Over: Spinoza en Confucius

0

Weesper Filosofie Kring

Heidi Muijen

Op woensdag 13 oktober zette de Weesper Filosofie Kring haar levende bijeenkomsten voort na een bewogen coronajaar.

Najaar 2021

Na de start in het Lichthuis en een voortzetting in het Achterzaaltje van Aaltje, vond de WFKring tijdens de eerste fase van de coronalockdown vorig jaar gastvrij onderdak in de Cursusruimte in De Bibliotheek. Er was een zoomde bijeenkomst tijdens de aangescherpte lockdown.

Dit nieuwe seizoen startten we in aangename huiskamersfeer met gastvrije ontvangst bij Marianne en een inleiding tot Spinoza door Jan, mede vanuit zijn lectuur van boeken op het snijvlak van Spinoza en natuurwetenschappelijke denken.[1]
De voorbereiding was via het Wijsheidsweb met een vergelijkende studie tussen Spinoza en Confucius. Een schildering met illustratieve uitspraken had ik meegenomen ter vergelijking van een aantal kernthema’s uit Spinoza’s filosofie met Confucianistische gedachtegoed:

Linkercirkel met Confucianistische en rechtercirkel met Spinoza’s citaten: een interculturele brug langs de aspecten logos, ethos, pathos, mythos

Waar het vorig seizoen thema’s van levenskunst ― zoals omgaan met de dood, symboliek, verhalen, spreekwoorden ― vanuit etno-filosofische invalshoek centraal stonden, staat dit (na)jaar in het teken van het filosoferen langs interculturele bruggen tussen Oost en West, Noord en Zuid.

Programma

Vier pijlers voor het bouwen van een interculturele brug

Ten behoeve van het bouwen van interculturele bruggen ontleen ik aan het mythisch-filosofisch spel Mens, ken jezelf vier pijlers die we tijdens onze gesprekken en kunnen bewandelen:

  • kennis door inzicht ofwel logos (gesymboliseerd met de spiraal);
  • gevoelskennis ofwel pathos (gesymboliseerd door het hart);
  • ethos ofwel de oproep tot moreel handelen (gesymboliseerd door de hand);
  • kennis door verbeelding en lijfelijk waarnemen (gesymboliseerd door het oog).

Logos: de weg van rationeel inzicht

De spiraal: symbool voor het bewandelen van een weg van rationeel inzicht ofwel ‘logos’

De vier pijlers voor het bouwen van interculturele bruggen zijn op de tekening verbeeld door de vier symbolen in de speelfiguren van Mens, ken jezelf.

Spinoza staat in de geschiedenis van de filosofie bekend als ‘rationalist’ en Jan lichtte met behulp van de metafoor van het drieluik Spinoza’s opvatting over intuïtie en ratio toe. De rationele weg van kennisverwerving bevindt zich in het middenpaneel tussen twee zijpanelen:

“De intuïtieve kennis van het ogenblikkelijk inzicht in de essentie der dingen schraagt het logisch redeneren enerzijds en anderzijds scharniert de rede met het zijpaneel van de verbeelding en waarneming:

Die onvolledige en wisselvallige indrukken moeten worden gewantrouwd. Ze kunnen bruikbaar worden gemaakt doordat het verstand de indrukken ordent en aaneenschakelt tot de juiste reeksen van oorzaak en gevolg.”

Lopende over de interculturele brug via deze pijler dient zich een parallel aan tussen Spinoza en Confucius wat betreft het bewandelen van een filosofische weg naar adequate kennis.

Volgens Spinoza leidt die weg naar de

Amor Dei intellectualis

waarmee je alle dingen (de natuurlijke en de sociale werkelijkheid) onder het aspect van de eeuwigheid beziet:

Sub specie aeternitatis.

Hoewel in een andere tijd, context en taalspel en met andere accenten benoemt, resoneert een vergelijkbare Confucianistische weg naar een ultiem inzicht in de uitspraak:

Hoe krijgt een mens inzicht in de weg? Door de geest.
Hoe krijgt de geest inzicht? Door de leegte, eenheid en stilte.

Xunzi (Karel van der Leeuw, 2010, p. 101)

De weg van kennis van het hart

Lopende over de interculturele brug via de tweede pijler van hartskennis dient zich een parallel aan tussen Spinoza en Confucius: gevoelens van vreugde en blijmoedigheid bewegwijzeren de filosofische weg naar werkelijke kennis.

Het hart: symbool voor het bewandelen van een weg van kennis van het hart ofwel ‘pathos’

Spinoza schreef een uiteenzetting over vier soorten van kennis om daaruit ‘de beste waarneming’ te kiezen, en liet daaraan een hoofdstuk voorafgaan over ‘het waartoe’ van die keuze:

Nadat de ervaring mij geleerd had, dat wat in het alledaagse leven veelvuldig voorvalt, ijdel en futiel is (…) kwam ik uiteindelijk tot het besluit om te gaan onderzoeken of er iets bestaat dat een waarachtig goed is (…) waarvan ik … eeuwig zou kunnen genieten in een voortdurende en maximale vreugde.

(…)

Alleen de liefde tot een eeuwige en oneindige zaak voedt de ziel en zij alleen is te allen tijde zonder droefheid ….

Spinoza, Verhandeling over de verbetering van het verstand, p. 63

De in het China van de 4e eeuw levende Xunzi benadrukt, weliswaar op andere wijze, ook het belang van het gevoelselement in de Confucianistische leer: in het bijzonder bij rituelen en muziek ten bate van een goede orde in de samenleving:

Muziek is vreugde (…) een menselijk gevoel dat niet vermeden kan worden (…) moet tot uiting komen in klank en toon, en vorm krijgen in beweging en rust.

Xunzi (Karel van der Leeuw, 2010, p. 99)

De weg van de goede waarneming en verbeeldingskracht

De parallel tussen Spinoza en het Confucianistische denken ― dat de juiste weg gericht is op het goede en gepaard gaat met blijheid en met als tegenhanger droefenis ― raakt aan nog een ander boeiend aspect. Heen en weer lopende over de interculturele brug blijkt hierbij ook de pijler van de juiste waarneming en verbeeldingskracht mee te spelen. Het vraagt kennelijk ook het oog naar binnen te keren en de eigen emoties te onderzoeken:

Als je goede dingen ziet, dan moet je ze met zorg in jezelf bewaren; als je slechte dingen ziet, dan moet je ze met droefenis onderzoeken.

Xunzi (Karel van der Leeuw, 2010, p. 100)

Teneinde Spinoza’s vierde en beste waarnemingswijze te beoefenen ― waarmee “het adequate wezen van de zaak en wel zonder gevaar van dwaling” gevonden kan worden ― is in de eerste plaats de vrijheid van filosoferen van het hoogste belang. Deze rationele weg van Spinoza geldt vooral voor het individu en dient op het niveau van het collectief te worden aangevuld met een samenbindende verbeeldingskracht.

In zijn Politiek-Theologisch Tractaat (TTP) beargumenteert Spinoza dat de vrijheid van filosoferen, de vroomheid en de veiligheid in een samenleving juist in hun samenhang het algemeen belang kunnen dienen. Voor het vormen van een goede samenleving luidt Spinoza’s stellingname:

“…dat men de vrijheid van filosoferen niet alleen kan toestaan met behoud van de vroomheid en van de vrede in de staat, maar dat men haar niet kan opheffen zonder de vrede in de staat en zelfs de vroomheid op te heffen.”

Spinoza, TTP, p. 31.
Het oog: symbool voor diepe (lijfelijke) waarneming en verbeeldingskracht ofwel ‘mythos’

De weg naar werkelijke kennis leidt volgens Spinoza naar de hoogste “liefdevolle kennis tot god” die niet alleen ‘objectief’ ― gericht op objecten buiten ― maar ook gericht is op het goede, waarin de persoon als subject is meegenomen. Daarom is de filosofische weg niet voor iedereen weggelegd en is de religieuze weg van vroomheid nodig, met leefregels.
Dit oude woord uit de traditie van de deugdethiek, vroomheid, heeft in Spinoza’s filosofie meer met de goede handelwijze van doen dan met een ‘leer’ van regels en woorden. Het gaat om goede daden, zoals de zorg voor elkaar, het geven aan de armen etc.

De weg van het goede handelen

De diepste levenswil noemt Spinoza met de Latijnse naam ‘conatus’ en in zijn Ethica (stelling 9 uit het derde deel “over de aard en oorsprong van de aandoeningen”) omschrijft hij de relatie met het goede:

… dat wij niets nastreven, willen, verlangen noch begeren omdat wij oordelen dat het goed is, maar integendeel, dat wij iets goed noemen omdat wij ernaar streven, het willen, verlangen en begeren.

Waar de individuele mens gericht is op het eigen belang en ook de belangen van de eigen groep, daar is voor het algemeen belang in een samenleving een toezicht nodig op het in stand houden van ‘het sociale contract’, in de vorm van ‘s lands (grond)wetten. Het naleven daarvan vraagt ofwel redelijk inzicht ofwel dwang van bovenaf. In die zin onderscheidt Spinoza vier vormen van machtsuitoefening in zijn Politieke Tractaat (TP):

Diegene heeft een ander in zijn macht die hem geboeid houdt of die hem de wapenen, verdedigingsmiddelen of ontsnappingsmiddelen ontnomen heeft of die hem vrees heeft ingeboezemd of die hem zodanig door weldaden aan zich gebonden heeft dat hij liever hem dan zichzelf ter wille is en liever naar zijn dan naar de eigen overtuiging wil leven.

Spinoza, TP, p. 50.

Voor het bewaren van een goede orde in de samenleving benadrukt de Confucianist Xunzi het belang van hiërarchie, opdat er niet chaos door onderlinge strijd ontstaat. Lopende over de interculturele via de pijler van het (goede) handelen toont zich behalve dit aspect van orde door dwang van bovenaf, vooral een vergelijkbaar ethos, die door de vroomheid (Spinoza) respectievelijk door de rituelen in stand wordt gehouden:

Riten hebben drie wortels. Hemel en aarde zijn de wortels van het leven; de voorouders zijn de wortels van de familielijn; vorsten en leraren zijn de wortels van een ordelijke samenleving

Xunzi (Karel van der Leeuw, 2010, p. 99)

Meanderende dialoog

De hand: symbool voor het (goede) handelen ofwel ‘ethos’

Langs deze en andere citaten en inzichten ontspon zich een meanderende dialoog over de intuïtie. Onder meer door aan de hand van concrete voorbeelden verschillen te bespreken tussen ‘reflexmatige’ in het lijf opgeslagen kennis ― zoals fietsen, pianospelen en autorijden, waarover de filosoof Polanyi schreef als ‘tacit knowledge’ ― en de onverwachte ‘flits’ die kan ontstaan, ― bijvoorbeeld wanneer je juist het puzzelen en piekeren over een probleem hebt losgelaten en het inzicht zich op een onverwacht moment aandient.

Een ander verhelderend begrip om die creatieve werking van de geest te begrijpen is ‘abductie’, een vorm van verklarend inzicht in een complex verschijnsel, bijvoorbeeld door patroonherkenning.
Zoals herkenning van typische wolkenformaties en de waarschijnlijkheid van een komend onweer. De Amerikaanse filosoof Peirce gebruikte de term voor het eerst om een vorm van redeneren aan te duiden, die noch louter inductief ― vanuit de empirische verschijnselen naar een algemene wet redenerend:

“ik heb zoveel dergelijke wolkenluchten gezien, dat ik mijn vinger ervoor in het vuur steek dat…”

― noch alleen deductief is: vanuit kennis van algemene wetten de concrete verschijnselen verklaren,

“gezien dat ik meteoroloog ben, weet ik dat de boerenwijsheid van ‘avondrood, regen in de sloot’ berust op een natuurwet die …”.

Vier vormen van interculturele kennis(-uitwisseling)

Een boeiende vraag werd door Marrit opgeworpen:

Hoezo zouden de vergelijkbare thema’s en gedachten van filosofen uit Oost en West via een historisch nawijsbare beïnvloeding moeten hebben plaatsgevonden?
Kunnen mensen die inzichten niet ook echt zelf hebben ontwikkeld?

Een andere mogelijkheid dan beïnvloeding van buitenaf door handels- en veroveringsroutes (in het spoor van Alexander de Grote en via de zijderoute) en de geschiedenis van kolonisering, is een perspectief ‘van binnenuit’, waarbij Marrit Jungs visie op het collectief onbewuste noemde. Jung veronderstelde dat mensen niet alleen individueel een onbewuste hebben, maar dat de laag van archetypische symbolen gedeeld wordt door mensen collectief. Een voorbeeld hiervan is de Indiase symboliek van de mandala, die vergelijkbaar is met een westers symbool, ‘de kwadratuur van de cirkel’. Dit symbool uit de mystieke-hermetische filosofie duidt op de eenheid der tegendelen en de verbondenheid van mens en kosmos. Jung kwam tot zijn inzichten door zowel de droombeelden van zijn patiënten te bestuderen als deze te vergelijken met symboliek uit de mythen van verschillende culturen.

De oude mythische wijsheid ― die de (natuur)filosofen door inzicht in verklarende principes (logos) wilden vervangen ― is ook wel uitgedrukt in het adagium ‘zo boven zo beneden’.
Uit deze mythische kennisvorm zijn de ‘archaïsche wetenschappen’ zoals de alchemie en de astrologie ontstaan. Denk aan het alchemistische thema van het zoeken naar de steen der wijzen, waarmee lood verandert in goud. Dit beeld duidt niet alleen op een letterlijk transformatieproces, maar ook symbolisch op een innerlijk proces. Als voorbeeld hiervan beschrijft Carl Gustav Jung in zijn ‘dieptepsychologie’ de levenskunst schaduwkanten van zichzelf liefdevol te onderkennen en in het bewustzijn op te nemen: het zogenoemde individuatieproces, het worden van een ‘in-dividu’, letterlijk een ‘ongedeeld’, heel mens.

De alchemistische kunst lood in goud om te zetten[2]

De stromingen van alchemie, hermetische filosofie, mystiek en astrologie vormen een ‘onderstroom’ in de westerse cultuur. De besproken thema’s zijn meer in poëzie, schilderkunst en literatuur te vinden ― denk aan William Blake, Goethe, de boeken van Paolo Coehlo en Harry Potter (film)serie ― dan in de wetenschappen en filosofie beoefening vanaf de ‘moderniteit’, ingezet met het streven naar zekere kennis door filosofen als Bacon, Descartes en Spinoza.

Een gebruikelijke academische manier van filosoferen cirkelt rond een vraag of thema, waarbij de schrijver of spreker eerst in dialoog gaat met denkers uit het verleden rond het aangesneden thema en zo tot een eigen stellingname en visie komt.
Deze dialogische weg naar filosofische kennis is daarmee een derde manier, ten opzichte van voornoemde beïnvloeding van buitenaf door ontmoetingen tussen culturen via handel en verovering èn de beïnvloeding van binnenuit doordat we allen delen in een intercultureel (on)bewustzijn.

Voordat we onze meanderende dialoog afrondden met het heffen van een glas met geestrijk vocht, memoreerde ik een hoopvolle vierde manier van kennisverwerving. Daarbij hebben we die boekenkasten vol geleerdheid niet nodig! Plato liet Socrates dialogeren met een slaaf, die onmogelijk boekenwijsheid kon bezitten. Door diens spreekwoordelijke vroedvrouwenkunst kon de slaaf kennis uit de ideeënwereld ophalen door ‘anamnêsis’ ofwel door zich die oorspronkelijke ware kennis te herinneren ….

Tot de volgende keer met het bouwen van een fenomenologische interculturele brug langs de pijlers van pathos, mythos, ethos en logos!

  • Campbell, J. (2008). The Hero with a Thousand Faces. Novato, California: New World Library.
  • Dohmen, J. (red, 2008) Over Levenskunst. De grote filosofen over het goede leven. Amsterdam: Ambo
  • Frazer, J. (1994) The Golden Bough. A study in magic and religion. Hertfordshire: Wordsworth Reference.
  • Fromm, E. (2010). Dromen, sprookjes, mythen. Het verstaan van een vergeten taal. Utrecht: Bijleveld.
  • Isaacs, J. (red) (1984) Australian Dreaming. 40.000 years of Aboriginal History. Sydney/ Auckland/ London/ New York: Lansdowne Press.
  • Jung, C.G. (1993). Symboliek van de Mandala. Beelden uit het onbewuste (vert. Vries, P. de) Rotterdam: Lemniscaat.
  • Kimmerle, H. (2015). Interculturele filosofie. Een studieboek. Antwerpen/ Apeldoorn: Garant.
  • Leeuw, van der K.L. (2006). Confucianisme: Een inleiding in de leer van Confucius. Amsterdam: Boom.
  • Moreau, P-F. (2004). Spinoza en het Spinozisme. (vertaald door Jeroen Bartels. Budel: Damon.
  • Rizzuto, G. (2014) Mediale levenskunst, een interculturele polyloog. Brussel: ASP
  • Scott Littleton, C. (2005) (red.) Een geïllustreerde geschiedenis van mythen en verhalen uit de gehele wereld. Kerkdriel: Librero.
  • Spinoza, de B. (1985). Hoofdstukken uit de Politieke Verhandeling. (Ingeleid, vertaald en van commentaar voorzien door W.N.A. Klever). Amsterdam: Boom Meppel.
  • Spinoza, de B. (1985). Verhandeling over de verbetering van het verstand. (tekst en uitleg door W.N.A. Klever). Baarn: Ambo.
  • Spinoza, de B. (1997). Theologisch Politiek Tractaat. (Ingeleid, vertaald en van commentaar voorzien door F. Akkerman). Amsterdam: Wereldbibliotheek.
  • Tongeren, T. van (2009) “Over de oorsprong en het kwaad in Griekse en joodse oorsprongsverhalen.” in: Becker, M. & Tongeren, P. van (red) Sprekende werken. Over de ethische zeggingskracht van literatuur. Budel: Damon.
  • Wessels, A. (2001) Islam verhalenderwijs. Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds.
  • Wit, H. F. de (1998) De lotus en de roos. Boeddhisme in dialoog met psychologie, godsdienst en ethiek. Kampen: Kok Agora; Kapellen: Pelckmans.
Noten

[1] Jans literatuurlijst
Benedict de Spinoza ― 1677 ― Ethica (een heruitgave Wereldbibliotheek 1915)
Jonathan Israel ― 2005 ― Radicale Verlichting
Jan Knol ― 2007 – Spinoza uit zijn gelijkenissen en voorbeelden voor iedereen.
Jan Knol ― 2009 ― Spinoza’s intuïtie
Maarten van Buuren ― 2016 ― Spinoza ― vijf wegen naar de vrijheid
Maarten van Buuren ― 2021 ― Quantum, de oerknal en God
Peter Kunzmann ― 1991 ― dtv Atlas der Philosophie
[2] Bron: Joseph Wright of Derby ― the alchemist discovering phosphorus

van Thymia, filosofische praktijk voor levenskunst en creatieve ontwikkeling te Weesp heeft in 2016 de Stichting Quest for wisdom foundation opgericht. Het eerste project van de stichting is de digitale spelvorm game Quest for wisdom. Als tweede project wordt het Wijsheidsweb ontwikkeld. Heidi Muijen is ontwerper van het filosofisch-mythische bordspel Mens, ken je zelf en van de ont-dekkende dialoogvormen Wat is de kwestie?-Wat is de questie!.

Schrijf een reactie