Maius

0

Machteld Roede

aprilmeijunijuliaugustusseptember
Mei, Les Très Riches Heures du duc de Berry — Gebroeders Van Lymborch[1]

Mei was volgens de Romeinse kalender de derde maand. De traditionele Romeinse naam van de maand mei is Maius, waarschijnlijk een vernoeming naar de Griekse godin Maia (μαια, moeder).
De Romeinen vierden diverse voorjaarsfeesten, zoals het meerdaagse bloesemfeest de Floralia en op de eerste mei het feest van de aardgodin Bona Dea, de Goede Godin.
Later werd zij geïdentificeerd met Maia, de Griekse moedergodin die de natuur liet groeien.
Maia was de oudste en mooiste van de zeven Pleiaden.

De maand mei — de vijfde maand van de gregoriaanse kalender — telt 31 dagen.
Mei wordt de bloeimaand en ook de Maria maand genoemd.
Sinds de Middeleeuwen wordt mei toegewijd aan de Moeder Gods Maria.

Haar vereren werd echter tijdens de Franse Revolutie streng verboden. In de toen ingevoerde republikeinse kalender werden de maanden vernoemd naar natuurverschijnselen. De tweede lentemaand Floréal (bloeimaand) viel daarbij van 20 april-19 mei en de rest van onze huidige meimaand viel binnen de Prairial (weidemaand), die liep van 20 mei-18 juni.

In de maand mei vallen de sterrenbeelden stier en tweeling.

Bijzondere dagen

  • Op 4 mei is in Nederland de dodenherdenking, met de vlag halfstok en twee minuten stilte vanaf 20.00 uur.
  • Op Bevrijdingsdag, 5 mei, wordt gevierd dat op 5 mei 1945 aan de vijf jaar bezetting een eind is gekomen.
  • De Tweede Wereldoorlog (WOII) begon voor ons land op 10 mei 1940, toen het 18e Duitse Leger ook Nederland binnenviel.
  • 14 mei 1940 Bombardement van Rotterdam door de Duitsers
  • 15 mei 1940 Capitulatie van Nederland (uitgezonderd Zeeland)
  • 17 mei 1940 Zwarte Zaterdag: De historische binnenstad van Middelburg werd grotendeels verwoest door een grote brand na zwaar Frans artillerievuur en Duitse bommen.

Weerspreuken

Als het dondert in mei, valt er dikwijls hagel bij.
Donder in mei, zingt de boer: jochei.
Een koude mei, een gouden mei.
Een natte mei, brengt boter in de wei.
Veel onweer in mei, maakt de boeren blij.

Mei

‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’

Voorzijde omslag van de eerste druk van Herman Gorter, Mei (1889)[2]

Maart 1889 debuteerde Herman Gorter in De Nieuwe Gids, het tijdschrift van de Tachtigers, met “Mei”, zijn grote epos van 4381 versregels in drie delen.

Het inleidende gedicht, en zeker de eerste versregel, werden overbekend.

In deze eerste regels verklaart een dichter, de Ik uit regel twee, dat hij een nieuw lied zal brengen, maar tegelijkertijd zal dat lied moeten zijn zoals de oude herinnering aan het gefluit van een jongen tijdens een zomeravond.
Van dat soort paradoxen wemelt het in de Mei en het toont aan hoe hoog Herman Gorter de lat voor zichzelf had gelegd: Mei moest helemaal nieuw zijn, maar ook vergeten herinneringen weer tot leven wekken en het moest vooral de lente en de zomer, de natuur en de zintuigelijke indrukken zo beeldend mogelijk uitdrukken.[2]

Archief KB
Begin van het gedicht Mei in de eerste druk (1889)[2]

Een nieuwe lente en een nieuw geluid

Een nieuwe lente en een nieuw geluid:
Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit,
Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht
In een oud stadje, langs de watergracht –
In huis was ‘t donker, maar de stille straat
Vergaarde schemer, aan de lucht blonk laat
Nog licht, er viel een gouden blanke schijn
Over de gevels in mijn raamkozijn.
Dan blies een jongen als een orgelpijp,
De klanken schudden in de lucht zoo rijp
Als jonge kersen, wen een lentewind
In ‘t boschje opgaat en zijn reis begint.

Noten

[1] Bron: Les Très Riches Heures du duc de Berry, mei — Gebroeders Van Lymborch (1411-1416). Dit getijdenboek is door de Gebroeders Van Lymborch bijzonder rijk geïllumineerd. Deze maand illustreert de traditionele ruiterparade op 1 mei: jongeren gaan te paard, voorafgegaan door trompettisten. Ze gaan het bos in op zoek naar takken die ze op hun hoofd of om hun nek zullen dragen. Bij deze gelegenheid dragen de dames een lange groene jurk, zoals hier het geval is met drie van hen. Verschillende personages dragen gebladerte in hun hoofdtooi. De bouwwerken op de achtergrond geven aanleiding tot uiteenlopende interpretaties.
[2] Bron: Herman Gorter Mei

Avatar foto

was na een studie aan de UvA op Curaçao werkzaam als marien bioloog, en als humaan bioloog bij het Instituut voor Antropobiologie, Medische Faculteit Utrecht en vervolgens bij de Vakgroep Gezondheidsethiek en Wijsbegeerte, Universiteit Maastricht.

Schrijf een reactie