Is er een ‘gene zijde’…?

0

M.m.v. Mitra Muijen & Rosalie de Wildt & Jan Broenink

Bijeenkomst Weesper Filosofie Kring, woensdag 14 april 2021

Inleiding tot het thema: de Bijna-dood ervaring

In deze bijeenkomst stond het thema van het bestaan van een geestelijke werkelijkheid naast/ in of boven de fysieke werkelijkheid centraal: zijn er twee werelden, de aards-fysieke en een andere wereld die we betreden na onze dood?
Of is het bestaan van een geestelijke kern in de mens, een werkelijkheid die het fysieke leven overstijgt, een kwestie van geloof; een metafysische illusie die we nodig hebben om het leven draaglijk te maken?

Eerst volgt hieronder een poëtische introductie tot dit thema met een gedicht van Rutger Kopland; daarna twee tegenovergestelde standpunten, toegespitst op een kwestie of de herinnering aan die andere werkelijkheid, zoals opgetekend door mensen die bijna dood waren en terugkeerden, bijvoorbeeld door reanimatie.

Cardioloog Van Lommel ontmoette mensen met BDE (bijna-dood ervaringen) in zijn werk en was gefascineerd door dit verschijnsel. Hij besloot ze niet alleen op te tekenen, maar er ook een longitudinaal onderzoek naar te verrichten: hen in hun leven te volgen over langere tijd, teneinde ook het effect van die ervaring in de context van hun leven te kunnen duiden. Zijn onderzoek verscheen eerst in een gerenommeerd medisch tijdschrift, the lancet[1], en daarna zag een lijvige studie in 2007 het licht onder de titel Eindeloos bewustzijn. Daarin vulde hij zijn onderzoek aan met studies vanuit de quantummechanica en beschouwde de BDE vanuit intercultureel filosofisch perspectief. Het boek ontlokte een heftig filosofisch en wetenschappelijk debat tussen voor- en tegenstanders rond de vraag of de BDE wel wetenschappelijke grond heeft of tot het domein van fictie behoort.

Het sceptische standpunt van natuurwetenschappers en critici op Van Lommel’s studie, het zogenoemde ‘positivisme’, zal toegelicht worden door Mitra Muijen.
Een ander filosofisch standpunt dat in staat is de BDE beter te duiden vanuit een zogenoemde ‘procesfilosofie’ over de tijd als ‘durée’ van Henry Bergson, zal worden verwoord door Rosalie de Wildt.

Nu eerst een poëtische introductie door Rutger Kopland (1999, p. 181):

De laatste Bevindingen

Er waren zoals we dachten te weten twee werelden —
de echte en die andere

dit onderscheid is onlangs bij nader onderzoek een overbodige illusie gebleken: deskundigen
hebben in menselijke hersenen gezocht

en geen verschillen gehoord of gezien

integendeel, wat zij vonden was met geen pen
te beschrijven, zo ongelooflijk eenvoudig
zo mooi

zij noteerden:
‘De nacht viel in de ramen van ons instituut,
maanlicht streek over de jonge borsten
van onze vrouwelijke proefpersoon

En ja, de door haar hersencellen aangedreven
apparaten
zuchtten en in onze microscopen zagen we
in haar moleculen melkwegen van verlangen.

Wij zoeken nog koortsachtig naar formules.’

Aldus enkele opgetogen, onbedoeld lyrische citaten
uit hun verslag.

De Bijna-Dood-Ervaring

“Er is kennis van een andere bron van wetenschap voor nodig om open te staan voor het feit dat er ‘verschijnselen worden ervaren die wijzen op een non-lokale verbondenheid met gevoelens en emoties van anderen. Men bevindt zich met zijn verruimde bewustzijn in een dimensie waar tijd en afstand geen rol meer spelen”.

Van Lommel, 2007, p. 211

George Ritchie beschreef zijn ervaringen tijdens zijn klinische door van een “leven na de dood”. Hij werd in 1943 dood verklaard als gevolg van een dubbele longontsteking die hij had opgelopen in een opleidingskamp in Texas. Hoe deze ervaring zijn leven ingrijpend veranderde heeft hij in zijn Terugkeer uit de dood beschreven. Dit boek heeft anderen aangezet dit verschijnsel serieus te nemen en er onderzoek naar te doen, zoals Pim van Lommel en Raymond A. Moody in zijn boek Leven na dit leven.

Het boek van de cardioloog Pim van Lommel over zijn studie naar Bijna-dood ervaringen vormde olie op het vuur van het debat van sceptici en mensen die hierin bevestiging lazen dat er ‘meer is tussen hemel en aarde’. Van Lommel definieert de BDE ervaring als:

“Volgens mijn definitie is een bijna-dood-ervaring (BDE) de (gemelde) herinnering van alle indrukken tijdens een bijzondere bewustzijnstoestand, met enkele specifieke elementen zoals het ervaren van een tunnel, het licht, een levenspanorama, het ontmoeten van overleden personen of het waarnemen van de eigen reanimatie.”

Van Lommel, 2007, p. 38

Bijzonder in het onderzoek van Van Lommel is zijn aandacht voor de gehele persoon en het effect van deze ervaring op hun leven. De mensen die een BDE hebben ondergaan spreken van een radicale verandering die zij ervoeren in hun houding tot het leven, hoe verschillend die transformatieve ervaring individueel ook is ingekleurd. De wijze waarop er over de ervaring wordt gesproken is afhankelijk van het persoonlijke referentiekader (gelovig, atheïstisch, wetenschappelijk, agnostisch, …) en ook lijkt het taalspel, waarin de ervaring wordt geduid, mede cultureel-religieus gekleurd te zijn.

Voor filosofen betekent het onderzoek van Van Lommel dat de eeuwige metafysische vragen naar een leven na de dood en de werkelijkheid van een onstoffelijke ziel van nieuw denkvoer worden voorzien. Zo lijkt het dominante Westerse denkbeeld van een dualisme tussen lichaam en geest — zoals dat door Descartes het meest pregnant is uitgewerkt — in het licht van Van Lommels onderzoek op te schuiven naar een holistisch of monistisch standpunt, zoals de filosoof Spinoza verdedigde in antwoord op Descartes.
Een vergelijkbaar standpunt is recentelijk door Damasio (2003) verwoord op basis van neurologisch hersenonderzoek in diens boek “Het gelijk van van Spinoza”.

Positivisme: het natuurwetenschappelijke standpunt

 Enkele weken geleden bespraken Heidi en ik een epistemisch probleem. Het ging over het externalistische ‘reliabilisme’, en de internalistische tegenwerping van de Amerikaanse filosoof Laurence Bonjour. Hoe die posities precies in elkaar zitten, is voor ons doeleinde niet van belang. Voor nu wil ik één van de onderwerpen die aan bod kwamen tijdens onze discussie uitlichten. Namelijk helderziendheid. Specifieker nog: de plausibiliteit van het bestaan van helderziendheid. Om daar iets zinnigs over te kunnen zeggen, bestudeerde ik het boek Wat is Bewustzijn nou eigenlijk?, van cognitief neurowetenschapper Jacob Jolij. Jolij onderzoekt het bewustzijn vanuit verschillende hoeken — van de natuurkunde en de kwantummechanica, tot de filosofie en de parapsychologie. Maar, in het algemeen steeds vanuit een positivistisch oogpunt. Het positivisme stelt grofweg dat alleen de empirische wetenschap, via systematisch onderzoek, geldige kennis kan opleveren. In de praktijk werkt dat min of meer als volgt. Via een vraag wordt een hypothese geopperd. Deze hypothese wordt dan aan de hand van experimenten getest, om uiteindelijk conclusies te kunnen trekken.

In hoofdstuk 7, Spookverhalen, gaat Jolij in op de parapsychologie. Helderziendheid valt daaronder; en ook… Bijna-doodervaringen. In mijn eigen epistemische essay richtte ik mij vooral op de opmerkelijke resultaten van toevalsgeneratoren. Een voorbeeld daarvan is het ‘Global Consciousness Project’, onder leiding van Roger Nelson. Het project bestaat uit een netwerk van toevalsgeneratoren, gebaseerd op kwantumprocessen, die continu willekeurige getallen genereren. Wat nu blijkt, is dat de willekeurigheid van de getallenreeksen afneemt tijdens ingrijpende gebeurtenissen, zoals 9/11. Het lijkt alsof de generatoren van slag raken, wanneer een groot aantal mensen, op een bepaald moment, hetzelfde ervaren. Dat zou wellicht het bestaan van een extern ‘bewustzijnsveld’ kunnen betekenen. Maar sluitend bewijs is er nog niet. 

Bijna-doodervaringen, en het onderzoek van Pim van Lommel, komen eveneens aan bod in Jolij’s werk. Als cardioloog kwam Van Lommel vaak in aanraking met mensen die een BDE hadden meegemaakt. Wat zij achteraf vertelden kwam vaak sterk overeen. Het toonde volgens Van Lommel aan dat bewustzijn niet enkel een hersenproces kon zijn. Iemands bewustzijn ging immers door, terwijl er geen hersenactiviteit meer was. Hij speculeerde dat het om een non-lokaal kwantumproces zou gaan — via kwantumverstrengeling verbonden met het brein. Duidt zoiets wellicht op een Jungiaans ‘collectief bewustzijn’?  

Er is echter een probleem: mensen met een BDE doen achteraf verslag van hun ervaringen. Het gaat dus altijd om een herinnering — een feilbaar proces; geen ‘replay’ van wat eerder waargenomen is. Het betreft eerder een simulatie, vatbaar voor verstoringen. Je kunt je zelfs dingen herinneren die helemaal niet voorgekomen zijn… We kunnen dus niet met zekerheid zeggen of een BDE een echte ervaring is, of een constructie van het brein. Kortom, ook hier ontbreekt sluitend bewijs voor een niet-lichamelijk bewustzijn…

Eindeloos bewustzijn als ‘stromende tijd’

De filosofie van Bergson

Proefschrift Henri Bergson[3]

In een bundel over het wetenschappelijk-filosofisch debat dat naar aanleiding van Van Lommels onderzoek is gepubliceerd, schreef filosofe Rosalie De Wildt een hoofdstuk over Twee bronnen van wetenschap, dat als bijdrage[2] op het Wijsheidsweb opnieuw is verschenen.

Hierin duidt zij het debat rond Van Lommels claim van een ‘eindeloos bewustzijn’ in termen van twee bronnen van wetenschap — de dominante empirisch-analytische bron en een ondergesneeuwd geraakte bron die zich buiten de grenzen van het normale bewustzijn bevindt, die de filosoof Bergson beschreef als ‘dureé’ — een dimensie die de driedimensionale meetbare ruimte en klokkentijd omvat; wellicht de tijdsruimte waarover de bijna-dood-ervaringen gaan.

Een citaat uit Rosalie’s hoofdstuk:

“Ruim honderd jaar geleden beschreef Bergson in zijn proefschrift Essai sur les données immédiates de la conscience hoe, op het moment dat we ons bewustzijn waarnemen door af te dalen in onszelf, er helemaal geen sprake meer lijkt te zijn van indeling in minuten, uren, dagen en maanden. Toch worden onze gemoedstoestanden wel degelijk als een temporele ontwikkeling ervaren. Het verdriet komt na de vreugde, de onzekerheid na de schrik. Het lijkt op andere niveaus in ons bewustzijn ook om een ander begrip van tijd te gaan.

Bergson noemde die tijd, die eindeloos voort stroomt en onmeetbaar is, duur of ook wel werkelijke tijd. Klokkentijd is, stelde hij, niet meer dan een praktisch hulpmiddel voor het alledaags bestaan maar onze horloges en klokken zijn slechts speldenknopjes in een allesomvattende stroom echte of zuivere tijd.”

Er ontspon zich een mooi gesprek, waarin Marrit een eigen bijzondere ervaring deelde van een buitenlichamelijke waarneming. Zij bevestigde dat zij hierover zelden met anderen hierover, precies om de reden die mede Van Lommel motiveerde tot zijn studie: dat mensen zich minder eenzaam voelen en er meer geaccepteerde kennis ontstaat zodat BDE en andere ‘paranormale’ ervaringen met elkaar gedeeld kunnen worden.

Jan Broenink bracht in de dialoog in kennis te hebben gemaakt met de filosofie van Bergson door het lezen van het boek The Physicist and the Philosopher: debate that changed our understanding of time van Jimena Canales. Hieronder schetst hij een aantal bijzonderheden.

Uit dit boek blijkt hoe ons huidige denken over tijd sterk is beïnvloed, door zowel de wetenschapper (Einstein) als de filosoof (Bergson).

Bergson: ook in de ons omringende fysische processen, is de durée waar te nemen

Opmerkelijk is dat deze filosoof niet alleen een goed spreker was en reeds bij leven grote faam genoot – Rosalie de Wildt schrijft hierover:

Zijn wekelijkse colleges aan het College de France, waar hij vanaf 1900 les gaf in de antieke wijsbegeerte, werden zo populair onder de intellectuele elite van Parijs dat ze steeds meer toehoorders trokken. De belangstelling nam alleen nog maar verder toe toen hij vier jaar later een leeropdracht in de moderne wijsbegeerte kreeg.

Al uren van te voren liep de collegezaal op vrijdagmiddag vol. Naast collega-wetenschappers en bekende schrijvers zoals Gabriel Marcel, Jaques Maritain en Charles Péguy, volgden ook veel dames uit de hogere Parijse kringen zijn lessen.[3]

ook was Bergson een begenadigd schrijver: in 1927 kreeg hij de Nobelprijs voor de literatuur.

Einstein is beroemd geworden vanwege de relativiteitstheorie. Hij kreeg reeds in 1921 de Nobelprijs voor natuurkunde. Zij hebben elkaar ook ontmoet: in april 1922 ten tijde van politieke spanningen tussen Frankrijk en Duitsland. Bergson was toen 63 jaar en reeds een bekend filosoof en eigenlijk in het geheel niet geïnteresseerd in het debat. Einstein was 43 jaar, woonde nog in Duitsland en was uitgenodigd door een groep Franse filosofen. Het debat was in het Frans ….. de moedertaal van Bergson. Dat leverde hem al een voorsprong op ten opzichte van Einstein, die bovendien dyslectisch was en zich weliswaar kon uitdrukken in het Frans maar daar toch moeite mee had.

De tijd maakt hun beider faam ook relatief. Einstein is heel beroemd geworden en Bergson raakte in de vergetelheid. Sinds 1990 is er weer meer belangstelling in het werk van Bergson.

  • Bergson, H. (2014). Essays over bewustzijn en verandering (vert.: Joke van Zijl), Leusden: ISVW Uitgevers.
  • Bergson, H. (2014). Tijd en vrije wil. Essay over de onmiddellijke gegevenheden van het bewustzijn. (vertaling van Jeanne Holierhoek). Amsterdam: Uitgeverij Boom.
  • Canales, J. (2016). The Physicist and the Philosopher: Einstein, Bergson, and the Debate That Changed Our Understanding of Time. Hoboken/ New Yersey: John Wiley & Sons.
  • Damásio, A. (1999). The Feeling of What Happens — Body, Emotion and the Making of Consciousness. Ned. vert. Ik voel dus ik ben — Hoe gevoel en lichaam ons bewustzijn vormen. Amsterdam: Wereldbibliotheek.
  • Damásio, A. (2003). Looking for Spinoza — Joy, Sorrow and the Feeling Brain. Ned. vert. Het gelijk van Spinoza — Vreugde, verdriet en het voelende brein. Amsterdam: Wereldbibliotheek.
  • Damásio, A. R. (1994). Descartes’ Error — Emotion, Reason and the Human Brain. Ned. vert. De vergissing van Descartes — Gevoel, verstand en het menselijk brein. Amsterdam: Wereldbibliotheek.
  • Jolij, J. (2020). Wat is bewustzijn nou eigenlijk? Een prikkelende zoektocht van neurobiologie tot parapsychologie. Amsterdam: Nieuw Amsterdam.
  • Kopland, R. (1999). Geluk is gevaarlijk. Een keuze uit de gedichten. Amsterdam: Rainbow Pockets.
  • Lommel, P. van (2007). Eindeloos bewustijn. Een wetenschappelijke visie op de Bijna-dood ervaring. Utrecht: Uitgeverij Ten Have.
Noten

[1] Bron: Geraadpleegd op 14-04=2021 van pimvanlommel.nl/eindeloos-bewustzijn/lancet-artikel 
[2] Bron: Wijsheidsweb: twee-bronnen-van-wetenschap
[3] Bron: Wijsheidsweb: de-tijd-van-bergson

van Thymia, filosofische praktijk voor levenskunst en creatieve ontwikkeling te Weesp heeft in 2016 de Stichting Quest for wisdom foundation opgericht. Het eerste project van de stichting is de digitale spelvorm game Quest for wisdom. Als tweede project wordt het Wijsheidsweb ontwikkeld. Heidi Muijen is ontwerper van het filosofisch-mythische bordspel Mens, ken je zelf en van de ont-dekkende dialoogvormen Wat is de kwestie?-Wat is de questie!.

Schrijf een reactie