De verleiding van het voertuig

0

Wim van de Laar

Uit: Tijdschrift voor yoga van de Vereniging Yogadocenten Nederland (VYN), www.yoganederland.nl

Ik heb een (voor mij) nieuwe auto gekocht. De oude was op, na jaren goede dienst. Terwijl ik in gedachten afscheid nam, kwamen er beelden voorbij van mijn vorige auto’s. Toen realiseerde ik me plots dat ik gedurende al die jaren zelf steeds in één lichaam ben geweest. Je kunt van auto wisselen, maar niet van lichaam. Tenminste, daar ziet het vooralsnog niet naar uit.

Door dat besef werd ik een beetje boven mijn huidige bestaan uitgetild. Want het beeld van één lichaam in verschillende auto’s versprong in mijn hoofd naar dat van het ‘doorbestaan’ van één zelf in verschillende lichamen. Zoals ik in dit leven een aantal auto’s verbruik, zo bedient het zelf zich van levens, wellicht. Ik weet niet veel van reïncarnatie, ik heb daar geen ‘actieve herinnering’ aan. Zo het mijzelf betreft, vermoed ik dat het niet zo spectaculair is geweest. Ik was waarschijnlijk geen hogepriester aan het hof van een farao, en ook geen wijze tovenaar of een verleidelijke courtisane, die prinsen om haar vinger wondt. Mijn auto’s zijn ook altijd vrij eenvoudig geweest.

Het liet me de dagen daarna niet los, dat idee van al die levens. Want hoewel het er, als het zo is, waarschijnlijk heel veel zijn, identificeer ik me volledig met het huidige. Die andere zijn er op dit moment ook niet. Dit leven nu met dit lichaam is het enige leven waar ik iets mee kan. Het is mijn werkelijkheid. Toch? Tegelijkertijd hecht mijn zelf ― dat mij eerlijk gezegd een mysterie blijft ― zich maar in beperkte mate aan dit lichaam Voor hem zit het in een reeks. Ik dacht aan het welbekende vers uit de Bhagavad Gītā:

‘Zoals iemand zijn oude, afgedragen kleding wegdoet en andere, nieuwe kleding aanschaft, zo betrekt het Zelf, nadat het zijn opgebruikte lichaam heeft afgeworpen, een ander, nieuw lichaam.’

Elvis met een van zijn auto’s op Graceland[1]

Het lichaam wordt geboren en gaat ook weer dood ― dat is blijkbaar niet wie of wat ik echt ben. Wonderlijk. Mijn ware zelf gaat onverstoord door, als een tijdloos iets dat tijdelijk belichaming zoekt. Het is niet zélf het lichaam. Het is geen ‘ding’, je kunt er niet in knijpen.

Op zomerse dagen rijdt hier in het centrum van de stad onze plaatselijke Elvis in een oude Amerikaanse slee. Een prachtmobiel, veel zilver, grote banden en met de glimmende beeltenis van een rondborstige dame voor op de motorkap. De man rijdt aangenaam traag langs de terrasjes, een gespierde bovenarm rustend op het open raam. Hij geniet als hij ronkend voor het rode stoplicht staat. Voor wie hem niet opmerkt, geeft hij even wat extra gas. Als het licht op groen springt, trekt hij langzaam op en de mensen knikken, vol respect voor hem en zijn eerbiedwaardige heilige koe.

Zo, meestal zeer tevreden, maakt hij zijn rondjes over de samsarische ringweg om het centrum. Hij komt niet verder, en hij keert steeds weer terug. Het hele tafereel heeft iets komisch, omdat het waarom er zo duimendik bovenop ligt.

‘Zie mij, zie hoe schoon,’ zegt hij onuitgesproken, ‘zie mij, kijk dan toch!’

Vrijwel iedereen wil wel wat hij wil, al was het maar een beetje. Soms gebruik je daarvoor een mooi bezit als verlengstuk. Dat kan een automobiel, maar ook een lichaam zijn. Het is de selfie waarmee je jezelf aan de wereld toont. Je ziet het nogal eens in yogamagazines en oefenboeken, vind ik. Een fraai gestroomlijnd, symmetrisch lichaam, soepel, in een krachtige pose, met een lieflijk, sereen gezicht. Je verliest een beetje uit het oog wat de oefening zelf behelst, of yoga als zodanig. Alsof de vaas de aandacht trekt die de bloemen toebehoort. Het is de verleiding van de vorm. In het Oosten beschouwt men het als deel van ‘de grote vergetelheid’.

Het zelf ziet dit allemaal aan, want veel anders kan het niet. Het zit in het lichaam zonder dat het zijn stem kan roeren, het merkt slechts op hoe het voertuig een eigen leven is gaan leiden.

‘Waarom ziet niemand mij?’

vraagt het zich geduldig af. Het zelf kan alleen verlangen oproepen, het verlangen naar zijn vrijheid, die bijna iedereen lijkt te ontgaan. Ondertussen vervliegt de tijd, al even ongemerkt, en soms sneller dan je denkt. Het lichaam wordt stilaan ouder en brokkelt af. Op zeker moment, pffffff, gaat de levensadem eruit en even later verlaat ook het zelf het lichaam. Om na een korte tijd van stofloos zweven het volgende lichaam binnen te gaan. Voor weer een rondje.

Tot op een mooie dag een ander licht de hemel kleurt…

[1] Bron: Elvis Presley posing with one of his cars outside Graceland – foto: Elvis Presley’s Graceland/Facebook

geeft les in yoga en meditatie. Niet alleen de ervaring van openheid en levendigheid die uit de beoefening van yoga verkregen wordt, maar ook de immense rijkdom van de yoga-filosofie — met bovenal het gegeven van vrijheid als het wezen van de eigen natuurlijke staat — is voor hem een dagelijkse bron van inspiratie. Daarin zijn hem de klassieke bronteksten (en de vertaling daarvan) zeer dierbaar: De Upanishads zijn door hem vertaald en toegelicht en hij werkt aan een nieuwe vertaling en toelichting van de Yoga Sutra’s van Patañjali.