Thuis in den vreemde

0

Wim van de Laar

Wijsheidsweb 15 november 2020

Ik kon niet precies zeggen waar ik was. Het was nevelig, schimmig. De ruimte klonk leeg, al stond er van alles in. Vage contouren, vochtigheid, laag drijvende lucht… Plotseling riep iemand: ‘Wie ben jij? Wat doe je hier?’ Ik verstijfde en wilde nog ‘hoezo?’ zeggen, maar toen schrok ik wakker. Het duurde een poos voordat ik weer insliep.

Vanuit de Indiase bevrijdingsgedachte gezien zou deze droomflard een mooie ingang zijn om te begrijpen waar het in het leven om gaat. Als je vrijheid zoekt, dien je op de eerste plaats te weten wie je bent. Heb je die vraag opgelost, dan is het vervolgens ook helemaal duidelijk wat de wereld is, de plek waar je bent. Want in de kern bezien is de wereld om je heen niet buiten je, maar ben je ook dat zelf.

De sāmkhya filosofie, die nauw verwant is met de Upanishads en yoga, stelt dat iets wat bestaat er nooit zomaar is. Het heeft altijd een oorzaak. Die oorzaak wordt onderscheiden in materieel en instrumenteel.
De materiële oorzaak is de scheppende potentie en gaat over het ‘wat’, de stof. De instrumentele oorzaak zegt iets over het ‘waarom’, de reden. Het ‘hoe’ is het vervolg van deze twee.

Shiva als de goddelijke danser Nataraja in zijn kosmische dans — foto Joke Koppius

Een grondgedachte van sāmkhya is dat iets wat gemaakt of samengesteld is, altijd ten dienste staat van iets anders. Het is er niet voor zichzelf. Bij een stoel of tafel is dat nogal duidelijk. Alle dingen van nut (en zelfs de nutteloze) zijn er ter wille van iets anders. Dat vormt hun doel en taak. En dat andere, het gediende, is altijd fijner, subtieler, ruimtelijker, of anderszins groter dan dat.

Je kunt zeggen dat de wereld, alles wat zich om ons heen ‘aandient’, er is ter wille van jou. Van die gedachte lijken we ook nogal overtuigd, als je kijkt naar de zelfgerichtheid waarmee wij mensen de wereld ‘gebruiken’.
De sāmkhya filosoof bedoelt dat echter anders. Het gaat weliswaar om jou, de kenner van de wereld, maar dan moet je wel weten wie je bent.

Een kracht van de sāmkhya filosofie is dat ze heel creatief doordenkt tot het gaatje. Het avontuur is dat je gaat zoeken naar wat het meest subtiele of allergrootste van jezelf is. Want dat is ten diepste waar alles om draait. Als je naar jezelf kijkt, springt allereerst wellicht het lichaam in het oog. Daarvan begrijp je best snel dat dat niet het einddoel kan zijn, zelfs niet als je puur biologisch denkt.
Het ligt dus eerder in de geest, echter niet in de zintuigen en het denken dat daarmee verband houdt. Onze geest bestaat verder nog uit zoiets als ik-gevoel en pure intelligentie. Maar ook dat zijn samengestelde, uiteindelijk stoffelijke dingen en ook zij dienen dus iets anders.

Het gezochte gaatje leidt je voorbij het materiële. Wat je bent, is niet samengesteld, dus ongeboren en daarmee onsterfelijk. Het is er altijd, dus het verlaat je nooit. Het stoort zich niet aan plaats en omstandigheid, het is onverwoestbaar. Men noemt het het Zelf.
Volgens sāmkhya voert het leven een dans op, en danst het net zo lang door tot je begrijpt wat er gaande is en wie je wezenlijk bent. Je hoeft alleen te kijken hoe het zich voltrekt. Tot je het gaatje ziet.

geeft les in yoga en meditatie. Niet alleen de ervaring van openheid en levendigheid die uit de beoefening van yoga verkregen wordt, maar ook de immense rijkdom van de yoga-filosofie — met bovenal het gegeven van vrijheid als het wezen van de eigen natuurlijke staat — is voor hem een dagelijkse bron van inspiratie. Daarin zijn hem de klassieke bronteksten (en de vertaling daarvan) zeer dierbaar: De Upanishads zijn door hem vertaald en toegelicht en hij werkt aan een nieuwe vertaling en toelichting van de Yoga Sutra’s van Patañjali.