Enkele leerverzen over ervaring en bevrijding

0

Wim van de Laar

Uit: Yoga Vizier, www.yoganederland.nl, 17 juli 2023 op ww

‘Deze schepping is tevoorschijn gebracht door Oermaterie (prakriti), ten dienste van een ander, als was het voor eigen gewin – ter wille van de bevrijding van het Zelf (purusha).’ (56)

Samkhya Karika van Ishvarakrishna

‘Het geziene heeft de natuur van helderheid, activiteit en vastheid. Het is belichaamd in de zintuigen en de elementen en het dient een tweeledig doel: ervaring (bhoga) en bevrijding’ (apavarga).’ (II.18)

‘Ervaring is de notie die stoelt op het niet-onderscheiden van Bewustzijn en intelligentie, hoewel deze twee fundamenteel verschillend zijn. Door geïntegreerde beheersing (samyama) op het ‘op zichzelf zijn’ van Bewustzijn [het Zelf]en het ‘bestaan voor de ander’ van intelligentie [Oermaterie] verkrijgt de yogi kennis van het Zelf.’ (III.35)

Yoga Sutra van Patañjali
Kapila – Company School[1]

Vrijwel ieder mens wordt in zijn leven geconfronteerd met de nijpende vraag waartoe dit bestaan eigenlijk dient. Wat doe je hier, wie ben je? Wat is de bedoeling van de ‘schepping’? Waarom is de wereld zoals ze is, met zoveel onvolmaaktheid en narigheid? Het antwoord vanuit de yogafilosofie is heel eenvoudig: je bent hier om iets terug te vinden, iets wat je bent vergeten of kwijtgeraakt. En dat iets is Vrijheid.

Vrijheid is een breed begrip. Het is daarom goed te beseffen welke definitie de Indiase filosofie geeft, zodat je haar niet verwart met andersoortige opvattingen. Ze behelst bijvoorbeeld niet een persoonlijke vrijheid, het ‘recht’ of de mogelijkheid om te doen en te laten, om te ‘ontplooien’ hoe en wat je maar wilt.
De yogafilosofie beschouwt Vrijheid als je oorspronkelijke zijnstoestand, het drukt uit wat je ten diepste bent. In de Yoga Sutra van Patañjali heet de ‘drager’ daarvan het Zelf, Bewustzijn of de Ziener. Het Zelf is ongeboren, vormloos, ongrijpbaar, en tegelijkertijd overal en in alles. Het is vreugde, het ‘enig echte’, en het kent geen grenzen of andere beperkingen. Je hoeft in wezen niets te doen om Vrijheid te verwezenlijken, want ze is er steeds al. Al is ze – helaas – voor de meesten van ons geen werkelijkheid. Vrijheid is er, én ze is er niet. Helemaal vanzelf gaat het dus niet.

Wonderlijk genoeg vraagt de verwezenlijking of herkenning van Vrijheid om haar tegendeel, namelijk om onvrijheid (of gebondenheid, lijden). Daarom is de wereld er, met al haar mogelijkheden tot ervaring. Je moet belevenissen hebben om erachter te komen waar Vrijheid zich bevindt, waar je zelf uithangt en wat je voor werkelijk neemt. Ervaringen zijn daarbij, hoewel ze prettig kunnen voelen, evengoed teleurstellend en onbevredigend ‘bedoeld’. Als ze alleen maar aangenaam waren, zou je in slaap vallen (of blijven). Anders gezegd, het lijden aan een ervaring wekt het verlangen naar Vrijheid. Zo zitten de dingen blijkbaar in elkaar.

Via ervaring kom je erachter waar je je mee identificeert, wat je tracht te bevredigen. Voor de meeste mensen is dat een persoon, een ‘jezelf’ met een naam en een uiterlijke vorm en een geschiedenis. Ervaring leert je ook wat de wereld is. Die blijkt, in onvrijheid, niet veel anders te zijn dan een verlengstuk van de persoon. Je leeft een verbeelde werkelijkheid. In die begoocheling huist het lijden.

Ervaring leert je wat de aard van de wereld en de persoon is. Dat is de ene helft van het tweeledige doel van sutra II.18. De andere helft hangt daar nauw mee samen, want die wijst je erop dat je dat alles niet werkelijk bent. Bevrijding is het onderscheiden van de persoon en het Zelf. Ervaring helpt in die onderscheiding, ze is zeker geen doel op zich. De kunst van het vinden van Vrijheid is dat je dingen uit elkaar weet te houden. De persoon is niet het Zelf, de bevrediging door een genotvolle ervaring is niet de gelukzaligheid die eigen is aan  het Zelf.

In de (samkhya-)yogafilosofie ziet men de komst van bevrijding als een wetmatigheid. Vrijheid is onvermijdelijk. Het kan natuurlijk een hele poos duren, maar ze staat je zeker te gebeuren. Alles beweegt zich daarnaartoe.

De verklaring daarvan is als volgt. Ten eerste is het zo dat dit bestaan er een van ‘kennen’ is. Er is beleving omdat deze via het gewaarzijn geconstateerd wordt. Wat daarbij heel cruciaal is, zegt Patañjali, is wat nu het uiteindelijke gewaarzijn is en wat de aard daarvan is. Wie of wat is het laatste dat ziet, en wat zelf dus ongezien blijft? In de Indiase filosofie maakt men daar een onderscheid tussen intelligentie en Bewustzijn. Bewustzijn of het Zelf geldt als de uiteindelijke Ziener. Intelligentie is het fijnste onderdeel van een ‘persoonlijk zien’, ze behoort tot de wereld van ervaring, het geziene.

Bovendien is intelligentie een geschapen of samengesteld iets. Samengestelde dingen zijn veranderlijk, eindig en staan onder invloed van externe krachten. Daaruit volgt het ‘ten tweede’ van de verklaring. Samengestelde dingen bestaan altijd ten dienste van iets anders, iets wat ‘hoger’ en subtieler is. Een tafel of een huis bestaan niet voor zichzelf, net zomin als het lichaam of het brein. Ze dienen iets wat hen overstijgt. Dus als je je broek aantrekt, als je eet, praat, mediteert of naar je werk gaat, staat dat allemaal ten dienste van iets ‘daarboven’.

Tat Tvam Asi[2]

Het ‘bestaan voor iets anders’ dient uiteindelijk iets dat ‘rust in zichzelf’ (zie ook Yoga Sutra I.4). Dat is niet samengesteld of veranderlijk, maar één en onbeweeglijk. Je ziet het niet, want het is geen object (of samenstelling). Men noemt dat éne het uiteindelijke subject, de ‘Ziener die niet gezien wordt’. ‘Dát ben Jij’, zeggen de Upanishads. Je hoeft alleen dat te zien om vrij te zijn.

Het verwarrende ligt erin dat de persoon en de wereld, het ‘geziene’, aan het Zelf verschijnt, terwijl het Zelf daar los van staat. Het is onafhankelijk (kevala), een synoniem voor ‘vrij’. Het Zelf doet zogezegd niet mee. Dat lijkt misschien wel zo. Waar de persoon steeds het gevaar loopt betrokken te raken en zich ergens mee te identificeren, is het Zelf enkel de getuige van dat alles. Terwijl het steeds in Vreugde is, in Liefde, onveranderlijk en altijd. Dat is Vrijheid.

Noten

[1] Bron: Kapila (vroeg 19e eeuw) – Company School, aquarel, de oergoeroe van de samkhyafilosofie, British museum, 1880,0.2068
[2] Bron: ‘Dát ben Jij’ – foto Indielov, ‘Tat Tvam Asi’ in het Malayalam en Sanskriet met daartussen AUM, Sabarimala tempel Kerala India

 

Avatar foto

geeft les in yoga en meditatie. Niet alleen de ervaring van openheid en levendigheid die uit de beoefening van yoga verkregen wordt, maar ook de immense rijkdom van de yoga-filosofie — met bovenal het gegeven van vrijheid als het wezen van de eigen natuurlijke staat — is voor hem een dagelijkse bron van inspiratie. Daarin zijn hem de klassieke bronteksten (en de vertaling daarvan) zeer dierbaar: De Upanishads zijn door hem vertaald en toegelicht en hij werkt aan een nieuwe vertaling en toelichting van de Yoga Sutra’s van Patañjali.