Dierenwijsheid: over het leven in elementaire verbanden en de waarde van familieverhalen

0

Het QFWF storytelling programma Animal Wisdom ― 5

Heidi Muijen

deel 1deel 2deel 3deel 4deel 5deel 6deel 7deel 8
Wijsheidsweb, 14 december 2020
Ganesha, de hindoeïstische god met olifanten wijsheid[1]

Een belangrijk doel van het QFWF-storytelling programma Animal Wisdom is het ontwikkelen van een ‘elementaire levenskunst’, ontleend aan het leven der dieren volgens zowel archaïsche als hedendaagse verhalen en symboliek.
De elementaire wijsheid en krachten die dieren belichamen ― of die in verhalen aan dieren worden toegeschreven ― helpen tegenwicht te bieden aan een monoculturele en onderdrukkende ideologie ten aanzien van andere culturen of de ‘andere sekse’.Zo besprak ik in de vierde Gulden Snede hoe er in mythische verhalen en symboliek uit alle windstreken een verschuiving heeft plaatsgevonden van een gelijke vertegenwoordiging (en deels bovenschikking) van godinnen ten opzichte van goden naar een onderschikking van vrouwelijke aan mannelijke goden. Parallel daaraan loopt een associatie van slechtheid en ‘het kwaad’ met de vrouw en het vrouwelijke en een culturele ordening en samenleving, waarin de man een overheersende rol speelt.

De goden en godinnen worden veelal als dieren uitgebeeld. Die dierlijke-goddelijke wijsheid uit de verhalen reflecteert een perspectief, hoe een culturele en gender onbalans weer in evenwicht te brengen. Bijvoorbeeld aan de hand van symboliek rond androgynie, waarin menswording als het samengaan (de eenwording) van mannelijke en vrouwelijke kwaliteiten wordt gezien.

Vanuit een perspectief van interculturele levenskunst zijn de archaïsche mythische verhalen nog steeds actueel. De oude wijsheid bevat van generatie op generatie doorleefde en doorgegeven levenslessen.
Derhalve zijn ze zowel verzinsel als ‘waar’: een symbolische voedende taal van de ziel de eigen levensthema’s te onderzoeken. Ze voeden inzichten in de wijze waarop we onze persoonlijke en collectieve levens organiseren en de samen daartussen.


Bijvoorbeeld over goed bestuur, dierenwijsheid in de vorm van een ‘vorstenspiegel’

Jonge leeuwen — foto Marie-Claire Marx

Lang geleden, nog voordat de mensheid bestond, waren er twee jonge leeuwen, Ngambu en Ngampika. Nog amper volwassen werden ze al gescheiden van hun moeder. Hun vader was in een gevecht om het leiderschap gedood door een rivaal. (…)

Dapper ontvluchtten de jonge leeuwen hun moederland, het gebied dat nu de nieuwe leider toebehoorde. Hoewel hun manen nog maar half volgroeid waren, voelden de jonge telgen zich reeds wraakzuchtig. (…)

Ngambu wendde zich tot zijn broer. Ngampika gebaarde dat hij naar het water moest luisteren:

“Wraak brengt wraak voort! Je was toch zelf ook op de vlucht gegaan voor geweld? Als je gaat heersen zonder te delen, volg je de weg van een tiran.”

Ngambu zei:

“Ik wil heersen met respect voor anderen; alleen met instemming van anderen.”

Het hof van de leeuw (Congo Tales Nr. 4)[2]

Dieren zijn meesters in het organiseren van elementaire vormen van gemeenschapsleven: van apenrotsen, spreeuwenzwermen, mierenkolonies, bijenkorven, slangenkuilen, leeuwen koninkrijkjes tot het olifanten matriarchaat.
De diversiteit en complexiteit van de dierengemeenschappen is ongekend hoog.

Dierenwijsheid over samenleven

Deze collectieve dierenwijsheid biedt daarom voor de mens een rijk reservoir om uit te putten. Vooral in een tijd van omwentelingen en opschaling naar een wereldordening, waarin de kleinere gemeenschappen, culturen, inheemse volkeren samen met wereldrijken een plek dienen te krijgen.

Gezien dat de geschiedenis getuigt van vele culturele misverstanden en krachten van polarisering, biedt dierenwijsheid in dit opzicht een betere bron voor het ontwikkelen van elementaire levenskunst. Zoals de zeer diverse wijzen waarop dieren communiceren via dans, zang en lichaamstaal ― waar woorden veelal aanleiding zijn voor irritaties en misverstanden ― en hoe subtielere vormen van wederkerigheid voor coördinatie kunnen zorgen, zoals bij emergentie[3].

Een ander voorbeeld zijn rituelen die verbondenheid tussen individu en groep, tussen kleine en grotere groepsverbanden helpen organiseren.

Emergentie: wijsheid uit de mierenkolonie

Een soldaat en werkmieren[4]

Het werkzame ingrediënt van emergentie vinden we bij mieren en hoe zij hun collectieve leven in een kolonie organiseren! Door de subtiele communicatie tussen de mieren kan er een nest, vuilnisbelt of begraafplaats worden gebouwd.
De koningin legt eitjes en wordt zorgvuldig beschermd. Evenwel geeft zij geen bevelen aan ‘ondergeschikten’ wat deze zouden moeten doen.

De mierenkolonie ontstaat op ‘emergente’ wijze: dat wil zeggen wat zij op collectief niveau doen wordt niet door individuele keuzes en gedragingen bepaald. Wat er in de kolonie als geheel gebeurt is dus niet voorspelbaar en beheersbaar vanuit een heerser, een protocol of een ‘upper class’.

Gemeenschapsvorming en het belang van familieverhalen

Het aspect van gemeenschapsvorming is een belangrijk onderdeel van elementaire levenskunst: hoe het leven in een gemeenschap te ordenen volgens elementaire verbanden ― zoals dieren van nature doen ― en volgens natuurlijke wijsheid van menselijke gemeenschappen.

De kunst van het samenleven — ooievaars, maraboe, zebra’s, elanden, …, foto Marie-Claire Marx

Vooral van belang hierin lijkt het besef als groep (stam of familie) deel uit te maken van een groter geheel: van een grote familielijn, van andere levende wezens in dezelfde streek (woudbewoners, vogels, vissen) en met wezens (geesten, goden) in een onder- en een bovenwereld.

Van dieren kunnen mensen de elementaire levenskunst leren van het vreedzaam samenleven met meerdere soorten op eenzelfde plek en het delen van de natuurlijke hulpbronnen.
Aan deze hoogstaande kunst kan de mens interculturele wijsheid toevoegen door inzichten te ontwikkelen hoe de geschiedenis van een persoon, van de familie en van de clan deel uitmaakt van een grotere (inter)culturele geschiedenis met collectief gedeelde verhalen en gewoonten.

Familiegeheimen

Hieronder belicht ik deze levenskunst aan de hand van een voorbeeld: een verhaal uit Rwanda hoe familiegeheimen doorwerken in de persoonlijke geschiedenissen. En andersom, hoe persoonlijke ‘hang-ups’ en drama’s opnieuw hun stempel drukken op de familie. Hoe ieders draadje van invloed is op het weefsel van de collectieve (inter)culturele geschiedenis.

De familiegeheimen, verborgen gebeurtenissen en gewoonten blijven de levens van generatie op generatie beïnvloeden. De plots, tragedies en patronen reproduceren zich met persoonlijke variaties en een ‘couleur locale’. Ze kleuren de levens van volgende generaties.

Inzicht in de wijze waarop de culturele (familie)verhalen doorstromen van (groot)ouders op (klein)kinderen is de wijsheid die mensen als familie en als gemeenschap kunnen gaan ontwikkelen. Alleen wanneer mensen zich bewust worden van de culturele en familieverhalen, waar zij zelf deel van uitmaken, ontstaat er vrije ruimte.

Levenskunst geeft de mogelijkheid bij het ontrollen van de plot stil te staan, door het beluisteren en bevragen van die verhalen en de parallelle patronen te ontdekken tussen de culturele, familie- en de persoonlijke geschiedenissen.

In de tussenruimte die zo ontstaat, kan er een nieuw verhaal geschreven worden…

Samenhang van persoonlijke, familie- en interculturele verhalen

Rwanda, Tutsi Chief Kaware[5]

Als voorbeeld van de intrinsieke samenhang van persoonlijke, familie- en interculturele verhalen een stukje uit een fascinerende geschiedenis van de orale verteltraditie van de Gwanda, Hutu en Tutsi.

Hun mythen, rituelen en volksgeloof zijn doorkruist en vermengd met Europese gewoonten, kerkelijk en ander bijgeloof, overheersing en meer horizontale sociale patronen.


In onderstaande passage uit het verhaal spreken moeder en zoon over een taboe, het verborgen familieverleden ― waarop een vloek vanuit een voorvader uit de 18e eeuw zou rusten, de machtige stamhouder Kintu ― en over zijn onbekende vader.
In dit gesprek gaat het over de gebruikelijke familienamen, die de samengestelde identiteit weerspiegelt.

De zoon kreeg, omdat zijn ouders zich bij een christelijke groepering aansloten, de naam Paulo. Volwassen geworden probeerde hij de oorspronkelijke familielijn en het verhaal van zijn vader te achterhalen. Hij staat op het punt te gaan trouwen.

“Ik heb haar verteld dat ik Rwandees ben, zei hij met een glimlach. Ze dacht dat Kalema de koninklijke naam was. En je weet hoe onverdraagzaam mensen zijn. Mijn eigen familie wil me geen Kalemanzira noemen.”

Paulo begon al mee te gaan in het familiezwijgen, maar de gesprekken met zijn beoogde vrouw Nyanga hebben een vonkje doen ontbranden.
Hij noemt zich daarom naar de verzwegen vaderlijke lijn ‘Kalema’.

Zijn moeder Ruth wil het verleden laten rusten, in de wijze schaduw van het zwijgen en zegt tegen Paulo:

“Je bent half Ganda, je kunt je kinderen onze namen geven.”

Paulo:

“Ik ben niet zo’n Tutsi die zijn etnische achtergrond verborgen wil houden.”

Ruth:

“Je spreekt de taal niet eens.”

Ruth wil haar zoon enerzijds tegemoet komen, anderzijds geeft ze een reden voor het taboe:

“… houd op met dat gespit. Er zijn heel veel ‘Tutsi’s’ die hun oorsprong niet kennen, maar ze hebben hun eigen plek gevonden en een leven voor zichzelf gecreëerd. Zo gaat het met immigratie. Er vallen gemeenschappen door uiteen: stammen, families, zelfs volken.”

Op een dag ontmoet Paulo zijn tante Magda, van wie men dacht dat zij in de burgeroorlog in de jaren ‘80 was gestorven. Zij hield zich aan de eigen tradities en noemde zich daarom Bweeza.

Vasthouden aan eigen tradities — besnijdenisfeest dicht bij grens met Tanzania, foto Marie-Claire Marx

Om roddels vanwege het buitenechtelijk kind van de nog slechts 14-jarige moeder te voorkomen, moest Ruth bij tante gaan logeren. Paulo was bij tante Bweeza/ Magda op het platteland ter wereld gekomen.
Sindsdien heeft tante hem niet meer gezien:

“Je gaat me toch niet vertellen dat jij de kleine Yoby bent, de zoon van Nnakato …”

Paulo:

“Ik heet Paulo Kalema, ik bedoel Kalemanzira, en ja, Ruth is mijn moeder. Maar mijn naam was Nsobya voordat ik die in Kalemanzira veranderde.”[6]


Wat in dit verhaal wordt uitgesponnen en voor de lezer indringend voelbaar gemaakt, lijkt mij een belangrijke opgave voor onze tijd te zijn: bewustzijn ontwikkelen hoe in ieders leven de grotere geschiedenis doorspeelt. Inzicht in de wijze waarop persoonlijke en collectieve identiteiten zich vormen. Hoe de eigen geschiedenis een reflectie geeft van culturele tradities en familieverhalen.

De geschiedenis toont hoe culturen en clans met elkaar verstrengeld zijn via de familielijnen en het deelhebben aan meerdere ‘communities’. Alleen door zich hiervan rekenschap te geven kan er een ontwikkeling van ‘kuddegeest tot kosmopolitisme gaan plaatsvinden’[7].
Het samenleven met meerdere culturen is als ‘de multiculturele samenleving’ zowel een onvermijdelijke realiteit als een hoopgevend vooruitzicht. Het leren van dierenwijsheid zal helpen het multiculturele weefsel tot een interculturele levenskunst uit te spinnen!

Kleurrijk en pluriform, de multiculturele samenleving — eten tijdens de feesten, foto Marie-Claire Marx

We kunnen klein beginnen met dit kosmopolitische ideaal: de eigen (familie)geschiedenis onderzoeken als een weefsel van multiculturele patronen. Oog krijgen voor de kleurrijke samenhang tussen de persoonlijke, familie- en collectieve geschiedenis. Ontegenzeggelijk zal het deel hebben aan slechts één culturele, sociale of etnische groep uitzonderlijk zijn.

Historisch en archeologisch onderzoek leert dat hoe verder we teruggaan in het verleden, ieders identiteit door herkomst en participatie aan meerdere groepen en culturen veeleer een mengsel is dan ‘zuiver’. Besef van dit gegeven helpt verschillen tussen culturen in plaats van polariserend juist voedend te laten werken voor een pluriforme en inclusieve samenleving. Naast inzicht is er ook praxis nodig: behalve het vertellen van verhalen zijn verbindende symbolen en transculturele rituelen hierbij van belang.

Het belang van rituelen

Rituelen zijn collectieve handelingen die het leven in groepen helpen vormgeven en de verbondenheid met een grotere gemeenschap laten beseffen. Voorts dienen ze meerdere sociale doelen: zoals het vieren van bijzondere gebeurtenissen, voor het verrichten van genezende handelingen, ter markering van belangrijke transities en het installeren van gezonde gewoonten en verbintenissen.

Kenmerkend voor rituelen is dat de natuurlijke elementen er een belangrijke rol in spelen, zoals het water bij de doop en het vuur bij offers. Daarom is gevoel hebben voor de kracht van de elementen en hun betekenisvolle voor een natuurlijke verbondenheid van belang voor het vormgeven en uitvoeren van rituelen.

Hieronder volgt een voorbeeld van elementaire wijsheid over het samenspel van aarde, water, lucht en vuur dat de kracht van rituelen helpt kanaliseren. Die elementaire wijsheid helpt heling te brengen. Het is ontleend aan dezelfde interculturele (familie)geschiedenis:


Vrijwel alle culturen kennen offerrituelen en (kenden) sjamanistische praktijken — trancedans op Bali, foto Joke Koppius

Omdat de verschillende takken van de familie door ziekten en onheil geplaagd werden, kwam de familieclan bijeen: zij hielden een reinigingsritueel om hen van de vloek van stamhouder Kintu te bevrijden.

Op de gestelde dag komen alle leden bijeen. Zij worden door de sjamaan uitgenodigd een kwaal of pijn in te fluisteren in de stokken van de nijltrompetstruik, die op het graf van de overleden zoon van de stamhouder groeide. Het ritueel zal er voorts uit bestaan dat deze zoon, zijn moeder en Kintu, de stamhouder, ritueel herbegraven worden.

Voordat het zover is, gooit één van de oudsten, Miisi — die de oude rituelen en gebruiken wel heeft bestudeerd aan een universiteit van Engeland, maar er niet meer in gelooft — een stok op de vuurstapel, maar hij heeft er niets in gefluisterd.
De sjamaan spreekt:

“Nu steek ik alles wat jullie kwelt in brand. (…) Als alles verbrand is, zal de as in de vier hoeken van dit terrein worden begraven, maar eerst moeten we de doden te rusten leggen.”

De sjamaan loopt langs de drie graven en spreekt de doden toe. Bij het derde graf zegt hij:

“Kintu, je bloedlijn heeft de vloek overleefd. Je hebt kinderen zoals een duizendpoot ledematen heeft. Nu je thuis bent vragen we je te rusten.”

Dan wordt er geitenbloed geofferd en van het geroosterde geitenvlees eet de gehele clan.
Na de maaltijd riep de sjamaan iedereen op voor de rituele wassing. Alle oudere mannen liepen met een rij nazaten achter zich aan r de beek …

“Jullie staan voor de bron die de familie indertijd van water voorzag. We gaan de vloek wegwassen. Was je gezichten, handen en voeten. Je mag ook een bad nemen.”

Met alle clanleden gebeurt er iets na het ritueel, ten goede of ten kwade.
Miisi loopt weg uit zijn huis, en zwerft als een dolende ziel op de oude geboortegrond van de stamhouder.

Hij heeft altijd al dromen gehad over de familievloek, maar sinds het ritueel blijft hij half in het heden en half in het verleden leven.
Zijn zuster ziet een verband met zijn westerse rationele opleiding, die hij niet kon verzoenen met zijn gevoeligheid voor de traditionele kennis en zegt:

“Omdat hij wist en weigerde te weten…”


Een harmonieuze toekomst van de globale samenleving ligt in ieders handen. Ieder kan een draadje meeweven door zich bewust te worden van interculturele identiteiten en het helpen ontwikkelen van een elementaire levenskunst.

De auteur van de hier aangehaalde bijzondere familiegeschiedenis is zelf een exemplarisch voorbeeld van interculturaliteit: zij is geboren in Kampala, Oeganda, een ‘Black, Asian and Minority Ethnic in England’, waar zij ‘Creative Writing’ doceert aan een universiteit.

Een ander inspirerend voorbeeld

Een ander verhaal toont de kracht van symbolen en rituelen voor het versterken van het culturele weefsel van een gemeenschap, die onder druk staat. De binnenvallende westerse volken met hun onderdrukkende cultuur en overheersende ideologie tegen het einde van de 19e eeuw vormen de historische context van dit verhaal.


Black Elk (Zwarte Eland) werd de ‘laatste ziener der Oglala-Sioux’ ― inheemse volken van het Zuidwesten van het Noord-Amerikaanse continent ― genoemd. Hij speelde een belangrijke rol in het verzet en de kunst kracht te putten uit de eigen culturele verhalen en gebruiken.

Reeds als jongen kreeg hij visioenen, die hem beangstigden, omdat hij ze niet kon plaatsen en er met niemand over durfde te spreken.
Vooral als er donderwolken aan kwamen drijven en hij de dieren kon verstaan en stemmen hem toeriepen:

“Aanschouw je Voorvaderen! Haast je!
Op gewijde wijze zul je lopen!
Jouw volk heeft je aanschouwd!”

Het bleek niet genoeg te zijn als ziener te zijn geboren. Er was kennelijk nog een leerweg te gaan: de moed beproevingen te doorstaan, de dood in de ogen te durven kijken en door de inwijding als sjamaan onder leiding van een wijze voorouder. Pas toen hij met een oudere medicijnman hierover sprak, vielen de puzzelstukken op hun plaats:

“Neefje, ik maakte ook deel uit van je visioen, maar je hebt me niet gezien. Ik was daar en ik zag een jongen in een raadstipi en nu zie ik dat jij die jongen was. Je moet doen wat het vospaard je in je visioen vroeg. Je moet je plicht doen en voor je volk hier op aarde dat visioen uitbeelden. Misschien zullen de mensen er iets van begrijpen, als je eerst de paardendans opvoert. Dan zal de angst van je wijken …”

Aldus geschiedde. Hij mocht niets eten en zuiverde zijn lichaam in een zweethut met saliebladeren.

De vier windrichtingen als basale oriëntatie en kracht

Paarden van verschillende kleuren[8]

Daarna voerde hij zijn visioen uit met vier meisjes en zestien paarden: Zij werden beschilderd en kregen attributen die de vier windstreken symboliseren.zwarte paarden en berijders voor het westen en het meisje van die richting droeg de hoepel van het volk;

  • witte paarden en berijders voor het noorden met in de handen van het meisje het saliekruid;
  • roodbruine paarden en berijders voor het oosten en het meisje kreeg de heilige pijp;
  • goudgele paarden en berijders voor het zuiden en het meisje droeg de bloeiende tak.

“Nu konden we met de dans beginnen. De Zes Voorvaderen begonnen een lied te zingen waarin ze de ruiters van de verschillende windstreken aankondigden. (…) Zo stelden de zwarte, witte, roodbruine en goudgele paarden zich op in rijen van vier … en paradeerden op de maat van het vrolijke lied van de Voorvaderen. (…) Ik zag een donkere wolk naderen …

Opnieuw keek ik omhoog naar de wolk: plotseling zag ik de beelden van mijn visioen terug. (…) Ik keek om me heen en de beelden waren nu zo helder en duidelijk dat ik begreep dat wat we hier op aarde deden een schaduw is van het visioen dat zich in de hemel afspeelde. Ik wist dat daarboven de werkelijke wereld was en dat we op aarde in een duister droombeeld van die wereld leven. (…)

Toen de paardendans was afgelopen, had ik een gevoel alsof ik zweefde … Ik was blij en opgetogen, want ik merkte dat heel mijn volk nu gelukkiger was.”

Black Elk in Neihardt (2019: 125-138)

Beide voorbeelden tonen hoe de verhalen en wijsheid van de voorouders via de verbeeldingskracht (mythos) en de morele bewogenheid (pathos) kunnen helpen de ethos van een gemeenschap te versterken.

Herstel van wederkerigheid

Deze verhalen blijven van belang. Zowel om de geschiedenis te blijven herinneren als daaruit te leren hoe wederkerigheid en (inter)culturele samenhang in gemeenschappen te helpen installeren.

De werkzame ingrediënten uit de oude verhalen kunnen opnieuw in een samenspel van pathos-mythos-ethos in een dia-logos doorstromen naar de toekomst: interculturele dialogen zijn juist in deze tijd van belang!

In de zesde Gulden Snede schets ik met praktijkvoorbeelden hoe wij door middel van dierenverhalen, muzikale en beeldende expressies van dierenwijsheid uit het QFWF-storytelling programma deze focus vormgeven als een ‘gulden snede’ ten behoeve van inter- en transculturele ontwikkeling.

  • Borchert, B. (1994). Het verschijnsel, de geschiedenis, de nieuwe uitdaging. Haarlem: J.H. Gottmer.
  • Campbell, J. (2008 [origin 1949]). The Hero with a Thousand Faces. Novato, California: New World Library.
  • Campbell, J. (2002). Gij zijt dat: Transformatie van een religieuze metafoor. Deventer: Ankh-Hermes.
  • Coudert, A. (1984). De steen der wijzen. Deventer: Ankh-Hermes.
  • Grimm (1981). Sprookjes voor kind en gezin. (Volledige uitgave van de 200 sprookjes en 10 kinderlegenden verzameld door de gebroeders Grimm met uitvoerige aantekeningen en registers). Rotterdam: Lemniscaat.
  • Harari, Y.N. (2018). Een kleine geschiedenis van de mensheid. (Vertaling Inge Pieters). Amsterdam: Uitgeverij Thomas Rap.
  • Jung, C-G. (1933). Modern Man in Search of a Soul. San Diego, CA: A Harvest Book: Harcourt Brace & Company.
  • Jung, C-G. (1993 [origin.1950, transl. Pety de Vries-Ek]). Symbolism of the Mandala [Symboliek van de Mandala]. Lemniscaat: Rotterdam.
  • Moerland, B. (1992). Schatgraven in Nag Hammadi. Een inleiding tot de gnostiek. Den Haag: Uitgeverij Synthese — Mirananda.
  • Narby, J. (1998). The Cosmic Serpent. DNA and the Origins of Knowledge. Ives: Phoenix.
  • Plattner, S. & Vonk, E. (Ed.) (2019). Congo tales: Told by the People of Mbomo. (Photographs by Pieter Henket). Munich/London/New York: Prestel.
  • Quispel, G. (red.) (1992). De Hermenetische Gnosis in de loop der eeuwen. Beschouwingen over de invloed van een Egyptische religie op de cultuur van het westen. Baarn: Tirion.
  • Scott Littleton, C. (red.) (2005). Een geïllustreerde geschiedenis van mythen en verhalen uit de gehele wereld. Kerkdriel: Librero.
  • Ten Berge, H.C. (1987). Mythen en fabels van Noordelijke volken. (Samengesteld, vertaald en ingeleid door H.C. Ten Berge). Amsterdam: Meulenhoff.
  • Trungpa, Ch. (1990). Shambhala: De Weg van de Krijger. Cothen: Uitgeverij Servire.
Noten

[1]Bron: Basohli miniatuur (circa 1730)
[2]Bron: Plattner, S. & Vonk, E. (Ed.). (2019). Congo tales: Told by the People of Mbomo. (Photographs by Pieter Henket). (Hertelling en vertaling door Heidi Muijen & Tess van Dongen ). Munich/ London/ New York: Prestel.
[3]Bron: Emergentie is een begrip uit de systeemtheoriefilosofie en wetenschap en verwijst naar de ontwikkeling van complexe georganiseerde systemen, die bepaalde nieuwe eigenschappen vertonen die niet aanwezig zijn bij hun samenstellende delen. “Het geheel is méér dan de som der delen.” Vaak zijn er voor het ontstaan van zo’n emergent verschijnsel méér voorwaarden noodzakelijk dan alleen een wisselwerking tussen de samenstellende delen.
[4]Bron: foto Alex Wild
[5]Bron: Tutsi chief (circa 1900) uit boek van Richard Kandt “Caput Nili”
[6]Jennifer Nansubuga Makumbi (2020). Kintu. (Roman, vertaald uit het Engels door Josephine Ruitenberg). Amsterdam: Cossee, p. 258-261.
[7]Wijsheidsweb: Heidi Muijen Levenskunst en Levensgeluk nr 10 (2019-03).
[8]Bron: Pferde im Galopp

van Thymia, filosofische praktijk voor levenskunst en creatieve ontwikkeling te Weesp heeft in 2016 de Stichting Quest for wisdom foundation opgericht. Het eerste project van de stichting is de digitale spelvorm game Quest for wisdom. Als tweede project wordt het Wijsheidsweb ontwikkeld. Heidi Muijen is ontwerper van het filosofisch-mythische bordspel Mens, ken je zelf en van de ont-dekkende dialoogvormen Wat is de kwestie?-Wat is de questie!.