Over de vrije wil

0

Wim van de Laar

Tijdschrift voor yoga van de Vereniging Yogadocenten Nederland (VYN), februari 2019, www.yoganederland.nl

Er is iets wonderlijks aan ons mensen. Wij leven omgeven door bossen, water en velden, lucht en wolken, dieren en planten, ofwel door natuur. Maar behalve dat we onszelf zien als onderdeel van natuur, plaatsen we onszelf er ook buiten. Zeker, we zijn van vlees en bloed, en sterfelijk bovendien, maar toch zijn we anders. Een uitzondering, iets wat uitstijgt boven dat alles wat als natuur bestaat.

Appelbloesem[1]

Die onszelf toegedichte overtuiging vindt uitdrukking in het idee van de vrije wil. De mens is een autonoom wezen. Een appelboom groeit zoals zijn natuur hem dat ingeeft. Hij heeft geen eigen stem daarin. De mens echter acht zich de onafhankelijke spil van zijn bestaan, die in vrijheid zijn keuzes maakt. Althans, als hij zich daartoe zet. Je moet er wel wat voor doen.

De filosoof Spinoza geloofde niet in de vrije wil en ook de Upanishads spreken zich daartegen uit.

‘De mens bestaat enkel uit verlangen. Zo zijn verlangen is, zo vormt hij zijn wil. Zo hij wil, zo handelt hij. Zo hij handelt, zo zijn de vruchten van zijn handelen.’

En zo zit hij gevangen, opgesloten in een zelfgeschapen, ik-vervulde, tegenstrijdige natuur.

De Bhagavad Gītā stelt dat ieder mens bepaald wordt door natuur.

‘Wie zichzelf ziet als een (zelfstandig) doener, is een domoor.’

Anders gezegd: het is juist de mens die zegt over een vrije wil te beschikken, die gevangenzit, die gebonden is en onvrij. Gelukkig geldt dit niet voor ons eigenlijke, dieper gedragen mens-zijn.

De mens die zijn ware zelf heeft ontdekt, heeft geen enkele behoefte aan een vrije wil. Hij wil niets meer, zijn ik-verlangens zijn verdwenen. Toch ís hij, en een gelukkiger mens is niet te vinden. Hij is onverdeeld deel van natuur én hij is vrij. Waar de mens die staat op zijn vrije wil, de dingen naar zijn hand wil zetten en zichzelf geweld aandoet, houdt de vrije mens aan niets vast en is van-zelf-sprekend vervuld.

Vogels fluiten, takken wuiven in de wind, stengels en bladeren kruipen omhoog de ruimte in, bloemen baden in fonkelend zonnelicht. De boom boomt, de vis vist.
Alles doet wat het doet, maar wij mensen, wij mensen maar niet. Of toch?

[1] Bron: Appelbloesem

Wim van de Laar

geeft les in yoga en meditatie. Niet alleen de ervaring van openheid en levendigheid die uit de beoefening van yoga verkregen wordt, maar ook de immense rijkdom van de yoga-filosofie — met bovenal het gegeven van vrijheid als het wezen van de eigen natuurlijke staat — is voor hem een dagelijkse bron van inspiratie. Daarin zijn hem de klassieke bronteksten (en de vertaling daarvan) zeer dierbaar: De Upanishads zijn door hem vertaald en toegelicht en hij werkt aan een nieuwe vertaling en toelichting van de Yoga Sutra’s van Patañjali.