Vanuit mijn thuis ken ik de wereld

0

Wim van de Laar

Tijdschrift voor yoga van de Vereniging Yogadocenten Nederland (VYN), februari 2021, www.yoganederland.nl

Ergens tussen de tien en achttien maanden zet een kind zijn eerste stappen. Je ziet het tafereel zo voor je: het zich aarzelend oprichtende lichaam, de rondtastende blik, de mollige armpjes iets opzij en dan die voorzichtige, wankele pasjes. Niet veel later zet het kind een volgende stap: het krijgt het idee een ‘ik’ te zijn.
Sommige kindertjes slaan zich bij die overgang van uk naar ik als een trotse aap op de borst, al ziet ook dat er nog wat onbeholpen uit. Er komt een weerspannigheid in hun blik en ze houden ‘hun’ speeltjes net wat langer en steviger vast. Zo af en toe doet zo’n peuter ongewild gemeen naar een ‘ander’ en maakt iets stuk.

Ik kan me de beide gebeurtenissen wat betreft mijn eigen leven niet herinneren. Ik liep op enig moment rond en ervaarde mezelf als een ik. Waar dat vandaan kwam, wist ik niet en dat was ook geen vraag. Iedereen was een ik. Even later ontdekte ik wel hoe bijzonder het was om een ik te zijn. Ik had een zelfstandigheid, ik was de enige versie van wie ik was. Net als ieder ander overigens.
Ik had een eigen plek in de familie, in de klas en als oprukkende linksachter in het voetbalteam. We waren samen, maar er was niemand zoals ik. Als volwassene voel ik nog regelmatig het wonder van wat toen redelijk alledaags was: dat wat ík nú beleef, hier op deze plek in dit oneindige universum, op dit moment in deze oceaan van tijd, beleeft niemand anders zo.
Dit is een unieke ervaring van mij alleen, van een weliswaar klein zelf, maar dat zelf is deel van een weldadig, ongrijpbaar, groots en ontzagwekkend geheel. Geen plek voor de dooddoende gedachte dat mijn bestaan er niet toe deed en dat ik niet meer zou zijn dan een onopgemerkte, kortstondig fladderende vlieg in een kille, onbezielde wereld.

Krishna teaching Arjuna from Bhagavata Gita[1]

In later tijden stelde mijn ik zich minder bescheiden en welwillend op. Tijdens mijn puberdagen wist ik er amper raad mee, het joeg me alle kanten op. Het maakte me onzeker én hoog in de bol, bang en begerig, een pluisje in de wind. Wat ik toen hartgrondig wenste, komt ook deze dagen soms voorbij: hoe kom ik ervan af, van al dat ik-getreiter?
De lockdown van overheidswege is niets vergeleken met het begoochelende regime dat mijn ik me zo nu en dan oplegt. Heel gewiekst wekt het allerlei zorgen en smoort het mijn verlangen naar vrijheid. Ondanks mijn protesten volg ik gedwee alle maatregelen op, in hoop op betere tijden.

In de Indiase filosofie is het ik-gevoel (ahamkāra of asmitā) evenmin iets om blij mee te zijn. Op zich heeft de notie ik de neutrale, praktische functie van oriëntatie. Het helpt je je plaats te bepalen ten opzichte van andere schepsels (ikken) in deze wereld. Maar de eigenlijke aard van het ik is er een van zelfbetovering, de waan iets anders te zijn dan je bent. Het schept verwarring.
Een van de officieuze edities van de Bhagavad Gītā schetst het ik als volgt:

‘Dit is de subtiele en ultieme vijand. Hij zetelt in wat een web van genoegens lijkt, Arjuna, van waaruit hij iedereen weet te misleiden. Wreed en smerig is hij, deze opponent, opgemaakt uit begeerte en afkeer. Hij wekt allerlei beroering en ondermijnt het goede. Hij is het ik-gevoel, dat zich voordoet als het Zelf. In een handomdraai ontneemt hij een mens zijn vreugde en dompelt hem onder in verdriet. Steeds weer brengt hij hem een waas voor ogen en wekt hij angst en achterdocht. Hij gluurt door sleutelgaten, Arjuna, hij is gemeen en duister. Een plaag is hij voor ieder mens.’

Hoed je voor het ik, zou ik willen zeggen, in deze onbestemde tijden;. Bijna acht miljard mensen leven er op deze planeet, allemaal gehypnotiseerd door ik-gevoel – het is een duizelingwekkende gedachte. Een mens zet zijn eerste prille stappen, vóórdat het ik-gevoel zijn intrede doet.
Kun je terugkeren naar die onschuldige schreden, de lucht uit de ballon laten? Geen verdere maatregelen zijn dan nog gewenst en vrijheid is je nooit zo dichtbij geweest.

[1] Bron: Bhagavata Gita Bishnupur Arnab Dutta (2011) House decoration in Bishnupur, West Bengal, India

geeft les in yoga en meditatie. Niet alleen de ervaring van openheid en levendigheid die uit de beoefening van yoga verkregen wordt, maar ook de immense rijkdom van de yoga-filosofie — met bovenal het gegeven van vrijheid als het wezen van de eigen natuurlijke staat — is voor hem een dagelijkse bron van inspiratie. Daarin zijn hem de klassieke bronteksten (en de vertaling daarvan) zeer dierbaar: De Upanishads zijn door hem vertaald en toegelicht en hij werkt aan een nieuwe vertaling en toelichting van de Yoga Sutra’s van Patañjali.