Het ‘Daniel Santosgevoel’ in de Cariben 1

0

Fred de Haas, vertalingen/ bewerkingen

Onderstaand artikel is een bewerking van het artikel dat verscheen in Ñapa, de bijlage van de Amigoe di Curaçao (in 2010); nu ook met veel muzikale beeld- en geluidbestanden
deel 1, deel 2, deel 3

Een stukje Antilliaanse identiteit

Sensualiteit, ritme, klankkleur en syncopen, invloeden van Afro-godsdiensten, een recept voor het maken van maracas, waarom een merengue ‘apambichao’ kan zijn, waarom Juanica met haar billen schudde en het verhaal van ‘de lul van gisteren’.

De Cariben[1]

Het mag een wat vreemde titel zijn die boven dit artikel staat, maar toch drukt hij precies uit waar het in dit artikel over zal gaan. Niet over de persoon van de zanger Daniel Santos, maar over Daniel Santos als metafoor, als symbool van een levensgevoel dat onlosmakelijk is verbonden met zijn muziek en die van vele andere ― zwarte en blanke ― Caribische zangers.

In de loop van dit verhaal zullen er vele zangers en zangeressen de revue passeren en bij luisteraars van vroeger en nu een onmiskenbaar gevoel van herkenning oproepen en ook het besef dat een niet gering deel van hun Caribische identiteit door het ‘Daniel Santosgevoel’ is gevormd.

Veel bewoners van het Caribisch gebied ― en allen die zich met dit gebied verbonden voelen ― zijn gefascineerd door de klankkleur en de syncopen van de (Spaans) Antilliaanse muziek en delen via deze muziek hetzelfde gevoel van verbondenheid met het Caribische leven dat in al zijn facetten in die muziek wordt bezongen.
We vinden in de liederen verzen over liefde en bedrog, over inheemse dieren, planten en vruchten, over dansen, ritmes, landschappen en reminiscenties aan oude Afrikaanse godsdiensten met hun vele goden. En dit alles tot in de kleinste vezels doordrongen van een alomtegenwoordige sensualiteit.

Gezongen teksten

Ik zal me er in dit artikel voornamelijk toe beperken bovengenoemde facetten toe te lichten aan de hand van teksten die worden gezongen door zangers en zangeressen uit Cuba, Puerto Rico en Santo Domingo, gebieden die van oudsher een grote uitstraling hebben gehad op de rest van het Caribisch gebied, speciaal op die gebieden waar het Spaans goed wordt begrepen en waar de mensen een grote affiniteit met het Spaans hebben, zoals op Aruba, Curaçao en Bonaire.

We zullen zangers van vroeger de revue laten passeren, zoals de muzikanten van het befaamde Cubaanse Trio Matamoros, vertolkers die, zoals Celia Cruz en Daniel Santos, met de roemruchte Sonora Matancera hebben gezongen en zangers van deze tijd zoals de Portoricaan Juan Luis Guerra.
Zij allen hebben door hun muziek en teksten een stempel gedrukt op het levensgevoel en karakter niet alleen van de Spaanse Antillen, maar op alle Caribische eilanden vanaf Cuba tot het Zuid-Amerikaanse vasteland.

Muzikale rondreis ondersteund door YouTube

Daniel Santos[2]

Om u in staat te stellen de woorden en zinnen uit de teksten in de muziek te volgen zal ik dankbaar gebruik maken van de mogelijkheden die ‘YouTube’ ons biedt.

Nu eens zult u worden geconfronteerd met een nostalgische, wat krakende oude opname, dan weer zult u kunnen luisteren naar de spetterende klanken van een recentere weergave.

In elk geval wordt de geïnteresseerde lezer een muzikale rondreis geboden die in de eerste plaats is bedoeld als een ― hernieuwde ― kennismaking met het aloude ‘Daniel Santosgevoel’ en met een speciale focus op de inhoud van de liederen die de Caribische ‘ziel’ weerspiegelen.

Besproken en gezongen fragmenten

Ik heb mijn best gedaan om de besproken en gezongen fragmenten zo getrouw mogelijk weer te geven. Dat was niet altijd even eenvoudig, omdat zangers nogal eens wat lettergrepen inslikken en omdat hun uitspraak van de tekst soms een streek- of landgebonden uitspraak is die zich weinig aantrekt van de eisen van de Real Academia Española.
Ook moest ik een keus maken tussen varianten in de tekst. Verder kunnen de teksten hier en daar wat ondeugend zijn, net als het gewone leven.
De fragmenten zijn gekozen op willekeurige plaatsen in de gezongen teksten.

¡Adelante!

Sensualiteit

Een van de termen die het bekendst is geworden is het aan het Frans ontleende ‘bonbon’, een chocolaatje dat is gevuld met zoete likeur.
De Spanjaarden hebben zich als eersten het woord toegeëigend en het de betekenis gegeven van ‘lekker stuk’. En die betekenis is met graagte overgenomen door de Spaanssprekende Caribiërs.

Het lied dat de meeste bekendheid aan dat woord heeft gegeven is ‘El bombón de Elena’, het snoepje van Helena. De eerlijkheid gebiedt mij te vertellen dat het woord ‘bombón’ nog een andere betekenis heeft, namelijk ‘penis’. De luisteraar mag natuurlijk kiezen wat ie wil ‘horen’, maar het blijft verwarrend.

Luister naar ‘Cortijo y su Combo’ en de Porto Ricaanse plena[3] ‘El bombón de Elena’.

El bombón de Elena

Elena toma bombón, bon, toma bombón Elena
Ya lo traigo de limón, también de canela
Porque nadie le da un bombón, bon, a la pobre Elena!’

Het snoepje van Helena

Helena, neem een bonbon, bon, neem een bonbon, Helena;
Ik breng haar er een met citroen- en ook een met kaneelsmaak,
Omdat niemand een bonbon geeft aan die arme Helena.

Caimana de la costa[4]

Mannen kunnen in liedjes zaken meestal aardig omdraaien.
Zo proberen mannen in liedjes die over vrouwen gaan ons ervan te overtuigen dat vrouwen onbetrouwbaar zijn.
Vrouwen zijn daarbij ook verschrikkelijk uitgekookt en hebben veel weg van een ‘caimana’ (kleine krokodil) die je met zijn grote muil helemaal kan opslokken.

We gaan luisteren naar ‘Los Compadres de Cuba’.

Rita la Caimana

Bayamo tiene dos cosas que no las tiene la Habana:
Una historia muy hermosa y una Rita la Caimana
¡Cómo baila Rita la Caimana! La Caimana!
Todo el que llega a Bayamo, monumento nacional,
Busca a Rita la Caimana, sólo por verla bailar’

Rita Krokodil

Bayamo heeft twee dingen die Havanna niet heeft:
een mooie geschiedenis én Rita Krokodil.
Wat kan die Rita Krokodil toch dansen!
Iedereen die ons nationale monument Bayamo bezoekt
vraagt naar Rita Krokodil, alleen al om haar te zien dansen.

Zo’n ‘caimana’ maakt natuurlijk gebruik van haar mooie lichaamsvormen, waaronder de ‘guapachá’ en de ‘palangana’, woorden uit de Cubaanse volkstaal die beiden ‘achterwerk’ betekenen.
De uitdrukkingen ‘Tirar con la palangana’ en ‘Dar con el guapachá’ betekenen ‘iemand een duwtje met je achterwerk geven’ met het doel om hem/ haar verliefd op je te maken. Maar ze kunnen ook betekenen dat je boos bent.
En die laatste betekenis kun je beluisteren in het meeslepende liedje ‘Amalia Batista’, gezongen door ‘Lobo y Melón con su Grupo’.

Amalia Batista

Amalia Batista, Amalia Mayombe,
¿Qué tiene esa negra que amarra a los hombres?
Ella no me amarra a mí porque no me da la gana:
¡Le tiro la palangana y le doy con el guapachá!

Amalia Batista

Amalia Batista, Onweerstaanbare Amalia,
Wat hééft die zwarte vrouw toch dat ze de mannen zo aantrekt?
Maar mij verstrikt ze niet, omdat ik daar geen zin in heb.
Ik ben boos op haar en ik geeft haar een duw met m’n achterwerk.

Bovenstaande tekst is ook interessant vanwege het woord ‘Mayombe’. ‘Mayombe’ is een woord uit de Afro-Cubaanse godsdienst, de ‘santería’, en betekent zoiets als ‘hekserij’.
Een vrouw die ‘mayombe’ heeft kan mannen gek maken. Ook het werkwoord ‘amarrar’ (letterlijk ‘vastbinden’) is een woord uit de Santería en heeft daar de specifieke betekenis van ‘mannen aan je binden door middel van hekserij’.

Er zijn ook nog andere manieren om een meisje of vrouw aan te duiden. Er zijn zoveel andere manieren dat er geen beginnen aan is om ze op te noemen. Vandaar dat ik me beperk tot de volgende drie: china, cosa en melaza.

China, cosa, melaza

Bohío, Inheems houten huisje met dak van palmbladeren[5]

De aanduiding ‘China’ of ‘Chinita’ voor meisje of jonge vrouw komt veel voor. Het ligt voor de hand dat dit slaat op de gelaatstrekken van sommige vrouwen van Indiaanse afkomst.
De vorm van Indiaanse ogen doet immers denken aan de ogen van een ‘Chino/a’, een Chinees c.q. Chinese.

Andere woorden zijn ‘Cosa’, ‘Cosita’, ‘Cosita buena/ linda/ rica’ ― ding/ dingetje/ lekker ding ― afkomstig uit Cuba en Puerto Rico.
Guillermo Portabales zingt het nostalgische ‘El amor de mi bohío’.

El amor de mi bohío

De liefde van mijn huisje

Es mi vivir una linda guajirita,
la cosita más bonita, trigueña …

Mijn knappe Portoricaanse meisje is mijn alles:
de mooiste schat en zo mooi bruin …

Melaza[6]

In gedichten en liedjes uit Puerto Rico tref je ook het gebruik aan van de term ‘Melaza’. De melasse is de dikke, vloeibare massa die overblijft nadat de suiker uit het suikerriet is geperst. Die substantie is bruin van kleur en smaakt zoet.

Niet verwonderlijk dat men de term ‘Melaza’ ― in positieve zin ― is gaan gebruiken om het zwarte of gekleurde ras aan te duiden.
Zo zingt Ismael Rivera in ‘Las caras lindas de mi gente negra’:

Las caras lindas de mi gente negra

De lieve gezichten van mijn zwarte volk

Somos la melaza que ríe
la melaza que llora
somos la melaza que ama
y en cada beso, ¡qué conmovedora!

Wij zijn de melasse die lacht,
de melasse die huilt;
wij zijn de melasse die bemint,
ontroert, in elke kus!

Muziekinstrumenten: bongó, tumbadora en maracas

Bongó, twee met elkaar verbonden trommeltjes ― foto Joke Koppius

Muziekinstrumenten vormen het onderwerp van bespreking in de volgende liedteksten.

Het zou ondoenlijk zijn om alle instrumenten op te noemen die voorkomen in de teksten van de Spaans-Caribische liedjes. We zullen daarom een drastische keus maken en slechts enkele belangrijke ritme-instrumenten uitkiezen: de bongó, de tumbadora en de maracas.

De bongó

De bongó (in het Nederlands leggen we de klemtoon meestal op de eerste lettergreep) is een woord uit het Ki-kongo, een Bantoetaal.
Het is een instrument dat bestaat uit twee met elkaar verbonden trommeltjes die, soms op zeer virtuoze manier, worden bespeeld door de bongocero, de bongospeler.
Pete ― el Conde ― Rodríguez bezingt dit instrument in ‘Primoroso cantar’:

Primoroso cantar

Heerlijke zang

Primoroso cantar que comenzó en un barracón
Cuando mi gente llegó del Africa lejana
Trayendo un bongó

Heerlijke zang die in een schuurtje begon,
toen mijn volk uit het verre Afrika arriveerde
met een bongó bij zich.

Norwin Roberto op zijn tumbadora’s ― foto Heidi Muijen

Tumbadora

Een veelgebruikt instrument is de ‘tumbadora’, een trommel van ±1 meter lengte.
Afhankelijk van land of streek, wordt die ook wel ‘conga’, ‘tumba’ of ‘quinto’ genoemd.

Wie duidelijke afbeeldingen wil zien van tumbadora’s en andere trommels moet maar eens luisteren en kijken naar de video van Juan Luis Guerra.

Angel para una Tambora

Suena un ángel, viste de tambora,
Tierra adentro con la tumbadora
Mil luceros forjan tu corona
Nunca muere mi tambora

Engel voor een Trommel

Er klinkt een engel: hij gaat gekleed als een tambora,
Landinwaarts met de tumbadora;
Duizend lichtjes vormen je kroon;
Mijn tambora gaat nooit dood

Maracas

Maracas, kalebassen op een steel ― foto Joke Koppius

Het laatste ritme-instrument dat we hier vermelden zijn de maracas: twee met zaadjes of gruis gevulde kalebassen op een steel.
Het is een instrument dat in geen enkel orkest ontbreekt.
Er bestaat zelfs een lied dat speciaal werd geschreven voor de maracaspeler (de maraquero) van het Cubaanse Trio Matamoros: Siro Rodríguez.

We kunnen nog steeds luisteren naar een uitvoering door het oude ‘Trio Matamoros’ van het lied dat is gewijd aan de maracas.
Het betreft een oude, nostalgische opname: ‘Las maracas de mi Cuba’.
De betekenis van de woorden is weer eens dubbelzinnig. Maar de methode die wordt beschreven om een paar maracas te maken klopt wel degelijk.

Las maracas de mi Cuba

Nace en mi Cuba la güira y en Oriente las maracas
y en el mundo se destaca su rebomba que me inspira (2x);
Ahora te voy a explicar cómo se hacen las maracas (2x):
Se coge la güira, se le abre un hoyito, la tripa se saca
Y se pone a secar; y por el hoyito, con buenas razones,
Echar municiones, se le mete un palito, se raspa un poquito,
Se mueve un poquito y luego a tocar ya está.
¡Mira cómo resuenan ya! ¡Oye que así resuena más!
¡Mira qué sabrosona está!

De maracas van mijn Cuba

In Cuba is de kalebas geboren en in de provincie Oriente de maracas;
Over de hele wereld hoor je zijn inspirerende klank (2x);
Nu zal ik je uitleggen hoe maracas worden gemaakt (2x):
Je pakt een kalebas, je maakt er een gaatje in, je haalt het binnenste eruit
En laat hem drogen; en door het gaatje schiet je, om goede redenen,
Munitiezaadjes; dan doe je er een stokje in, je schaaft een beetje,
Je roert een beetje en je bent klaar om te spelen.
Hoor ‘ns hoe ze klinken! Luister, zó klinkt het nóg beter!
Tsjonge! Wat ongelofelijk lekker!

Noten

[1] Bron: Eilanden in en bij de Caraïben
[2] Bron: Daniel Santos
[3] De ‘plena’ is een traditionele muzieksoort uit Puerto Rico. Hij wordt veel gespeeld in de kuststreken en heeft als thema de dagelijkse beslommeringen van de mensen. De verzen van de plena worden gekenmerkt door assonantie (= het samenvallen van klinkers) en acht klemtonen per vers.
[4] Bron: Caimana de la costa
[5] Bron: El bohio antigua casa indigena
[6] Bron: Melaza

studeerde cum laude af in de Franse, Spaanse en Portugese taal- en letterkunde. Vanaf het begin combineerde hij zijn functies met werkzaamheden als literair vertaler. Fred de Haas vertaalde onder meer uit het Papiaments, het Frans, het Spaans en het Russisch. Hij is leider, zanger en gitarist bij het Latijns-Amerikaans ensemble Alma Latina.