Aprilis

0

Machteld Roede

aprilmeijuni
April, Les Très Riches Heures du duc de Berry — Gebroeders Van Lymborch[1]

Aprilis was in de Romeinse kalender de tweede maand.

APRILIS = Men denkt dat de naam van deze maand afkomstig is van het Latijnse aperire (openen), omdat dit het seizoen is waarin de knoppen, ramen en paraplu’s beginnen te openen.
Tijdens het bewind van Nero heette het Neroneus, maar zodra iedereen zeker wist dat de keizer dood was, werd de naam veranderd in aprilis. Anders zou Browning geschreven hebben:

“Oh, om in Engeland te zijn, Nu Neroneus daar is …”

April — de vierde maand van het jaar volgens de gregoriaanse kalender — telt 30 dagen. Volgens de Franse republikeinse kalender — in gebruik van 1793 tot 1806 ter vervanging van de christelijke, gregoriaanse tijdmeting — viel de eerste lentemaand Germinal (kiemmaand) van 21 maart–19 april; en Floréal (bloeimaand) van 20 april-19 mei.

April is ook wel grasmaand, kiemmaand, paasmaand of eierenmaand genoemd.

Nachtegaal (Luscinia megarhynchos)foto Karel Odink[2]

In april kunnen we de eerste nachtegalen verwachten.
Ook o.a. de tuinfluiter, boompieper, koekoek en gekraagde roodstaart zullen het einde van de maand weer aanwezig zijn en zingen.
Eind april zijn er zeldzame waarnemingen van een hop — ooit hier voorkomend — op doortrek, of van een steppekiekendief.

Meestal komen de vrijwel altijd in de lucht verkerende gierzwaluwen eveneens eind april uit Afrika terug, maar in het koude voorjaar 2022 werden ze hier pas 1 mei gesignaleerd.
Hun scherpe, hoge ‘zie, zie, zie’ geluid dat ze maken wanneer ze supersnel door de lucht gieren, ontgaat je niet.
De levenslang monogame gierzwaluw – niet behorend tot de zangvogelfamilie van de boeren-, huis- en huiszwaluw – slaapt 3 tot 5 km hoog zwevend in lucht. Daarbij zijn de beide hersenhelften om en om in rust of sturen ze actief de beweging aan.

Op 22 april is het rokjesdag. Al is het goed mogelijk dat het al eerder zo mooi weer is dat spontaan meisjes en vrouwen na de lange winter en masse met een kort rokje de straat op gaan. Dit verschijnsel werd in 1977 bezongen in de film L’Homme qui aimait les femmes van Francois Truffaut. Martin Bril maakte sinds 1996 de term in Nederland populair door er jaarlijks verheerlijkt over te schrijven in zijn columns in o.a. Het Parool en de Volkskrant. In 2016 kwam de Nederlandse film Rokjesdag uit onder regie van Johan Nijenhuis en geschreven door Eveline Hagenbeek.

Nu is er weer dat zomerse godlof

Nu is er weer dat zomerse godlof
van meisjes die in korte rokken
door alle straten fietsen
in ons land, ons land gezegend
met pastoors en dominees
die met schuine oogjes kijken
naar dat deksels jonge volkje
dat met naakte knietjes
door hun straten fietst godlof

en in de zwoele avondlucht
in hun seringentuin
werken zij verder
de pastoors en dominees
aan het gemengd-zwemverbod

Remco Campert[3]

In april vallen de sterrenbeelden ram en vanaf 20 april stier.

Weerspreuken

April doet wat hij wil.
Al begint aprilletje nog zo zoet, het eindigt vaak met een witte hoed.  
April koud en nat, veel koorn in het vat.
De heren en de aprillen, bedriegen gelijk ze willen.
De vrouwen en aprillen, ze hebben bei hun grillen.

Gierzwaluwen

Gierzwaluw (Apus apus) — © Vogeldagboek van Adri de Groot[4]

‘Zie, zie, zie,
zie! zie! zie!
zie!! zie!! zie!!
zie!!!’
tieren de
zwaluwen,
twee- driemaal
drie,
zwierende en
gierende:
‘Niemand, die …
die
bieden den
stiet ons zal!
Wie? wie? wie??
wie???’
Piepende en
kriepende,
zwak en ge-
zwind;
haaiende en
draaiende,
rap als de
wind;
wiegende en
vliegende,
vlug op de
vlerk,
spoeien en
roeien ze
ringsom de
kerk.
Leege nu
zweven ze, en
geven ze
bucht;
hooge nu
hemelt hun’
vlerke, in de
lucht:
amper nog
hoore ik … en,
die ‘k niet en
zie,
lijvelijk
zingen ze:
‘Wie??? wie?? wie?
wie …’

Guido Gezelle (1897)[5]
Blad uit een tulpenboek — Jacob Marre[6]

In april staan veel tulpen in bloei.

The Tulip

She slept beneath a tree
Remembered but by me.
I touched her cradle mute;
She recognized the foot,
Put on her carmine suit, —
And see!

Emily Dickinson(1830-1986)[7]
Noten

[1] Bron: Les Très Riches Heures du duc de Berry, april — Gebroeders Van Lymborch (± 1410). Dit getijdenboek is door de Gebroeders Van Lymborch bijzonder rijk geïllumineerd. Het hoofdonderwerp van dit miniatuur is een verlovingsscène. Links op de voorgrond wisselt een paar de ringen uit ten overstaan van twee getuigen en van een kleiner persoon. Twee begeleiders plukken bloemen. Aan de rechterkant is er een door muren omsloten boomgaard en een gebouw met kantelen. Op de achtergrond staat achter een stroom een kasteel.
[2] Bron: Nachtegaal — foto Karel Odink, Lauwersmeer (20 april 2022)
[3] Uit: Campert, Remco (1995) Dichter. Amsterdam: De Bezige Bij
[4] Bron: Gierzwaluw — Vogeldagboek van Adri de Groot.
[5] Uit: Gezelle, Guido (1949-1950) Guido Gezelle’s Dichtwerken deel 1 en 2. 3e herziene druk. Amsterdam: L.J. Veen’s uitgeverij nv.
[6] Bron: Blad uit een tulpenboek — Jacob Marrel (ca. 1640)
[7] Uit: Dickinson, Emily (1976) The Complete Poems of Emily Dickinson. New York: Back Bay Books.

was na een studie aan de UvA op Curaçao werkzaam als marien bioloog, en als humaan bioloog bij het Instituut voor Antropobiologie, Medische Faculteit Utrecht en vervolgens bij de Vakgroep Gezondheidsethiek en Wijsbegeerte, Universiteit Maastricht.

Schrijf een reactie