met de vijf elementaire velden en 16 interculturele wegen
Afbeelding 1: Het Rad van interculturele levenskunst — de basis van de drie Quests van de QFWF

De artikelenreeks mondt uit in de noodzaak een relationele en interculturele invulling te geven aan een laatmoderne levenskunst. Als voorstel hoe deze langs verschillende wegen te ontwikkelen is er een ‘Rad van interculturele levenskunst’ geschetst, geïnspireerd op de symboliek van de vijf elementen als vrucht van en richtingaanwijzer voor levende ontmoetingen en verhalen, spel en dialoog.

In het eerste deel is het ‘postmoderne’ zin- en betekenisverlies geproblematiseerd en de onderzoekroute uitgezet.
In het tweede deel is de weg vervolgd aan de hand van het Oedipusverhaal. Dit verhaal is in verband gebracht met de ‘postmoderne nomade’ als metafoor voor de mens voor wie het bestaan zelf zin geeft, zonder transcendente oorsprong en bindende conventies.
In het derde deel is het ‘ken uzelve’ onderzocht als grondmotief van de westerse wijsheidstraditie en sleutel voor het vinden van samenhang tussen kennis van zichzelf èn kennis van de wereld.
Het vierde deel grijpt terug op dit grondmotief teneinde sociale aspecten van levenskunst te ontwikkelen als antwoord op crises in laatmoderne tijden ― in publieke sectoren, in het bijzonder onderwijs en zorg.
In het vijfde deel is verkend hoe ethisch-politieke bewustwording rond de spil van ‘het volle leven’ draait, die licht èn schaduwkanten, privé en publieke domeinen omvat.
Om de samenhang van tegendelen verder te onderzoeken is in het zesde deel het begrip ‘spel’ tot een ‘ludische’ invalshoek uitgesponnen.
In het zevende deel is de maatschappelijke ‘Pursuit of Happiness’ beschouwd als een sociaal samenspel, waarin vooral aan de hand van Nietzsche en Nussbaum morele en machtsmotieven met elkaar worden verbonden.
Het achtste deel cirkelt rond het vraagstuk naar de plaats van de mens èn van ‘intelligent design’ in een posthumanistisch tijdperk.
In het negende deel is in antwoord op Harari’s visionaire beeld van de mens als een ‘achterhaald algoritme’ de noodzaak geschetst inzicht te verkrijgen in de parallelle dynamiek tussen individu en collectief teneinde wenselijke veranderingen te entameren in open systemen (sociaal, ecologisch, economisch).
Dat hiervoor een ontwikkeling van ‘kuddegeest tot kosmopolitisme’ nodig is, wordt in dit tiende deel betoogd, aan  de hand van Couwenbergs perspectief van ‘glocalisering’ en hoe het ideaal van wereldburgerschap meandert op een ‘wijze middenweg’ tussen Oost en West, vanuit een ethisch aangedreven politiek van respectievelijk het Confucianisme en de Stoa. Het ideaal van ‘de edele mens’ en een utopische verbeeldingskracht is daarin verbonden met een realistische visie op mens en politiek.

De kosmopolis als een sfeer

Het sferologische ontwikkelingsdrama — de intrede in de geschiedenis — begint op het moment dat individuen ophouden polen te zijn in een veld van twee-eenheid en zich begeven in de multipolaire werelden van de volwassenen. Het is onvermijdelijk dat ze, zodra de eerste bel uiteenspat, een soort psychische emigratieshock te verwerken krijgen, een existentiële ontworteling. Ze maken zich los uit hun infantiele toestand en leven niet langer volledig in de schaduw van de ander met wie ze een twee-eenheid vormden; voortaan zijn ze bewoners van een uitgebreide psycho-sociosfeer. Hier voltrekt zich de geboorte van het ‘buiten’ …

Sloterdijk, 2005, p. 42

Hoe dragen we allen ‘ongewild en onbedoeld’ bij aan de grote problemen, waarmee we dagelijks worden overspoeld? Het gaat om complexe grensoverschrijdende vraagstukken.

Afbeelding 2: kuddegeest[1]

Kenmerkend hiervoor is dat ze op elkaar ingrijpen en elkaar versterken: verschralende zorg voor ouderen, eenzamen, toenemende depressieve en suïcidale klachten van jongeren en professionals die uitvallen wegens burn-out, de hysterische xenofobie door de confrontatie met vluchtelingen, schrijnende armoede versus excessieve rijkdom, etnisch-religieuze conflicthaarden op het wereldtoneel en raciaal geweld, falende modellen (economisch, verzekeraars) om de gezondheidszorg goed te organiseren, … enz. Het vraagt vertrouwen de moed niet in de schoenen te laten zinken bij deze waslijst en je af te vragen: hoe kan ik in mijn invloedsfeer, hoe kan ieder op eigen wijze en liefst ook met elkaar, bijdragen aan een kanteling van crises naar kansen voor het creëren van een nieuwe wereldordening?

Deze nijpende vraag vormt de aanleiding voor mijn pleidooi voor een ontwikkeling van kuddegeest naar kosmopolitisme. Het ideaal van wereldburgerschap vraagt zowel om een bewustzijnsontwikkeling als om het samen bouwen aan passende maatschappelijke praktijken. Juist die combinatie van inzicht en praxis, het samenkomen van een ‘spirituele’ en ‘politieke’ bewustzijnsontwikkeling, zie ik als kern van een interculturele levenskunst. Voornoemde problemen kunnen we niet aan de politieke (wereld)leiders overlaten met machiavellistische ‘verdeel en heers’-politiek, het verspreiden van vriend- en vijandbeelden door het aanwakkeren van vreemdelingenhaat en een kuddegeest met (varianten op) ‘America first’.

Naar een mondiaal bewustzijn?

Grensoverschrijdende problemen zoals klimaatverandering en vluchtelingenstromen, trekken zich niets van landsgrenzen aan en zijn niet ‘op te lossen’ met het bouwen van een muur.
Muren zijn het symbool van de oude wereldorde. De wereldproblemen vragen meer dan technologische oplossingen en symptoombestrijding; en in plaats van onderbuikretoriek, het optuigen van bureaucratie juist een gemeenschappelijke en creatieve aanpak.

Afbeelding 3: de oude wereldorde met muren tussen culturen[2]

Zowel in de vorm van concrete samenwerking als in de zin van een mondiaal bewustzijn. Iedereen heeft een steentje bij te dragen om verschil te maken! Hieronder werk ik deze stellingname uit in dialoog met filosofische stromingen en wijsheidstradities, die ervan uitgaan dat ‘wij’ uiteindelijk tot één ‘soort’, de menselijke familie, behoren en samen met andere aardbewoners een gemeenschap vormen!

De huidige realiteit dat we met veel verschillende volkeren en culturen op wereldschaal hebben samen te leven vraagt voortdurende afstemming met elkaar, net zoals bij het samen uitvoeren van een muziekstuk! Dat wist reeds Pythagoras in de 6e eeuw v.o.j., dat wij als ‘harmonie der sferen’ deel zijn van een kosmisch samenspel. Het ontwikkelen van een mondiaal en kosmisch bewustzijn is daarom niet alleen een spiritueel thema maar een politiek issue: het heeft urgentie als actuele opgave voor ons allen.

Een hernieuwd besef van wie wij zijn en wie bij ‘ons’ hoort, is het ontwikkelingsdrama waarvoor wij staan. Wat hiervoor nodig is spiegel ik in Sloterdijks beeld van sferen met de geboorte van een ‘buiten’ als metafoor voor een existentieel ontwortelingproces. Deze metafoor impliceert een ‘binnen’. Een primaire vorm van wederkerigheid die zowel individueel als collectief een ijkpunt identiteitsvorming geeft: voegt het binnen zich nog steeds naar het buiten, en andersom? In een ontmoeting (tussen mensen en tussen culturen) staat de begrenzing tussen sferen op het spel, het herijken van de grens en wie tot de ‘eigen’ sfeer behoort.

Leven in een multiculturele samenleving is leven in een multipolaire sfeer. Wereldburgerschap vraagt een ruimhartigheid te ontwikkelen waarin alle burgers als ‘naasten’ worden erkend. Het verbond van de mondiale gemeenschap vormt het binnen en de dampkring de buitengrens van een kosmopolitische geosfeer. Een waagstuk, want het is de vraag, bezien vanuit Sloterdijks metafoor, of dat sferologische oprekken buffers heeft, zodat het ‘project kosmopolitisme’ niet als een zeepbel uit elkaar spat!

Spanning tussen het locale en het globale

Het doordenken van deze opgave vraagt een ‘postmodern’ perspectief op het proces van civilisatie; het vraagt een alternatief voor de moderniteit als globaal beschavingsmodel. Een interessante visie beschrijft Wim Couwenberg in Civis Mundi #39. Terecht wijst hij op het belang van locale contexten en identiteiten bij het ontwikkelen van een globaal bewustzijn. Hij noemt dit glocalisering, als alternatief voor het anonieme en grofmazige proces van globalisering. Diens perspectief op ons vraagstuk wijst erop dat dit proces een dynamiek tussen twee polen nodig heeft: aandacht voor wat dichtbij ligt in de eigen invloedssfeer en tegelijk het besef hoe dit locale te plaatsen in ruimere contexten.

Afbeelding 4: Kosmopolitisme is sferologisch een uitdaging…[3]

De verbinding met de macro-pool, het mondiale ‘wij’, behelst de kunst de spanning tussen beide polen vol te houden en zich niet te verschansen achter veilige muren van een ‘oude’, als absoluut ervaren, identiteit. We moeten opschalen! Net zoals we onze nieuwe landgenoten “Marokkaanse, Turkse, Poolse, Antilliaanse, … enz. Nederlanders” noemen, heeft iedereen nu een dubbele identiteit als “Nederlandse, Britse, Ghanese, Australische … wereldburger”.

In plaats van het spannende van dit proces te economiseren (te dumpen op de neoliberale markt), te politiseren (in handen te geven van dictators van de wereldmachten) of te ideologiseren (over te laten aan religieuze twisten en daadwerkelijke strijd) is het juist de kunst dat wij leren omgaan met de spanning tussen de nationale en de mondiale pool in onszelf.

Wereldburgerschap als nomadische levenskunst

Te balanceren ‘tussen’ beide polen zou de ‘nomadische’ levenskunst kunnen zijn, die we nodig hebben om wereldburgerschap te ontwikkelen. Psychologisch gezien gaat het om een individuatieproces (Jung, 1950; 1993): naarmate meer mensen een stevige bodem in zichzelf vinden, is er minder ‘blut und boden’-ideologie nodig.
Volgens Sloterdijks ‘sferologie’ is er een balans nodig tussen centripetale krachten — het streven van groepen zich af te schermen van anderen en het vooropstellen van het eigen belang, hoorbaar in motto’s zoals “eigen volk eerst” — en centrifugale krachten, gericht op het optimaliseren van levensgeluk voor de gehele geosfeer, met waarden als culturele diversiteit in een open samenleving.

Globalisering als ‘neoliberaal’ project gericht op het oprekken dan wel inperken van de ‘buiten’-grenzen zonder de ‘binnen’-sfeer mee te nemen, zal gaan ‘wringen’. Een evenwichtig proces vraagt afstemming tussen de politieke en ethische aspecten van die ontwikkeling. Het ideaal van ‘wereldburgerschap’ dient te berusten op een evenredig engagement voor zowel locale belangen als globale issues.

De lokale en leefbaarheidspartijen zijn daarin onevenwichtig. Politieke antwoorden die alleen één issue of een groep betreffen zijn niet meer geloofwaardig in een globale, complexe werkelijkheid met in elkaar grijpende problemen. Hetzelfde geldt voor een politiek zonder legitimiteit (anders dan de 50% + 1 democratisch gewonnen stemmen). Zoals het ‘managen van de BV Nederland’ met boekhoudermentaliteit, zonder inspirerende visie over de toekomst en het onderkennen van de grote ethische vragen van deze tijd. Het onderkennen van ‘questies’ ten aanzien van een rechtvaardige verdeling van bezit en grond, en van gemeenschappelijke en verschuivende verantwoordelijkheden, geven de politiek haar bestaansrecht.

Afbeelding 5: Nomadische levenskunst — foto Joke Koppius

De ontwikkeling naar een kosmopolis vraagt van verantwoordelijken in de nieuw te vormen politieke ordening te kunnen meanderen in het spanningsveld tussen idealisme en realisme. In plaats van een politiek die uitgaat van de (verabsoluteerde) egoïstische natuur van de mens en het machtstreven van heersende elites, een politiek die zich laat inspireren door ethiek en utopisch denken. Ondanks evident egoïsme en ‘Realpolitik’ zijn er in de wereld verschijnselen die wijzen op liefde en hoop als reële krachten. Daarom getuigt het van realisme wanneer politici ook de waarden en idealen serieus nemen van de tradities waaruit ze voortkomen. Deze tijd vraagt een hernieuwde schakeling tussen ethiek en politiek, wil ‘het politieke bedrijf’ niet algeheel ont-wortelen. Hoogste tijd te herbronnen, ook door te putten uit wijsheidstradities van andere culturen!

Realisme èn idealisme

Reeds eeuwen terug is het politieke ambacht beschreven als de kunst in te spelen op onderbuikgevoelens en beeldvorming van de massa.
Machiavelli vergeleek de goede bestuurder (de vorst) met de leeuw, het inzetten van machtsmiddelen, en met de vos, het strategisch kunnen denken en slim bespelen van angst, haat en bijgeloof. Zou de uil ook een voorbeeldig dier kunnen zijn, waarin de wijze bestuurder zich kan spiegelen? De werkelijkheid is gelukkig veelkleurig en laat zich niet in dualistische schema’s en monomane visies vangen.

Egoïsme èn altruïsme

De zwartkijkers onder ons hebben genoeg bewijs voor pessimisme en de slechte inborst van de mens. Zij hoeven slechts de knop van het wereldnieuws aan te zetten en triomfantelijk op ‘de feiten’ te wijzen. Met een stuitend eerlijk cynisme roepen ze op de moordenaar, graaier en hater in jezelf te ontdekken. De idealistische geesten onder ons zien evenwel een andere kant. Zij wijzen erop dat in de kern nagenoeg alle filosofisch-religieuze levensoriëntaties en ethische systemen gebaseerd zijn op een onbaatzuchtige vorm van liefde en goede wil! Steeds zijn er grote leiders in moreel opzicht geweest, zoals Gandhi en Mandela, Etty Hillesum en moeder Theresa, die tot op de dag van vandaag mensen inspireren op een weg van compassie. Voor velen maakt hun levende voorbeeld het verschil om te kunnen blijven geloven in het goede van de mens, ondanks evidente voorbeelden van terreur en geweld in de wereld.

Als we onbevangen het menselijk bedrijf aanschouwen, zien we om ons heen zowel afschuwelijke daden van haat en agressie als ontroerende uitingen van liefde en medemenselijkheid. De gevaarlijkste geest uit de fles is misschien wel de onverschillige, dodelijke verstandigheid. Al zou er een ‘sluitend bewijs’ zijn dat de menselijke natuur slecht ‘is’ of de meerderheid toch meer egoïstisch dan altruïstisch, dat ontslaat ons niet van de verantwoordelijkheid steeds zelf keuzes te maken in het leven…

Ethiek als oproep

Zo zijn de eigen opvattingen over ‘goed en kwaad’ en vooral concrete daden mede van invloed op het te verzamelen bewijsmateriaal over de ‘goede’ dan wel ‘slechte’ inborst van de mens! Deze kwestie kan daarom niet wetenschappelijk worden besloten. Ze blijft als een ethisch appel klinken, een oproep tot een politieke stellingname, hoorbaar in de verguisde doch moedige uitspraak

“Wir schaffen das”

van Angela Merkel in het vluchtelingendebat.

Ondanks dat psychologie, biologie en hersenonderzoek interessante gegevens over de hard ware van de menselijke natuur ontdekken, is het vooral de vraag hoe we de morele soft ware willen ‘herprogrammeren’. Er dunkt mij enerzijds een kort lontje en anderzijds een overdaad aan verstandigheid te zijn ingebracht in het ‘programma homo sapiens’.

Het maken van een ‘kostenbaten-analyse’ is voor velen een tweede natuur geworden, als begerige consument, ambitieuze werknemer of slimme ondernemer. Die analyses dienen steeds vlugger te worden gemaakt om tijdig in te spelen op kansen.
Een sfeer van versnelling staat haaks op de ruimte en stilte die nodig is ‘de oproep’ (het ethisch appèl) te horen. Wat de mens eens tot voordeel strekte — de grijze massa — vormt nu een bedreiging! Zowel in de zin van onverschilligheid van de massamens als wat betreft een eenzijdige ontwikkeling van de bovenkamer.

Afbeelding 6: interculturele levenskunst: fijnzinnig weven aan een fijnmazig web — foto Joke Koppius

Een oproep wereldburger te worden vraagt heilige huisjes op te geven, zoals die van de verstandige consument in een risicosamenleving. Of van de onverschillige cynicus, die ervan uitgaat dat je als enkeling toch geen verschil kunt maken op de wereldschaal van onrecht en geweld.
Juist zo’n verstandige houding kan uitmonden in morele blindheid, lamheid en doofheid. Immers: ogenschijnlijk neutraal en slim consumentengedrag heeft ook morele consequenties! En andersom hebben ethische keuzes reële effecten.

Elke daad is verbonden in een fijnmazig relationeel web met wederdiensten door ecologische, economische, sociale, culturele en emotionele vormen van uitwisseling. Of mensen zich daarvan bewust zijn of niet. De patronen van wisselwerking kunnen meer reactief of responsief, meer onbaatzuchtig of berekenend van aard zijn, meer of minder gewelddadig en economisch uitbuitend zijn.

Couwenbergs visie op glocalisering zou ik willen verbinden met een interculturele levenskunst, gebaseerd op een responsieve houding en oproep tot betrokkenheid. De filosofische sleutel voor zo’n ‘ethos’ kan het besef van wederkerige afhankelijkheid en (menselijke) kwetsbaarheid zijn. Zulk doorleefd inzicht opent het hart laat en morele geraaktheid toe.

Wereldburgerschap als ‘ethos’

Wereldburgerschap vooronderstelt een ethos van betrokkenheid in de geest van Merckels “Wir schaffen das” en Obama’s “Yes we can”. Zij spraken zich uit voor een wending naar eigenaarschap van iedere burger.
Zou dat ook een politieke sleutel kunnen zijn voor het inrichten van kweekvijvers voor glocalisering? In plaats van een berekenende ‘oplossing’— het maken van een rekensom hoe het aantal vluchtelingen te reduceren en te beheersen door politieke deals tussen de landen — een oproep tot wereldburgerschap met plichten en rechten.

De oproep richt zich op de kosmopolis als vrucht van een ‘nomadische levenskunst’: met recht op het overschrijden van grenzen en doorkruisen van ons aller planeet, niet alleen voor politici, jobhoppende expats en toeristenmassa’s, en met de plicht over en weer gastvrij te zijn en wereldreizigers welkom te heten. De versterking van de (inter)culturele as van het project Europa zou wel eens de Koninklijke weg naar kosmopolitisme kunnen zijn.

Afbeelding 7: van toeristisch kuddegedrag naar een ethos van gastvrijheid[4]

De neoliberale democratie heeft geen antwoord op de opeenvolgende crises. De samenleving als een ‘markt’ van concurrentie, individualisme en egoïsme werkt niet verbindend maar fragmentariserend.
De marktmechanismen zijn daarom slechts in naam moreel neutraal. In de praktijk staat de deur open naar een immer groeiende hebzucht en begeerte naar ‘meer winst’ en ‘snellere productie’, via nog slimmere en agressievere marketingstrategieën!

Alles van waarde is weerloos…

De vermarkting van ‘het samen leven’ resulteert tenslotte in het gegeven dat ook democratische waarden aan waarde inboeten. Ze blijken niet bestand tegen ideologische vormen van geweld, zoals die van ‘IS’. Deze islamitische terreurbeweging verspreidt een cultuur van angst, agressie, haat, fysiek en symbolisch geweld via in- en uitsluiting van de heilig verklaarde ‘kuddegeest’.
Westerse democratieën vestigen minder gewelddadig en openlijk de eigen identiteit op het bestrijden van ‘de vreemde ander’ via disciplinering en normalisering. Zo is de term ‘allochtoon’ niet meer politiek correct, evenwel achter de nieuwe, ogenschijnlijk ‘neutrale’ naam van ‘medelanders’ blijft een sociaal polariserende dynamiek werkzaam.

Het letterlijke en ideologische geweld van ‘IS’ is kennelijk niet alleen angst- en haatzaaiend, maar ook aantrekkelijk voor zich uit de ‘westerse samenleving’ buitengesloten voelende jongeren. Daarom wordt het fort Europa niet alleen van buitenaf bedreigt, juist ook van binnenuit!
Net als bij een auto-immuunziekte verspreidt de neoliberale ideologie zo zelf het gevaarlijkste virus doordat sociale waarden in naam van de economie van winstmaximalisatie en efficiency ‘vermarkt’ worden.
Het resultaat is een dubbele verbrokkeling van het fundament van sociaaldemocratische waarden. Enerzijds uitholling van binnenuit en anderzijds van buitenaf door ideologische agressie en terreurdaden van groepen, die de westerse levensstijl veroordelen — en een ‘levensstijl van verzet’ aanbieden aan ‘tweederangs’ burgers die zich buitengesloten voelen.

Dat betekent dat ‘het westen’ met steeds meer ideologische concurrenten op ‘de internationale markt van waarden en identiteiten’ te maken krijgt! Een ideologie zoals die van ‘IS’ is voor de vijand een terreurgroep, voor vrienden een bevrijdingsleger. Interculturele levenskunst heeft deze polariserende dynamiek te onderkennen, zonder het ideologisch goed te keuren, en er een andere beweging tegenover te stellen. Dat kan alleen door buiten het zwart-wit ‘vriend-vijand’-denken te blijven.

Vechten, vluchten, vrijen

Er schuilt een risico in de (terechte) ethische veroordeling van het brute IS-geweld en de onderdrukkende ideologie. Het gevaar ervan is dat het veroordelen gepaard gaat met een even gewelddadig ‘ethos’. Oog om oog, tand om tand! Verdediging en strijd zijn soms onvermijdelijk en lijken de enige mogelijkheid te zijn.

Afbeelding 8: de derde liefdevolle weg van het midden [5]

Welke andere respons is er mogelijk in plaats van een letterlijke en figuurlijke strijd aan te binden? De natuur laat de mens drie wegen bewandelen: vechten, vluchten of vrijen! Die laatste optie is ook op het geopolitieke toneel het meest vruchtbaar. Opgevat als liefde wijst die derde weg in de richting het ‘sferische binnen’ op te rekken en dialogisch met vertegenwoordigers van lokale gemeenschappen af te stemmen en samen antwoorden te vinden.

In plaats van te vechten om het gelijk of te vluchten in een moreel-grijze (neoliberale) onverschilligheid gaat het hierbij om een wijze (solidaire) weg van het midden. Wat een waagstuk! Op het wereldtoneel de strijdbijl begraven en als mensheid ‘de sociaal-democratie’ op grotere schaal uitvinden. Dat vraagt ook een verzoenende taal van wereldleiders, door middel van zaadjes van betrokkenheid, op basis van inter- en transculturele waarden…

Een interculturele weg van het midden

Anders dan een ‘politieke oplossing’ betekent de derde weg van ‘het dialogische midden’ een relationele wending van mono- naar interculturaliteit. Deze hoeft niet op de schaal van de geopolitiek te beginnen. Reeds vanuit de kleine schaal van sociale en culturele groepen kan ze groot verschil maken. Deze weg is niet alleen idealistisch, juist ook realistisch: vertrekkend van de ervaringsbasis dat mensen verbonden zìjn met elkaar als aardebewoners, levend in grotere ecologische verbanden. De ‘ethos’ van interculturele levenskunst vertrekt van wederkerigheid en betrokkenheid in plaats van absolute claims door groepsidentiteiten op basis van ras, gender, etniciteit, monocultuur of religie. Anders dan ‘het vanzelfsprekende’ van een kuddegeest en bloedbanden, is het voor de dialogische weg nodig je uit te spreken!

De kern van deze weg is moed en bewustwording, niet alleen rationeel maar vooral relationeel: in plaats van reactief, sensitief en responsief handelend. Richtingen van deugdethiek en levenskunst uit oost en west, noord en zuid wijzen wegen hoe morele emoties zoals ontroering en bekommernis (Nussbaum, 2014) te cultiveren opdat de grond voor ontmoeting en dialoog vruchtbaar wordt gemaakt. Zouden ook verschillende groepen en culturen elkaar op die basis argeloos, liefdevol en met deernis kunnen ontmoeten? De wending van multi- naar interculturaliteit betekent dat je existentieel als mens en niet in naam van geslacht, cultuur of religie (of ander lidmaatschap van een sociale groep) altijd verantwoordelijk en aanspreekbaar blijft. De existentiële ‘bottom line’ is dat we tot één familie behoren: de mensen- en aardegemeenschap.

Sferisch gesproken richt deze weg zich zowel op een ‘buiten-’ als een ‘binnen’-kant, zichtbaar als multiculturele verkleuring van wereldsteden en winkelstraten, de kwaliteit van het samenleven verrijkend: culinair, op modegebied, met muziek en dans — zoals bijvoorbeeld het jaarlijkse zomercarnaval in Rotterdam, dat sinds 2016 op de lijst met immaterieel (inter?!)cultureel erfgoed staat! Op die manier is er wellicht steeds een andere buitengrens van de geosfeer te ontdekken, die de binnensfeer van het goede samenleven een transculturele, verspringende horizon geeft. Zou dit een dynamiek van glocalisering kunnen zijn richting de kosmopolis?

Kosmopolitisme tussen utopisme en realisme

Afbeelding 9: Confucianist Xun Zi[6]

“Hemel en aarde zijn de oorsprong van het leven, riten en plichten zijn de oorsprong van een ordelijke samenleving, de edele is de oorsprong van riten en plichten. (…) Zonder de edele zouden de hemel en aarde geen patroon hebben en riten en plichten geen eenheid.”

Xun Zi[7]

In dit citaat van de confucianist Xun Zi (312 – 230 v.o.j) lezen we over een ‘kosmopolis’ op basis van ‘de ethos’ van de edele mens. In dit ideaal vervullen riten een schakelfunctie tussen ethiek en politiek. Het lijkt op een wijze middenweg tussen een realistische en idealistische politiek. Xun Zi’s geloof in een harmonie tussen hemel en aarde, goden en mensen mag in archaïsche taal zijn gegoten maar is zeker niet naïef: het gaat uit van de natuur van de mens, die voortgedreven wordt door een oneindig verlangen, dat zich uit in hebzucht en berekening.

In dit opzicht is zijn visie vergelijkbaar met westerse filosofen, zoals Machiavelli, Hobbes en Spinoza. De instituties en riten ziet Xun Zi als een antwoord op de menselijke conditie: wanneer het streven naar de bevrediging van begeerte geen maat of grenzen kent, zal onvermijdelijk concurrentiestrijd ontstaan. Strijd leidt tot chaos, en chaos tot gebrek.

“De vroegere koningen hadden een afkeer van die chaos en daarom stelden zij riten en plichten in om er paal en perk aan te stellen en aan de menselijke verlangens tegemoet te kunnen komen.”[8]

Zo dient ‘de hebzuchtige en agressieve natuur’ van de mens beteugelt te worden in de politieke orde, waardoor er stabiliteit is en ruimte voor ‘de edele mens’ een rechtvaardige samenleving in te richten. Interessant intercultureel gegeven is dat dit ethisch-politieke ideaal van rechtvaardigheid zowel in oost als west omstreeks dezelfde tijd is ontwikkeld. Zowel het confucianisme als de filosofie van de Stoa zien in het cultiveren van de ‘edele inborst’ van de mens een mogelijkheid voor het organiseren van een rechtvaardige samenleving.

De stoïcijnse klassieke stroming van levenskunst kreeg veel invloed vanaf de 4e eeuw v.o.j. door Griekse filosofen rond Zeno van Citium tot in de eerste eeuwen n.o.j. met Romeinse staatslieden en politiek filosofen zoals Epictetus, Marcus Aurelius en Seneca. Hun kosmopolitische ideaal was gefundeerd in de menselijke natuur, die in wezen redelijk (lees: rechtvaardig) is door haar verbinding met de wetmatige ordening in de kosmos, de logos. Het stoïcijnse adagium ‘volg de natuur’ vormde het ethische fundament voor een redelijke wereldorde. De westerse ‘ethos’ van praktische redelijkheid en de oosterse rituele praktijken van het zich invoegen in een kosmische ordening geven het politieke ideaal van de kosmopolis twee stevige pijlers en eerbiedwaardige tradities.

De klassieke idee van een geordende en rechtvaardige wereld werd in de Verlichting opnieuw opgepakt, onder andere door Immanuel Kant in zijn geschrift Zum ewigen Frieden uit 1795. Deze Rationalistisch filosoof verlegde het accent voor een vreedzame en geordende wereldsamenleving van de redelijke natuur van de mens (ethiek) naar een redelijk verdrag tussen volken (politiek) op basis van onvervreemdbare rechten van de mens en het volkerenrecht.

Afbeelding 10: Confucianistisch altaar[9]

Het Confucianisme bloeit tot op de dag van vandaag in China. In het westen kreeg de stoïcijnse visie op levenskunst een negatieve klank en ontwikkelden ethiek en politiek zich steeds meer als onderscheiden disciplines.
Daarbinnen ontstonden twee stromingen, op basis van een ‘idealistisch’ en een ‘realistisch’ mensbeeld. Politiek realisten zoals Hobbes en Machiavelli benadrukten de ‘slechte’ inborst van de mens — de mens is de mens een wolf — als argument voor het installeren van een overheersend staatsapparaat en rechtsorde. Een politieke ordening werd ook vanuit tegenovergestelde visie verdedigd door de traditie van filosofische en literaire utopieën. Met onder meer Plato, Moore, Bacon, Orwell en Huxley als belangrijke woordvoerders (Achterhuis, 2006), voortbouwend op de idee van een sociale natuur van de mens en veeleer op de grondstemming van de hoop dan op een cynisch realisme.

Utopisten, anarchisten, socialisten en kunstenaarskolonies

In de 19e en 20e eeuw waren er diverse sociale experimenten. Voor de zogenoemde ‘anarchisten’ vormde de goede inborst van de mens het baken voor hun sociale engagement en voor het stichten van ‘kunstenaarskolonies’ rond filosofen als Proudhon, Bakoenin en psychiater en schrijver Frederik van Eeden.

In de vorige eeuw ontstonden er interessante kruisbestuivingen tussen ecologisch en sociaal engagement, tussen spiritueel en politiek geïnspireerde geesten en groepen, die natuurbeleving, milieubehoud en sociale programma’s met elkaar verbonden. Bijvoorbeeld door de visie Small is Beautiful van Schumacher en de Deep ecology movement in de jaren ‘70 op basis van het werk van de Noorse filosoof Arne Naess.

In die traditie kwam de groenlinkse politiek in de jaren ‘80 en ‘90 op en de ‘anders globalisten’ in de decennia daarna, die zich verzetten tegen de ‘neoliberale stoomwals van globalisering’. Een interessant punt van kritiek, dat mede aan de basis ligt van de zwakker wordende nieuw-linkse stemmen in het maatschappelijke debat, is dat zij zich vooral als verzetsbeweging profileerden en nauwelijks een alternatieve sociale visie boden, wat voor een politieke beweging wel nodig is wil zij langer gedijen.

Hoe verschillend genoemde filosofieën en bewegingen onderling ook mogen zijn, een positief mensbeeld met utopisch denken vanuit het principe hoop (Bloch, 1985) verbindt hen onderling. Juist die sociale hoop met een visionair perspectief op ‘de goede samenleving’ lijkt een verbindende rode draad te vormen. Cruciale nuance hierbij is of de utopische verbeelding van een mogelijke betere wereld de ruimte open houdt voor alternatieven of deze uitsluit met het geven van een blauwdruk voor ‘de ideale wereld’. Die laatste beweging geeft namelijk een vrijbrief voor intolerantie en geweld tegen andersdenkenden.

Verbeeldingskracht èn ideologiekritiek

Afbeelding 11: Kunstenaarskolonies als sociale broedplaatsen[10]

Zo verbond Plato aan zijn ontwerp van de ideale staat de consequentie dat dichters als gevaarlijke oproerkraaiers en bespelers van de verbeeldingskracht de mond gesnoerd of uit het land geweerd zouden moeten worden. Ook de technocratische utopie van Francis Bacon, evenals de anarchistische methode van het stellen van een politieke en gewelddadige ‘daad’ en de marxistische droom van een revolutie door het proletariaat zijn gebaseerd op een onderdrukkende, van bovenaf geleid ontwerp.

Het ‘utopische denken’, op basis van hoop en verbeeldingskracht vormen de baarmoeder voor het goede leven. Tegelijkertijd is er een ideologiekritische invalshoek nodig de beelden over een ‘paradijselijke samenleving’ te munten en relativeren, zeker wanneer politieke idealen naar een mondiale orde moeten worden opgeschaald.

Couwenbergs perspectief van glocalisering helpt voorkomen het complexe politieke vraagstuk van globalisering te reduceren tot een versimpelde keuze tussen opposities: Neoliberalisme of socialisme? Een top down of bottom up benadering? Voorbij het binaire denken en strijdmodel vanuit de oude politieke systemen op de links-rechts as…

Veeleer lijkt het nu te gaan om een maatschappelijke kanteling voor het verbinden van mensen en concretiseren van visionaire ontwerpen in locale contexten als tijdelijke arrangementen. Zo kan er een ‘glocale’ inhoud worden gegeven aan het grootse politieke ideaal van de kosmopolis. Bijvoorbeeld door te experimenteren met het basisinkomen, initiatieven op basis van een circulaire economie en ‘multiculturele verhalenhuizen’ als proeftuinen voor interculturele levenskunst.

Van mono naar inter- naar transcultureel

Het ‘inter’ betekent ‘tussen’ en verwijst naar de kunst de ruimte open houden voor een ‘polyloog’: ontmoetingen die leiden tot transculturele verbindingen, door middel van spel, dialoog, storytelling en andere relationele praktijken. Niet alleen pratend maar ook verbeeldend, musicerend, dansend, … en gecombineerde mediale vormen die de emotionele en morele intelligentie van mensen aanspreken. Zo kan aanstekelijk getoond worden hoe andere culturen en groepen waarde toevoegen aan ‘het goede samenleven’.

Er is praktische wijsheid nodig en transculturele bouwstenen voor het vinden van passende rituelen voor ontmoetingen tussen culturen die groepen met elkaar verbinden, door het delen van verhalen van hoop, samen eten, muziek maken enz. De basis voor het ontwikkelen van zo’n kosmopolitische cultuur, lezen we bij filosofe Martha Nussbaum (2014). Zij legt, in haar studie over Politieke emoties en waarom een rechtvaardige samenleving niet zonder liefde kan, uit hoe een goede samenleving naast politieke instituties vooral kringen van bekommernis nodig heeft. Waar cynische geesten de liefde zelfs op het microniveau van menselijke relaties reduceren tot een nutscalculus, daar ziet deze inspirerende filosofe een cruciale rol voor haar weggelegd op de schaal van de wereldpolitiek.

Ontregelen en ontmaskeren

Afbeelding 12: een maskerade[11]

De kosmopolis vraagt een nieuw samenspel waarvoor het noodzakelijk is dat mensen onrechtvaardige spelregels ‘ontregelen’ en de ‘status quo’ problematiseren. Bijvoorbeeld door de nar in jezelf te cultiveren, die de ‘normale’ omgang met elkaar doorziet als een spel met sociale maskers (Muijen, 2014).

De ‘normaliteit’ kan als maskerade worden ontmaskerd door in een ludieke actie met elkaar de dagelijkse organisatieroutines symbolisch uit te vergroten of door alternatieve rituelen te installeren. Als ‘stoorzender’ toont de nar het vervreemdende van het ingezogen raken in een functionele rol van het organisatiespel.

Het narrig ontregelen toont een relationele ruimte achter systeemdwang. Zo ontstaat er speling, ruimte voor het unieke en het maken van een uitzondering in plaats van het blind volgen van organisatieregels die onaantastbaar lijken. Het maatschappelijk debat rond het zogenoemde ‘kinderpardon’ toont aan hoe cruciaal narrige levenskunst is.

Zou de intermediaire (symbolische) sfeer van rituelen, verhalen en vrije kunsten de brug kunnen slaan tussen het organiseren van het politieke speelveld in organisaties en het macroniveau van het wereldtoneel, opdat culturen elkaar ontmoeten in plaats van elkaar bestrijden, uitsluiten of ontkennen?

In de volgende bijdrage ga ik verder in op deze vraag door het introduceren van een metaforisch vocabulaire: beelden en woorden die verwijzen naar basale elementaire ervaringen. Aan die ervaringsbasis van een aardse, luchtige, stromende en vurige sfeer koppel ik symbolen, die intercultureel verstaanbaar zijn: het hart, het oog, de hand, de spiraal en de lemniscaat. Deze vijf symbolen verbinden elementaire gelukbelevingen en morele emoties, zoals schaamte en schuld, deernis en dankbaarheid, liefde en haat, woede en verdriet, vertrouwen en wantrouwen, eerlijkheid en eergevoel, weemoed en wrevel, enz. met een ethos van medemenselijkheid. De symbolen werken als wegwijzers hoe het vluchtige, voorbijgaande geluk van het je lekker voelen te verdiepen tot het volle levensgeluk (Schmid, 2008) door te leven in ‘elementaire sferen’ tussen mensen en culturen.

De complete literatuurlijst van deze serie is via levenskunst-en-levensgeluk-literatuur te vinden.

Noten

[1] Bron: Wilderbeest
[2] Bron: Carcassonne-luchtfoto
[3] Bron: luchtbellen
[4] Bron: Toeristen voor Anne Frankhuis
[5] Bron: Warren Cup
[6] Bron: Xun Zi
[7] Chinees filosoof uit de 4e eeuw v.o.j. in: Leeuw, van der 2010, p. 97
[8] Leeuw, van der 2010, p. 92.
[9] Bron: Confucianistisch altaar
[10] Bron: Abramtsevo by Repin
[11] Bron: Lukutas Negare

Heidi Muijen

van Thymia, filosofische praktijk voor levenskunst en creatieve ontwikkeling te Weesp heeft in 2016 de Stichting Quest for wisdom foundation opgericht. Het eerste project van de stichting is de digitale spelvorm game Quest for wisdom. Als tweede project wordt het Wijsheidsweb ontwikkeld. Heidi Muijen is ontwerper van het filosofisch-mythische bordspel Mens, ken je zelf en van de ont-dekkende dialoogvormen Wat is de kwestie?-Wat is de questie!.