Amor fati: levenskunst door het omarmen van tragiek!

0

Een zomerqueeste

Heidi Muijen

Wijsheidsweb, augustus 2021

Motto

Panta rhei ― πάντα ῥεῖ ― Alles stroomt

Potamoisi toisin autoisin embainousin etera kai etera udata epirrei ―
Op wie in dezelfde rivier stapt, stroomt steeds weer ander water toe

Herakleitos filosoof uit Efeze (540-480 v.o.j.) ― in: Claes (2011)

De kwestie: corona als tragicomedie

Wat drie jaar terug onvoorstelbaar was, is nu een kwestie: heb ik onze vakantie zodanig gepland dat we de grens naar Duitsland zonder gedoe kunnen oversteken?
Op dit moment van schrijven, nu Nederland binnen drie weken van code groen, naar geel, oranje, rood tot zwart is gekleurd, steekt de vrees op … Welke questie schuilt achter deze tragikomische kwestie?

Monument voor de reiziger[1]

Het beloofde land ― terug naar het oude normaal ― was even in zicht tussen 26 juni en 9 juli: de lockdown maatregelen mochten eraf. Onze nationale roergangers, kapitein Rutte en eerste stuurman De Jonge, verkondigden de blijde boodschap dat we dit met elkaar hadden verdiend! Het land en de grenzen gingen open: vrijheid en blijheid zinderden in de lucht en schalden vanaf de luidruchtige en overvolle terrasjes na een lange lente met avondklok.

De juichstemming over een lange vrije zomer en vakantiereizen in het verschiet werd vrijwel direct gesmoord door schrikbarend sterk oplopende besmettingscijfers …. Hoewel de vaccinatiegraad volgens het boekje verliep. Waren de cijfers op het dashboard wel goed geïnterpreteerd of blijken ze onbetrouwbaar, nog niet afgesteld op de binnengedrongen delta-variant? Misschien een onschuldig bijeffect van reislustigen die zich voor vertrek massaal moeten laten testen? De kaarten werden geschud en onverantwoordelijk feestende jongeren, de evenementenbranche en de nachthoreca kregen de schuld! Het beloofde land lag alweer voorbij de horizon.

Weliswaar nog zonder avondklok, wel de noodklok met de ‘coronabasisregels’en het advies weer thuis te werken. Gelardeerd met de vertrouwde strijdvaardige èn sleetser wordende metaforen over het ‘indammen’ van het virus.
Inmiddels klinkt het als een vanzelfsprekend heilig doel dat de middelen heiligt met steeds verschuivende horizonten. Welke nieuwe belegeringslinie is er nodig, nu het vaccin toch niet het Paard van Troje blijkt te zijn ― de nieuwe varianten meer op wendbare guerrilla’s lijken die zich niet zo gemakkelijk door het aanvalsplan laten overmeesteren … ?

Een guerrilla oorlog[2]

Voorspellen de cijfers dat de 1,5 m en mondkapjes samenleving het onvermijdelijke ‘nieuwe normaal’ blijft? Wellicht in combinatie met ander geschut van nu eens wat lichtere beperkingen van burgerlijke vrijheden en dan weer een zwaardere lockdown?

De kwestie bij de nieuwsberichten en talkshows die steeds door het gekrakeel overstemd wordt: hoe betrouwbaar zijn de cijfers ècht voor de gekozen koers en een beleid met zoveel maatschappelijke impact voor hele sectoren en individuele burgers?

Big Data & Big Brother

Zijn statistische cijfers ― Big Data & Big Brother are watching you! ― een moderne variant van de oude orakels, waarmee men het noodlot trachtte af te wenden? En wat zegt die onuitroeibare reflex de rampspoed met rituelen te bezweren? De repressieve middelen tegen de huidige onzichtbare en minuscule en daardoor ook ridicule vijand ontlokken niet alleen begrip en ‘compliance’. Ook verzet en morrelen aan de macht!
Wellicht omdat er een ernstige zaak op het spel staat! Er lijkt mij niet alleen sprake van een onderschatting van de ernst, vooral een misrekening van de aard van de zaak ― wie is de vijand van deze steeds oninvoelbaar wordende strijd, afgewisseld met een tijdelijk vredespact?

Zijn de coronamaatregelen een verdedigingslinie, waarachter een andere guerrillastrijd ― die per definitie asymmetrisch is; dus met ongelijkheid qua macht en middelen tussen partijen ― gevoerd wordt?
Gaat de questie over een strijd veeleer tegen de onvoorspelbaarheid en onvermijdelijkheid van menselijke eindigheid door dood, ziekte, rampspoed … Misschien hebben we wel met ‘corona’ te leren leven en onze basisideeën en krampachtige verhouding tot leven en dood te herijken?
Niet als questie alleen als kwestie, bezien vanuit een maakbaarheidsethos, is de boosdoener te beteugelen ― het virus in te dammen.

Complotdenken of gezonde weerstand?

Evenwel: de geschiedenis leert dat er altijd plagen waren die de mensheid teisterden! Van ‘de zwarte dood’ in de middeleeuwen[3], de door het Europese griepvirus gedecimeerde inheemse bevolking van de Amerika’s tijdens de kolonisering, de Spaanse griep ….

Hoe is het mogelijk dat mensen zijn gaan geloven dat wat evident voelbaar vitaliserend werkt ― levende ontmoetingen ― het Paard van Troje van onze onzichtbare vijand is? Dat sociale isolering en contact alleen via het beeldscherm als ‘collateral damage’ ― door een coronamurw geslagen en naar brood en spelen snakkend volk ― geslikt wordt? Gaan schrikachtige, met mondkapjes gemuilkorfde mensen het straatbeeld en publieke ruimten bepalen?

In het ergste geval: een permanente staat van beleg als status quo met vereenzaming, ophopende irritatie, verzet, sociale en economische malaise, maar ook grote winsten door de vaccinfarmaceuten en mondkapjes producenten. Welke schade in het maatschappelijke weefsel en sociale onderstromen zullen de komende jaren boven water komen?!

Polarisering en persoonlijke tragedies

Het lijkt mij een teken aan de wand dat ook weldenkende mensen in mijn omgeving niet zonder meer willen meegaan in de ingezette strategie. Zij willen zich bijvoorbeeld niet laten vaccineren of zich móeten laten testen teneinde ‘gewoon’ te kunnen participeren aan de samenleving ― en niet zozeer om naar megafeesten te kunnen gaan maar ook als brave burger in de uitoefening van hun beroep in de educatieve sector. Zij uiten hun zorgen over de impact van repressieve maatregelen ― wat al gauw wordt gelabeld als complotdenken ― dat in hun beleving het middel erger is dan de kwaal en ernstig inbreuk doet op de kwaliteit van leven. Verbijstering dat het teveel aan ingevroren vaccins weggegooid wordt en niet benut!

Complotdenkers[4]

Wat doet het onderlinge onbegrip en gebrek aan dialoog hierover met mensen? Tot welke polarisering, sociale marginalisering en wanhoopsdaden kan dit leiden? Het niet serieus nemen van tegengeluiden en verzet kan ook ongerichte agressie uitlokken. In een naargeestige stemming zie ik de toenemende wanorde uitmonden in een oorlog van allen tegen allen

Tragiek op macroschaal van aardverschuivingen en op de microschaal vele persoonlijke tragedies!
Wat betreft mijn kleine en grote coronaleed: elke dag schrijnende zielepijn sinds 2 jaar dat ik mijn dochter en haar gezin in Sydney niet meer in levende ontmoeting heb kunnen zien en daar naar verwachting nog minimaal een jaar op zal moeten wachten. Het brengt mij in verwarring en ik voel mij gedesoriënteerd in mijn eigen leven.
Braaf neem ik de vaccins, niet zozeer gemotiveerd voor mijn eigen gezondheid als wel dat ik graag wil geloven dat ik op die manier bijdraag aan de groepsimmuniteit ― en vooral omdat ik ernaar snak dat er een mogelijkheid komt mijn lieven weer te kunnen zien. Bij gebrek aan reismogelijkheden grijp ik naar de pen en onderzoek ik alweer deze kwestie; ik zou er wel een tragedie over kunnen schrijven …

Zo zal iedere brave èn rebelse burger haar of zijn eigen afwegingen hebben zich wel of niet te laten vaccineren, motieven die maar zelden een serieus onderwerp van gesprek zijn. Daarom: laten we het met elkaar hebben over coronatijden als een tragicomedie!

De questie: hoe om te gaan met tragiek?

Welke koers vaart de BV Nederland, een delta in het fort Europa, dat zich afschermt ― ook met letterlijke muren ― tegen vluchtelingen, mondiale volksverhuizingen; mede ontstaan door geopolitieke onrust en de na-ijlende effecten van het tijdperk van (de)kolonisering en ander onrecht op het ruimteschip Aarde?
Is het niet zo dat pas als de gehele wereldbevolking vredig, veilig, gezond en welvarend leeft er ook duurzame vrede en gezondheid op onze Hollandse postzegel, in belastingparadijzen en andere fata morgana’s mogelijk is?

Voor het onderzoeken van de questie achter deze kwestie neem ik eerst de tragiek onder de loep en bespreek hoe men in klassieke tijden met de onvermijdelijke eindigheid en tegenspoed in het bestaan omging door het raadplegen van een orakel. Na deze mythische wegwijzer onderzoek ik aan de hand van een filosofische wegwijzer de tragikomische kant achter het coronabeleid, repressie en machtspolitiek als eeuwenoud politiek theater.

Mythische wegwijzer: tragiek en katharsis

Oidipous en de Sfinx[5]

“Welk schepsel loopt ‘s ochtends op vier benen, ‘s middags op twee benen en ‘s avonds op drie?”

Raadsel van de Sfinx

Nadat Oidipous het raadsel van de Sfinx had opgelost, ontrolde zich de tragische loop der gebeurtenissen. Precies zoals het Orakel van Delphi had voorspeld: een trieste domper op de blijde geboorte van koning Laios’ lang verwachte erfgenaam door wiens hand hij zou omkomen …

In eerste instantie lijkt deze Griekse tragedie over een onwaarschijnlijk mythisch verhaal te gaan. In tweede instantie blijken de oude dichters, zoals Sophokles, Euripides, Aischylos, Aristophanes, in deze en andere tragedies het menselijk leven ― de condition humaine ― te beschrijven: hoe het doordesemd is van tragiek. Juist dit unieke exemplarische verhaal maakt dat we erin ook onze eigen tragiek kunnen herkennen! Zoals bekend gebruikte de psychiater Freud dit motief als basis voor zijn psychoanalytische theorie.

Tragiek als verknoping

Aristoteles besteedt er in zijn Poetica ruim aandacht aan en kent aan het doorleven van de tragedie, niet alleen door de spelers maar ook door de bezoekers aan het theater een zuiverende werking toe, de zogenoemde katharsis (κάθαρσις). Deze zou in essentie bestaan uit een omkering (περιπέτεια ofwel ‘peripeteia’) van verknoping ― ofwel de plot die mensen in een situatie in de greep houdt ― naar een ontknoping. Een omslag in de (on)gelukkige situatie, waarin de hoofdrolspelers zich bevinden.
Zoals de wending in het leven van Oidipous, die na de oplossing van het raadsel van de Sfinx door zijn eigen handelen niet alleen koning van Thebe werd, doch tragisch en onbedoeld ― omdat hij de onbekende die hem de weg belette niet herkende en met wie hij in een handgemeen geraakte ― tevens moordenaar van zijn vader werd. Nadat hij zijn vader als koning van Thebe opvolgde, werd hij ook incestpleger met zijn moeder, de koningin van Thebe, naar de voorspelling van het orakel.

Die omkering in de situatie, de ‘peripeteia’― zoals Oidipous die van koning tot moordenaar werd ― is op zich noch goed noch slecht. Volgens Aristoteles toont de tragedie dat

“het waarschijnlijk is dat veel van wat er gebeurt onwaarschijnlijk is”

Aristoteles (1982, p. 59)

Ofwel in de mond van een hedendaags dichter

“…alle gebeurtenissen zijn uitzonderingen op al die regels volgens welke ze niet gebeuren….”

Kopland, 1999, p.183.

In de tragedie zou het niet gaan om herkenning van ‘slechte’ karakters of ijdele hoop om de ‘goede’ afloop bij de ontknoping. Doch dat het publiek in het theater de kans krijgt de fouten van de hoofdrolspelers mee te beleven. Door het ‘invoelen’ en ‘naspelen’ ontstaat een situatie van kanteling, zodat men uit de ontknoping kan leren.

Amor fati

Juist de omkering in de tragiek van verknoping naar ontknoping bevat de kern van de klassieke levenskunst de ‘geworpenheid’ in het labyrint van het leven te kantelen naar een ‘levensontwerp’: hoe het centrum van het labyrint, de kern ofwel bestemming van het levenspad, op de eigen queeste te vinden?

Grieks theater[6]

De klassieke filosofen noemden deze kunst ‘amor fati’, de liefde voor het levenslot. Dat is de levenskunst wat er op je pad komt liefdevol te omarmen. Bij voorspoed is dat niet zo moeilijk, daarom gaat het juist om tragische gebeurtenissen.

Teneinde lering te trekken uit tragiek (Aristoteles, 1982, p. 57) onderstreept Aristoteles het belang het tragische gebeuren met pathos te doorleven. Geen ‘escape in kicks’ of andere afleiding, noch afvlakking van gevoel door alcohol, antidepressiva of andere drugs. Juist inleving met angst, boosheid, verscheurdheid en andere diepe emoties schept de basis voor levenslessen, die zowel spelers als toeschouwers uit een tragedie kunnen halen.

Zou hierin de questie achter de kwestie kunnen schuilen? Namelijk de vraag of wij de tragiek van de huidige situatie wel ècht onder ogen willen zien. Hebben mensen het in de huidige ‘pretpark-samenleving’ verleerd goed met tegenslag om te kunnen gaan? Hebben we ondanks de ernst van de coronasituatie haar nog niet ernstig genoeg omarmd ― zoals een goede speler in het theater zich algeheel in de rol van Oidipous heeft te verplaatsen ― teneinde een omkering van de situatie mogelijk te maken. Pas door de onontwarbare knoop in de situatie liefdevol onder ogen te zien, alle draadjes na te lopen en losser te trekken, kunnen we de verknoping in de ‘mythos’ gaan ontwar(r)en en de plot gaan begrijpen (logos)! Ik stel mij deze omkering zo voor dat we ons, zoals in het begin van de coronacrisis, ècht laten raken door het leed van mensen om ons heen (pathos). Dat ieder op eigen wijze en in ieders beperkte mogelijkheden een helpende hand uitsteekt (ethos).

Op individuele schaal is deze levenskunst lastig genoeg te ontwikkelen. Hoe zou dat op de grote schaal van de samenleving mogelijk zijn: hoe ècht en collectief te leren van de coronacrisis?

De ontknoping: de centrale rol van de kunsten

Zou ons hierbij, in het verlengde van Aristoteles’ analyse van tragiek via de principes ‘peripeteia’ en ‘katharsis’, het theater en andere toegepaste kunsten kunnen helpen in een collectief leerproces? Juist de ‘mythos’ veeleer dan de ‘logos’? Hoe zou de kunstsector ― zo ernstig geschaad door de coronamaatregelen ― een centrale rol kunnen spelen in een maatschappelijke kanteling?
De crux lijkt mij te zijn dat het in de questie niet om kunst als producten buiten ons gaat, maar om een hartslagader van de samenleving. Kunst als praxis die ons laat voelen wat menselijke waardigheid ten diepste betekent en wat ons in de situatie te doen staat. Een respons op een questie vraagt van ieder van ons emotionele betrokkenheid (pathos), het aanspreken van eigen verbeeldingskracht (mythos) en het morele appel (ethos) mee te wegen in doorleefde inzichten (logos). Door al deze intelligenties in samenhang te brengen ontstaat praktische wijsheid.
Een rijkere respons dan een kwestie vanuit ‘data’ (coronacijfers) aan te sturen!

Deze crux bouwt voort op de conclusie uit mijn voorjaarsqueeste “hoe de eenzijdige technische aanpak zelf een symptoom is van een ziekmakende oude wereldorde”[7] en hoe dichtkunst een helende taal van de ziel spreekt.

Filosofische wegwijzer: eeuwenoud politiek theater

”De show is doordrongen van de spirit van de Afrikaanse religies en tradities in Cuba. Een kenner ontcijfert de voortdurende referenties aan de geesten en archetypes die schuilen in de kleuren en de attributen van de kostuums: de wit-blauwe moederlijke oceaangeest Yemayá, de geel-gouden verleidster Ochún, rood-wit van de superviriele Changó, plagende kindergeest Elegguá in zwart en rood.”

Portocarero (2021, p.20)
Rumba, typisch Cubaanse dans[8]

De auteur — een diplomaat die terugblikt op zijn werk en op de geschiedenis van de landen waar hij gestationeerd was — omschrijft deze show als ‘gedanste geschiedenis van Cuba’. Die metafoor typeert de ernst van het schouwspel. De show is veel betekenisvoller dan simpel vertoon van sensualiteit voor toeristen. In deze dans ziet hij de interculturele expressie van Afrikaanse, Spaanse en inheemse wortels. De vertolking van het multiculturele Havana, getuigend van de politieke en sociale omwentelingen die het land in de afgelopen decennia en eeuwen heeft gekend.

De ontwrichting van ‘premoderne’ samenlevingen — door kolonisering en slavenhandel met geweld in ‘de moderniteit’ getrokken — ging gepaard met geopolitieke, sociale en interculturele aardverschuivingen.
Hoewel er boekenkasten vol over deze geschiedenis zijn geschreven, lijken de lessen uit de dynamiek van onderschikkende, hiërarchische en uitbuitende verhoudingen en historische lessen uit de praktijk bij lange na niet geleerd: deze onderwerpen schitteren zowel op de politieke agenda’s als in de geschiedenislessen nog steeds van afwezigheid (De Haas, 2020; Couwenberg, 2016; 2017; Muijen, 2019-3; Piketty, 2020; Portocarero, 2021)[9]. Ook levenskunst op de schaal van organiseren is nog ver te zoeken (Brohm & Muijen, 2010)[10].

Hoe te leren uit de geschiedenis?

Verschuivende machtscentra en — culturele, economische, religieuze, sociale, politieke — strijdhaarden met botsingen tussen culturen en beschavingstypen lijkt de constante in de geschiedenis te zijn. Precies zoals ups en downs in levens van mensen individueel. Juist daarom is filosofische levenskunst erop gericht inzicht en praxis te ontwikkelen hoe goed met de wisselvalligheid in het leven om te gaan!

Zou een levenskunst op wereldschaal überhaupt wel mogelijk zijn: hoe uit de historie van ontwrichting een nieuw ritme voor een socialere samendans te laten ontstaan?
Of getuigt het stellen van de vraag reeds van hybris ― ὕβρις oud-Grieks voor de menselijke hoogmoed ― die zoals mythen en tragedies vertellen ten val komt …?! Hoe een sociale, interculturele levenskunst te ontwikkelen die in plaats komt van onder- en bovenschikking, uitbuitingsrelaties. Of blijft overheersing in wisselende configuraties tussen etnische, culturele, religieuze en sociale groepen, klassen en kastes de eeuwige constante?

Verbeeldingskracht als eerste stap

Laten we ons eerst het kosmopolitisch ideaal voor een laatmoderne wereldordening met gelijkwaardige interculturele en internationale relaties proberen voor te stellen. Het levend maken met verbeeldingskracht betekent reeds een eerste stap in de goede richting!

De metafoor van de dans — in de zin hoe Portocarero in bovenstaand citaat de show kenschetst als gedanste geschiedenis van Cuba — zou ik willen gebruiken voor het beeld van een kanteling. Precies in de zin van Aristoteles’ filosofie hoe mensen van de tragiek kunnen leren. Zo kunnen we de tragische geschiedenis van geweld en onderdrukking als oproep tot levenskunst beluisteren!

De kanteling van tragiek en ‘geworpenheid’ naar een ‘ontwerpend’ ofwel cocreatief handelen benoemt de klassieke levenskunst als de kunst ‘meesterschap’ in het leven te ontwikkelen. Op de schaal van organisaties spreken managers van het ‘pakken van eigenaarschap’. Het eigen leven vormgeven als een kunstwerk, zo herformuleerde de filosoof Foucault die klassieke levenskunst.

In deze queeste gebruik ik de dans als aansprekende metafoor hoe er uit bewegingskunst een collectieve ordening kan ontstaan. Juist op basis van een (inter)culturele danstraditie: door herhaling van de basispas, contrasten in beweging, dynamiek en versterking, nu eens uitvergroting dan weer verstilling in interactiepatronen, in tweetallen en in kringen, met variaties op een thema, passende danskleding en andere expressievormen als dynamische grond voor sociale verandering en verbinding.
Ergens in de dynamiek van een sociale samenkomst in een gemeenschap ontstaat er een dans; door de tijden heen ontwikkelen zich wisselende danspatronen en in andere culturele contexten ontstaan er weer nieuwe dansvormen[15]. Van de Weense wals naar de Caribische wals. De dans als metafoor voor de vorming van een gemeenschap toont hoe er kleurrijke variaties ontstaan en juist geen universele pasvorm.

Geïnspireerd op de metafoor van de dans vraag ik mij af: hoewel kwadratisch complexer dan op intermenselijke niveau, welke filosofische wegwijzer is er te geven voor het samen dansen op de grotere collectieve schaal van gemeenschapsvorming?

Nomadische levenskunst

versus horizontale worteltak[16]
De verticale broomstructuur (foto Heidi Muijen)

Gezien de verschillen in culturele, ethische, sociale, politieke en religieuze perspectieven op ‘het goede leven’ lijkt mij het vertrekpunt voor een laatmoderne levenskunst evident het besef dat hier geen universele maatstaf voor te geven is. Veeleer zijn er filosofische aanknopingspunten te vinden in het nomadische denken (Braidotti, 2004; Derrida 2018; Rizzuto, 2014), dat de hunkering naar een vaste oorsprong en onwankelbaar fundament achter zich heeft gelaten. Het vertrekpunt is de wortelstok (zoals van de chlorofyt en aardbeiplant) die zich horizontaal in alle richtingen vertakt, in plaats van de verticale boomstructuur, die een universele hiërarchie visualiseert.

Het vraagt moed en inzet van genoeg mensen een quest for wisdom als interculturele en internationale gemeenschap aan te durven als een queeste in het labyrint. Er is een collectief leerproces nodig niet meer in dezelfde historische valkuil te stappen ‘het goede’ te vereenzelvigen met één richting, religie, cultuur, volk of politieke ideologie. Interculturele levenskunst is de kunst tussen ― ‘inter’ ― culturele inzichten en verschillende praktijken voor gemeenschapsvorming te ontwikkelen uit evenzoveel zich vertakkende pogingen verbindingen tussen culturen, religies, etniciteiten, sociale klassen etc. aan te gaan.

Dit zal een ‘never ending story’ zijn, sterker nog, alleen bij gratie van eindeloze pogingen en oprechte intenties tot verbinding kan deze ook daadwerkelijk ontstaan. Niet voor de eeuwigheid, de constante ís deze dynamiek ― de werkelijkheid àls verandering ― naar de wijsheid van Herakleitos die ik als motto boven deze queeste plaatste.

Een kosmopolitisch vuur

De zon: bron van levenskracht en zinnebeeld van macht[17]

In een ander fragment vergelijkt deze filosoof uit het Efeze van de 6e eeuw v.o.j. een kosmopolitische wereldordening met het vuur als oerbeginsel:

“De wereldordening hier, dezelfde in alles, is noch door iemand der goden, noch door een mens gemaakt, maar was altijd en is en zal zijn: vuur, eeuwig levend, wat aangaat met mate en uitdooft met mate. Vuur wordt geruild tegen alles, en tegen vuur alles tezamen, zoveel als tegen goud goederen en tegen goederen goud.”[18]

De coronacrisis kan het vuur van een laatmoderne levenskunst aanwakkeren ― juist door lucht te geven aan de pathos van ontreddering en (wan)hoop ― dat kan opvlammen tot een ethos van verzet en het initiëren van locale sociale initiatieven. Zoals de directe hulp na de ongekende natuurramp door de aardverschuiving in Noordrijn-Westfalen en de overstromingen van de Maas in de grensstreek België-Nederland medio juli. Daar tegenover zal het leven in een bubbel van privileges het vuur van ethos veelal uitdoven.

Voor het kantelen van een crisis in een kans voor socialere verhoudingen is het vuur van liefde nodig: liefde voor het anders-zijn, voor de schoonheid van het verschil. Deze kennen we goed als vriendschappelijke en hartstochtelijke liefde, die spontaan opvlamt èn die ontstaat wanneer de vreemdeling een goede buur blijkt te zijn. Juist die herkenbare ‘gewone’ ervaringen zorgen voor verbinding, liefde voor ‘de vreemde ander’.

Voor het formeren van nieuwe interculturele identiteiten en gelijkwaardiger verhoudingen en ontmoetingen op wereldschaal evenwel is er een sterker, een wereldvuur nodig! Hoe ruimer de sociale contexten hoe vuriger het vuur: zowel in verwoestende zin als voor het liefdesvuur van verbinding!

De kakofonie met de dynamiek van ontwrichting op wereldschaal heeft parallellen in organisaties, op de straten en achterbuurtwijken van wereldsteden en achter de voordeur. Er lijkt mij een analoge dynamiek van (ont-)machtiging, uitbuitende verhoudingen en een geweldspiraal op verschillende niveaus te zijn, die een destructief vuur laat smeulen en dan weer laat opvlammen. Om die plot te ontknopen, is er eerst zicht op de verknoping nodig, hoe die zich precies zo in locale contexten manifesteert en hoe daarin de knoop te ontwar(r)en door aan verknoopte draadjes te trekken.

Dynamiek van (ont)machtiging en (collectieve) levenskunst

De hier tot een filosofische wegwijzer bijeengesprokkelde inzichten vormen samen een krachtenveld dat de dynamiek van (ont)machtiging visualiseert. In de figuur is in het speelveld zichtbaar gemaakt hoe enerzijds machtspolitiek onderdrukkend, disciplinerend en normaliserend werkt. Bezien vanuit een perspectief van levenskunst is dit tevens een dynamiek van vervreemding, die voor het ‘worden wie je bent’ overwonnen moet worden.

Tegelijkertijd zijn er vonkjes zichtbaar van individuele en collectieve levenskunst: door tegenkrachten en sociale initiatieven die menswording en gemeenschapsvorming voeden.
Die vonkjes kunnen opvlammen tot een vuur van ethos wanneer er sociale verbindingen en collectieve leerprocessen ontstaan.
Hoewel historisch minder gedocumenteerd zijn er ook inspirerende voorbeelden van transculturele verbindingen te vinden, evident in de wereldkeuken, de dans- en muziekgeschiedenis en andere interculturele uitingen en initiatieven. Dit zijn vonkjes van een cultuur van bevlogenheid, die een kosmopolitisch vuur kunnen doen ontstaan!

Het goede leven als samenspel en rondedans

Bezien vanuit de dans als metafoor voor gemeenschapsvorming en menswording bestaat het assenstelsel in de figuur uit de crux hoe onderdrukkende structuren ― die door dwang van machtspolitiek en culturele tradities kleinmakend en ontmachtigend werken ― om te zetten tot collectieve/ interculturele en individuele levenskunst. De kanteling bestaat uit het creëren van beweging en ruimte voor een ander samenspel en dansvormen, waarin natuurlijke vitale krachten in en tussen mensen kunnen opvlammen. Dan ontstaan er constructief samenspel en samenklanken ― harmonie, opzwepende syncopen, mineurklanken en septiemen, die empathie oproepen ― in tegenstelling tot de kakofonie door de dynamiek van ontwrichting en ontmachtiging.

De dansmetafoor wijst ook op de traditionele verwantschap tussen ‘het goede leven’ en de ervaring van schoonheid. Hoorbaar in de klassieke term ‘kalokagathia’, waarin het goede, agathos, en het schone, kalos, samengaan (Van Rappard & Leezenberg, 2010, p. 24). Deze ideale toestand is in de figuur verbeeld in het kwadrant rechtsonder als ‘het goede leven’. Metaforisch zie ik daar een ‘rondedans rond een verbindend midden’ voor me. Dit beeld is als dialogische kern door Buber filosofisch uitgelegd:

“De ware gemeenschap ontstaat (…) door deze twee dingen: allen dienen in een levende wederzijdse relatie tot een levend midden te staan, en allen dienen in een levende wederzijdse relatie onderling te staan. (…) In ziekelijke tijden echter wordt de Het-wereld niet meer door de toestromende Jij-wereld als door levende stromen doorsneden en bevrucht: — afgesplitst en stremmend heerst de Het-wereld als een reusachtig moerasfantoom over de mens.”

Buber, 2003, p. 53, 64.

Het superleven in het mensenpretpark: bungeejumpen en “wow”!

In het kwadrant rechtsboven in de figuur heerst weliswaar in theorie maximale ruimte voor ieders individuele ontplooiing, doch deze is niet voor iedereen te realiseren. Die vrijheid is slechts reëel voor hen die de sociale en economische middelen daartoe bezitten. Er heerst grote sociale ongelijkheid tussen het Luilekkerland (Bregman, 2014) van hen die kunnen jobhoppen, rentenieren, bucketlists afvinken en mensen die niet geprivilegieerd zijn. Ook voor hen die wel de middelen hebben zich in het ‘mensenpretpark’ (Sloterdijk, 2005) ― de status quo, de huidige historisch gecreëerde sociaal-symbolische orde ― te begeven, is het de vraag welke vrijheid zij realiseren (Kunneman, 2005; De Wachter, 2016).
De ruimte van levenskunst dreigt te worden gekaapt door machtspolitieke krachten, economische drang en dwang, media- en sociale hypes.

Bungeejumpen[19]

In de mate dat individuele en collectieve vrijheid niet toegeëigend en verankerd is in de sociale klei van het existentiële leven, is de vrijheid in een liberale democratie een wassen neus. Een betekenisvol samenleven verplat zich tot een “super”-leven van de ‘happy few’ in het mensenpretpark, bungeejumpend van de ene tot de volgende “wow’-beleving.
In tegenstelling tot de rondedans van het goede leven karakteriseert het bungeejumpen metaforisch dit rechterboven kwadrant. Daarbij is de dynamiek veelzeggend: hoe een van oorsprong traditioneel ritueel ― ingebed in de Naghol-ceremonie, een inwijdingsritueel op het eiland Pentecost in Vanuatu, een eiland in Oceanië ― commercieel is gemaakt in de jaren 80 van de vorige eeuw ter recreatie.

De jonge mannen sprongen als een bewijs van hun mannelijkheid van een hoog houten plateau, terwijl zij met lianen aan hun enkels zijn gebonden. Tevens zorgt dit ritueel dat de gemeenschap een goede oogst aan yamwortels krijgt. Dit traditionele bungeejumpen toont dat menswording ― in dit geval gemarkeerd door het overgangsritueel van jongen naar man ― samengaat met gemeenschapsvorming: het inheemse volk bevestigt met dit ritueel hun traditionele gewoonten en verzekeren zich tevens sociaaleconomisch in hun voortbestaan.
De tegenstelling met het commerciële bungeejumpen is groot: door de dynamiek van exploitatie wordt deze eeuwenlange inheemse traditie toegeëigend in een andere sociaal-economische ordening, losgezongen van gemeenschapsvorming: een samenspel van gewin en vermaak, voor de platte vrijheid van ‘bucketlists’.

Technodance: de mens als algoritme in een mediacratie

Het linkerboven kwadrant in de figuur toont weer een andere kleur sociale dynamiek. Harari’s analyse (2018) heeft het snijpunt tussen beide assen op de spits gedreven door de mens als subject uit de geschiedenis (van levenskunst) te schrijven. In het digitale tijdperk is de menselijke subjectiviteit versmald tot klikken en liken van posts op social media, het vinden van ‘info’ en koersbepaling in het labyrint van het leven via kliks, likes en links. De mens is gedesubjectiveerd, eigenheid zit in ieders digitale code als ‘algoritme’.

Het succes van de mensensoort ten opzichte van andere levende wezens verklaart Harari doordat de mens een voorsprong heeft verworven; niet door fysieke kracht, maar door samenwerking via een symbolische orde te organiseren. Vooral door de taal en daarmee door technologie lukt het de mens succesvol te interveniëren in de natuurlijke orde. In deze fase van de geschiedenis is de sociaaleconomische dynamiek van (ont-)machtiging versluierd achter schijnbare maximale vrijheid. Op de verticale as regeert het algoritme als ‘logos’ op de troon van het collectief, dat digitaal en effectief schakelt tussen gemeenschap en individu.

De mens als cyborg[20]

Hierdoor lijkt traditionele staatsmacht van binnenuit onmachtig te worden in de mate dat zij haar structuren ook digitaal organiseert. Heersende machtsverhoudingen in de sociale orde hoeven immers niet op fysiek overwicht te berusten. Structuren van overheersing kunnen juist zeer effectief ingesteld worden door symbolische en technische machtsmiddelen.
Deze symbolische macht is in Harari’s analyse de kern van vooruitgang, die haar schaduw maskeert: door mensen te doen geloven dat de gecreëerde sociale orde zo van hogerhand gewild en daardoor legitiem is. Dit succes staat of valt met de retorische middelen mensen door middel van symboliek, rituelen en verhalen ervan te overtuigen dat de fictieve orde van ongelijkheid rechtmatig is, omdat zij door de goden zo is verordonneerd.

In huidige contexten wordt die traditionele retoriek versterkt door technische en steeds meer door digitale middelen. Hoewel in uitvoering verschillend blijft de machtsdynamiek hetzelfde. Ideologische retoriek laat mensen geloven dat sociaaleconomische ongelijkheid een onvermijdelijk gevolg is van natuur- en,of economische dan wel digitale wetten: vanwege de ‘natuurlijke hiërarchie’ tussen de seksen, de ‘rassen’, kasten; door economische dwang of door het eigen ‘klikgedrag’ op sociale media. Bijvoorbeeld dat ontslag en bezuinigingen noodzakelijk zijn voor ‘de economische groei’; dat sommige mensen ‘boventallig’ raken en anderen een ‘douceur’ verdienen omdat er zoveel verantwoordelijkheid op hun schouders rust,― een last die zij in de praktijk evenwel gemakkelijk van zich af lijken te kunnen schudden. Met goede intermenselijke verhoudingen kan men ‘de baas’ daarop aanspreken, op maatschappelijk niveau is dat lastiger.
Zoals wanneer juridische en economische wetgeving sommige groepen bevoordeelt ― denk aan de onrust over de afschaffing van de dividendbelasting door Rutte III ― en anderen in de schulden worden gedraaid door institutionele onderdrukking, ― spreekwoordelijk zijn de beleidsrichtlijnen van de belastingdienst die aan het licht kwamen in de toeslagenaffaire aan het einde van Rutte III, maar ook andere instituties, zoals de slavenhandel en de kerk (De Haas, 2021-05), hebben groepen stelselmatig gemarginaliseerd.

Anomie en anarchie door cyborgs, zombi’s en wolven

De kritische theorie van Marcuse (1991) hekelde de ‘repressieve tolerantie’ in het (neo)liberale bestel, waarbij de non-vrijheid (van meningsuiting) juist een maskerade vormt voor het instandhouden van onderdrukkende maatschappelijke structuren. Door de digitale sporen van consumenten, die als big data het nieuwe goud vertegenwoordigen, is er thans een volgende fase van dit type samenleving ontstaan, namelijk een ‘surveillance maatschappij’ (Zuboff, 2019); een tragische omkering van het oorspronkelijke liberale ethos. In termen van individuele levenskunst ― die gericht is op ‘worden wie je bent’ ― is de vervreemding in dit linkerboven kwadrant maximaal.
De term ‘cyborg’ ― afkorting van cybernatic organism, afkomstig van Donna Haraway in haar essay A Cyborg Manifesto uit 1985, vat de historische tragiek als verknoping utopisch samen. Daarin pleit zij, als bioloog, filosoof en socioloog, voor de afschaffing van de rigide grenzen tussen mensen en dieren, organismen en machines, mannen en vrouwen. Gezien dat het menselijk (samen)leven steeds sterker van technische en digitale hulpmiddelen afhankelijk is, is de mens als cyborg allang realiteit!

De analyses van Harari, Haraway, Marcuse en Zuboff karakteriseren het kwadrant linksboven in de figuur, waar de disciplinerende krachten via digitale technieken in een ‘surveillance liberalisme’ annex mediacratie maximaal en paradoxaal overheersen, versluierd achter een techno-waas van holle vrijheid.
Technodans lijkt mij een treffende metafoor voor de dynamiek in dit kwadrant van (ont)machtiging: de mens danst als een zombi op de hypnotiserende lasershows met kleureffecten en elektro-digiklanken van dancefestivals.

De mens is de mens een wolf[21]

De zelfvervreemding is eveneens maximaal in het kwadrant linksonder. Zowel linksboven als linksonder is de traditionele sociale orde geïmplodeerd in een wanorde door ongerichte ondermijnende krachten. Filosofen en sociologen benoemen die wanorde als anarchie en anomie ― letterlijk verwijzen deze termen naar een toestand zonder regering en zonder wetten (‘a-nomos’).

De toestand waarin het menselijk samenleven wetteloos en zonder staatsmacht bestaat, is door filosofen de ‘natuurstaat’ genoemd en voorgesteld als een oorlog van allen tegen allen. De aanname daarbij is dat de natuur van de mens ― in Hobbes beruchte woorden:

 “de mens is de mens een wolf”

― vrij spel heeft en niet door sociaal-politieke structuren van overheersing in toom gehouden wordt.

Oorlog, een dans van geweld

Wanneer de sociale orde van wetten en andere symbolische middelen implodeert ontstaat er ‘een dans van geweld’: dit lijkt mij een treffende metafoor voor de dynamiek in het kwadrant linksonder in de figuur.
Een andere historische mogelijkheid van het opschorten van menselijke wetten tot een toestand van anomie ontstaat door nihilisme: doordat mensen niet meer in de sociaal-symbolische orde geloven en speelbal van fanatieke politieke en,of religieuze ideologische krachten worden. In zekere zin dus een teveel aan regels ofwel de situatie dat regels boven menselijkheid worden gesteld. Via brainwashing, zoals door IS en ander religieus fanatisme met een geweldspiraal tot gevolg; met helaas legio historische voorbeelden.

Henri_Rousseau Oorlog, een dans van geweld[22]

De rondedans: hoe de symbolische ruimte tussen mensen open te houden?

Afgekort als motto ‘terug naar de natuur’ huldigt de Romantische filosoof Rousseau een aan de wolvennatuur tegenovergesteld mensbeeld: dat juist het beschavingsoffensief mensen van hun oorspronkelijk goede inborst vervreemdt. Bregman (2019) verbindt als moderne pleitbezorger van de visie dat ‘de meeste mensen deugen’ de conclusie om dienovereenkomstig het maatschappelijk bestel in te richten. Een sociaal weefsel, gebaseerd op vertrouwen met onder meer de invoering van het basisinkomen.

Wat zijn nu ideale condities zodat een op vertrouwen en goedheid gebaseerde sociaal-symbolische ordening standhoudt en niet implodeert? Die toestand, die door filosofische levenskunst ‘het goede leven’ wordt genoemd, lijkt mij te worden bevorderd door de vrije kunsten, de humaniora. De waarde van de klassieke scholing in de vrije kunsten wordt door filosofen relevant geacht voor de huidige tijd (Kessels, Boers, & Mostert, 2002; Nussbaum, 2011). Humaniserende processen door kunstzinnige expressie, natuurbeleving, reflectie en verstilling bevorderen menswording en gemeenschapsvorming en karakteriseren de samendans in het kwadrant rechtsonder.

Kenmerkend voor de dynamiek van (ont)machtiging in dit kwadrant is dat mensen zich onderdompelen in levende ontmoetingen: in de natuur, met anderen en met zichzelf, waarbij het existentiële besef is ingedaald dat men niet samenvalt met de beelden over zichzelf, de ander, de organisatie, het management, de maatschappij, de natuur, etc.. Dit besef en de praxis ― door de klassieke levenskunst het ontwikkelen van meesterschap genoemd ― schept tevens de basis voor het open houden van de sociaal-symbolische ruimte en het dialogisch creëren van een ordening. Het vormt de klei die in de kritische theorie en action research ‘empowerment’ heet door middel van bottom-up processen ter versterking van een community.

Bezien vanuit filosofische levenskunst bestaat deze weg van de dia-logos zich te oefenen in ontvankelijkheid, sensitief voor wat zich aandient van binnen èn van buiten. In plaats van reactief op prikkels te reageren ― oog om oog, tand om tand ― houdt een praxis van levenskunst de symbolische ruimte open. Zo kan er een reflectieve respons ontstaan, door (eigen en andermans) pathos als klopsignalen te beluisteren (Kunneman, 2017) en er in verhalen betekenis aan te geven. Juist niet alleen verbaal, maar eveneens door daar in kunstvormen expressie aan te geven (Muijen & De Ronde, 2020).

Rondedans van de muzen[23]

De rondedans geeft uitdrukking aan deze dynamiek van het ontwikkelen van meesterschap in het leven en van de collectieve levenskunst van het vormen van een door gedeelde waarden gedragen gemeenschap. De verbindende waarden zijn daarbij meer dan dode letters of conventies, ze ontstaan en worden bevestigd en weer omgevormd door levende ontmoetingen, door het delen van verhalen en het vormgeven van betekenisvolle rituelen.

Het goede midden

De individuele levenskunst van zelfwording in de context van de vloeibare laatmoderne tijden (Bauman, 2011) waarin wij leven is te zien als “een dans van rollen en identiteiten op een medley van in elkaar overvloeiende muzieksoorten” (Brohm & Muijen, 2010). In het verlengde hiervan typeer ik een collectieve levenskunst als een samendans, een veranderlijke veelkleurige interculturele rondedans rond het goede midden tussen de besproken extremen.
In de figuur ligt dit midden tussen de uitersten van de vier kwadranten: wanorde door anomie en anarchie ― door oplaaiende sociale onrust met zinloos en ongericht geweld ― èn uiterste controle in een ‘surveillance maatschappij’ (Zuboff, 2019) die de mens tot cyborg, algoritme of zombi disciplineert; èn tussen het utopisch geïdealiseerde ‘goede leven’ als een paradijs; èn de schijnbaar vrije mens in het mensenpretpark, die bungeejumpend van de ene kick in de andere schiet.

Een rondedans is nodig voor de kanteling van toenemende wanorde naar herstel van onderdrukkende structuren. Opdat er ruimte kan ontstaan voor een andere beweging in de richting van een zich ontvouwende kosmopolis met verschuivende interculturele verhoudingen.
Een dergelijke ontwikkeling is als glocalisering (Couwenberg, 2016) theoretisch doordacht en is aanstekelijk zichtbaar in de schoonheid van de Caribische wals en hoorbaar in wereldmuziek, smaakvol te proeven in de wereldkeuken en inzichtelijk gemaakt door middel van wereldfilosofie (Van Rappard & Leezenberg, 2010).
Op die ‘weg van het goede midden’ wordt het samen dansen meer dan alleen een metafoor en kunnen de ontwikkelde transculturele expressies en leefvormen verbindende krachten tussen mensen en tussen culturen ontlokken.

De hier bij elkaar gesprokkelde filosofische wegwijzer versterkt de conclusie uit mijn voorjaarsqueeste dat muziek, dans en poëzie als een taal van de ziel (inter)culturele bronnen aanboort, die voeding geven voor een rechtvaardiger sociale en interculturele ordening ter kanteling uit de coronacrisis.

De questie: een interculturele rondedans!

Liefdesgodin Aphrodite brengt Pygmalions standbeeld tot leven[24]

“Niets behield zijn gedaante en vorm en alles verkeerde in voortdurend wederkeerig verzet”

Ovidius (1904, p.2) Romeins dichter ( 43 v.o.j.-17 o.j).

Uitgaande van een dynamische werkelijkheidsopvatting ― in de geest van ‘panta rhei’ dat als motto boven deze queeste staat ― is ‘werkelijkheid’ een voortdurende herschikking van bestaande ordeningen. Organisaties, culturen en maatschappijen zijn pogingen een tijdelijke ordening te bestendigen op basis van een vast geloof in een sociaal-symbolische ordening (Harari, 2018).

Zouden kunstzinnige expressies van wat er door corona op het spel staat ― dat humanisering door ontmoeting als het grootste menselijk belang verknoopt is met de actuele structurele inperkingen, het onder druk zetten van levende ontmoetingen ― zozeer doorleefd kunnen worden, dat de ‘katharsis’ voor een ontknoping kan zorgen? Zodanig dat er rondedansen ontstaan met ruimte voor allerhande sociale experimenten en broedplaatsen voor interculturele kunstzinnige expressies en leefvormen.

Het samenspel in kring- en rondedansen is een aansprekende metafoor voor een herkenbare en andere dynamiek dan die tussen mensen ontstaat in de rollen die wij ‘in de waan van de dag’ in het maatschappelijk leven geneigd zijn te spelen.

De ontknoping

Aan het einde van deze queeste zie ik een aanlokkelijk visioen: Wanneer we de ethos uit een rondedans meenemen naar onze werk- en samenlevingscontexten kunnen we daar die liefdesdynamiek van ‘het wereldvuur’ op gang helpen brengen, die morrelt aan de basisspelregels van een onrechtvaardige sociaaleconomische orde. Dit hoopvolle vergezicht ontleen ik aan de ethos van Gandhi. Bekend is zijn uitspraak:

“Be the change you want to see in the World!”

Evenwel: hoe kunnen persoonlijke en collectieve acties echt effect hebben op grote schaal ten behoeve van een maatschappelijke kanteling? Opmerkelijk is dat Ghandi verwante metaforiek uit de wereld van dans en spel gebruikte om een sociale kanteling voor te stellen. Aanstekelijk is het marionettenspel als metafoor in zijn uitspraak hoe een vreedzaam proces van dekolonisering in te zetten:

“We are all puppets in their hands. But it would be wrong and foolish to blame the authority. That authority does not compel us to be puppets. We voluntary run into their camp. It is therefore open to any and every one of us to refuse to play the British game.”

Ghandi in: Parekh (1989)

De sleutel ligt in onze eigen hand: door niet alleen volgzame marionetten te zijn, maar ons tegelijkertijd bewust te worden en te oefenen in mogelijke andere rollen: als kritische toeschouwers en empathische medespelers van het maatschappelijke samenspel!

Als oogst uit de queeste kunnen we het sociale spel herijken op levenskunstcriteria: plezier in het samenspel, kleurrijke kostuums, schoonheid van beweging, sensitief en responsief met de ander, rechtvaardige danspassen. En vooral pathos die aanstekelijk uitwerkt op anderen, zodat de energie van samen dansen de knoop van de coronacrisis kan helpen ontwarren.

De Mythische en Filosofische wegwijzers van tragiek en meesterschap betoveren mij en de queeste van het labyrint vervloeit tot een rondedans rond het centrum van een rechtvaardige wereldordening.

Reuzepop op Sri Lanka voor empowerment van meisjes[25]

Plots verdampt mijn visioen en dendert het wereldnieuws binnen. Vooralsnog geldt de Hollandse vrije zomer van 2021 als slecht voorbeeld wat het effect kan zijn wanneer politici te snel vrijheidsbeperkingen in de publieke ruimte loslaten:

“Those in Britain only need to look across the North Sea to see what has happened in the Netherlands over the past three weeks and the devastating effects of reopening normal life too quickly – which saw infections rise more than 500 per cent in just one week.”

ABC-news, 2021-07-18

Arts Dialogues

Naast deze domper op de zinderend begonnen vrije zomer van 2021, ontving ik een hoopgevend bericht. Hoe mooi tijdens het schrijven van deze queeste van mijn netwerk te horen hoe Art Dialogue Methods (ADM) in een bijzonder programma “Ont.Moeten” zijn vormgegeven vanuit de Academie Mens en Maatschappij.

ADM installeert dynamiek tussen pathos, mythos, ethos, logos voor ontwikkelingsprocessen, en is cocreatief ontwikkeld (Muijen & Brohm, 2017; 2018; 2019; 2021; Muijen & De Ronde 2020). Volgens een blog van de Hogeschool Arnhem Nijmegen[26] biedt het programma ruimte

“… aan ontmoetingen in de driehoek onderwijs, onderzoek en werkveld … tussen (aankomende) sociaal professionals en artist educators die (willen) werken in het sociaal-artistieke domein. Artistieke ontmoetingen en dialogen staan centraal, vandaar ook de naam. Tijdens de zomereditie presenteerden studenten het eindwerk van hun praktijkleren, namen deelnemers van de training Art Dialogue Methods (ADM) de aanwezigen mee in artistieke dialogen en werd er informeel ontmoet”.

Han, 2021

Hierover zijn ook youtube documentaires gemaakt (Fesenmeier, 2020-11; 2021-06). Deze brengen het belang van levende ontmoetingen, dialoog en toegepaste kunsten indringend in beeld, juist ook tegen de achtergrond van de coronabeperkingen. Ter afsluiting een snufje uit deze documentaire, een ‘elfje’, die de questie treffend samenvat:

Kunst
is politiek
bewustzijn ontwaakt via
dialoog gezamenlijk inzicht is
geboren.

  • ABC-news. Geraadpleegd op 18-07-2021 van https://www.abc.net.au/news/2021-07-18/freedom-day-looms-in-england-despite-coronavirus-surge/100295326?fbclid=IwAR3WqD3LSrH3LaH_AReETrcLk4SFPC0CFpmXEM0C7yGySXeKao_2_eS-yhg
  • Bauman, Z. (2011). Vloeibare tijden, Leven in een eeuw van onzekerheid. Zoetermeer: Uitgeverij Klement.
  • Bregman, R. (2014). Gratis geld voor iedereen: En nog vijf grote ideeën die de wereld kunnen veranderen. Amsterdam: De Correspondent.
  • Bregman, R. (2019). De meeste mensen deugen. Een Nieuwe geschiedenis van de mens. Amsterdam: De Correspondent.
  • Brohm, R. & Muijen, H. (2010). Leven in organisaties: een kunst! (3 parts). Filosofie 20 (1) 45-50; (2) 50-55; (3), 49-54.
  • Claes, P. (2011-8-21). Herakleitos’ Alles stroomt. Fragmenten. Geraadpleegd op 2021-04-01 van https://www.athenaeum.nl/leesfragmenten/archief/2011/alles-stroomt-fragmenten
  • Couwenberg, S.W. (2016). Glocalisering als alternatief van globalisering. geraadpleegd op 20-04-2021 van https://wijsheidsweb.nl/wijsheid/glocalisering-als-alternatief-globalisering.
  • Fesenmeier, M. (2020-11). ART DIALOGUE METHODS – City Deal Kennis Maken Arnhem 2020. Geraadpleegd op 2021-05-31 van https://www.youtube.com/watch?v=6WlfYIaXDGc
  • Fesenmeier, M. (2021-6). ADM- Documentaire Geraadpleegd op 15-07-2021 van https://www.youtube.com/watch?v=3W15m0yrDLk
  • Haas, F. De (2021-05). Mea Maxima Culpa. Geraadpleegd op 20-07-2021 van https://wijsheidsweb.nl/wijsheid/mea-maxima-culpa/
  • (2021). Geraadpleegd op 15-07-2021 van https://blog3.han.nl/mens-en-maatschappij/zomereditie-van-ont-moeten-een-ontspannen-kennismaking/
  • Harari, Y.N. (2018 a). Een kleine geschiedenis van de mensheid. (Vertaling Inge Pieters). Amsterdam: Uitgeverij Thomas Rap.
  • Harari, Y.N. (2018 b). Homo Deus. Een kleine geschiedenis van de toekomst. (Vertaling Inge Pieters). Amsterdam: Uitgeverij Thomas Rap.
  • Kessels, J., Boers, E. & Mostert, P. (2002). Vrije ruimte. Filosoferen in organisaties. Klassieke scholing voor de hedendaagse praktijk. Amsterdam: Boom.
  • Kopland, R. (1999). Geluk is gevaarlijk. Amsterdam: uitgeverij Muntinga Pockets i.s.m. G.A. van Oorsschot, Rainbow Pockets.
  • Kunneman, H. (2005). Voorbij het dikke-ik. Bouwstenen voor een kritisch-humanisme. Amsterdam: SWP.
  • Kunneman, H. (2017). Amor complexitas. Bouwstenen voor een kritisch humanisme II. Amsterdam: SWP.
  • Marcuse, H. (1991). One-dimensional Man: Studies in Ideology of Advanced Industrial Society. New York: Routledge.
  • Muijen, A.S.C.A. & Brohm, R. (2017). Art dialogue methods: phronèsis and its potential for restoring an embodied moral authority in local communities. British Journal of Guidance & Counselling, DOI: 10.1080/03069885.2017.1413170.
  • Muijen, H. & Brohm, R. (2018). Art Dialogue Methods: De kracht van kunst en dialoog voor het ontwikkelen van morele werkgemeenschappen. (73), 33-42.
  • Muijen, H.S.C.A., Brohm, R., Lomans, S. (2019). Art Dialogues for Professional Communities: Theater and Play for Imagining and Developing the Good Life within Organizations. In Maree, J.G. (Ed.), Handbook of Innovative Career Counselling (pp.117-139). New York, N.Y.: Springer.
  • Muijen, H. & De Ronde, M. (2020). Een methodologie van morele bewogenheid: Over de dynamiek van pathos, logos, mythos en ethos in begeleidingskundig handelingsonderzoek. (81), 113-129.
  • Muijen, H. & Brohm, R. (2021). Art Dialogue Methods: de dialoog met de kunsten voor inzicht, koersbepaling en gemeenschapsvorming in organisaties. Management & Organisatie. (xx), yy-zz.
  • Nussbaum, M. (2011). Niet voor de winst. Waarom de democratie de geesteswetenschappen nodig heeft. (vert. Rogier van Kappel). Amsterdam: Ambo/ Anthos.
  • Parekh (1989). Gandhi’s Political Philosophy. A critical Examination. London: Macmillan Press, p.124.
  • Portocarero, H. (2021). De zwarte handel. Antwerpen: Manteau/ Standaard uitgeverij.
  • Rappard , H. van & Leezenberg, M. (red). (2010). Wereldfilosofie: wijsgerig denken in verschillende culturen. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker.
  • Sloterdijk, P. (2005). Sferen. Amsterdam: Boom.
  • Wachter, D. De (2016 a, 30e druk). Borderline times. Het einde van de normaliteit. Leuven: Lannoo Campus.
  • Zuboff S. (2019). The Age of Surveillance Capitalism: The Fight for a Human Future at the New Frontier of Power. New York: Public Affairs.
Noten 

[1] Bron: Dedicado al viajero, Oviedo Spanje
[2] Bron: “Guerrilla warfare during the Peninsular War”, olieschilderij Roque Gameiro, in: Quadros da História de Portugal, 1917.
[3] Zie Wijsheidsweb: Van der Stappen, J. (2021-07). Het kan nog erger: de Zwarte Dood.
[4] Bron: Cloister Conspiracy (Kloostercomplot) van de Britse beeldhouwer Philip Jackson
[5] Bron: “Oedipe et le Sphinx” olieverf schilderij van Gustave Moreau (1826–1898)
[6] Bron: Grieks theater te Assos
[7] Zie Wijsheidsweb: Elementaire levenskunst: als de ziele luistert.
[8] Bron: Rumba
[9] Zie ook Wijsheidsweb: Spaans benauwd in de Cariben in de 17e eeuw
[10] Zie Wijsheidsweb: Tango ergo sum
[11] Bron: Ball in New Hampshire
[12] Bron: Criollo musicians and indigenous dance
[13] Bron: German and French Waltzing (1816) uit History of Dance, by Mary Clarke and Clement Crisp
[14] Bron: “Il Ballo”, Florence 1790
[15] Lees, kijk en luister de 3-delige serie van Fred de Haas op het Wijsheidsweb
[16] Bron: chlorofyt
[17] Bron: de zon gefotografeerd door de stereo-missie
[18] Bron: Fragmenten van Herakleitos
[19] Bron: De Nagholceremonie op Pentecost Island Vanuatu 1992
[20] Bron: Humani Victus Instrumenta – Ars Coquinaria (unknown Italian engraver, ca 1570
[21] Bron: Grijze wolf
[22] Bron: Olieverfschilderij van Henry Rousseau, ‘La guerre’ 1894
[23] Bron: Olieverfschilderij van ‘De dans van Apollo met de muzen’ door Giulio Romano, ca. 1540
[24] Bron: een verhaal uit de Metamorfosen van Ovidius
[25] Bron: The Little Girl Giant Puppet made by Surangi Kasturirathne

van Thymia, filosofische praktijk voor levenskunst en creatieve ontwikkeling te Weesp heeft in 2016 de Stichting Quest for wisdom foundation opgericht. Het eerste project van de stichting is de digitale spelvorm game Quest for wisdom. Als tweede project wordt het Wijsheidsweb ontwikkeld. Heidi Muijen is ontwerper van het filosofisch-mythische bordspel Mens, ken je zelf en van de ont-dekkende dialoogvormen Wat is de kwestie?-Wat is de questie!.