October 1

0

Machteld Roede

aprilmeijunijuliaugustusseptemberoktober-1 en oktober-2
Oktober, Les Très Riches Heures du duc de Berry — Gebroeders Van Lymborch[1]

De maand oktober, de tiende maand van de gregoriaanse kalender, telt 31 dagen.

De naam komt van octo, het Latijnse woord voor acht, aangezien ooit volgens de Romeinse kalender october de achtste maand van het jaar was.

Vendémiaire[2]

De Franse republikeinse kalender (1793 tot 1806) kende de Vendémiaire of Wijnmaand, die liep van 22 september tot 21 oktober) en de Brumaire of Mistmaand, van 22 oktober tot 20 november.

 

Oktober is van oudsher de periode dat wijn wordt gemaakt.

Wijnmaand — Dionysus en Bacchus

Zowel de Frygische, Thracische en Griekse mythologie verhaalt over de wijngod Dionysos (Διόνυσος), de zoon van oppergod Zeus, en een priesteres van de Zeustempel, de koningsdochter Semele met haar maanblonde haren. Zij was een van de om hun schoonheid bekend staande dochters van Kadmos, de stichter van Thebe; haar grootmoeder was Aphrodite.

Door intrieste gebeurtenissen — uitgelokt door Zeus’ als oude heks vermomde jaloerse echtgenote Hera — kwam Dionysos veel te vroeg ter wereld, waarna Zeus het onvoldragen kind voor drie maanden onder de huid van zijn dij naaide tot het tijd was voor zijn geboorte en de god Hermes de dij opensneed. (Zelfs Ovidius vond het verhaal te mooi om waar te zijn, merkt Stephan Fry op).

Dionysos[3]

Door het uitzonderlijke tweemaal geboren te zijn en het unieke intense lijfelijke contact met zijn goddelijk vader kreeg hij zoveel extra goddelijke krachten mee dat hij niet slechts een halfgod was, maar als god in het Griekse pantheon werd opgenomen.
Om aan de toorn van Zeus’ jaloerse eega Hera te ontkomen werd hij gezoogd door de regennimfen in het gebergte van Nysa, en opgevoed samen met de halfgod Nysos. Waar deze berg was gelegen is onbekend; wellicht op Naxos of in Thracië, Egypte of India.

Oorspronkelijk was Dionysos de god van de vruchtbaarheid, de eeuwig weer nieuwe groeikracht van de natuur, van de fruitteelt en de wijnbouw. Bovendien bracht hij als god van de vrede mensen nader tot elkaar. Later werd hij vooral de god van wijn en plezier, van extatische dronkenschap en losbandigheid.
Hij werd afgebeeld als een (half) naakte, baardeloze jongeman, met een kroon van wijnranken of wingerd, vaak met een staf en vergezeld van Ariadne of een panter.

Dionysos werd vooral vereerd in Athene, Thracië, Boëtië, op Naxos, en in het door Alexander de Grote gehelleniseerde noord westen van India.

De wijnstok

Stephan Fry beschrijft in zijn heerlijke boek Mythos (2017) hoe in de 5e eeuw de dichter Nonnos in een lange epische gedicht Dionysiaka uitgebreid Dionysos’ hartstocht voor de jongeling Ampelos bezong.

Bij de vele sportwedstrijden die de verliefde jonge god tussen hun beiden organiseerde liet hij Ampelos steeds liet winnen.

Dit maakte Ampelos overmoedig en hij pochte dat hij zijn gehoornde stier beter bereed dan godin Selene haar maansikkel, waarop de beledigde Selena een horzel zond om de stier overal te steken. Dol geworden wierp het dier Ampelos af en doorboorde hem.

Toen Dionysus zijn lief niet meer kon redden transformeerde hij het zo gehavende lichaam tot een kronkelende klimplant. De vele druppels bloed zwollen op tot unieke bessen, die herinnerde aan de frisheid van de gestorven aanbedene. Zo werd Ampelos op magische wijze tot de eerste wijnstok. (In het Grieks heet een wijnstok ampelos).

Meer dan levensgrote Dionysos met satyr, panter, en druiven op een wijnstok[7]

En zo plantte als jongvolwassen Dionysos de eerste wijnstok op aarde. Het vreemde, tot dan onbekende sap dat hij na de allereerste wijnoogst ooit uit de vruchten perste bedwelmde hem en de nimfen die met hem optrokken.

Om de goddelijke wijnstok aan de mensen te schenken en ze de wijnteelt te leren trok Dionysos op zijn door panters getrokken wagen naar vele plekken en landen, zoals Noord Hellas en Klein-Azië.
(Stephan Fry zegt in een voetnoot dat alle bekende landen het geheim van de wijnstok kregen, behalve Engeland en Ethiopië; beide bepaald niet bekend om hun goede wijn.)

Hij bracht de dronkenschap, maar ook beschaving en inspiratie in de schone kunsten.

 

Centaur[8]

Dionysus werd op zijn tochten vergezeld door een uitgelaten, vrolijk, bizar gevolg (in het Engels retinue) van nimfen, silenen, saters, centaurs en een bezeten groep vrouwen, de maenaden. De meesten verkeerden in een vrijwel voortdurende toestand van beneveling.

Een centaur was een natuur-demoon met voor driekwart het lichaam van een paard en de borstkas, nek en hoofd van een mens. Hij had dus vier paardenbenen en twee menselijke armen. Ze zaten graag achter de zatte nimfen van bossen en bronnen, en ook wel achter sterfelijke vrouwen aan, om in grotten met ze te vrijen.

De Silenen waren baardige dikbuikige boswezens. Evenals de vrolijk, ondeugende, meestal fluit spelende kleine, naakte satyrs, met een lange paardenstaart, puntige paardenoren en veelal een voortdurend erecte grote penis (Ithyphallos). De Griekse satyrs zijn sterk behaard en dragen een baard, bij de Romeinen zien ze er jeugdiger en minder harig uit.
De wellustige satyr drinkt graag wijn, verleidt graag nimfen maar ook efeben (nog baardlozen jongelingen), stelt anarchie boven orde en extase boven matigheid.

De maenaden of bacchanten waren vrouwen in lange gewaden, meestal het hoofd bekranst met klimop, die op pauken slaande in Bacchische extase in vervoering wild rond dansten. ‘
Het toonbeeld van de effecten van inname van te veel alcohol. Ze konden overgaan tot grof geweld, seks, ja verminking, wanneer zij met blote handen vlees van hun slachtoffer afscheurden en opaten.

Waar Dionysos met zijn gevolg ook kwam, liet men zich meeslepen door de onweerstaanbare godheid; vooral vrouwen. Een enkele man verbood zijn vrouw om mee te dansen, durfde twijfel uit te spreken of dit wel een godheid was. Dionysus duldde echter geen ongeloof en verzet en meedogenloos vernietigde hij wie hem trachtte te weerstaan.

Dit gebeurde o.a. in Thebe, waar koning Pentheus streng optrad tegen de nieuwe, volgens hem immorele wijnorgieën, geïntroduceerd door een schare bizarre vreemdelingen. Pentheus werd door zijn eigen moeder Agaué die zich bij de bacchanten aansloot verscheurd, omdat ze hem in haar extase voor een wild dier hield. Pas toen openbaarde Dionysos zich als god en strafte de hele familie.

Dionysia

De gevleugelde god Dionysos berijdt een panter[14]

De Atheners vierden jaarlijks twee Dionysos feesten. In het voorjaar het lentefeest, de Grote Dionysia, gevierd in de stad.
Het feest van de wijnoogst werd gevierd op het land tijdens de Kleine Dionysia tijdens december en januari.

Bacchus

Bij de Romeinen stond Dionysus bekend als Bacchus, zoon van Jupiter en Semele, de god van wijn, van de roes en dronkenschap.

Latere belangstelling

Bacchus met Pan — Michelangelo[16]

Er zijn veel beelden en mozaïeken uit de klassieke tijd, maar ook latere beeldende kunstenaars zowel als schrijvers werden door Dionysos/ Bacchus geïnspireerd, zoals Michelangelo en Caravaggio.

De Florentijnse vorst Lorenzo de’ Medici spoorde in zijn beroemde gedicht Trionfo di Bacco e Arianna (1490) de mens aan van het (korte) leven te genieten.

Gustav Klimt maakte in 1886-1887 voor het nieuwe Burgtheater in Wenen en een sensuele plafond schildering van het Altaar van Dionysus.

Ook later inspireerden Dionysus en zij die hem omringden. Zo verscheen Dionyzos, de roman van Louis Couperus (1904) en The Retinue of Dionyos van de Griekse dichter Cavafis (1907).
Denk ook aan het ballet Bacchus et Ariadne van Albert Roussel (1930; première in Parijs 1931) of Bache bene venies (“Bacchus wees welkom”) uit de Carmina Burana van Carl Orff (1935-1936).

Het altaar van Dionysus — Gustav Klimt[18]

Bache Bene Venies (200)

Bacchus, you are welcome

Bacche, bene venies gratus et optatus, per quem noster animus fit letificatus.

Istud vinum, bonum vinum, vinum generosum, reddit virum curialem, probum, animosum.

Bacchus forte superans pectora virorum in amorem concitat animos eorum.

Bacchus sepe visitans mulierum genus facit eas subditas tibi, o tu Venus.

Bacchus venas penetrans calido liquore facit eas igneas Veneris ardore.

Bacchus lenis leniens curas et dolores confert iocum, gaudia, risus et amores.

Bacchus mentem femine solet hic lenire cogit eam citius viro consentire.

Bacchus illam facile solet expugnare, a qua prorsus coitum nequit impetrare.

Bacchus numen faciens hominem iocundum, reddit eum pariter doctum et facundum.

Bacche, deus inclite, omnes hic astantes leti sumus munera tua prelibantes.

Omnes tibi canimus maxima preconia, te laudantes merito tempora per omnia.

Bacchus, you are welcome, pleasing and desired, through whom our spirits are made joyful.

Refrain: This wine, good wine, noble wine, makes a man courtly, fine and spirited.

This hollow cup overflows with good wine; of anyone drinks often he will be sated and drunk.

These are the royal vessels for which was saked Jerusalem and regal Babylon made rich

Bacchus perhaps conquering the hearts of men stirs to love their spirits.

Bacchus, often visiting the race of women, makes them subject to you, oh you, Venus.

Bacchus, entering their veins with hot liquor sets them afire with the heat of Venus.

Gentle Bacchus soothes cares and sorrows brings jolly, joys, laugher and love.

We all sing to you the highest praises lauding you deservedly through all ages.

The Latin original by Carl Orff is straight from the Carmina Burana text, song number 200
This translation refers to the sung version in the video[19]

Over de druivenpluk en de wijnoogst

Onder studenten gingen stoere, wellicht wat geromantiseerde verhalen rond over het druivenplukken in meer zuidelijke streken. Veel gelezen werd Den Dolaards boek De Druivenplukkers, gebaseerd op zijn eigen ervaringen. Want hij was zelf ooit van Narbonne tot Avignon druivenplukker en –drager.

Het artikel in De Locomotief[20].

In De Locomotief van 31 oktober 1931 schreef hij in De plukploeg in actie:

“Het hoogtepunt van de heele oogstperiode, het symbool der brandende vruchtbaarheid, is en blijft de wijnoogst. (…) Je weet niet waarom, maar druiven plukken maakt je gelukkig.”

De Druivenplukkers is een roman over hartstochtelijk levende mensen, afkomstig uit heel uiteenlopende landen (“een klein vreemdelingenlegioen”).
Mannen en vrouwen, arbeiders en intellectuelen, treffen elkaar bij de druivenoogst in het zonnige, rijke, wilde, boeiende wijnland Bourgondië.
Het boek vertelt van een aantal de markante levensgeschiedenissen, “want de wijn maakt spraakzaam”. De hoofdpersoon is gebaseerd op vechtersbaas André met het woeste oog.

A. den Dolaard (1901–1994) beschrijft fascinerend over hun gezwoeg, hun angsten en zorgen, over de groeiende spanningen door de liefde die opbloeide en de haat die opschoot.

Persoonlijke herinneringen

Banyuls-sur-mer (Zuid-Frankijk)

Aan de Middellandse Zeekust van het nabij de Spaanse grens gelegen Banyuls–sur–Mer staat het grote marien-biologische Laboratoir Arago. Tijdens mijn studie biologie (UvA) onderzocht ik daar vanuit mijn kleine stalle (werkkamer) twee maanden de sierlijke lipvissen (les girelles).

Medestudentonderzoekers namen me mee naar de kamer van een van ons om samen des crêpes te maken en smullend op te eten, en naar een concert van de 85-jarige grote Catalaanse cellist Pablo Casals in Prades.

Banyuls dessertwijnen[21]

Er was nog iets wat la petite Hollandaise niet mocht missen. Samen met jongelui uit de omgeving trokken we op een avond naar een nabijgelegen wijngaard.

Rond Banyuls produceren de tegen de steile hellingen of op met kleine keermuren opgebouwde smalle terrassen gelegen wijnvelden de voor de Rouisillon streek unieke zoete dessertwijn Banyuls.
De Grenache noir is hierbij het belangrijkste druivenras; de bruine leisteen uit de bodem geeft de Banyuls wijn mede zijn speciale karakter.
Bij de vinificatie, het gisten van de most, verhoogt toevoeging van alcohol het alcoholgehalte waardoor het gistingsproces stopt voordat alle suikers vergist zijn. Hierdoor is de zoete Banyuls een van de weinige wijnen die kan worden gedronken bij chocola.

De kostbare druiven waren er nog niet aan toe om geplukt te worden, maar er was toestemming om op een mooie zwoele nacht in groepjes op de grond tussen de druivenstruiken te zitten. Er was wijn — zij het niet de dure Banyuls — kaas en worst (uiteraard vol knoflook). Er werd gedold, geplaagd, samen gezongen. Soms viel een stilte en tegen elkaar leunend of de rug op de grond liggend bewonderden we de diep paarszwarte hemelkoepel over ons, vol sterren, ook duidelijk zichtbaar de Melkweg. Ik kende de meesten niet, maar het was of we samen één kloppende ziel vormden. Het was een soort mystieke ervaring.

Evia (Griekenland)

Evia — na Kreta het grootste eiland van Griekenland — ligt in de Egeïsche Zee voor de oostkust van Attica. In de oudheid was de naam Euboea (eu- = goed, bo- = rund; geschikt voor rundvee). Er wordt gezegd dat Homerus er een tijd woonde. Aristoteles had op het Koeieneiland zijn familielandgoed, waar hij heen vluchtte toen hij uit de gratie viel nadat het rijk van Alexander de Grote uiteenviel, en overleed er in 322 v.o.j.

Philip Sherrard[22]

Op Evia logeerde ik enige keren in het zomerhuis wat dierbaren uit Amsterdam iets buiten het dorp Limni (Katounia) dichtbij de kust lieten bouwen. De kleurrijke zonsondergangen waren er uitzonderlijk betoverend.
Bijzonder was de invitatie voor een wijnavond bij de Engelsman Philip Sherrard. Hij woonde iets verder op in de heuvels bij Katounia in een door hem gekochte en gerestaureerde in onbruik geraakte magnesiet (magnesiumcarbonaat) mijn, waarom heen hij bomen, planten en ook druiven had geplant.
Philip was schrijver en een hoog aangeschreven vertaler van Griekse teksten, zoals van de zo specifieke, meestal weemoedige poëzie van Kavafis (Cavafy).

Kavafis

Efebe[23]

De Nieuwgrieks dichter Konstantinós Petros Kaváfis (Καβάφης, 1863-1933) kreeg pas na zijn dood wereldwijde waardering voor zijn in 1935 postuum gebundelde 155 filosofische gedichten over de (homo)erotische liefde en belangrijke (meestal decadente) Griekse historische gebeurtenissen, vanaf de val van Troje tot de ondergang van het Byzantijnse Rijk.
Hij schreef aangrijpend over het verlies van de schoonheid bij het ouder worden en bezong de efebes, adolescente jongens nog zonder haar op de kin.

Een van zijn beroemdste gedichten is Ithaka. Het thuiseiland waar Odysseus na tien jaar rondzwerven uiteindelijk naar terugkeerde. Bij de begrafenis van Jacqueline Kennedy werd Ithaka voorgelezen.

Iedere reiziger zou zo lang mogelijk over een reis moeten doen; niet de bestemming telt, maar de weg ernaartoe, als in het leven.

Het proeven van Philip’s retsina (9 mei 1982)

Philip schonk volop van de door hem geproduceerde retsina, de speciale over hars getrokken Griekse wijn.

Naast het grote terras lag de wijnoogst opgeslagen in een grote open kuip. Het viertal aanwezige jonge vrouwen werd uitgenodigd met blote voeten de druiven te komen vertrappen.
Wat beschroomd klom ik over de rand, maar al snel stond ook ik, luid aangemoedigd door de vrienden om ons heen, verwoed de sappige druiven steeds verder stuk te maken. Het bleek een wonderlijke sensatie het fruit tussen je tenen stuk te voelen knappen en in de steeds meer sappige brij rond te springen.
Jaren later begreep ik de pret van Pretty Woman (1990) Julia Roberts bij haar op de tv kijken naar de comédienne Lucy Ball, die ook eerst wat verdwaasd in een kuip vol druiven rond sjokte om er al snel hilarisch in rond te springen.

Athene

In Athene ligt tegen een heuvel in de schaduw van de Akropolis de wijk de Plaka, met langs de steile straatjes door Griekse families gerunde tavernes. De meeste toeristen lopen niet door tot helemaal bovenin waar een terras ligt waar vooral de lokale bewoners komen.

Op de tussenstop naar hun huis op Evia namen mijn Amsterdamse vrienden me mee voor een afspraak met de bevriende Griekenland journalist Frans van Hasselt in deze taverne, waar hij duidelijk een geliefde stamgast was.

Retsina druivenoogst[24]

De twee keren dat ik vrij kort daarna in Athene overnachtte op doorreis naar congressen verderop, keerde ik, nu alleen, naar de Plaka taverne terug. Ik werd er ook als een ware stamgast warm begroet en meteen mee naar de keuken genomen om aan te wijzen wat ik wilde eten.

Een keer keek ik echter wat bevreemd naar de ober die zodra ik opstond met me meeliep naar het toilet en daar nog net niet mee naar binnen ging, maar wel even later er op me stond te wachten. De patroon gaf me lachend uitleg.
Die ochtend was de nieuwe voorraad retsina bezorgd. Dat geeft de eerste dagen zo’n sterke damp af, dat een groot gevaar bestaat er door beneveld te raken, ja in zwijm te vallen. Dit kan zelfs fataal worden. Ook de pal naast de kelder gelegen toilet kon zich vullen met de retsina damp. Er was dus gecontroleerd of ik niet aan de retsina was bezweken.

Ithaka — Ιθάκη

Ιθάκη[25]

Als je de tocht aanvaardt naar Ithaka
wens dat de weg dan lang mag zijn,
vol avonturen, vol ervaringen.
De Kyklopen en de Laistrygonen,
de woedende Poseidon behoef je niet te vrezen,
hen zul je niet ontmoeten op je weg
wanneer je denken hoog blijft, en verfijnd
de emotie die je hart en lijf beroert.
De Kyklopen en de Laistrygonen,
de woedende Poseidon zul je niet treffen
wanneer je ze niet in eigen geest meedraagt,
wanneer je geest hun niet gestalte voor je geeft.

Wens dat de weg dan lang mag zijn.
Dat er veel zomermorgens zullen komen
waarop je, met grote vreugde en genot
zult binnenvaren in onbekende havens,
pleisteren in Phoenicische handelssteden
om daar aantrekkelijke dingen aan te schaffen
van parelmoer, koraal, barnsteen en ebbehout,
ook opwindende geurstoffen van alle soorten,
opwindende geurstoffen zoveel je krijgen kunt;
dat je talrijke steden in Egypte aan zult doen
om veel, heel veel te leren van de wijzen.

Houd Ithaka wel altijd in gedachten.
Daar aan te komen is je doel.
Maar overhaast je reis in geen geval.
‘t Is beter dat die vele jaren duurt,
zodat je als oude man pas bij het eiland
het anker uitwerpt, rijk aan wat je onderweg verwierf,
zonder te hopen dat Ithaka je rijkdom schenken zal.
Ithaka gaf je de mooie reis.
Was het er niet, dan was je nooit vertrokken,
verder heeft het je niets te bieden meer.

En vind je het er wat pover, Ithaka bedroog je niet.
Zo wijs geworden, met zoveel ervaring, zul je al
begrepen hebben wat Ithaka’s beduiden.

K.P. Kafavis (1911)[26]

Het sterrenbeeld Weegschaal — Libra

Libra uit de Uranographia (± 1690) — Hevelius[27]

De sterrenbeelden van oktober zijn de Weegschaal (23 september–23 oktober) en de Schorpioen (24 oktober–22 november)

Libra is het zevende sterrenbeeld uit de dierenriem, gelegen tussen Maagd en Schorpion. Weegschaal is het enige sterrenbeeld dat als een object wordt gezien; de overige elf dierenriemtekens zouden een dier of mythologisch personage uitbeelden.

De Babylonische zonnegod Shamash[28]

In het oude Egypte werden de drie helderste sterren van Weegschaal gezien als een boot.
Babylonische astronomen zagen echter in dit sterrenbeeld de heilige schalen die hoorden bij de opperzonnegod Shamash — of Utu — de beschermheilige van waarheid en gerechtigheid. Al sinds die tijden wordt het sterrenbeeld geassocieerd met recht en eerlijkheid.

In de Maand September is bij het sterrenbeeld Virgo al genoemd, dat bij de Grieken de Weegschaal verbonden was met hun godin Themis, de Griekse personificatie van goddelijke wet en rechtvaardigheid.
Bij de Romeinen was zij godin Justitia.

Gerechtigheid als naakte vrouw, nog zonder blinddoek, met zwaard en weegschaal, Vrouwe justitia — Lucas Cranach de Oude[29]

Ze was de inspiratie voor de latere afbeeldingen van de dan geblinddoekte Vrouwe Justitia met zwaard en weegschaal.
Vooral geplaatst bij plekken waar recht werd en wordt gesproken.

Het werd pas duidelijk het sterrenbeeld Weegschaal toen de oude Romeinen in Libra de schalen zag die de dochter van Themis, de maagd Astraea — ook godin van rechtvaardigheid — uit de mensenwereld meenam toen zij naar de hemel vertrok en het sterrenbeeld Maagd werd. Haar weegschaal werd daarbij als sterrenbeeld ten oosten van haar geplaatst.

De oude Grieken zagen in de sterrenconstellatie ook de klauwen van de meer oostelijk er naast gelegen Schorpioen.
In het Arabisch worden de twee belangrijkste sterren van het sterrenbeeld ‘zuidelijke klauw’ en ‘noordelijke klauw’ genoemd.

Ook zijn de schalen van de Weegschaal beschouwd als de locatie van de equinox, waar tijdens de herfstnachtevening de zon binnengaat in dit deel van de ecliptica. Hoewel door de precessie (draaiing van de aardas) de locatie van de equinox niet meer samenvat met die van het sterrenbeeld in 730 v.o.j.

Alkmaar Ontzet (8 oktober 1573)

Beleg van Alkmaar — Herman Ten Kate[30]

Op 8 oktober viert Alkmaar jaarlijks het Alkmaars Ontzet[31]; in 2023 450 jaar geleden.

Het jaar 1572 wordt gezien als ‘de geboorte van Nederland’, aangezien toen de grote opstand tegen de Spaanse bezetters werd ingezet. Alkmaar was door haar strategische ligging waardevol voor de Spanjaarden. In 1573 vormde het einde van het beleg van Alkmaar dan ook een duidelijk keerpunt in de Tachtigjarige Oorlog. Voor het eerst werden de Spaanse bezetters met succes teruggedrongen.

De Spaanse commandant Don Frederik, de zoon van de gehate Alva, belegerde tussen 21 augustus en 8 oktober 1573 Alkmaar. Maar de burgers bestookten de Spanjaarden met kokende teer en brandende takken vanaf hun tenslotte vernieuwde stadsmuren.

Bovendien voldeed Willem de Zwijger op 23 september aan een al eerder gedaan verzoek en gaf opdracht de dijken rond Alkmaar door te doorsteken. Hierdoor kwamen de polders waarin de Spaanse troepen gelegerd waren onder water kwamen te staan; de Spaanse soldaten kwamen in de modder vast te zitten. De Spaanse commandant kon niet anders doen dan opdracht geven tot de terugtocht en op 8 oktober 1573 vertrokken de Spaanse soldaten.

Jaarlijks bruist en spettert Alkmaar — zoals ze zelf zeggen — op 8 oktober om Alkmaar Ontzet te vieren. De Victorie op de toen zo gehate Spanjaarden wordt gevierd met onder meer een jeugdoptocht en de Grote Middagoptocht. Het plechtige hoogtepunt is einde van de ochtend het uitspreken van de Ontzetrede in de Grote Sint Laurenskerk. Samen wordt in de kerk zuurkool gegeten, de senioren krijgen een gebakje, en tot laat in de nacht wordt er overal gedanst.
Er komen steeds weer nieuwe activiteiten bij. Zo wordt sinds 1985 op de zaterdag vóór 8 oktober op het Noord-Hollandsch Kanaal een stalen vlettenroeiwedstrijd georganiseerd.

Het Leidens Ontzet (3 oktober 1574)

Leiden ontzet, Holland gered[32]

Op hun jaarlijkse 3 oktoberfeest viert Leiden dat in de nacht van 2 op 3 oktober 1574 tijdens het Spaanse Beleg van Leiden de stad werd ontzet[33] door een geuzenvloot.

In 1573 — tijdens de eerste fase van de Tachtigjarige Oorlog (1568–1648) — was de Nederlandse Opstand door de Spaanse generaal en landvoogd Alva neergeslagen op delen van Holland en Zeeland na. In oktober 1573 werd de opstandige stad Leiden het volgende doelwit van Alva en zijn Spaanse leger.

Van 30 oktober 1573 tot 3 oktober 1574 — met een onderbreking van twee maanden in het voorjaar van 1574 toen de Spanjaarden naar het oosten trokken en in april 1574 bij Mook het leger van Lodewijk van Nassau verpletterend versloegen — werd Leiden door een ring van forten en schansen afgesloten van de buitenwereld om de stad door verhongering tot overgave te dwingen. Het voedsel te kort werd steeds nijpender.

De Staten van Holland volgden het advies van Willem van Oranje en zette — in navolging van eerder bij het beleg van Alkmaar in 1573 — nu een groot deel van het Zuid Holland onder water door de dijken door te steken. Ruim een maand later was het water voldoende gestegen om met een vloot van platbodems, bemand met gewapende watergeuzen, de omsingelde stad te benaderen. In de nacht van 2 op 3 oktober verliet het Spaanse leger de laatste schans, Leiden was ontzet.

Op de dag van het ontzet, 3 oktober 1574, voeren de geuzen met bootjes de stad binnen en deelden voedsel uit aan de uitgehongerde bevolking. Ook vond er een dankdienst plaats in de grote Pieterskerk.

Leidens ontzet — Otto van Veen[34]

Besloten werd om het ontzet jaarlijks te gaan herdenken met een dankdag met preken. In de loop der jaren kwamen hier o.a. een schuttersparade en een vrijmarkt bij, die echter in 1655 weer afgeschaft. De hele achttiende eeuw waren er toneelvoorstellingen.

Vanaf 1795 waren in de Franse Tijd de herdenkingsdienst en alle festiviteiten afgeschaft, om na het vertrek in 1813 van de Fransen in 1814 weer te worden hervat.

Het stadsbestuur besloot echter enkele jaren later om de festiviteiten te versoberen en alleen nog op een zondag te laten plaatsvinden. Hierop protesteerden de studenten aan de Leidse universiteit op 3 oktober met vlagvertoon en het uitdelen aan de armen van wittebrood en haring ter herinnering aan de haring en het wittebrood dat de watergeuzen de stad inbrachten direct na de bevrijding.

Hun kritiek sloeg aan, met als resultaat een grootse lustrumviering in 1824 (dat jaar overigens op maandag 4 oktober om de zondag niet te ontheiligen)). Sindsdien is het jaarlijks uitdelen van Haring en Wittebrood standaard, evenals muziek, toneel en vuurwerk.

Sinds 1886 organiseert de in dat voorjaar opgerichte 3 October Vereeniging het Feest der Feesten. De avond van 2 oktober ingeluid met de taptoe, een optocht van vele Leidse verenigingen. In de vroege ochtend van 3 oktober volgen de reveille en de traditionele uitreiking van gratis Haring en Wittebrood in de Waag. En het al sinds 1574 plaats vindend vaste onderdeel de Herdenkingsdienst en het gezamenlijk het Koraal zingen in het Van der Werfpark.

Tradities blijven zich echter ook vernieuwen, en het houden van een militaire parade is vervallen.

Er waren alleen nieuwe onderbrekingen in de jaren 1914-1918, en in 1940-1945, hoewel de herdenkingsdienst in de Pieterskerk werd wel gehouden. In de covidperiode waren er alleen wat online activiteiten.

Noten

[1] Bron: Les Très Riches Heures du duc de Berry, oktober — Gebroeders Van Lymborch (1411-1416). De miniatuur toont een boer te paard, die de akker bewerkt met een met een kei verzwaarde eg, zodat de houten tanden ervan dieper in de aarde komen. Op de reeds geploegde en nu bewerkte akker wordt al winterkoren ingezaaid.
Kraaien en eksters pikken daarvan een graantje mee. Een vogelverschrikker in de vorm van een boogschutter en de gespannen lijnen met veren eraan zijn bedoeld om het zaaigoed tegen die vraat te beschermen.
[2] Bron: Vendémiaire, de wijnmaand was eerste maand van de Franse republikeinse kalender.
[3] Bron: Dionysos (circa 160-180) — foto Dosseman, Burdur Museum
[4] Bron: Dionysos, god van de druiven (2e eeuw) — foto Marie-Lan Nguyen, Louvre museum
[5] Bron: Bronzen beeld van Bacchus (2e eeuw v.o.j.) — foto Claus Ableiter, Pompeï
[6] Bron: Dionysos met Ampelos (Romeinse kopie ca. 150-200) — foto Jl FilpoC, British museum
[7] Bron: Meer dan levensgrote Dionysos met satyr, panter, en druiven op een wijnstok (Romeinde kopie 2e eeuw) — foto Marie-Lan Nguyen, Palazzo Altemps, Rome
[8] Bron: Centaur (ca. 447–433 v.o.j.) — foto Adam Carr, Parthenon metope 31, British Museum
[9] Bron: Slapende Satyr of Barberini Faun (Hellenistisch, circa 220 v.o.j) — foto Matthias Kabel, Glyptothek München
[10] Bron: Standbeeld van Satyr, Silenus (540-530 v.o.j.) — foto Grant Mitchell, Nationaal Archeologisch Museum, Athene
[11] Bron: Dronken Silene (Romeins, 2e eeuw) — foto Jastrow, Louvre Museum
[12] Bron: Dansende Maenaden — foto Hugo DK, Neoattisch reliëf in Pentelisch marmer, naar een model van de 5e eeuw v.o.j. (Kallimachos), Museo Barracco, Rome
[13] Bron: Pentheus werd door zijn eigen moeder en door andere bacchanten in Bacchische vervoering verscheurd (5e eeuw v.o.j.) — foto Bibi Saint-Pol Louvre Museum
[14] Bron: De gevleugelde god Dionysos berijdt een panter Grieks mozaïek uit het huis van Dionysos (eind 2e eeuw v.o.j) — foto Olaf Tausch Archeologisch Museum Delos.
[15] Bron: Bacchus — Michelangelo Caravaggio, Uffizi Galeries Florence
[16] Bron: Bacchus met Pan (1496–1497) — Michelangelo (di Lodovico Buonarroti Simoni), Museo del Bargello, Florence
[17] Bron: Bacchus en Ariadne (circa 1520-1523) — Titian, National Gallery, Londen
[18] Bron: Het altaar van Dionysus — Gustav Klimt (1886-87) — foto 陳寅恪, Burgtheater Wenen.
[19] Zie: lyricstranslate.com/nl/bache-bene-venies-carmina-burana-200-bacchus-you-are-welcome.html geraadpleegd op 27 oktober 2022
[20] Bron: Artikel ‘De plukploeg in actie’ in De Locomotief (31 oktober 1931)
[21] Bron: Banyuls dessertwijnen — foto Slastic
[22] Bron: Philip Sherrard (1922–1995) — foto Dimitri Papadimos
[23] Bron: Efebe 5e eeuw v.o.j. — foto José Luiz Bernardes Ribeiro / CC BY-SA 4.0, Museo Archeologico Regionale (Agrigento)
[24] Bron: Retsina druivenoogst
[25] Bron: Ιθάκη — Konstantinós Kaváfis (1863–1933), Grammata magazine vol 9-10, 1911
[26] Vertaald uit het Grieks: Hans Warren en Mario Molengraaf, Gedichten, Amsterdam 1991 (Nog een vijftal andere Nederlandse dichters kwamen met een vertaling, waaronder C. Buddingh).
[27] Bron: Libra uit de Uranographia (± 1690) — Hevelius
[28] Bron: De Babylonische zonnegod Shamash (888-855 v.o.j.) — foto Prioryman, British Library
[29] Bron: Vrouwe justitia (1534) — Lucas Cranach de Oude
[30] Bron: Beleg van Alkmaar (1573) Spaanse troepen bestormen de stad — Herman Ten Kate (1862), Stedelijk Museum Alkmaar
[31] Zie onder andere: Geschiedenis Alkmaar Ontzet, 8october.nl/geschiedenis en Victorie! Het beleg van Alkmaar 1573 youtu.be/n4f0wIbNeTQ geraadpleegd op 2022-11-13
[32] Bron: Leiden ontzet, Holland gered
[33] Zie: Het Leidens Ontzet (1574) — Hutspot, haring en wittebrood Het Beleg van Leiden en het Leidens Ontzet, betekenis en geschiedenis Geraadpleegd op 2022-10-02 historiek.net/leidens-ontzet-1574-hutspot-haring-wittebrood/83457
[34] Bron: Leidens ontzet (1574) — Otto van Veen, collectie Rijksmuseum

Avatar foto

was na een studie aan de UvA op Curaçao werkzaam als marien bioloog, en als humaan bioloog bij het Instituut voor Antropobiologie, Medische Faculteit Utrecht en vervolgens bij de Vakgroep Gezondheidsethiek en Wijsbegeerte, Universiteit Maastricht.

Schrijf een reactie