Junius

0

Machteld Roede

aprilmeijuni
Juni, Les Très Riches Heures du duc de Berry — Gebroeders Van Lymborch[1]

Junius was volgens de Romeinse kalender oorspronkelijk de vierde maand van het jaar, omdat tot 153 v.o.j. het Romeinse kalenderjaar op 1 maart begon.
Juni telt 30 dagen en is de zesde maand van het jaar in de gregoriaanse kalender.

Volgens de Franse republikeinse kalender (1793 tot 1806) viel de gregoriaanse maand juni samen met de lentemaand Prairial (weidemaand) die liep van 20 mei-18 juni, en de zomermaand Messidor (oogstmaand) van 19 juni-18 juli.
Ook augustus wordt echter oogstmaand genoemd.

De maand juni zou genoemd zijn naar de Romeinse godin Juno, de zuster en vrouw van oppergod Jupiter (In de Griekse mythologie Hera en Zeus).

Hoofd van Juno[2]

Juno was de godin van het zuivere licht (Juna Lucina); vooral ook van het maanlicht, en zij was daarom ook een maangodin. Zij was de beschermster van vrouwen, van het huwelijk, het huiselijke leven en van de geboorte. Haar eredienst was dan ook vooral gericht op vrouwen, en de hele maand juni was aan haar gewijd.

Zij was het rolmodel van een Romeinse matrona en zetelde als koningin Iuno Regina op haar verheven troon in de hemel. Ze vertoonde kalmte en waardigheid. Wel deden de vele liefdesavonturen van haar echtgenoot haar vlammen van jaloezie en haar wraak op zijn minnaressen of de bij hen verwekte bastaarden was hevig.

Andere bronnen verwijzen echter naar de eerste Romeinse consul, Lucius Junius Brutus (509 v.o.j.). Ook jaren werden toen aangeduid met de naam van degenen die in dat jaar consul was.

Munt van Lucius Roscius Fabatus met Iuno Sospita aan de voorkant en een meisje dat een rechtopstaande slang voedt[3]

Al sinds de twaalfde eeuw worden maanden gekoppeld aan de karakteristieke werkzaamheden die in dat seizoen op het land plaats vinden.
Zo staat juni in het teken van het maaien en hooien van weilanden en ook van Meikersen, waarvan de naam is ontleend aan de Engelse kersenvariëteit May Duke, al bekend uit 1778. 
Wel een wat verwarrende naam voor juni fruit.

Een oudere Nederlandse benaming voor juni was braakmaand: de maand waarin de braec, het omploegen van het bouwland, plaatsvond.

Ook spreekt men van oudsher van de maand van het Heilig Hart van Jezus omdat de viering van het roomse Hoogfeest van het Heilig Hart van Jezus — beschouwd als het begin van het christendom — in feite altijd in juni valt. Dit feest wordt op de 3e vrijdag na Pinksteren gevierd.

Bloemtapijt in het Zuid Limburgse Eijsden tijdens corona 2020
Haw mood = houd moed[4]

In het roomse zuiden worden in juni veel processies gehouden, juist ook in de dorpen.
Dikwijls versieren bloemtapijten de processieweg en de stoepen erlangs.

Pinkpop — het langstlopende jaarlijkse popfestival ter wereld — is een driedaags popfestival in het Zuid-Limburgse Landgraaf. Het eerste vond plaats in 1966 en sinds 1970 valt het normaal gesproken in het Pinksterweekeinde.

Oerol — is het jaarlijks tiendaags cultureel juni festival dat sinds 1982 op Terschelling op locaties over het hele eiland wordt gehouden. Het is een van de grootste locatietheaterfestivals in Europa.

Oerol festival Terschelling[5]

16 juni — Bloomsday — is een feestdag en herdenking die in Ierland wordt gevierd. Het betreft zowel het leven van de Ierse schrijver James Joyce als de gebeurtenissen uit zijn novelle Ulysses (1922), die zich allemaal op de 16e juni afspelen.

Verder is juni is een bijzondere maand omdat op het noordelijk halfrond rond 21 juni de langste dag van het jaar valt, de zomerzonnewende.
(En dus op het zuidelijk halfrond de winterzonnewende met de kortste dag.[6])

In juni vallen de sterrenbeelden tweeling en vanaf circa 22 juni kreeft.

Weerspreuken

Als het koud en nat in juni is, dan is het de rest van het jaar ook mis.
De eerste juni kil en wak, brengt veel koren in de zak.
Een wei die in juni niets geeft, is niet waard dat ze leeft.
Hoort ge in juni de donder kraken, dan maakt de boer slechte zaken.
Hoort ge in juni de donder kraken, dan maakt de boer vast goede zaken…
Juni met veel donder, brengt de oogst ten onder.
Juni vochtig en warm, dan maakt ze de boeren niet arm.

Rozenpoëzie

Juni wordt ook de zomermaand of de rozenmaand genoemd.

Poesiealbumrijm

Rozen verwelken, schepen vergaan.
Maar onze liefde blijft altijd bestaan.

Flower Fairies of the Summer

The Song of the Rose Fairy
Best and dearest flower that grows,
Perfect both to see and smell;
Words can never, never tell
Half the beauty of a Rose –
Buds that open to disclose
Fold on fold of purest white,
Lovely pink, or red that glows
Deep, sweet-scented. What delight
To be Fairy of the Rose!

Cicely Mary Barjer

A sepal, petal, and a thorn[7]

A sepal, petal, and a thorn
Upon a common summer’s morn —
A flash of dew — a bee or two —
A breeze — a caper in the trees —
And I’m a rose!

Emily Dickinson

My Rose

Pigmy seraphs gone astray,
Velvet people from Vevay,
Belles from some lost summer day,
Bees’ exclusive coterie.
Paris could not lay the fold
Belted down with emerald;
Venice could not show a cheek
Of a tint so lustrous meek.
Never such an ambuscade
As of brier and leaf displayed
For my little damask maid.
I had rather wear her grace
Than an earl’s distinguished face;
I had rather dwell like her
Than be Duke of Exeter
Royalty enough for me
To subdue the bumble-bee!

Emily Dickinson

Nobody knows this little Rose

Theeroos — foto Joke Koppius

Nobody knows this little Rose —
It might a pilgrim be
Did I not take it from the ways
And lift it up to thee.
Only a Bee will miss it —
Only a Butterfly,
Hastening from far journey —
On its breast to lie —
Only a Bird will wonder —
Only a Breeze will sigh —
Ah Little Rose — how easy
For such as thee to die!

Emily Dickinson

If I should cease to bring a Rose

If I should cease to bring a Rose
Upon a festal day,
‘Twill be because beyond the Rose
I have been called away —

If I should cease to take the names
My buds commemorate —
‘Twill be because Death’s finger
Claps my murmuring lip!

Emily Dickinson
  • Barjer, Cicely Mary (1930) Flower Fairies of the Summer. London and Glasgow: Blackie & Son Limited.
  • Dickinson, Emily (1976) The Complete Poems of Emily Dickinson. New York: Back Bay Books. (Poems: 1890; 1891, 1892)
Noten

[1] Bron: Les Très Riches Heures du duc de Berry, juni — Gebroeders Van Lymborch (± 1410). Dit getijdenboek is door de Gebroeders Van Lymborch bijzonder rijk geïllumineerd.
Juni verbeeldt het hooien, de belangrijkste agrarische activiteit in deze tijd van het jaar. Drie mannen zeisen het gras. Twee vrouwen harken het gras met houten hark bijeen en maken er met een houten hooivork oppers van. De locaties is aan de oevers van de Seine — in een veld op de plek van het Hôtel de Nesle — de toenmalige Parijse residentie van de duc de Berry. De beroemde boekenverzameling van de duc de Berry was hier ondergebracht.
[2] Bron: Hoofd van Juno van een onbekende beeldhouwer — foto Osama Shukir Muhammed Amin FRCP (Glasg).
[3] Bron: Munt van Lucius Roscius Fabatus met Iuno Sospita.
[4] Bron: Bloemtapijt in het Zuid Limburgse Eijsden (2020)
[5] Bron: Oerol festival Terschelling – foto Albert Besselse
[6] Zie: Wijsheidsweb, Machteld Roede — Krampus, angstaanjagende Sinterklaasprocessies en Lichtfeesten, februari 2022.
[7] This poem is about how the world sees a rose. She is nice to look at, but people are afraid to get too close least they prick themselves on her thorny exterior. She is alone, but not necessarily unhappy about the situation.

was na een studie aan de UvA op Curaçao werkzaam als marien bioloog, en als humaan bioloog bij het Instituut voor Antropobiologie, Medische Faculteit Utrecht en vervolgens bij de Vakgroep Gezondheidsethiek en Wijsbegeerte, Universiteit Maastricht.

Schrijf een reactie