Levenskunst & Levensgeluk — 15

0

Het laten draaien van het Rad

Heidi Muijen

Een onderzoek naar “Het spirituele is politiek — het politieke is spiritueel!”, Civis Mundi digitaal nr. 52, in 2017-11 — bewerkte versie op het Wijsheidsweb 2019-12

Met dank aan Joke Koppius voor haar waardevolle inbreng bij de totstandkoming van deze reeks!

deel 1deel 2deel 3deel 4deel 5deel 6deel 7deel 8deel 9deel 10deel 11deel 12deel 13deel 14deel 15

Inleiding

In Civis Mundi Digitaal participeer ik met een artikelenreeks aan het thema Filosofie van de Levenskunst. Deze reeks wordt op het Wijsheidsweb — in delen bewerkt en herzien — opnieuw gepubliceerd.

Met deze reeks wil ik bijdragen aan de ontwikkeling van een laatmoderne levenskunst die antwoord geeft op noden van deze tijd. Er is met name inflatie van morele noties en andere waarden ― hoe het betekenisvolle te bewaren in de privésfeer, in professionele praktijken en publieke domeinen?
Dit is filosofisch onder andere gediagnosticeerd als ‘malaise van de moderniteit’ (Taylor, 2009). In het huidige tijdsgewricht worden waarden in het maatschappelijk leven onder invloed van de betekeniseconomie identiek aan marktwaarden en ‘ieders eigen smaak en keuze’. Daarmee ontstaat er betekenisverlies in (de duiding van) individuele en collectieve ervaringen.

De artikelen vormen stappen op een verkenningstocht, gericht op het ontwikkelen van een ethisch-politiek bewustzijn teneinde aan het gebrekkige begrip ‘postmoderniteit’ een positieve invulling te geven.
Aan de hand van mythen, filosofen en actuele vraagstukken verken ik meanderend het verschralen van ‘geluk’, ‘authenticiteit’, ‘spiritualiteit’ en andere thema’s van (populaire) levenskunst.

Doel is die begrippen te verrijken door ze in samenhang te bezien als aspecten van levensgeluk vanuit wijsheidstradities en filosofische levenskunst.

het rad met de vijf elementaire velden en 16 interculturele wegen
Afbeelding 1: Het Rad van interculturele levenskunst — de basis van de drie Quests van de QFWF

De artikelenreeks mondt uit in de noodzaak een relationele en interculturele invulling te geven aan een laatmoderne levenskunst. Als voorstel hoe deze langs verschillende wegen te ontwikkelen is er een ‘Rad van interculturele levenskunst’ geschetst, geïnspireerd op de symboliek van de vijf elementen als vrucht van en richtingaanwijzer voor levende ontmoetingen en verhalen, spel en dialoog.

In het eerste deel is het ‘postmoderne’ zin- en betekenisverlies geproblematiseerd en de onderzoekroute uitgezet.
In het tweede deel is de weg vervolgd aan de hand van het Oedipusverhaal. Dit verhaal is in verband gebracht met de ‘postmoderne nomade’ als metafoor voor de mens voor wie het bestaan zelf zin geeft, zonder transcendente oorsprong en bindende conventies.
In het derde deel is het ‘ken uzelve’ onderzocht als grondmotief van de westerse wijsheidstraditie en sleutel voor het vinden van samenhang tussen kennis van zichzelf èn kennis van de wereld.
Het vierde deel grijpt terug op dit grondmotief teneinde sociale aspecten van levenskunst te ontwikkelen als antwoord op crises in laatmoderne tijden ― in publieke sectoren, in het bijzonder onderwijs en zorg.
In het vijfde deel is verkend hoe ethisch-politieke bewustwording rond de spil van ‘het volle leven’ draait, die licht èn schaduwkanten, privé en publieke domeinen omvat.
Om de samenhang van tegendelen verder te onderzoeken is in het zesde deel het begrip ‘spel’ tot een ‘ludische’ invalshoek uitgesponnen.
In het zevende deel is de maatschappelijke ‘Pursuit of Happiness’ beschouwd als een sociaal samenspel, waarin vooral aan de hand van Nietzsche en Nussbaum morele en machtsmotieven met elkaar worden verbonden.
Het achtste deel cirkelt rond het vraagstuk naar de plaats van de mens èn van ‘intelligent design’ in een posthumanistisch tijdperk.
In het negende deel is in antwoord op Harari’s visionaire beeld van de mens als een ‘achterhaald algoritme’ de noodzaak geschetst inzicht te verkrijgen in de parallelle dynamiek tussen individu en collectief teneinde wenselijke veranderingen te entameren in open systemen (sociaal, ecologisch, economisch).
Dat hiervoor een ontwikkeling van ‘kuddegeest tot kosmopolitisme’ nodig is, wordt in het tiende deel betoogd.
In het elfde deel is ten behoeve van een dialoog tussen culturen de symboliek van de natuurelementen — het ‘vurige, aardse, stromende, luchtige en etherische’ — als een ‘brugtaal’ geschetst, waaraan intercultureel verstaanbare symbolen van respectievelijk de hand, het oog, het hart, de spiraal en de lemniscaat zijn gekoppeld.
In het twaalfde deel is de symbooltaal van het Rad van interculturele levenskunst uitgewerkt als een zoektocht naar wijsheid, de Quest for wisdom, teneinde een levenskunst te ontwikkelen zich tussen verschillende culturen en tradities in te bewegen.
Het dertiende deel is gewijd aan oude wijsheidstradities, zoals het Confucianisme en de stoïcijnse filosofie, ten behoeve van het ontwikkelen van een mondiale ethiek op basis van transculturele deugden, zoals gastvrijheid en wederkerigheid; en door van de historische ontmoetingen tussen culturen te leren, bijvoorbeeld wat betreft de Noord-Zuid as, hoe een ‘derde dialogische route’ te bewandelen, als alternatief voor de internationale reflex muren tussen culturen te bouwen.
In het veertiende deel is de vraag naar wereldburgerschap aangesneden vanuit historisch perspectief: hoe kan er in de spiegel van de geschiedenis een ontwikkeling van multi- naar inter- en transculturele verbindingen gestimuleerd worden.

In deze vijftiende bijdrage zullen de historische lessen worden geactualiseerd als een kunst van betekenisgeving ‘tussen’ cultureel bepaalde referentiekaders. Dit is gevisualiseerd in het Rad van interculturele levenskunst, waarin de symboliek van de natuurlijke elementen – aarde, water lucht, vuur en ether – een ‘transformatieve brugtaal’ tussen culturen kan laten ontstaan. Niet als een universeel ontwerp maar als een ‘levende filosofie’ door het Rad te laten draaien door middel van het aanspreken van de verbeeldingskracht, storytelling, spel en dialoog. Zo kan er zo een Gulden Snede van mythische beelden en verhalen ontstaan, die een speelruimte openen ― een ‘tussenruimte’ ― die mensen als spelers met elkaar verbindt door juist verschillen te waarderen.

Betekenisgeving tussen cultureel bepaalde referentiekaders

“Een wezen is vrij wanneer het in zijn element is. Voor dit element gebruikt Nietzsche het woord speelruimte. (…) Kolakowski vergeleek vrijheid met de lucht die we ademen. Zelf heb ik er nog een ogenschijnlijk diametraal tegenovergesteld beeld bij, dat van het cement tussen de bakstenen van huismuren. Haal je het cement weg, dan stort het huis in, zoals we stikken, als we geen lucht meer krijgen.”

Visser (2015, p. 66, 78)

Het openen van een verbeeldingsruimte vormt de poort waar doorheen er pas contouren van een werkelijkheid zichtbaar worden. Ligt in de kunst van het betekenis geven via de verbeelding een sleutel voor een derde weg tussen utopie en cynisme, tussen agressie en onverschilligheid? Die kunst ontstaat door zich het goede van een nieuwe wereldordening voor te stellen en die mogelijke andere werkelijkheid daarmee dichterbij te brengen. Die beweging alleen al schept ruimte, die nodig is voor de ‘dialogische derde route’. Deze is erop gericht mensen en groepen uit andere culturen te ontmoeten zonder hen te willen buitensluiten noch in te lijven (letterlijk en figuurlijk) in het eigen culturele kader.

Hoe is het mogelijk ‘tussen’ culturen en cultureel bepaalde referentiekaders anderen te leren kennen in hun eigenheid, vertrekkend van een andere cultuur en tijd…? Dat is de filosofische questie achter de kwestie! Cultureel antropologen en etnografen spreken in dit opzicht van de kunst enerzijds deelgenoot te worden van een vreemde cultuur en anderzijds de frisse, onderzoekende blik te bewaren door te voorkomen dat men één wordt met hen (going native zoals antropologen zeggen). Voor het ontwikkelen van wereldburgerschap is zowel empathie nodig voor ‘de vreemde ander’ als voldoende kritische (onderzoekende) afstand om het goede uit diverse werelden en culturen te behouden.

Naar een symbolisch bewustzijn

Afbeelding 2: Lotusbloem, symbool voor verlichting uit de ‘Game quest for wisdom’

In cultureel antropologische en filosofisch-psychologische studies zoals die van Campbell (1949, 1962), Frazer (1993), Jung (1950) en Fromm (2010) lezen we over de symbolische kracht van mythische en religieuze verbeelding.

De oude verhalen en archetypische beelden hebben niet alleen historische maar ook actuele waarde omdat ze een eenzijdig rationele benadering van het leven en de werkelijkheid aanvullen en rijker maken. Deze mogelijkheid is onder meer beschreven als vorming van een ‘integratief’, ‘symbolisch’ en ‘a-perspectivisch’ bewustzijn (Jung, 1993; Berk, 2003; Gebser, 1978). Ondanks de verschillen tussen deze cultuurfilosofen en de door hen beschreven vormen van bewustzijn lijkt er een gemeenschappelijk thema aan de orde te zijn: dat er een verruiming, verdieping en verrijking (van een tot één cultuur beperkte en rationele vorm) van bewustzijn nodig is. Een aansprekend idee: hoe een verruiming van bewustzijnsvormen kan bijdragen de complexe problemen in de wereld te benaderen door te putten uit wijsheid van andere culturen en andere tijdsperioden! Zo kan de ontwikkeling van een symbolisch bewustzijn dat toegang geeft tot oude wijsheid in mythen, rituelen en symboliek tevens bijdragen aan een interculturele levenskunst.

Een symbolische ordening van (inter)culturele wijsheidswegen

De Griekse natuurfilosofen bevinden zich in de ontwikkeling van een magisch-mythisch bewustzijn naar een rationele benadering van de werkelijkheid op een breukvlak in de geschiedenis: filosoferend over de natuurlijke elementen als oorsprong (begin) en grondslag (beginsel) van de natuur en de kosmos bewegen zij zich in het spanningsveld tussen ‘mythos’ en ‘logos’.

Afbeelding 3: Hoorn des overvloeds uit de ‘Game quest for wisdom’

Daarmee startten zij een verteltrant en denkwijze waarin het samenspel van aarde, water, lucht, vuur en ether niet (alleen) als een mythisch schouwtoneel van natuurgeesten en god(inn)en wordt beschreven. De ordening der dingen, die met het ontstaan (de ‘genese’) van natuur en kosmos haar beslag kreeg, wordt doordacht vanuit een natuurelement als verklarend beginsel — zoals Thales van Milete het water (“alles is water”), Anaximenes de lucht, Herakleitos het kosmische oervuur en het stromende principe (Panta Rhei), en Demokritos het a-toom (het on-deelbare) als de ‘essentie’ (betekent letterlijk ‘element’) van de werkelijkheid beschreef. De natuurfilosofen braken enerzijds met een religieus-mythische verteltrant en verklaringswijze, maar bleven anderzijds wel binnen het taalspel van mythische symboliek van de vier natuurelementen en het kosmische element de ether.

Zowel de Griekse mythen als het Genesisverhaal bevatten een mythische visie (met interessante verschillen, zie: Van Tongeren, 2009) op het ontstaan van de kosmos door het spel der elementen. De wereld zou in die verhalen het resultaat zijn van alchemie, een proces van scheiding (strijd) en verbinding (eenheid) van de natuurelementen aarde, water, lucht en vuur. Het ontastbare en geheimzinnige vijfde element, de ether ofwel in het Latijn de quinta essencia (quintessence), werd tot in de vorige eeuw in de natuurwetenschap als het medium beschouwd, waarin de radio- en lichtgolven zich voortbewegen.

Ondanks de kanteling van een mythische naar een rationele benadering van de werkelijkheid onder invloed van ‘de kleine Verlichting’ die de hellenistische natuurfilosofen inluidden, werd de magisch-mythische denkwijze door de zogenoemde hermetische en alchemistische filosofie als een onderstroom van de dominante cultuur voortgezet. Deze zachtere stemmen in het overheersend rationele en verklarende discours komen vooral in de Renaissance bij filosofen zoals Pico della Mirandola (Quispel, 1992) weer aan de oppervlakte. Vanaf de geboorte van de natuurwetenschap uit de natuurfilosofie — bijvoorbeeld in geschriften van Newton (Coudert, 1984) — tot aan de New Age blijft die onderstroom in de Europese cultuur doorwerken.

Een intercultureel mythisch taalspel

Het mythische taalspel met de symboliek der natuurelementen hoort bij een magisch-mythische benadering van de werkelijkheid. Dit lijkt in alle windstreken (hoewel steeds in een couleur local) het geval te zijn. Daarmee beschikken wij over een symbolische brug naar filosofische denkbeelden uit archaïsche tijden en verschillende culturele tradities. Zo speelt in de vedische traditie de symboliek van de vier elementen aarde, water, lucht en vuur en het vijfde element ruimte een rol in een proces van bewustzijnsverruiming — gezien als verbondenheid van de mens als microkosmos met een ruimer kosmisch Zelf; symbolisch aangeduid met het beeld dat mensen zijn als druppels in een grote kosmische oceaan. Hierover vertellen de wijsheidsteksten van de Upanishads (Laar, 2015). Ook op het Afrikaanse continent, bijvoorbeeld in de filosofie van het Asante volk uit Ghana, spelen de vijf natuurelementen aarde, water, lucht, vuur en ether een betekenisgevende rol (Muller, 2013), die haar beslag heeft gekregen in spreekwoorden en symbolen.

Afbeelding 4: Nu Wa, de oerschildpad uit de ‘Game quest for wisdom’

Weer op een andere manier beduiden de natuurelementen in de Chinese mythen het mysterie van het ontstaan van de kosmos. Bijvoorbeeld hoe de vier windrichtingen op aarde door de oerschildpad Nu Wa zijn geopend, door diens dragende kracht en het in balans houden van het hemelgewelf. Van bijzondere betekenis zijn de natuurlijke elementen van de winden en het buigbare bamboe, de rivieren en de bergen. De elementen hout, vuur, aarde, metaal en water zijn in de Chinese filosofie vooral te verstaan als fasen en principes van verandering, passend bij een dynamische visie op de werkelijkheid — en niet zozeer als een verzameling van culturele artefacten en natuurlijke substanties — maar voortkomend uit de spanning tussen yin en yang in een voortdurende elementaire cyclus van het worden. Een visie, die mede ten grondslag ligt aan de geneeskunde (acupunctuur) en de Chinese astrologie.

Rad van interculturele levenskunst

Juist de creatieve spanning tussen breukvlakken en cultuurgebieden rond rode draden in de geschiedenis vormt het uitgangspunt van het Rad van interculturele levenskunst, dat aan de basis staat van het Wijsheidsweb — Quest for wisdom en de Game quest for wisdom.

het rad met de vijf elementaire velden en 16 interculturele wegen
Afbeelding 5: Het Rad van interculturele-levenskunst

Als een digitaal forum voor wijsheid uit alle windstreken vormt dit web, een van de initiatieven van de stichting Quest for wisdom foundation met als doel interculturele levenskunst te ontwikkelen. De ‘Gulden Snede’ is de naam van co-creatieve producties van educatief materiaal, dat zowel recht doet aan de culturele context waaruit is geput als dat het bijdraagt aan het ontwikkelen van interculturele competenties en communicatie. De basis van deze initiatieven is de filosofie van het Rad van interculturele levenskunst.

De visualisatie van deze filosofie in ‘het rad’ toont hoe mystieke stromingen, wereldreligies, mythische wijsheidsverhalen, kunstzinnige uitingen en filosofische stromingen van levenskunst op een symbolische wijze worden gerangschikt. Zo vormen de vier gekleurde kwadranten ‘velden van wijsheid’ naar de elementaire aard van aarde, water, lucht en vuur; ether is gekoppeld aan het centrum waar de vier elementen samenkomen. Langs de vier velden lopen zestien verschillende wijsheidswegen als spaken van het Rad. De expressies van wijsheid die aldus gerangschikt worden zijn tevens geordend naar zes dimensies van ‘visies’ tot ‘praxis’. Die gelaagdheid laat zien dat levenskunst een intercultureel en kleurrijk scala bevat tussen populaire vormen en praktijken (zoals mindfulness) en abstracte filosofische kennis. Van bijzonder belang zijn ook rituele, ambachtelijke, kunstzinnige uitingen van wijsheid en doorleefde, eerstepersoonskennis (Wit, 1998).

De symboliek van de vijf natuurelementen dat in het Rad van interculturele levenskunst het ‘inter’ als een dynamisch ordeningsprincipe open houdt tussen de diversiteit aan de buitenkant van het wiel en de eenheid in het centrum. Het elementaire staat zowel voor de basis van het bestaan als voor het creëren van symbolische bruggen tussen verschillende wijsheidstradities in de vorm van gedeelde elementaire wijsheid. De transculturele verbinding is gevisualiseerd als het ‘wit’ dat alle kleuren bevat; zowel als het centrum, waar de vier elementen aarde, water, lucht en vuur samenkomen in de quintessence ofwel het vijfde element. Bezien vanuit de filosofie van ‘het rad’ is de symbolische ordening zelf betekenisvol: het centrum is ‘de plaats die geen plaats is’ (Bulhof, Poorthuis, Bhagwandin, 2003). Waar aan de periferie van ‘het rad’ de eigenheid en verschillen tussen wijsheidstradities vooral aan de orde zijn in de diversiteit van verhalen en visies, ritualiteit en symboliek (exoterisch perspectief), vallen ze vanuit de quintessence bezien samen (esoterisch gezichtspunt). Dit laatste wordt ook wel als philosophia perrenis (Hoogcarspel, 2016, p. 7) aangeduid: achter filosofische, culturele en religieuze verschillen van wegen schuilt een gedeelde liefdevolle wijsheid, van medemenselijkheid en verbondenheid met de kosmos als het grote geheel.

De creatieve spanning tussen mythos en logos

Analoog aan de vraag van de alchemisten ‘hoe van lood goud te maken’ vormen de aan dit ‘rad’ verbonden spel- en dialoogvormen en het andere educatieve materiaal (zoals de QFWF- game en het QFWF-storytelling programma) een Gulden Snede door verschillende culturen en wijsheidstradities. In die zin zijn de game Quest for wisdom, het mythisch-filosofische spel ‘Mens, ken je zelf’ en de dialoogtafel ‘Wat is de kwestie? wat is de questie!’ allen gebaseerd op de symboliek van de vijf elementen. De elementen aarde, water, lucht en vuur vormen in het spel de elementaire richtingen in het labyrint van het leven, gericht op het vijfde element ‘levensgeluk’ als ‘quintessence’. In die zin worden de elementen dynamischer verstaan dan in de Griekse natuurfilosofie. Tijdens het spel worden zij als metaforen ‘levend’ gemaakt door de wijze waarop spelers zich het vurige, stromende, luchtige, aardse en etherische verbeelden, bijvoorbeeld een bijzondere natuurbeleving. Ze vertegenwoordigen symbolische ijkpunten voor het vinden van een goede koers in het leven om, zoals filosofen van de levenskunst het uitdrukken, te worden wie je bent.

Afbeelding 6: De levensstroom uit de ‘Game quest for wisdom’

Een mythische verklaring van de werkelijkheid is niet gestoeld op principes en natuurwetten maar op een krachtenspel tussen natuurgeesten, zoals nimfen, vuurgeesten en andere natuurgod(inn)en. Vanuit een rationeel wetenschappelijk standpunt ziet men deze denkwijze als een ‘primitieve’, ‘magische’ of ‘kinderlijke’ vorm. De ontwikkeling van de natuurwetenschappen uit filosofie en mythologie heet een overwinning van ‘logos’ op ‘mythos’ te zijn. Toch lukt het de (natuur-)wetenschappelijke benadering nooit ‘mythos’ algeheel achter zich te laten. De onderliggende denkbeelden, waarop de huidige spelregels van wetenschapsbeoefening berusten, hebben veeleer een mythische dan logische kracht! De aannamen stoelen op funderende metaforen over de werkelijkheid.

Dat is vergelijkbaar met het gegeven dat de regels der kunst (op grond waarvan een bewijs als wetenschappelijk geldt) zelf niet met dezelfde spelregels kunnen worden ‘bewezen’. Eerst dient beslecht te worden wat als ‘empirie’ geldt voordat er van ‘evidence based’ gesproken kan worden! Dit impliceert dat ‘de wetenschap’ niet het laatste woord toekomt bij kwesties van levensgeluk en levenskunst. Een wetenschappelijk verhaal is een aan specifieke tijden en culturen gebonden antwoord op problemen (kwesties) die op bepaalde wijze samenhangen met de vragen die het leven ons stelt (questies).

Perspectivisme en metaforen

Aansprekende metaforen blijken een bijzonder belangrijke rol te spelen bij nieuwe vondsten en wetenschappelijke ontdekkingen — ze vormen de zogenaamde ‘context of discovery’. Deze metaforen en richtinggevende denkbeelden over hoe kennis van de natuur ontwikkeld is, worden in de ‘context of justification’ als niet ter zake doend weer buitengesloten. Maar blijven ze niet ondergronds (onbewust) doorwerken? Door de eeuwen heen zijn de (wetenschappelijke en culturele) referentiekaders bovendien steeds weer gewijzigd, zoals de geschiedenis ons leert. In die zin lijken uiteindelijk sociale en culturele spelregels bepalend te zijn welke denkbeelden als het meest overtuigend door de wetenschappelijke gemeenschap worden erkend en welke niet. Wanneer de wetenschappelijke gemeenschap een bepaald perspectief als ‘het ware’ venster op ‘de’ werkelijkheid installeert, sluit zij per definitie daarmee ontelbare andere perspectieven (uit andere culturen en andere tijden) buiten.

Nietzsche (1984, p. 524) sprak in zijn werk Die Fröhliche Wissenschaft van een perspectivisme, de visie dat er “… in principe oneindig veel interpretaties mogelijk zijn…”. De werkelijkheid krijgt haar betovering en oneindigheid weer terug wanneer men zich realiseert hoe een fenomeen ook anders geduid kan worden. Door ‘om te denken’ kan men zich de wereld anders voorstellen — dan betreedt men het rijk van de vrijheid! — en kunnen andere fenomenen zich aandienen als ‘empirische gegevens’! Zijn de wetenschappelijke spelregels en basisaannamen eenmaal geaccepteerd, dan werken ze als een filter of raster voor wat als werkelijkheid geldt, met behulp van sociale druk en sancties. Het kost inspanning de regels van binnenuit (wanneer de geijkte verklaringen niet meer afdoende blijken te zijn) en van buitenaf te veranderen: zoals gebeurde met het reorganiseren van de eertijds vrije academische wetenschapsbeoefening tot het huidige wetenschappelijke bedrijf.

Afbeelding 7: De regenboog als symbool van verbinding – een hemelse brug naar de aarde – foto Miny Verberne

Een bekend voorbeeld van een wetenschappelijke (r)evolutie is hoe het dominante (christelijke) beeld van de schepping van de natuur moest wijken voor een natuurbeeld dat niet op de goedheid van de schepper maar op strijd is gebaseerd. Daar was verbeeldingskracht èn moed voor nodig! Minder rationeel en meer op basis van retoriek heeft die (r)evolutie plaatsgevonden. Door middel van verleidelijke metaforen hebben de ‘principes’ van de survival of the fittest en van natuurlijke selectie uit Darwins evolutieleer (Bulhof, 1988) het van de creationisten in de wetenschap gewonnen. Deze laatsten gingen ook in hun wetenschappelijke studies ervan uit dat de natuur het werk van god is en dat het scheppingsverhaal uit de bijbel niet alleen symbolisch maar ook letterlijk en historisch geduid kan worden. Overtuigender dan strenge logica kan een aansprekende metaforiek tegen een dominant wetenschappelijke discours in stelling gebracht worden.

Metaforen als bruggen en ladders

Darwins theorie vond ingang in het wetenschappelijke en maatschappelijke discours als vrucht van diens literaire pen veeleer dan door bewijskracht van de ‘objectieve principes’ van de evolutietheorie zelf. Zijn succes hangt samen met de wijze waarop hij krachtige metaforen, zoals het archetypische beeld van ‘de boom des levens’ gebruikte. Zo bracht hij met dit beeld het onderzoek op een spoor de natuurlijke afstamming van de mens te verklaren uit een ‘schakel’ (missing link) met mens- en aapachtige voorlopers. Door een nieuwe verbeeldingswereld te schetsen kon de ‘gindse’ werkelijkheid in het bewustzijn anders verschijnen (Bulhof, 1988, p. 65).

De verbeeldingskracht die door (wetenschappelijke) metaforen wordt aangesproken vormt bruggen en ladders naar ‘de’ werkelijkheid. De metaforen van Darwin definiëren een nieuw betekenisveld waarbinnen de natuurfenomenen (anders) verschijnen. Het metaforische raster van de natuur ‘als een strijdtoneel’ gaat goed samen met denkbeelden over de concurrentiestrijd in de sociale wereld. Het is dankzij de verbeeldingskracht die levende metaforen schept dat de ervaringswerkelijkheid ook anders kan verschijnen: de hermeneutiek van beeld naar begripsvorming geeft een andere structurering van ‘diezelfde’ werkelijkheid. Naarmate een denkbeeld over de natuur als ‘gewoner’ wordt ervaren, gaat het aan retorische kracht inboeten. De metaforiek in het dominante begrippenkader is gestold wanneer men letterlijk en objectief gelooft in ‘de waarheid’ van het betreffende mensbeeld en beeld van de natuur. Er is weer een metaforische brug of ladder nodig om een ander begrip van de natuur te vormen. In de huidige tijd lijken de Darwiniaanse denkbeelden van de ‘strijd om het bestaan’, plaats te maken voor relationele verbanden: de natuur als leermeester voor samenwerking en het smeden van ‘natuurlijke allianties’; zoals de coöperatie tussen insecten en planten, bijvoorbeeld de bij die honing neemt van de bloem en ondertussen haar zaadjes verspreid.

Verbeeldingskracht en dialoog

Afbeelding 8: Rond de speeltafel met ‘Mens, ken je zelf’, filosofisch-mythische spelvormen

De kracht der verbeelding blijkt aldus verschillende werkelijkheden te kunnen scheppen. Door middel van een generatieve dialoog en het sociale spel van betekenisgeving (het wetenschappelijk debat in Darwins tijd bijvoorbeeld) kunnen de nieuwe metaforen en denkbeelden bij het grotere publiek geaccepteerd worden. Zo vormen de impliciete metaforen in de wetenschappelijke denkbeelden een ladder naar ‘de’ werkelijkheid, waarmee tevens verschillende referentiekaders kunnen worden overbrugd: bijvoorbeeld ‘strijd’ als metafoor organiseert zowel het denken over de natuur als over de sociale werkelijkheid. Niet alleen voor het wetenschappelijk debat maar ook voor het maatschappelijk debat over ‘de vluchtelingen crisis’ bijvoorbeeld kan de verbeeldingskracht daarom een verbindende rol spelen. De huidige tijd heeft een nieuwe metaforiek nodig, waarmee mensen uit andere culturen niet als ‘probleem’ (de vreemde ander) maar als ‘kans’ worden gezien (culturele diversiteit als waarde en noodzaak voor een kosmopolitische samenleving). Door de interculturele dialoog kunnen de beperkte antwoorden op levensvragen uit het eigen referentiekader worden verrijkt met antwoorden uit andere culturen.

In een speel- en dialoogruimte kan het proces van het dialogeren zelf tot ervaring worden: de participanten aan een dialoog die zich openstellen voor elkaar kunnen ervaren dat wij zelf de bruggen zijn tussen culturen. Voor deze dialogische ‘derde route’ is een open geest voorwaardelijk. Alleen zo kan er een oog worden ontwikkeld voor culturele verschillen èn verwantschap in verhalen en visies, in genres en tradities met kunstzinnige uitingen, vieringen en symboliek. Dat kan door inzicht te verkrijgen in de historische en sociale processen die aan de vorming van referentiekaders en culturele identiteiten ten grondslag liggen.

Van buitenaf kan een open sfeer van dialoog worden opgeroepen door spelmiddelen zoals dobbelsteen, zandloper, kaarten, speelbord. Van binnenuit is het bouwen van metaforische bruggen en ladders tussen culturen een fragiel proces van het zich dé-identificeren van afgeslotenheid in de ‘eigen’ identiteit met culturele waarden en normen. Door middel van empathie, het vermogen zich in te leven in anderen, in ‘vreemde’ culturen.  De ‘grond’ van een interculturele dialoog is eigenlijk een ‘afgrond’ die ontstaat door het afbrokkelen van vermeende zekerheden over afgesloten culturele identiteiten vanuit een gratuit geschonken vertrouwen.

Openheid voor het ‘andere’

Afbeelding 9: Zandloper, symbool voor het samenspel van Chronos en Kairos

De verbeeldingskracht maakt het mogelijk een andere verhouding tot de werkelijkheid, tot zichzelf en elkaar, in de ruimte en tot de tijd te genereren — door zich in de ‘als-of’ (symbolische tussen-)ruimte van het spel te begeven. Naarmate er speelruimte ontstaat, vergeten mensen de tijd en kunnen zij verleid worden het dominante taalspel eventjes tussen haakjes te zetten en uit de functionele rol te stappen en … elkaar als homo ludens te ontmoeten! Deze generatieve en transformatieve kracht is door meerdere filosofen onderkend en bijvoorbeeld door Joke Hermsen (2014) uitgewerkt als de kunst zich niet door de kloktijd gevangen te laten nemen, verbeeld als vadertje tijd ofwel Chronos uit de Griekse mythologie, maar door de jonge god van het goede moment, Kairos, bij zijn haarlok te grijpen — als metafoor voor het genereren van een cultuur van bevlogenheid.

In een speelruimte regeren niet de vanzelfsprekendheden die we als ‘feiten’ of als ‘de mores’ (‘dat moet nu eenmaal zo’) aannemen, maar de mogelijkheid, de kracht van het verlangen. De verbeeldingskracht ontlokt vragen: “Hoe zou je willen zijn, welke droom wil je volgen?” — inclusief vragen over wie het ‘zelf’ is dat hier een antwoord op geeft: Mens, ken, je zelf! — Wat mensen anno nu onder ‘de’ werkelijkheid verstaan is ooit zo beklonken. Er zijn andere denkbeelden en normen mogelijk door de vrijheid te nemen en te gaan dromen over een ander leven en een andere wijze van samenwerken.  De kracht van beelden en verhalen blijkt cruciaal voor mensen die voor de drempel naar een nieuwe fase in leven of loopbaan staan, die een stap in een andere richting willen zetten. Er is verbeeldingskracht nodig voor het inslaan van een nieuwe koers als persoon, team of organisatie (Brohm & Muijen, 2010; 2017) en voor het stem geven aan maatschappelijke dromen (bijvoorbeeld in een politieke utopie). Waar het durven dromen en onderzoeken al een complexe zaak is voor mensen met eenzelfde culturele achtergrond en gedeelde waarden (Achterhuis, 2006; Bregman, 2014) geldt dit des te meer voor vraagstukken van de multiculturele samenleving. 

Het vinden van inter- en transculturele levensvormen

De multiculturele samenleving kent zowel warme voorstanders als felle tegenstanders. Het omgaan met verschillen is door Paul Scheffer als maatschappelijk vraagstuk aan de orde gesteld in zijn in 2000 verschenen artikel Het multiculturele drama. Daarvoor in 1996 was het internationale debat al op scherp gezet door Samuel P. Huntingtons boek over de Clash of Civilizations. Sindsdien klinken er harde tonen in een verhit politiek debat en rollen de meningen over menige borreltafel. Voor- en tegenstanders van tolerantie en een menswaardige opvang van vluchtelingen buitelen over elkaar heen in de sociale media … Hoe hoopgevend wanneer het geloof in de goede inborst van de mens als ‘realisme’ op basis van historische studies wordt aangekaart (Bregman, 2019)!

De geschiedenis leert dat er meer voor nodig is om in plaats van ‘botsingen’ ontmoetingen tussen culturen te laten ontstaan. Hoe kan een multiculturele samenleving ruimte maken voor inter- en transculturele levensvormen, op een vergelijkbare wijze zoals de samenklanken uit diverse culturen in wereldmuziek hoorbaar is? Dit inspirerende voorbeeld zal in het volgende deel van deze reeks als metafoor worden gebruikt voor de vraag hoe er een ontwikkeling van multi- naar inter- en transculturele verbindingen kan worden gestimuleerd. Wellicht juist door tegen de tijdgeest in de ‘kramp’ over ‘aanpassing aan de Nederlandse waarden en normen’ los te laten en van de waarde van culturele diversiteit en de mogelijkheid van transculturele verbindingen uit te gaan. In een speelruimte zijn er naast gedeelde waarden van medemenselijkheid ― die mensen als spelers met elkaar verbinden ― juist de kleurrijke verschillen die vrolijk stemmen en een gemeenschappelijke speelruimte open houden! 

De complete literatuurlijst van deze serie is via levenskunst-en-levensgeluk-literatuur te vinden.

Heidi Muijen

van Thymia, filosofische praktijk voor levenskunst en creatieve ontwikkeling te Weesp heeft in 2016 de Stichting Quest for wisdom foundation opgericht. Het eerste project van de stichting is de digitale spelvorm game Quest for wisdom. Als tweede project wordt het Wijsheidsweb ontwikkeld. Heidi Muijen is ontwerper van het filosofisch-mythische bordspel Mens, ken je zelf en van de ont-dekkende dialoogvormen Wat is de kwestie?-Wat is de questie!.