Maand Oktober 3

0

Mensis October, wijnmaand, zaaimaand, rozenkransmaand

Machteld Roede

januari 1, januari 2 en januari 3 — februari 1, februari 2 en februari 3maart 1, maart 2 en maart 3april 1, april 2 en april 3 — mei 1, mei 2 en mei 3— juni 1, juni 2 en juni 3 — juli 1, juli 2 en juli 3— augustus 1, augustus 2 en augustus 3 — september 1, september 2 en september 3 — oktober 1, oktober 2, oktober 3 en oktober 4november 1, november 2 en november 3 — december 1, december 2 en december 3

Versie 19 november 2022, herzien februari 2024

Natuur

Pollennieuws

In de maand oktober geeft de Atlasceder sterk allergene klachten.
Het gras straatgras blijft sterk allergeen.
Het kruid ambrosia is sterk allergeen; het klein glaskruid en de bijvoet zijn matig allergeen.

Paddenstoelen

Paddenstoelen zijn slechts het vruchtlichaam dat boven de grond komt van zo’n twintig centimeter onder de grond levende schimmelorganen. De slechts een paar micrometer dikke schimmeldraden kunnen wel duizenden kilometers lang kunnen worden en zich zo over grote oppervlakte uitstrekken.

Tamme kastanje, nog aan de boom — foto Joke Koppius

Helaas gaan de meeste paddenstoelsoorten de laatste jaren in aantal achteruit door droogte en te veel stikstof — al houden champignons juist wel van een stikstofrijke bodem.

En ook de door veel stikstof woekerende braamstruiken, brandnetels en varens doen paddenstoelen verdwijnen, sommige soorten zelfs helemaal. Zo neemt de biodiversiteit weer verder af.

Oktober is ook de maand van de kastanjes. Als ze rijp zijn vallen ze nog in hun groene bolster vanzelf uit de boom.

Vlindertrek

Monarchvlinder[1]

Er is veel minder over bekend maar ook een aantal vlindersoorten vertonen trekgedrag. Door te migreren vermijden de vlinders ongunstige omstandigheden, zoals slecht weer, gebrek aan voedsel maar ook overpopulatie.

Tijdens de migratie kunnen enorme afstanden worden afgelegd; de Amerikaanse monarchvlinder kan tot een 4.500 km weg trekken.

Rhodos

In de beroemde Petaloudes vlindervallei op het Griekse eiland Rhodos vormen gedurende de natte periode van eind juni tot in oktober vele duizenden exemplaren van de Pantani quadripunctaria Rhodosensis vlinder een ware toeristenattractie.
In deze vallei op 26 km van de stad Rhodos, een mooi natuurgebied van 60 hectare met wandelpaden en watervallen, ligt het enige natuurlijke bos in Europa van de Oosterse Amberbomen (Liquidambar orientalis).
De geur van de bomen trekt ontelbare hoeveelheden Rhodos vlinders aan. Ook beschermt het bos de vlinders tegen de warmte.
Deze dagvliegende mot of Spaanse vlag, met een spanwijdte van ongeveer zes centimeter, is zwart gekleurd met lichtgele strepen en heeft een deel oranje in het midden van uitgeslagen vleugels.

Pantani quadripunctaria, de Spaanse vlag — foto’s Joke Koppius

Als de vleugels opengeklapt zijn is de kleur oranje en wat bruinachtig. Enorme zwermen hier van te zien is een bijzondere ervaring.
P. quadripunctaria is wijdverbreid in Europa, van o.a. Estland, de Kanaal Eilanden, de Middellandse Zeekust tot de zuidelijke Oeral en westelijk Rusland. Ondersoorten komen voor in het zuiden van Turkmenistan en Iran, in Syrië.
En op Rhodos Pantani quadripunctaria Rhodosensis.

Nederland

Ook Nederland kent trekvlinders: de atalanta, de distelvlinder, de oranje en de gele luzernevlinders, en de overdag actieve nachtvlinders de gamma-uil en de kolibrievlinder.

Deze soorten zijn geen standvlinders, ze zijn hier niet inheems. Ze verlaten ons land omdat de winters voor hen te koud zijn en trekken in de herfst zuidwaarts naar Frankrijk, Portugal, Spanje, de distelvlinder zelfs tot in Marokko, waarna ze zich voortplanten en sterven.

Hun nakomelingen komen in het voorjaar naar Noord-Europa. Begin mei bereiken de eerste trekvlinders Nederland. Zij leggen hier eitjes en gaan dan dood.

Van de atalanta (Vanessa atalanta) of admiraalvlinder, een van onze meest voorkomende vlinders, migreert een deel eind september en in oktober naar Zuid- Europa. Ze trekken niet in groepen en vallen dus veelal niet op, maar wel via redelijk vaste routes. Er zijn jaren dat op telposten vogelspotters ook honderden, ja duizenden atalanta’s waarnemen.
Een deel van de atalanta’s overwintert echter hier. Het is een van de laatste soorten die op een niet te koude dag hier nog rond kan vliegen. Door de klimaatopwarming neemt dit aantal wellicht toe.

Meerdere vlindersoorten, zoals dagpauwogen, proberen in onze huizen een overwinterplek te vinden; evenals onder andere steekmuggen.

De stippenkever

De meeste inheemse soorten lieveheersbeestjes overwinteren buiten in de natuur, zoals onder een hoop afgevallen bladeren. Het tweestippelig lieveheersbeestje en de veelkleurige Australische of Aziatische lieveheersbeestjes (ooit hierheen gehaald uit Australië om bladluizen te bestrijden, maar nu overal ingeburgerd en niet meer als exoot gezien) hebben echter behoefte aan een warmere plek en kruipen in groepen bijeen weg binnen onze huizen, in kozijnen en kieren, in kelders en schuren.
Ook badkamers worden genoemd als winterverblijf. Dat is niet zo handig want wanneer die verwarmd worden, worden de kleine winterslapers wakker. En verhongeren, want er is geen voedsel te vinden.

In Heidense tijden heette het stippenkevertje Freyafugle, vogel van de godin Freya; bij de kerstening verchristelijkt tot onzelievevrouwebeestje of lieveheersbeestje.

Amfibieëntrek

De diverse amfibiesoorten — die in het voorjaar en masse op zoek gingen naar goede waterplekken om zich te kunnen voortplanten en tijdens de zomer verspreid over het land leefden — migreren in het najaar — goed opgevet — terug naar goede overwinteringsplekken op het land.

En weer graven vrijwilligers langs autowegen en andere obstakels emmers in. Om vervolgens de dagelijks in deze paddenvallen verzamelde padden, groene en bruine kikkers, en meerdere salamandersoorten over te zetten naar de overkant. Vanwaar ze veilig verder trekken voor hun winterslaap — alleen of met soortgenoten — onder bomen, stronken en houtstapels, of vorstvrij in droge ondergrondse gaten en holen. Een enkele bruine kikker of grote groene kikker kruipt onder water diep weg in de modder op de naar het winterbiotoop trekken

Omdat in het najaar — in tegensteling tot in het voorjaar — padden en kikkers geleidelijk naar hun winterbiotoop trekken merken we er meestal weinig van. Als er opeens veel regen valt trekken salamanders wel massaal naar hun winterbiotoop, waarbij velen sneuvelen bij het snelwegen oversteken.

Piektijd in de Vogeltrek

In oktober valt de piek van de najaarsvogeltrek[2]. Jaarlijks migreren dan in Europa zeker een 3 miljard vogels naar Zuid- en West-Europa om daar te overwinteren, hoewel de meeste soorten doorgaan naar Afrika. Het is de standaard herhaalde grootste verplaatsing van levende wezens. Voor wie er op let valt dan ook veel te genieten, vooral bij een zuidelijke wind.

Zo vliegt de Noordse stern vanuit zijn broedgebied Spitsbergen, grotendeels over oceanen, om 22.000 km verderop in het Zuidpoolgebied acht maanden te overwinteren. De kleine Rietzanger trekt vier etmalen non-stop van uit Noord-Europa naar Midden Afrika. En miljoenen spreeuwen vliegen over Noord-Holland.

Kolganzen, spreeuwen en boerenzwaluwen — foto’s Adri de Groot[3]

Vinken, spreeuwen, graspiepers, koperwieken, kolganzen, kieviten, kokmeeuwen, boerenzwaluwen, aalscholvers, veldleeuweriken, zanglijsters en nog veel meer verlaten ons land. De oktobertrek van grote aantallen zangvogels vindt ‘s nachts plaats, zoals bij goudhaantjes, zanglijsters, merels en spreeuwen.

Veldleeuwerik, graspieper en kievit — foto’s Karel Odink

Een aantal oktobertrekkers verschilt van de augustus- en septembermigranten door niet zuidwaarts maar westwaarts naar Engeland en Ierland te reizen.

Oude verklaringen

In 1703 wist een Britse geleerde zeer stellig dat de trekvogels in zestig dagen naar de maan vliegen voor hun winterslaap. Een tijdgenoot wist het beter: de grote vogels steken de oceaan over, waarbij ze de kleinere vogels op hun rug meenemen.
De meeste vogelaars gingen echter uit van een winterslaap in eigen land, waarbij een meende dat de zwaluwen dat doen onder water op de bodem van de rivier. Wat ook door Linnaeus is vermeld in zijn Systema Naturae uit 1735.

Putter — foto Karel Odink

Van een aantal vogelsoorten die hier in het voorjaar naar toe kwamen om te broeden trekken echter niet alle exemplaren weg naar het zuiden. Jaren geleden bleven hier meer overwinterende akkervogels tussen de graanstoppels, heggen, en gewassen die ook in de koude tijd van het jaar nog voeding en dekking gaven. Maar de diversiteit van de beplanting verminderde sterk, het landschap verschraalde, meer vogels trekken weg. Dankzij initiatieven als in Zuid-Limburg[4] om op kleine plekken de akkernatuur te herstellen, zijn althans daar weer talloze kneuen, groenlingen, geelgorzen en puttertjes waar te nemen.

Wat later in oktober komen na veelal reizen van duizenden kilometers vogels uit het noorden, zoals toppereenden uit IJsland, en ook uit Noord-Rusland, Noord-Siberië en Nova Zembla hier overwinteren, waaronder kleine zwanen en veel ganzen, zoals de rotgans.

Kleine zwanen en Rotganzen — foto’s Adri de Groot[5]

Navigatie

Er is al lang over nagedacht hoe de vogels tijdens de lange migraties hun weg vinden. Ook jonge vogels, die bij een aantal soorten afzonderlijk van de oudere soortgenoten voor het eerst de lange tocht maken. Uiteenlopende experimenten zijn uitgevoerd, en steeds meer wordt ontdekt.

Najaarstrek van diverse vogelsoorten[6]

Trekvogels navigeren mede met behulp van herkenningspunten op aarde, de stand van de zon en de sterren, windrichting. Een groot raadsel bleef hoe ze vooral het magneetveld van de aarde als een soort landkaart weten te gebruiken. Aan de hand van de kleinste veranderingen in de richting, de intensiteit of de hoek van een aardmagnetisch veld kunnen ze bepalen waar ze zich bevinden.

In 1979 werd voor het eerst de oriëntatie op het aardmagnetisme bevestigd toen in de hersenen van duiven, zwaluwen en roodborstjes de aanwezigheid van het magnetische magnetiet werd aangetoond. In 2009 is ontdekt dat een bepaald hersengebied voorin de hersenen informatie krijgt van fotopigmenten in het oog: ze zién het magneetveld van de aarde.

Gaai — foto Adri de Groot[7]

Begin oktober trekken sierlijke kraanvogels, met hun kenmerkend luid getrompetter, over ons land volgens een vrij strak begrensde baan. Er is gesuggereerd dat ze — evenals zwanen — zich anders zouden oriënteren dan de zangvogels.

Onze standvogels zijn ondertussen druk met zorgen voor een vetlaag, een dikke vacht en het aanleggen van voedselvoorraden. Gaaien bijvoorbeeld vliegen met een keel vol eikels om die verspreid in de grond te verstoppen, waarvan ze de meeste later weer weten terug te vinden. De eikels die duiven oppikken worden doorgeslikt en in de krop verteerd.

Bijzondere dagen

Diya’s tijdens Diwali[8]
  • 1 oktober: World Vegetarian Day (sinds 1977)
  • 1 oktober: Internationale dag van de ouderen (VN, WHO, sinds 1991)
  • 2 oktober: Internationale dag van de geweldloosheid (VN)
  • 3 oktober: Leidens Ontzet
  • 4 oktober: Wereld dierendag (sinds 1930)
  • 8 oktober: Alkmaar Ontzet
  • 10 oktober: Werelddag van de geestelijke gezondheid (sinds 1992)
  • 12 oktober: Wereld reumadag (World Arthritis Day, WAS)
  • 16 oktober: Wereldvoedseldag (VN, FAO, sinds 1981)
  • 17 oktober: Internationale dag voor uitroeiing van armoede (VN, sinds 1993)
  • 18 oktober: Europese dag tegen de mensenhandel (EU)
  • 22 oktober: Wereldstotterdag (sinds 1998)
  • 24 oktober: Dag van de Verenigde Naties (VN, opgericht in 1945)
  • 28 oktober: Nacht van de Nacht (de Natuur en Milieufederaties, sinds 2006)
  • Laatste zondag van oktober: Wintertijd (sinds 1977)
  • 31 oktober: Halloween (op de vooravond van het christelijke Allerheiligen)
  • Diwali of Lichtjesfeest, de 13e dag van de maand Ashvin van de hindoekalender; een nationale dag in Suriname (sinds 2010).

Weerspreuken

  • Als het waait en vriest in de oktobernacht, dan verwacht wordt een januari zacht.
  • Brengt oktober veel vorst en wind, zo zijn januari en februari zeer mild.
  • Brengt oktober vorst en sneeuw, men hoort des winters klaaggeschreeuw.
  • In de wijnmaand zon, winter kent geen pardon.
  • In oktober veel regen, voor het kerkhof altijd zegen.
  • In oktober veel vorst en sneeuw, geeft onbestendig winterweer.
  • Is oktober dan gekomen, blad voor blad vliegt van de bomen.
  • Is oktober nat en koel, wordt de winter zacht en zwoel.
  • Is oktober warm en fijn, het zal een scherpe winter zijn.
  • Maakt oktober veel gedruis, is het met de wijn niet pluis.
  • Oktober brengt ons wijn en zonnige dagen, maar ook jicht en andere plagen
  • Oktober heeft 31 dagen, maar vaak het dubbele aan storm en regenvlagen.
  • Oktober met groene blaân, duidt een strenge winter aan.
  • Oktober met veel regendrang, maakt de sterkste man nog krank.
  • Oktobermaand met dichte mist, brengt zeker vorst al in de kist.
  • Regen met Sint Denijs (9), voorspelt een natte winter en weinig ijs.
  • Warme oktoberdagen, koude februarivlagen.
  • Wie in de herfst veel noten kan knippelen, zal nog van de kou staan trippelen.
  • Zoals de weersheilige het eind oktober heeft gedaan, zo zal Allerheilige ermee verder gaan.
Da Costa Getijdenboek, oktober — Simon Bening[9]
Noten

[1] Bron: Monarchvlinder, Danaus plexippus — foto Thomas Bresson
[2] Zie: onder meer Rob van Dijk De wonderlijke navigatiekunst van de trekvolgels Parool 22 september 1984, p. 21
[3] Bron: Kolganzen, Spreeuwen, Boerenzwaluwen — © de fotodagboeken van Adri de Groot
[4] Zie: Caspar Janssen, Het miegelt van de kneuen op de wintervoedselveldjes in Zuid-Limburg, de Volkskrant 16 november 2022
[5] Bron: Najaarstrek vogels komt op stoom, AnimalsToday, House of Animals 
[6] Bron: Kleine zwanen en Rotganzen — © de fotodagboeken van Adri de Groot
[7] Bron: Gaai — © de fotodagboeken van Adri de Groot
[8] Bron: Diya’s (ghee lichtjes met geklaarde boter) tijdens Diwali, het hindoefeest ter viering van ‘de overwinning van het goede over het kwade, van licht over duisternis, van gelukzaligheid over onwetendheid’ — foto Nikkul
[9] Bron: Da Costa Getijdenboek, oktober (circa 1515) — Simon Bening. Vier mannen onderhandelen in een dorpsstraat over een os die aan de muur van een huis is vastgebonden. Een man geeft munten aan een ander. Verderop plukt een man op een ladder druiven. Een vrouw kijkt toe. Rechts de kalenderpagina. Langs de onderrand een landschap met daartussen een kamer met het sterrenbeeld weegschaal: een weegschaal hangt aan een ketting. De pagina’s hebben een illusionistisch houten frame. MS M.399, fol. 11v en MS M.399, fol. 12r, The Morgan Library & Museum.

Avatar foto

was na een studie aan de UvA op Curaçao werkzaam als marien bioloog, en als humaan bioloog bij het Instituut voor Antropobiologie, Medische Faculteit Utrecht en vervolgens bij de Vakgroep Gezondheidsethiek en Wijsbegeerte, Universiteit Maastricht.

Schrijf een reactie