Glocalisering als alternatief van globalisering

0

Wim Couwenberg

Uit: Civis Mundi Digitaal #39, www.civismundi.nl, 2016-08

In de nationale welvaarts- of verzorgingsstaten die in de tweede helft van de vorige eeuw tot stand komen als sociale aanvulling van de liberale rechtsstaat en democratie raken burgers ook veel sterker dan voorheen geïntegreerd in en afhankelijk van de natiestaat. Vandaar een sterke neiging de eigen collectieve welvaart en stabiliteit te beschermen tegen externe invloeden als economische globalisering en internationale migratiebewegingen en daarop te reageren met een defensief staatsnationalisme zoals economisch, etnisch en cultureel protectionisme en het koesteren van de nog resterende nationale soevereiniteit in het kader van de Europese Unie.

Wat de afgelopen jaren in publicaties en discussies in Nederland over nationalisme is opgevallen, is dat etnisch-nationalisme (primaat cultuurnatie en haar belangen) in dit land veel meer op afwijzing stuit dan staatsnationalisme (primaat staatsnatie en haar belangen), hoewel de ontaarding daarvan in de internationale betrekkingen veel meer in het oog springt, vooral als expansief en autoritair staatsnationalisme.

Universalisme hand in hand met pluralisme

Erkenning van een nationale, i.c. Nederlandse identiteit, en het publieke belang van een selectieve migratie en adequate integratiepolitiek werd jarenlang aan de kaak gesteld als uiting van een reactionaire en racistische gezindheid. Het idee van een nationale identiteit en van het daarmee samenhangende integratiebeleid zou niet langer passen in onze moderne cultuur met toenemende individualisering en internationalisering als dominerende trends en met een door de Verlichting geïnspireerde universele waardenoriëntatie. Maar ook die moderne cultuur kan zich niet ontrekken aan een aantal fundamentele polariteiten van het menselijk bestaan, in dit geval de spanning tussen universalisme met de Verlichting als cultuurhistorische exponent: datgene wat mensen gemeenschappelijk hebben krijgt daarin alle nadruk; en relativisme en pluralisme met de Romantiek als cultuurhistorische expressie: dat wat de mens als individu en sociaal wezen onderscheidt wordt daarin juist geaccentueerd en als mensenrecht gestipuleerd. Wat nationale of culturele identiteit betreft, is dat gebeurd in artikel 27 Internationaal Verdrag Burger- en Politieke Rechten van 1966.

In het oorspronkelijke liberaal georiënteerde nationalisme van de 19e eeuw gingen beide aspecten van de menselijke bestaanswijze nog hand in hand. We zien dat tegenwoordig ook in de ontwikkeling van de sport. Sport globaliseert in snel tempo met sportorganisaties en – beoefenaars die wereldwijd opereren op grond van mondiaal overeengekomen spelregels, maar zij fungeert tegelijk als belangrijke uiting van lokale en nationale rivaliteit, loyaliteit en identiteit. Als zodanig beantwoordt nationale identiteit aan de fundamentele menselijke behoefte aan een zekere geborgenheid, een eigen identiteit als sociaal wezen. Een ontheemde kosmopoliet is in feite een wandelende Jood die nooit thuis komt, zoals de Franse filosoof Finkielkraut deze figuur uitbeeldt in zijn boek De verloren beschaving (1997). In die behoefte aan een eigen plek is lange tijd primair voorzien door familie, stand, kerk, zuil en lokale gemeenschap. Maar naarmate die aan betekenis inboeten als gevolg van economische en politieke moderniseringsprocessen is nationale identiteit als identificatiemogelijkheid belangrijker geworden.

Complexiteit wereldgebeuren

Uitgaande van de universele oriëntatie van het moderne beschavingsproces met universeel geformuleerde mensenrechten als politiek-juridische expressie en normatieve opdracht, hebben we de afgelopen jaren in themanummers en jaarboeken van Civis Mundi over verschillende landen en culturen ook aandacht gevraagd voor de verscheidenheid van culturen en tradities als pluralistische expressie van datzelfde beschavingsproces. De wijze waarop dat in landen- en cultuurstudies gebeurt, hebben we in 2005 tevens ter discussie gesteld.[1]

De ontwikkeling van een mondiaal bewustzijn en daarop geënt mondiaal burgerschapsbesef stoelt op een bonte verscheidenheid van culturen, sociale en politieke structuren, talen, gebruiken en religieuze tradities; op het besef derhalve dat we leven in een complexe reeks van interdependent geworden kringen van menselijke activiteit met ieder een eigen identiteit en loyaliteit, zich uitstrekkend van het subnationale (lokale en regionale) tot het topniveau van de wereldmaatschappij. Het is een besef dat we kort kunnen omschrijven als een organisch geworteld en pluralistisch geleed kosmopolitisme.[2]

Vanwege de graad van complexiteit van de wereldmaatschappij veronderstelt een mondiaal burgerschapsbesef een intellectueel niveau van kennis en inzicht, waaraan alleen hoogopgeleide intellectuele en politieke elites vooralsnog bij benadering kunnen beantwoorden. Ook voor die elites is wereldburgerschap overigens veeleer een rationele categorie dan een emotionele identificatie met de wereldsamenleving en haar belangen. Juist vanwege het bijzonder complexe karakter daarvan kan men beter ook niet spreken van ‘global village’. Globalisering als dominerende eigentijdse trend staat de laatste tijd steeds meer ter discussie, vanwege haar eenzijdige benadering van het wereldgebeuren, waarin uitsluitend de inter/transnationale dimensie tot uiting komt. Vandaar als alternatief het idee van glocalisering, waarin globalisering hand in hand gaat met een opmerkelijk reveil van lokale/nationale identiteiten.

In dat complexe mondiale integratieproces is de nationale dimensie en identiteit nog steeds een belangrijke schakel die onze manier van denken en doen, dus onze identiteit mede bepaalt. Zo functioneren veel dingen in Nederland nog altijd krachtens tal van nationale tradities, zelfs al menen we daarmee afgerekend te hebben zoals dat bijvoorbeeld sinds de jaren zestig het geval leek met onze burgerlijke manier van denken en doen.[3]

Nergens ter wereld wil men zo graag wereldburger zijn als in Nederland, zoals de Nederland-kenner H. Pleij[4] in dit verband opmerkt. Maar je kunt dat pas zijn, als je actief blijft participeren in je eigen cultuur. Anders verkeer je in een cultureel vacuüm. Het voortbestaan van Europese naties is een voorwaarde voor de ontwikkeling van een kosmopolitisch gezind Europa, zoals twee prominente Europese sociologen als U. Beck en A. Giddens en eerder al oud-hoogleraar Vergelijkende Cultuurstudies G. Hofstede, betoogd hebben.[5] Een prachtig voorbeeld van een succesvol samengaan van een nationale en kosmopolitische oriëntatie is de BBC: door en door British en tegelijkertijd kosmopolitisch georiënteerd, met een globale uitstraling.

Noten

[1] Zie Landen-, regio- en cultuurstudies ter discussie, Civis Mundi, 1/2, 2005
[2] In dezelfde zin U. Libbrecht, Geen muren rond culturen, 1995; en M. Cohen, Rooted Cosmopolitism, in: M. Walzer (ed.), Toward a Global Society, 1995, p. 233
[3] Zie A. Felling, J. Peters, O. Schreuder, Burgerlijk en onburgerlijk Nederland, 1983, pp. 199-200
[4] H. Pleij, Nederland lijdt aan polderkoorts, NRC Handelsblad, 24 juni, 1991
[5] U. Beck en A. Giddens, EU geeft lidstaten juist macht terug, NRC Handelsblad, 4 oktober 2005; en G. Hofstede, Nederlandse identiteit en Nederlandse cultuur binnen de EU, in: S.W. Couwenberg (red.), Nationale identiteit – van Nederlands probleem tot Nederlandse uitdaging, 2001, p. 163

Wim Couwenberg

(1926-2019) was oprichter en hoofdredacteur van het filosofisch tijdschrift Civis Mundi. Ooit begonnen als journalist, was Couwenberg in de jaren zestig politiek actief voor de toenmalige KVP. Van 1976 tot 1995 was hij hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. Hij publiceerde regelmatig in dagbladen, tijdschriften en boeken.