De waarheid gaat gekleed in metaforen — 2

0

Heidi Muijen

Een bewerkte tekst van een lezing, gehouden aan de Vrije Universiteit en eerder verschenen in: Voorsluis, B. (red.) (2001). Je reinste werkelijkheid: over hedendaagse mystiek. Zoetermeer: Meinema, pp. 77-99[1].

Deel 1deel 2

Een postmodern Verlichtingsideaal?

Deze bijdrage in twee delen cirkelt rond de vraag: Hoe kan een ‘dialogische middenpositie’ concreet worden gemaakt voor het vinden van een nieuw Verlichtingsideaal, geloofwaardig in een multiculturele en postmoderne context? Zodanig dat het richting kan geven aan een open en inclusieve samenleving. Dit ideaal zou het gevaar van waarde-uitholling en betekenisverlies door postmodern nihilisme kunnen tegengaan. Zou er een communiceerbare vorm van ondogmatische (transculturele, mystieke) spiritualiteit betekenis en inhoud kunnen geven aan het samenleven vanuit inclusiviteit en openheid?

Het eerste deel van deze bijdrage eindigde met de conclusie dat we wijsheidstradities ‘ondogmatisch’ kunnen opvatten als existentiële wegwijzers, uitgaande van het waarheidscriterium ‘the proof of the pudding is the eating’.

Afbeelding 1: Sleutel van interculturele levenskunst

Van daaruit bezien opent zich tussen beide extremen van een dogmatische (leerstellige) en een mystieke (zwijgende) benadering van spiritualiteit een kleurrijk spectrum van mogelijkheden tot uitwisseling vanuit de ervaring. In plaats van discussie over spiritualiteit, waarbij het gelijk van de één het ongelijk van de ander impliceert, een dialoog aangaan. Daarbij kan weliswaar waarheid op het spel staan, maar niet het gelijk van de deelnemers.

De sleutel voor dit ‘postmoderne Verlichtingsideaal’ vormt de kanteling van inhoud naar houding en van multi naar inter- en transcultureel: door met elkaar over de waarde van culturele, religieuze en spirituele waarden en wijsheid in dialoog te gaan en deze als existentiële wegwijzers te interpreteren. In plaats van de religieuze of spirituele inhoud als een letterlijke (objectieve) waarheid op te vatten vormt de interculturele verbeelding een metaforische landkaart voor het vinden van een richting voor ieders eigen(zinnige) reis door het spirituele landschap en hoe daarover dialogisch uit te wisselen.

Is mystieke openheid en overgave te leren?

Dit ideaal biedt een alternatief voor de claim van een absolute en permanente staat van Verlichting. Deze claim uit monoculturele Grote Verhalen riekt naar een metafysische ‘escape-route’ uit het eindige bestaan en wordt met de geschetste sleutel van interculturele levenskunst voor een postmoderne context losgelaten. In plaats daarvan gaat het om de kunst zich blijvend open te stellen voor de multiculturele mix van religieuze tradities en nieuwetijdse spiritualiteit in de globaliserende wereld. De dialoog schept de ruimte deze ‘intercultureel’ (tussen culturen) te onderzoeken; niet abstract maar als existentiële levenskeuze; als levenskunst de ‘spirituele waarheid’ zelf te leven.

Het blijft hierbij evenwel de vraag of de kanteling van een dogmatisch traditionele naar een interculturele en existentiële houding op een ‘mystieke weg’ van inclusie wel te communiceren en te leren is. Volgens de leerstellingen uit traditionele religies is het veeleer zo dat je de staat van bevrijding niet zelf kunt kiezen en ontwerpen; dat het ondanks het doen van goede werken ‘aan jou geschiedt’: je wordt als het ware aangeraakt door het goddelijke. Het religieuze taalspel spreekt van ‘goddelijke genade’ en dat het je lotsbestemming is uitverkozen te zijn ‘het hemelse bruidsvertrek te betreden’.

Kunnen volgers vrij zijn?

Afbeelding 2: Is mystiek te leren?

Aan de mystieke eenwording gaat bovendien een stap vooraf die je niet zo gauw uit vrije wil zou kiezen. De mysticus verkeert in ‘de donkere nacht van de ziel’, waarna de lichtervaring zich voordoet. Uiterste spirituele nood en heftige psychische kwellingen vormen de onverkieslijke stenen op de lijdensweg van de mysticus vóór zij/hij de goddelijke vereniging mag smaken.

Het gegeven dat er religieuze en wijsheidstradities zijn, biedt wel de mogelijkheid de weg die de traditie naar bevrijding, verlichting of mystieke eenwording voorschrijft, te ondervinden, daarin lerend te zijn.

Stel dat er genoeg volgers zijn, die trouw een religieuze weg van toewijding, ascetische praktijken, oefeningen in discipline, lichamelijke en geestelijke zuivering, volgens de leer van een bepaalde religieuze of spirituele traditie gaan. Is dan het gewenste ideaal van een open, vrije en inclusieve samenleving dichterbij gekomen?

Een paradoxale uitkomst: wanneer de sleutel daartoe het onvoorwaardelijk aanvaarden van de leer en het getrouw volgen van het voorgeschreven pad van discipline behelst, lijken we van de regen in de drup te zijn gekomen!

Spirituele leerstelligheid en kerkelijke hiërarchie

Hoewel het motto ‘zen mind beginners mind’ veeleer suggereert dat het juist gaat om het deconstrueren van leerstelligheid en het zich ontdoen van de ballast van kennis ten einde een lichte in plaats van een ‘volle geleerde geest’ te krijgen, kent een zenboeddhistische weg naar Verlichting ook een spiritueel referentiekader, met een stelsel van waarheden en nauwkeurig voorgeschreven stappen in de meditatie praxis.

Zo blijven christelijke of andere traditionele wegen ouderwets geplaveid met leerstelligheid en klinkers van geboden en verboden. Discipelen dienen zich hieraan te onderwerpen, alsmede aan de (kerkelijke of spirituele) hiërarchie en sociale leefregels die door de religieuze gezagsdragers worden voorgeschreven. Zo een sociale ordening brengt met zich mee dat (ongeacht de religieuze of spirituele boodschap) er immorele praktijken (denk aan seksueel misbruik) onder de dekmantel van het instituut op de loer liggen.

Hiermee zijn we terug bij het eerder geschetste dilemma. Houden we vast aan een traditionele spirituele weg, dan opent zich de deur naar dogmatisme en ideologisch machtsmisbruik door religieuze instituties. Laten we haar los, dan dreigt het gevaar van een postmodern nihilisme of New Age vrijblijvendheid.

Interreligieuze dialoog en de open gesprekshouding

‘Ondogmatisch’ zich tot een spirituele weg verhouden wil zeggen ‘authentiek’, dus als ‘auteur’ verantwoordelijkheid nemend, voor de eigen spirituele ervaring en overtuiging; en tevens on-vooringenomen zijn over ‘de waarheid’ van anderen en andere vormen van spiritualiteit. Is het mogelijk deze paradoxale grondhouding te realiseren:

Afbeelding 3: Balanceren op een wijze middenweg[2]

Is het mogelijk om een open gesprekshouding en geïnformeerdheid over allerlei vormen van spiritualiteit bij de deelnemers aan een dialoog te cultiveren, zodanig dat allen op gelijkwaardige en betrokken wijze hieraan deelnemen?

Het voeren van een interreligieuze dialoog kan cognitief tot inzichten leiden. Dan ontstaat er waardevolle kennis over de verschillen in religieuze symboliek en rituelen. Tevens kan er in essentie een verwantschap ontdekt worden, bijvoorbeeld over ‘de gulden regel der moraal’ en de kernboodschap van liefde en medemenselijkheid in diverse religies. Evenwel de vraag die hier aan de orde is strekt verder dan de kennisvraag. Is de dialoog als middel krachtig genoeg voor het openen van het hart en het uitdragen van die kernboodschap, zonder in dogmatisme en overtuigingsdrang te vervallen?

Hoe de ‘wijze’ middenweg te bewandelen, vanuit een open, aanvaardende (mystieke) grondhouding, en deze te verbinden met interculturele en interreligieuze uitwisseling en verbondenheid aan een grotere transculturele gemeenschap? Zijn mensen in staat ‘ondogmatisch’ te communiceren over iets dat zo nabij is zoals de eigen (spirituele) beleving én tegelijkertijd open blijven staan voor het ‘andere’, vreemde’ van de ander?

Dogmatische kennis over spiritualiteit berust op een deskundigenoordeel. Daar tegenover is het getuigen van spiritualiteit een beleving. Kan die meer dan slechts subjectief zijn, bron van ervaringskennis en uitwisseling voor een collectief leerproces?

Een concrete vorm hiervan kunnen we onderzoeken: mystiek als kennis van de ‘diepte’ van de werkelijkheid, die verstaanbaar en herkenbaar voor derden is. Vanuit een open gesprekshouding kan spirituele ervaringskennis worden gedeeld en kunnen mensen vrij met elkaar hierover uitwisselen, zonder daarbij het (on)gelijk van andere ervaringen te impliceren. In zo’n open dialoog lijkt mij daarom iets van de ontvankelijkheid van de mystieke grondhouding gerealiseerd te zijn.

Poëzie en mystieke metaforen: kennis van binnenuit

In het spoor van Nietzsches inzicht, dat als titel aan deze bijdrage is meegegeven, zou een poëtisch taalspel met mystieke metaforen geschikte middelen kunnen zijn voor zo’n open wijze van communiceren over spiritualiteit als kennisbron ‘van binnenuit’. De verbeelding hoeft zich niet te laten inlijven als een (politiek) middel om de religieuze boodschappen retorisch te verpakken en gelovigen in de greep te krijgen. Ze is een democratische kracht (iedereen beschikt over haar) waarmee mensen geloofwaardig en authentiek de eigen (spirituele) ervaring kunnen verwoorden en met elkaar delen, opdat die als kleurrijke existentiële wegwijzers gaan werken.

Martin Leopold: Vervoeging van zijn

Als voorbeeld neem ik de poëtische mystieke beeldspraak van Martin Leopold uit zijn dichtbundel Vervoeging van zijn[3]

Ik ga onteigend
Het ogenblik komt
Niet ver weg misschien
Dat de mens zelfs verliest
Wat hij niet bezit.

De glans van een steen
In de zandwoestijn
Is dan nergens meer
Zonder weg erheen.

Ik weet niet door wie
Een weg die niet zijn kan
Die mij gaat misschien.

Een traditioneel spiritueel thema van het ‘leeg worden’, dat conceptueel verwoord is als ‘egoloosheid’, klinkt in de poëtische beelden door. Wanneer we dit gedicht als een getuigenis lezen van het bewandelen van een ‘mystieke weg’, lijkt het te gaan om een ‘niet-traditionele weg’, een ‘niet-weg’.

Hoewel deze ook als een pijnlijke verlieservaring is verwoord (‘dat de mens zelfs verliest wat hij niet bezit’), ademt Leopolds poëtische expressie van het ‘ont-eigend-zijn’ niet de zwaarte van een ‘donkere nacht van de ziel’.

Afbeelding 4: mystiek als grondslag voor een vrije, liefdevolle samenleving?

Veeleer weerspiegelen Leopolds natuurbeelden mildheid, zoals hoorbaar in ‘de glans van een steen in de zandwoestijn’. De beelden in zijn gedichten klinken even paradoxaal als een daoïstische wijsheidsspreuk of een zenboeddhistische koan:

‘Bij avondschemering kondigt de haan de dageraad aan;
Te middernacht de heldere zon’.[4]

Zou de mystieke houding, waarin beide polen in een paradox worden aanvaard, op kleine schaal en van binnenuit, de grond vruchtbaar kunnen maken voor het scheppen van een vrij, liefdevol samenleven?

In het volgende dichtfragment van Leopold weerklinkt een ‘mystiek’ ogenblik van leeg worden, weemoedig weerspiegeld in een ‘miezerig’ natuurbeeld: regen die even ophoudt en weer begint.

Je moest weg kunnen gaan
Voor een ogenblik
Zoals regen ophoudt
En weer begint.

Je schaduwgestalte
Dood over je schouder
Je heimwee heel even
nabijheid geworden

het éénzijn genaderd
tot op de bodem
de leegte gevonden
waaraan niets kan ontnomen

en in diepste diepten
de volheid van alles
en hoe lang kan duren
wat zó kortstondig.

Je moest weg kunnen gaan
Voor een ogenblik
Zoals regen ophoudt
En weer begint.

Afbeelding 5: een weg ontstaat door haar te begaan[5]

Leopolds gedichten geven expressie aan (on)rust en weemoedig verlangen, aan leeg worden en vervulling. In rake beelden weet de dichter de filosofische paradox van ‘zijn’ én ‘niet-zijn’, van de mystieke ‘niet-weg’ te schilderen.

Een filosoof heeft er duizendmaal meer woorden voor nodig, en ontneemt daarmee aan de spirituele ervaring haar mysterie. Is dit niet precies de filosofische valkuil van dogmatiek waar Nietzsche voor waarschuwt? Maakt een filosoof de waarheid niet met zoveel woorden te zwaar, schiet zij of hij niet met haarkloverij het doel voorbij?

Nietzsches waarschuwing voor dogmatiek en zijn pleidooi voor een filosofie ‘voorbij goed en kwaad’ lijkt wat dit betreft op ‘de weg van Dao’ volgens een oude wijsheid:

De volmaakte Weg (Dao) is zonder moeilijkheid,
Daar hij nemen en kiezen vermijdt.
Slechts wanneer je ophoudt met voorkeur en weerzin
Wordt alles klaar begrepen.
Een verschil van een gekloofd haar
Scheidt hemel en aarde!
Indien je de volle waarheid wenst,
Laat je dan niet in met goed en kwaad
Het conflict tussen goed en kwaad
Is de ziekte van de geest.[6]

Wanneer we te rade gaan bij mystieke poëzie kunnen we misschien de kunst afkijken die Nietzsche bedoelde, de verleidingskunst om waarheid te vinden. Om juist dat woord te kiezen dat de luisteraar raakt, dat waarheid laat zijn. Wanneer je je gaat afvragen of het de juiste woorden waren, en je de woorden gaat wikken en wegen, er voetnoten en commentaar bij schrijft, ben je filosoof geworden. Dan is het gevaar groot dat waarheid dogmatisch wordt.

Bert Schierbeek zinspeelt hierop in De tuinen van Zen:

Een Zen gedicht luidt:

De juiste Weg is niet moeilijk
Mits men niet kiest of deelt
Eén haar verschil
En hemel en aarde zijn voorgoed gescheiden.

In een mondo gaat dit korter:

‘Wat is het juiste woord?’
‘Wat zeg je?’
‘Wat is het juiste woord?’
‘Je maakt er twee van!’[7]

De gedichten van Leopold treffen mij, elke keer weer, en steeds meer naarmate ik ze vaker lees. Zijn paradoxen over ‘de weg die geen weg is’, over ‘je zelf verliezen om je weer te vinden’, over gevonden ‘leegte en volheid’ en een ‘eeuwig ogenblik’ raken mij als een visualisering van een mystieke levenshouding.

Tijdens het lezen van het gedicht behoort ze eventjes ook tot mijn ervaringswerkelijkheid.

En de filosofie?

Afbeelding 6: een paradoxale waarheid[8]

Nu moet ik oppassen niet te veel te zeggen en waar één is ‘geen twee te maken’. Of zou het juist het paradoxale ‘één én niet-één zijn’ waar het hier om draait, wat in filosofische termen ‘non-dualiteit’ genoemd wordt?

Het lezen van een gedicht dat je raakt lijkt op een wonderlijke dialoog tussen dichter en lezer en … het ‘zijn’ zelf misschien? De mystieke (stilzwijgende) ‘derde stem’, die in het aanspreken, het aangesprokene en medespreken meeklinkt (één én niet-één)…

Een eeuwig ogenblik!

Zou dit de wonderlijke en creatief ont-dekkende dialoog kunnen zijn, die reflecteert wat wij zelf ten diepste zijn: ‘het gesprek dat wij zelf zijn’, zoals Heidegger de dichter Hölderlin citeert? Een gesprek, waarin waarheid niet dogmatisch versteend is noch onverschillig in het midden wordt gelaten? Een dialoog waarin waarheid op het spel staat. Zou een mystieke ervaring in een poëtische vorm gegoten, van de paradoxale ‘spirituele waarheid’ kunnen getuigen voor dat bijzondere eeuwige ogenblik, waarin de woorden van de dichter de lezer in de diepte raken?

Een dialogisch waarheidscriterium

Het hierbij laten zou dichterlijk wijs zijn. Maar ik geef hier als filosofe een uiteenzetting over mystiek en spiritualiteit. Derhalve dient de vraag gesteld te worden: hebben we de conclusie al bereikt? Kan er nog iets meer over het gevonden ‘dialogische en paradoxale waarheidsmoment’ worden gezegd zonder dogmatisch te worden?

Daartoe citeer ik hier Nietzsches vingerwijzing voor waarheidsvinding als ‘verleidingskunst’:

Met klanken kun je mensen tot elke vergissing en elke waarheid verleiden: wie zou een klank kunnen weerleggen?[9]

De ‘verleidelijke kracht van klanken’ lijkt mij iets belangrijks te vertellen over hoe ‘de waarheid gekleed gaat in metaforen’. Kunnen filosofen en wetenschappers zich de verleidingskunst van een woordkunstenaar eigen maken of van een musicus die met klanken mensen raakt? En hoe kan waarheid dan nog van leugens onderscheiden worden?

Een levende waarheid

Afbeelding 7: een levende waarheid…[10]

Het voor lief nemen dat er geen waterdicht bewijs bestaat lijkt mij, vanuit Nietzsches muziekmetafoor gezien, de prijs te zijn die we voor een ‘levende waarheid’ hebben te betalen. Alleen een dogmatische waarheid kun je met tegenargumenten ontkrachten. Een levende waarheid is ‘voorbij goed en kwaad’. Ze is raak zonder argumenten.

Maar zegt het geciteerde zen-gedicht niet nog iets meer? Belooft dit niet ook ‘een klaar begrip’ en ‘de volle waarheid’?

Met de laatste versregel krijgen we daarover een hint: onze geest mag niet ‘ziek’ zijn door het dogmatische denken in ‘goed en kwaad’.

Wat maakt de geest gezond? Volgens de geciteerde wijsheidsspreuk: ‘wanneer je ophoudt met voorkeur en weerzin, die je laat nemen en kiezen’. Je zou dus niet de ‘beste’ weg moeten kiezen, maar het gaat om de kunst de volmaakte weg te gaan.

De weg die jou gaat

Deze vertaling van ‘volmaakt’ opent de deur naar een dogmatische interpretatie van het ‘moeilijk begaanbare pad der deugd’. Als een levende en volle waarheid gaat het wellicht om een volle weg, of om ‘de weg’ in alle volheid te bewandelen, zonder delen ervan buiten te sluiten op grond van morele of andere waardeoordelen. ‘Die weg voorbij goed en kwaad’ is ‘de weg die jou gaat’ misschien?

Vrolijke wetenschap

Nietzsches ondogmatische benaderingswijze van waarheid brengt een ‘vrolijke wetenschap’, levenskunst gevoed door levenslust. Nietzsche voorspelt de komst van een nieuw slag filosofen, namelijk artsen, die het wagen om waarheid in verbinding te brengen met ‘gezondheid, toekomst, wasdom, macht, leven …’[11]

Gezondheid en vitaliteit

Afbeelding 8: Hermes uit de Griekse mythologie verbeeldt met zijn attributen van de dubbele slang met vleugels deze filosofische artsenij kunst[12]

De nieuwe arts-filosoof zou zich aldus minder om een ‘logische’ of ‘empirische’ waarheid bekommeren en veeleer om gezondheid en vitaliteit. Niet het slijpen van de geest door geldige redeneringen en het verzamelen van steeds meer kennis die zwaar op de maag ligt, maar het voeden van de geest door inspirerende ideeën en bezielende woorden behoort tot diens métier.

De nieuwe filosoof zou een ‘hoeder van vrije geesten’ zijn, die de weg wijst uit een slavenmoraal, die angstige zielen bevrijdt en vrije geesten inspireert. De arts-filosoof roept op tot een welgemoed leven dat ‘spirit’ geeft: zou dat het (collectieve) leerproces kunnen zijn, de levenskunst hoe spiritueel én aards te leven?

Misschien heb ik Nietzsches woorden te vrij en dichterlijk genomen. In ieder geval hebben ze mij geïnspireerd betekenis aan de vraag naar een ‘postmoderne spirituele waarheid’ te geven door deze in verband met mystieke metaforen te brengen.

Twee voorwaarden voor een open groepsgesprek

De gevraagde ‘open gesprekshouding’ voor het creëren van een includerende bejegening van andersdenkenden en andersgelovigen, betekent dat deelnemers aan een dialoog zich ook hebben te ‘engageren’: door zich vrij uit te spreken over het besprokene en anderen ‘aan te spreken’ en naar de eigen ervaring en de betekenis voor betrokkenen door te vragen.

Wanneer aan die voorwaarden van openheid èn betrokkenheid voldaan is, kan er een onderzoekend, meanderend gesprek ontstaan, dat heel anders van toon is dan argumentatieve kille of verhitte (wetenschappelijke of politieke) discussies.

Kahn vergelijkt een dialogisch groepsgesprek met een jamsessie van jazzmuzikanten:

Een echte jamsessie gaat als volgt. Je begint met je in het nummer in te leven en je komt tot een interpretatie. Tegelijkertijd hoor je hoe je buurvrouw met een andere interpretatie komt. Terwijl je speelt, luister je goed en dat doet zij ook. Geleidelijk of plotseling hoor je waar ze heen wil en je begint jouw interpretatie op de hare te richten. Op hetzelfde moment hoort zij wat jouw bedoeling is en neemt jouw interpretatie op in die van haar.

Vanaf dat moment is het niet meer de interpretatie van een persoon, maar van de hele groep. (…) Op deze manier kun je ook over gesprekken denken. Niemand zal zeggen dat de interpretatie van een van de muzikanten de juiste was. Wat hierbij onze aandacht verdient, is niet dat er goede en foute interpretaties zijn, maar juist dat elke interpretatie de anderen inspireert en een vonk doet overslaan, zodat er een compositie ontstaat die geen van de muzikanten in zijn eentje had kunnen bedenken.[13]

Metaforische waarheidsvinding

Wat vertellen de metaforen als we ze reconstrueren als filosofische voorwaarden voor (spirituele) waarheidsvinding? Nietzsches muziekmetafoor wijst op een a-rationeel ijkpunt voor waarheid.

Afbeelding 9: De muzen inspireren[14]

Zijn waarschuwing voor dogmatiek is tevens een aansporing voor de filosoof om een dichter te worden. Dat wil zeggen een musicus van de taal, die van woorden muziek maakt, die begrippen laat klinken. Die toont met woorden en ook als een beeldend kunstenaar met het medium taal kleurt en vormt.

Een poëtische verhouding tot de werkelijkheid

De poëtische expressie getuigt van een open èn betrokken verhouding tot het zijn. De dichterlijke ziens- en zijnswijze brengt een essentieel aspect tot uiting, dat aan de mystieke grondhouding van overgave toegevoegd dient te worden: na de leegheid van de woordeloze versmelting is er de vervulling die aanzet tot het dichterlijke woord.

Dit inzicht is reeds te lezen in een premoderne context, in het ‘Evangelie van Filippus’, een apocrief geschrift gevonden bij Nag Hammadi in Egypte:

De waarheid kwam niet naakt in de wereld maar gekleed in symbolen en afbeeldingen. De wereld kan waarheid niet op een andere manier ontvangen.[15]

De dichter vertolkt

Een dichter die in beelden spreekt is beter in staat (spirituele) waarheid te bemiddelen dan een argumenterende wetenschapper èn een mysticus die zwijgt. De dichter praat niet ‘over’ maar ‘vertolkt’, speelt met ‘woorden die werken’, die een wereld voor de lezer ontsluiten. Poëtische taal evoceert waarheid in een unieke expressie, niet herhaalbaar zoals de wetenschap juist wel als voorwaarde stelt.

De dichter geeft een getuigenis van een ervaringswerkelijkheid, die als een beeldende beschrijving van een landschap herkenning oproept bij de reiziger. De goede verstaander weet wat de paradoxale beelden duiden.

De goede verstaander

Afbeelding 10: Een woestijnroos[16]

De glans van de steen in de woestijn ‘is’ niet objectief, zoals in een wetenschappelijke tekst over geologie. Het dichterlijke beeld onthult iets door de objectieve betekenis juist te verhullen: de schittering buiten is (ook) een innerlijk licht.

De dichter laat door het metaforische kleed de waarheid in de wereld verschijnen. Om haar te ontvangen is er ‘de goede verstaander’ nodig. Wie waarlijk luistert hoort in de losse tonen melodie.

In overeenstemming met (postmoderne) metafysicakritiek is mijn uitgangspunt dat het onmogelijk is absolute kennis over de werkelijkheid te verkrijgen los van het metaforische spel van onthulling en verhulling.

Sleutels en sluiers van waarheid

Mystieke eenwording als een ultieme zijnservaring legt het gedicht niet uit maar maakt het voelbaar. Symbolische kennis heeft het medium van beeldtaal nodig, die onvermijdelijk ook versluiert. Inzicht in dit ‘mediale gegeven’ betekent evenwel ook een bevrijding uit een gevangenschap.

Het plotse inzicht van ‘het gevangen zitten’ in een geconceptualiseerde werkelijkheid, geeft tevens een besef  van ‘een wijdere ruimte’ daarbuiten. Er zijn als het ware ramen in de gevangeniscel gekomen; er is een schittering die binnen met buiten verbindt.

Maar is het niet mogelijk om ‘echt’ door het raam te ontsnappen en de vrije ruimte daadwerkelijk te betreden? Dat zou pas een echte bevrijding uit de menselijke (geestelijke, emotionele en lichamelijke) gevangenis zijn. Evenwel: wat versluiert die drang naar een absolute Verlichting?

De claim van absoluutheid is illusoir of minstens paradoxaal omdat ze in de taal stelt wat zich ‘eigenlijk’ daarbuiten bevindt, en daarmee een verhullende onthulling creëert. De kunst lijkt mij juist te zijn het gedicht als een metafoor voor een mystieke ervaring te verstaan. Wanneer de mystieke metafoor ‘letterlijk’ wordt genomen, ontstaat er al gauw een metafysica, die stolt wat vloeibaar is en andere perspectieven uitsluit.

Schone ramen in de gevangeniscel

Afbeelding 11: het proces van stolling[17]

Elk absolute waarheidspreken lijkt mij een ontsnappingsroute uit de ‘condition humaine’. De menselijke zijnswijze vraagt juist dat het be-grijpen ook weer losgelaten wordt, door telkens weer andere beelden en woorden te vinden, zoals de dichter doet, ter verheldering van ‘het zijn’.

De paradoxale claim van ‘de’ waarheid over ‘het zijn’ houdt in dat men het eigen relatieve perspectief (uitzicht uit het gevangenisraam) tegelijkertijd de vrije ruimte buiten de gevangenis (de absolute waarheid) wil laten zijn. Evenwel: de weg terug van de mystieke ervaring naar het communiceren ervan is een symbolische weg, die onvermijdelijk geplaveid is met relatieve taal en tekens.

Er past geen exclusieve kennissleutel op het slot van onze zijnswijze, slechts inzicht in de drang naar absolute bevrijding uit het gevangen-zijn. De cel zal worden verlicht wanneer we de ramen schoon houden door filosofische, mystieke en poëtische inzichten.

Wanneer ‘Verlichting’ aldus niet-metafysisch wordt geïnterpreteerd, verschijnt ze als metafoor hoe ‘licht’ in onze gevangenis te laten schijnen.

Dynamiek tussen dichten en denken

Juist de deconstructieve wisselwerking tussen poëtische expressie en conceptualisering, heeft dit inzicht laten emergeren. De dynamiek tussen beeld- én begripsvorming gaf mij een ‘spirituele bevrijding’ uit een dogmatische benaderingswijze. Door de claim los te laten universele kennis over ‘spiritualiteit’ te kunnen bezitten buiten de communicatieve act van het verwoorden, verbeelden en vertolken om.

De ingelaste gedichten en metaforen hebben een interpretatieruimte geopend waarmee ik spirituele waarheid kon (aan)duiden. Beeldtaal legt de grond immers niet eenduidig vast, maar nodigt uit het bedoelde door middel van denkbeelden en beelddenken ‘af te tasten’.

Afbeelding 12: Woorden en tekens hebben magische kracht[18]

Het dichterlijke woord roept een werkelijkheid op, die toehoorders betoveren en meenemen in een gedeelde werkelijkheid. Die magie vervaagt wanneer het verbeelde stolt in argumentatieve tekst. De werkelijkheid is ‘voor-stelling’ (theorie) geworden door het nemen van een reflexieve afstand tot de (dichterlijke, mystieke) metaforen.

Door de betoverende vorm van mystieke metaforen zowel dichterlijk als filosofisch te benaderen, ontstond het inzicht in spirituele waarheid die bestaat én niet-bestaat.

Ze bestaat niet in een absolute zin. Haar geldigheid is dialogisch en metaforisch, tijdelijk en relatief aan de context van communicatie en interpretatie. We leggen haar niet metafysisch vast, maar ‘bij wijze van spreken’ in een dialogische zin.

Conclusie

Mijn filosofische conclusie klinkt hopelijk niet te dogmatisch van toon:

Mensen blijven gevangen in metafysische illusies wanneer zij zich vastklampen aan een metafysische (religieuze, spirituele, rationele, …) waarheid en zich Verlicht en verheven boven anderen wanen, pretenderen absolute kennis te hebben van ‘de’ (spirituele) werkelijkheid, onafhankelijk van de communicatieve context en de persoonlijke (en dus relatieve) waarneming, verbeelding en beschrijving.

Bevrijd zijn mensen daarentegen, wanneer zij zich bevangen weten van een inspirerend inzicht en het betoverende uitzicht uit hun cel in dichterlijke metaforen en beelden vanuit het diepst van de ziel (ontroerd, verliefd, euforisch, weemoedig, melancholisch, …) schetsen en daarmee de lezer oproepen daarin te delen en op eigen wijze te zijn.

Laat ik Nietzsche het laatste woord geven, met woorden die ons waarschuwen ook niet te veel van spirituele waarheid te maken:

De wereld is veeleer nog eens ‘oneindig’ geworden, voor zover we niet kunnen ontkennen dat er oneindig veel interpretaties mogelijk zijn. Nog eens worden we door huiver gegrepen — maar wie zou er zin in hebben om dit huiveringwekkende van een onbekende wereld op de oude manier te vergoddelijken? En bijvoorbeeld het onbekende voortaan als ‘de Onbekende’ te gaan aanbidden?[19]

Dat de wereld op oneindig veel manieren geïnterpreteerd kan worden, is een bevrijdende en huiveringwekkende gedachte die mij blijvend inspireert!

Noten

[1] De oorspronkelijke tekst van de lezing is door de auteur herschreven en door WW redacteur Gea Smit geredigeerd.
[2] Bron: Richard Brixel Balans
[3] Leopold, M. (1980). Vervoeging van zijn. Baarn: Bosch & Keunng, p.29.
[4] Watts, A.W. (1974). Zen-Boeddhisme. Amsterdam: Bert Bakker, p. 90.
[5] Bron: zandweg
[6] Watts, A.W. (1974). Zen-Boeddhisme, Amsterdam: Bert Bakker, p. 88.
[7] Schierbeek, B. (1973). Het dier heeft een mens getekend. Amsterdam: 1973, p. 81.
[8] Bron: paradox
[9] Nietzsche, F. (1984). Die Fröhliche Wissenschaft. Werke II. Frankfurt: Ullstein Materialien, p.386 (eigen vertaling).
[10] Bron: levende waarheid
[11] Nietzsche, F. (1984). Die Fröhliche Wissenschaft. Werke II. Frankfurt: Ullstein Materialien, p.286 (eigen vertaling).
[12] Bron: Hermes
[13] Kahn, M. (1998). De TAO van het gesprek: de kunst van het luisteren. Amsterdam: Rainbow Pocket, p.26
[14] Bron: Muzen
[15] Moerland, B. (1992). Montségur: Gnosis, gnostiek en de katharen. Den Haag: Mirananda, p.43.
[16] Bron: Woestijnroos
[17] Bron: stolling
[18] Bron: Woorden en tekens
[19] Nietzsche, F. (1984). Die Fröhliche Wissenschaft. Werke II. Frankfurt: Ullstein Materialien, p. 524 (eigen vertaling).

Heidi Muijen

van Thymia, filosofische praktijk voor levenskunst en creatieve ontwikkeling te Weesp heeft in 2016 de Stichting Quest for wisdom foundation opgericht. Het eerste project van de stichting is de digitale spelvorm game Quest for wisdom. Als tweede project wordt het Wijsheidsweb ontwikkeld. Heidi Muijen is ontwerper van het filosofisch-mythische bordspel Mens, ken je zelf en van de ont-dekkende dialoogvormen Wat is de kwestie?-Wat is de questie!.