Overweldigende eenvoud

0

Wim van de Laar

Tijdschrift voor yoga van de Vereniging Yogadocenten Nederland (VYN), februari 2020, www.yoganederland.nl

Al eeuwenlang zoekt de mens zichzelf. Hoe kan het toch dat hij zichzelf na al die tijd nog niet gevonden heeft? Zit hij zo goed verstopt? Of is het overduidelijk, maar kijkt hij er steeds overheen? De Upanishads lijken dat laatste te zeggen — dat je het domweg niet ziet.

Wat je bent, is er steeds. Het was er toen je nog kroop, zelfs ver daarvoor. Het was er bij de eerste zoen en het zal er zijn bij je laatste ademtocht. De buitenwacht herkent het vaak sneller. Ze zien het eigene en unieke van je, dat in alle levensfasen meereist. Toch is dát ‘zelf-zijn’ weer iets anders dan dat wat je ten díepste bent.

In de Upanishads wordt het onderricht van ‘het ware Zelf’ gegeven via de zogenoemde mahā-vākya’s, de Grote Uitspraken. In elke Upanishad staat er wel een.
‘Dat ben jij.’ ‘Dit Zelf is Bewustzijn.’ Men zegt van deze ‘verklaringen’ dat ze de deur naar bevrijding zijn, en ze klinken verbazingwekkend eenvoudig. Het is één, zonder een tweede.’ ‘Al dit is Brahman.’ ‘Dit is dat.’ Er komt geen moeilijk woord of complexe redenering aan te pas. Toch zijn deze beweringen ‘nagelbijters’.

Uit de Katha Upanishad[1]

Het raadselachtige van het Zelf is dat je het niet zien kan. Het is geen ‘iets’, geen vorm of idee. Er zijn ook eigenlijk geen woorden voor, al worden die wel gebruikt. Als de leraar naar je wijst en zegt: ‘Jij bent Dat’, bedoelt hij niet je lichaam of een eigen aard. Toch wijst hij precies daar waar je zit of staat, want dat is de enige plaats waar je het ontdekken kunt. Het Zelf laat zich nergens anders vinden dan waar je bent.

Ze zijn wonderbaarlijk verbonden, Bewustzijn en lichaam, Zelf en zelf, het blijvende en het voorbijgaande. Voor de ontdekking van het eerste lijk je niet zonder het tweede te kunnen. Het is het tegendeel dat de onderscheiding mogelijk maakt.

‘Het Zelf dient op twee wijzen begrepen te worden, eerst als bestaand — Het is — en vervolgens zoals het werkelijk is,’

zegt de Katha Upanishad.

Je bent niet je lichaam. Tot je met je vingers tussen de deur zit, grapte iemand onlangs. Maar toch, misschien geeft zo’n ‘schokkende’ gebeurtenis precies de juiste opening. Het is een onverwacht en heel ander soort onderricht, maar met dezelfde overweldigende eenvoud.

[1] Bron: Katha Upanishad, Sanskrit, Grantha script. This is a leaf from a palm leaf manuscript book, held together by a thin rope. The photo is of a 2D pages of a manuscript that was copied before the 18th-century of a text that is over 2,000 years old.

geeft les in yoga en meditatie. Niet alleen de ervaring van openheid en levendigheid die uit de beoefening van yoga verkregen wordt, maar ook de immense rijkdom van de yoga-filosofie — met bovenal het gegeven van vrijheid als het wezen van de eigen natuurlijke staat — is voor hem een dagelijkse bron van inspiratie. Daarin zijn hem de klassieke bronteksten (en de vertaling daarvan) zeer dierbaar: De Upanishads zijn door hem vertaald en toegelicht en hij werkt aan een nieuwe vertaling en toelichting van de Yoga Sutra’s van Patañjali.