Het innerlijke kompas: worden wie je bent! – 1

0

Levenskunst voorbij fundamentalisme èn relativisme

Heidi Muijen

Een bewerkte versie[1] van het zesde hoofdstuk uit: Roothaan, A. & Van Saane, J. (red.). (2007). Wat is wijs? Reflecties op spirituele vorming. Kampen: Uitgeverij Ten Have, pp. 99-126.

Deel 1deel 2

Een hermeneutisch perspectief op spiritualiteit

Spiritualiteit

In dit hoofdstuk bespreek ik spiritualiteit als een vorm van levenskunst voorbij fundamentalisme en relativisme. Met deze opvatting wil ik het begrip enerzijds bevrijden van haar ‘vage’ imago en anderzijds behoeden voor twee valkuilen. De begripsverheldering van ‘het spirituele domein’ doe ik aan de hand van een aantal basisbegrippen uit de filosofische levenskunst, vooral ontleend aan het werk van Nietzsche, in reflectie op ervaringen uit mijn filosofische praktijk en uit mijn eigen levensreis.

Vanuit filosofisch perspectief is het gebied van zingeving en spiritualiteit wel benoemd als een typisch menselijke levensvorm — bijvoorbeeld als ‘vita contemplativa’ — als het domein van bezinning en reflectie, die ons van dieren zou onderscheiden.

Het contemplatieve leven: binnen de muren of erbuiten in de maatschappij? — detail Labrang Klooster[2], foto Joke Koppius

Hoe dat ‘contemplatieve leven’ direct en concreet te benoemen is vaak lastig, tenzij traditioneel of confessioneel opgevat als een lidmaatschap van een kerk of als de religieuze identiteit van voorouders.

Existentieel gezien gaat het bij spiritualiteit niet om een apart domein of een leven buiten de maatschappij, zoals binnen de muren van een klooster: (spirituele) waarden geven de oriëntatiepunten voor de levensreis, hoe ‘het goede leven’ vorm te geven.

Politiek

‘Het goede leven’ is een kernbegrip uit de filosofische levenskunst. Daarover is in alle wijsheidstradities nagedacht. In de westerse klassieke levenskunst staat de vraag centraal, hoe ‘het goede’ te praktiseren vanuit persoonlijke èn sociale, materiële èn spirituele waarden.
Dit in tegenstelling tot populaire opvattingen van levenskunst, die veeleer focussen op persoonlijke groei. Gaan we uit van klassieke noties dan zou een ‘spirituele’ levenskunst de grenzen van de persoonlijke ontwikkeling op spanning zetten, doordat individuele levensvragen altijd in sociale contexten en in relatie tot een groter geheel staan.

Het klassieke perspectief nodigt uit tot een kanteling: de persoonlijke levenswandel maakt onlosmakelijk deel uit van de gemeenschappen waarin mensen participeren en van een ruimere historische ontwikkeling.

Het ‘spirituele’ leven nodigt uit, zo zou je kunnen zeggen, de persoonlijke ontwikkeling te plaatsen in ruimere perspectieven, met aandacht voor de krachten die daarin meespelen — waaronder sociale druk en politiek-economische kansen in de maatschappij — die ‘het individu zijn’ op het spel zetten.
Waar begint en waar eindigt je identiteit? De persoonlijke geschiedenis maakt deel uit van een familiegeschiedenis, van een interculturele ontwikkeling van de gemeenschap waartoe je behoort. ‘Het spirituele is óók politiek.[3]

Het innerlijk Kompas

Oriëntatie naar de vier windrichtingen[4]

Derhalve lijkt het mij noodzakelijk spiritualiteit als deel van de (trans-)persoonlijke ontwikkeling te zien en de levensthema’s mede vanuit een ethisch-politieke invalshoek te benaderen. Dat wil zeggen dat spirituele vorming en maatschappelijk engagement bij elkaar horen.
Die noodzaak wil ik in deze bijdrage laten zien aan de hand van de metafoor van het innerlijke kompas.

Spirit

Omdat de term spiritualiteit vaak als iets vaags wordt gezien, begin ik met een begripsomschrijving. Spiritualiteit bevat het Engelse woord ‘spirit’, afkomstig van het Latijnse ‘spiritus’: woorden die naar ‘de geest’, naar ‘geestige’ aspecten en het ‘geestelijke’ leven verwijzen.

Deze etymologische wortels en de maatschappelijk levenskunst voeg ik aan de omschrijving van spiritualiteit in de bundel[5] toe als de zich voortdurend ontwikkelende levensoriëntatie, die voortkomt uit de verwerking en interpretatie van (levens)ervaringen.

Interpretatie van levenservaringen

De interpretatie van levenservaring als bron voor de persoonlijke levensoriëntatie, wijst niet alleen op de bepalende invloed van het verleden maar ook op een opening naar de toekomst. Zou het ‘spirituele’ aspect in de levensoriëntatie vooral gericht zijn op de nieuwe en andere mogelijkheden, die besloten liggen in ieders eigen wijze van interpreteren?
Door spiritualiteit op te vatten als een vorm van (ethisch-politiek geïnspireerde) levenskunst lijkt mij juist de vrije ruimte in het interpreteren van de levenservaring relevant, waarin mensen de persoonlijke diepste drijfveren kunnen verbinden met universeel menselijke aspecten en sociale waarden.

Verwondering over het leven

Vanuit de filosofische levenskunst bezien gaat het bij levensoriëntatie om een betekenisvolle verbinding van denken, voelen, waarneming en het handelen zelf. Daarmee kan de gegeven definitie van ‘spiritualiteit’ worden toegespitst op het hoe van ons handelen in onderscheid met het wat dat verwijst naar objectief beschrijfbare feiten en gebeurtenissen.

Het hoe heeft te maken met de wijze waarop het objectief beschrijfbare vanuit de innerlijke beleving en in relatie tot de ander wordt vormgegeven en ervaren. Dit hoe raakt aan de openheid zich te verwonderen over het leven.
Verwondering als de wortel van het filosoferen is vooral een levenshouding van het openstaan voor zijn, voor het wonderlijke gegeven dat wij überhaupt bestaan en het existentiële gegeven dat wij ons bestaan tot vraag maken.[6]

Het doorleefde handelen bevat een scala van aspecten — zoals intenties en verwachtingen, hoop en vrees, waarden en belangen, toevalligheden en doelstellingen — die tot een uniek hoe gecondenseerd zijn.
Filosofisch samengevat strekt het hoe en waartoe — als existentiële dimensie — zich als een spanningsboog uit en verbindt het steeds weer verspringende begin met het eindige van het menselijke bestaan.

De existentiële modus

De existentiële modus van zijn komt zowel tot uiting in heel alledaagse bevindingen, zoals ‘het voelde goed aan’ of ‘ik heb daar niet goed aan gedaan’, als in levensvragen en reflecties, zoals ‘waarom trof dit ongeluk nu juist mij? En waarom op dat moment in mijn leven?’.
Deze vragen en (on)mogelijke antwoorden over zingeving behoren traditioneel tot het domein van religie, metafysica en spiritualiteit.

De vragen hoe het leven goed te leven en hoe er zin aan te geven, vormen ook het hart van de levenskunst en de existentiële hermeneutische filosofie.

De hermeneutiek is een onderdeel van de filosofie dat zich richt op de kunst van het interpreteren van verhalen, symbolen en teksten. Zij is daarom uiterst relevant voor de filosofische levenskunst als reflectie op de levenservaring en op de wijze waarop mensen betekenis geven aan het leven.

Levenskunst als praxis

Het goede leven als een zoektocht naar geborgenheid — ‘Hortus Conclusus’ van Chrisje van der Heyden-Ronde

Aan de hand van de existentiële hermeneutische filosofie kan ik spiritualiteit nu nader omschrijven als een vorm van levenskunst, die de traditionele interpretaties en vragen naar zingeving levend maakt en verbindt met eigen existentiële motieven en diepste persoonlijke en politieke drijfveren voor ‘het goede leven’.

Het leven als kunst

Over levensvragen en levenskunst zijn pareltjes wijsheden te sprokkelen in alle culturele wijsheidstradities. Zo ook in de westerse traditie — vanaf de Griekse praktische filosofie van de Stoa en het epicurisme tot aan huidige filosofen als Wilhelm Schmidt (2004), Pierre Hadot (2003) en Michel Onfray (2004).
Hoezeer reflectie op het leven ook relevant is, levenskunst is niet zozeer een filosofische theorie als wel een praxis — van oudsher de kunst het leven goed te leven. Juist het hoe van het handelen toont de praktische wijsheid en levenshouding van mensen als vrucht van leven.

Vrouwe Justitia

Het leven niet zozeer beschouwen als een feitelijk te beschrijven reeks van gebeurtenissen van geboorte tot dood, maar als een kunst — dat wil zeggen als een praktijk die ‘iets’ zichtbaar, tastbaar, voorstelbaar maakt, in beweging brengt, in handelingen omzet of ten gehore brengt — typeert de invalshoek van levenskunst.

Dat iets wat in en door die kunst emergeert, heet met betrekking tot kunstwerken esthetisch en existentieel wanneer het zich in het menselijk leven manifesteert. Dit existentiële hoe is lastig direct en concreet te benoemen; veeleer met metaforen, zoals

‘Zij had een groot hart’

of:

‘Hij was een tekkel in alles wat hij ondernam’.

De weegschaal, symbool van Vrouwe Justitia

Metaforen zijn in woorden geschilderde beelden. In kunstzinnige expressies zijn ze zichtbaar en hoorbaar gemaakt, bijvoorbeeld als allegorische voorstellingen.

Zo is de deugd rechtvaardigheid belichaamd door Vrouwe Justitia met haar blinddoek, zwaard en weegschaal.
De verbinding tussen de onzichtbare werkelijkheid van deugden en waarden en de tastbare wereld, lijkt een evidente, maar is filosofisch gezien een lastige kwestie.

Een ‘metafysisch’ en fysiek kompas

Wanneer er nadrukkelijk over waarden wordt gesproken, is de neiging groot ze als opzichzelfstaande zaken te zien, analoog aan objecten in de fysische werkelijkheid. Filosofen noemen dat het verdinglijken (reïficeren) van het onzichtbare en ontastbare (abstracte zaken) tot metafysische grootheden.
Op dergelijke manoeuvres klinkt de onverbiddelijk filosofische kritiek dat er zo een wereld ‘achter’ of ‘naast’ de zichtbare werkelijkheid — een meta-fysica — naar binnen wordt gesmokkeld.

Dit geldt bijvoorbeeld voor de Platoonse ideeën van het Goede, het Schone en het Ware — die door de metafoor van ‘de zon’ in diens filosofie werden verbeeld — die de wereld op aarde haar zichtbaarheid en kenbaarheid, haar goedheid en glans zouden geven. In dezelfde zin dienen wij ons af te vragen of de spirituele metafoor van ‘het innerlijk kompas’ niet meer dan een reïficatie is: een (denk)beeld dat wij onterecht houden voor een voorstelling van ‘iets’ uit de werkelijkheid.

De suggestie of metafysische claim dat er werkelijk zoiets als een innerlijke ‘gids’ bestaat, lijkt filosofisch onderuit gehaald. Of niet? Is er toch een concreetheid, die het objectieve bestaan van die innerlijke sturende instantie kan aanwijzen; vergelijkbaar met het waarneembare van een ‘gewoon’ kompas, het fysieke ding.

Het fysieke kompas

Welke betekenis iemand aan ‘het innerlijk kompas’ geeft, lijkt mij illustratief te zijn voor diens verhouding tot het spirituele domein. Een kompas bezien als een fysiek ding is reeds veelzinnig; zelfs beperkt tot diens technische functie ter oriëntatie in de ruimte. De waarde van het kompas, het fysieke ding met een bepaalde kleur, vorm en afmeting, is op zichzelf niet zichtbaar.
Het kompas is zeer functioneel om zo snel en precies mogelijk een bepaalde locatie te achterhalen. Doch voegt het wel reëel enige waarde toe wanneer iemand gewoon maar wat wil rondslenteren?

Is de emotionele waarde concreet?

Een tijdens WO II gebruikt kompas[7]

Aan een kompas als een concreet ding kan een emotionele waarde hangen. Ook die waarde is onzichtbaar en ontastbaar en toch blijkt zij uit de persoonlijke omgang met het kompas: door het te koesteren, bijvoorbeeld, als een kostbaar bezit op de schoorsteenmantel, dat ons herinnert aan een geliefd persoon of aan een bijzondere tocht.

In vergelijking met het fysieke object zou het ‘innerlijk kompas’ helpen zeer concrete en persoonlijke acties, gedachten, gevoelens en keuzes af te wegen. Cruciaal voor iemands verhouding tot spiritualiteit, is dan de vraag: op welke graadmeter het ijkpunt is afgestemd?

In geval van een fundamentalistische positie zijn dat de dogma’s van het geloof. Maar hoe zit dat voor ‘het spirituele leven’ in een ruimere zin? Is zo’n ijkpunt dan een illusie en niet meer dan een poëtische uitdrukking voor ieders individueelste gevoel en expressie?

Zou het innerlijk kompas de graadmeter kunnen zijn, waardoor we spreken van een moedige of een laffe daad; een volgzame of een vrije keuze, een inhumane of een menselijke keuze, en zo ook voor andere grondwaarden. Hoe zou het perspectief van filosofische levenskunst hier een licht op kunnen laten schijnen?

Waarden als graadmeter en gronding als ijkpunt

Zou ‘het spirituele’ als ijkpunt van ‘het innerlijk kompas’ de dimensie kunnen zijn die ‘het goede leven’ als ‘uniek project’ en een levenspraktijk toont? Als de levende ‘rode draad’, de verbinding tussen de afzonderlijke gebeurtenissen, die zichtbaar worden in het hoe van iemands handelen en hoe iemand de dingen, gebeurtenissen en relaties tot anderen opvat en vormgeeft.

Die onzichtbare rode draad, verbinding tussen de losse gebeurtenissen in het leven, kunnen we ons voorstellen als de melodie die hoorbaar is ‘tussen’ de losse tonen. Wanneer we dit als expressie van spiritualiteit duiden, lijkt het mij te gaan om ‘het levensverhaal’, en hoe de verhaallijn uitdrukking geeft aan existentiële grondwaarden.

Laten we vanuit de metaforen van de rode draad, de melodie tussen de noten en de verhaallijn in het leven nu proberen spiritualiteit te concretiseren: dan kunnen we het hoe van handelen opvatten als de graadmeter, die menselijke waarden karakteriseert; en het ijkpunt van het innerlijk kompas als existentiële gronding, die dit ‘hoe’ bestendigheid geeft. Een ‘moedig’ karakter toont zich niet alleen incidenteel maar als een patroon van handelen.

Op deze manier kunnen we het ‘vage’ gebied van spirituele (grond)waarden operationaliseren: ze blijken uit de authentieke vormgeving van het leven — hoe iemand is in woord en daad — en uit de wijze waarin er over diens leven wordt gesproken.

Mythische wijze van uitdrukking

De Odyssee geeft uitdrukking aan Odysseus’ moedige karakter[8]

De gegeven operationalisering van spiritualiteit betekent ook dat er een geschikte taal nodig is, waarin de existentiële betekenis van het handelen en het levensverhaal goed tot uiting komen.
Hoe komt iemands leven als existentie tot haar recht, als expressie van grondwaarden van het leven? En in welke taal spreken mensen zelf wanneer zij hun handel en wandel verwoorden en er verantwoording over afleggen? Zegt die taal wellicht ook iets over hun grondwaarden in het leven, dat wil zeggen hun ‘spirituele leven’?

Zou een geschikte taal voor het (aan)duiden van de grondwaarden — voor de daadwerkelijk in handelen vormgegeven waarden — de mythische taal van heldenverhalen kunnen zijn?
Die verhalen spreken immers over de wegen die helden, heldinnen en antihelden hebben bewandeld: ze tonen waarden moed en wanhoop, vrij en tragisch leven, van argeloos in het leven staan en slinks je slag slaan, van onbaatzuchtige liefde en lafhartige uitbuiting.

Zo staat Odysseus model voor moedig en slim handelen. We hebben dan wel een krachtig verhaal zoals de Odyssee nodig die overtuigend die heldendaden bezingt. Wanneer iemand gewoon maar zegt: ‘Ik ben moedig’ is dat niet zonder meer geloofwaardig. Dat mist de existentiële kracht.

Een mythische taal die zowel overtuigend als authentiek uitdrukking geeft aan betoonde moed en andere grondwaarden lijkt mij het medium voor ‘het innerlijk kompas’ te zijn. Door middel van mythen en andere kunstzinnige expressies van levensverhalen kan de existentiële maat worden genomen, als graadmeter voor het leven in ‘spirituele zin’.

Aldus geconcretiseerd is aan spiritualiteit een niet-fundamentalistische en niet-relativistische betekenis gegeven. Het spirituele leven is niet tot een ding (dogma) gemaakt noch is haar bestaan ontkend, maar het is beschouwd als een proces van articulatie, van vormgeving, van expressie en van ontvouwing het leven ten volle vanuit grondwaarden te leven.

Proces van ontvouwing van het ‘waardevolle’

De diepte van het bestaan — foto Heidi Muijen

Vanuit een invalshoek van levenskunst zouden we kunnen zeggen dat waarden pas bestaan in en door het proces van ontvouwing van het daadwerkelijk geleefde leven; en in de expressie ervan in ‘mythische’ ofwel beeldende taal en in andere kunstzinnige expressies. Zonder die kwaliteit van concreetheid hebben waarden slechts een denkbeeldig bestaan.

In existentiële zin geven waarden als het ware glans aan het bestaan of kunnen mensen bij het ontbreken ervan een leegte ervaren: als zodanig zouden we waarden kunnen zien als een ervaarbare dieptedimensie onder de ‘objectief’ benoembare gebeurtenissen in het leven.

Reflectie op de ervaring en op levensvragen geeft inzicht in de existentiële dieptedimensie: bijvoorbeeld door vooral de onschuld en lichtheid in de herinneringen aan de kindertijd te benadrukken en door stamelend juiste woorden trachten te vinden voor een levensbeproeving en de woorden proevend waarmee de existentiële betekenis van een doorgemaakte zware periode kan worden gekenschetst.
Die existentiële concreetheid van een ‘mythische’ verwoording is radicaal anders dan de praktische concreet wanneer iemand een probleem zo snel mogelijk tot oplossing wil brengen teneinde door te rennen in de waan van dag.

Ook het atheïsme is een (dogmatische) overtuiging

Eigen aan ‘het spirituele leven’ lijkt mij juist te zijn dat het niet anders concreet dan ‘mythisch’ te verwoorden is. Dat ‘spirituele waarden’ ofwel grondwaarden van het bestaan, haast niet anders dan ‘metaforisch’ aan te duiden zijn, lijkt mij daarom de graadmeter te zijn van een authentieke levensoriëntatie.

Juist wanneer de mythische taal niet metaforisch maar letterlijk wordt opgevat geeft dit aan dat er geen existentieel, maar een ander ijkpunt wordt gehanteerd: geobjectiveerd tot een buiten de mens gelegen autoriteit (leerstelligheid) of gesubjectiveerd tot privé overtuiging.

Het moeilijk verwoordbare domein van het spirituele leven lijkt voor sommigen te bestaan uit een ‘overtuiging’, die door aanhangers van dezelfde overtuiging leerstellig boven elke twijfel verheven is. En voor anderen betreft het veeleer een ‘diepe beleving’ en een gevoel dat er iets is (‘tussen hemel en aarde’), wat hooguit te duiden is als een affiniteit met een religieuze of spirituele beweging.

Tenslotte hangen sommigen een atheïstische overtuiging aan dan wel een nihilisme: zij zeggen dat het geloof in een god een onbewijsbare fictie is; of zij ontkennen dat het leven een ‘metafysische’ zin heeft.
Hoe verschillend genoemde levensoriëntaties ook lijken, overeenkomstig is dat ze in een overtuigende leer gegrond zijn. Een kwalitatief andere ‘gronding’ is de existentiële die minder gaat over inhoud dan over een levenshouding.

De kunst betekenis aan het leven te geven

Betekenis geven aan het leven als een relationele kunst[9]

Waar een religieuze leer en een metafysisch systeem vooral antwoorden geven op de vragen waarvoor het leven de mens stelt, daar legt het perspectief van levenskunst juist het accent op de vraag: hoe het leven goed te leven?

Behalve de talloze fundamentalistische (orthodoxe of confessionele) opvattingen met exclusieve antwoorden, zijn er de meer tolerante en vrijzinnige stromingen. En ligt er op de markt van welzijn en geluk allerhande spiritualiteit te koop (zoals meditatie, yoga, mindfulness en dieetvoorschriften).

Al deze vormen van het spirituele leven zijn in zekere zin geobjectiveerd tot materieel product of tot een (meer of minder dogmatische) leer — een ‘spiritueel materialisme’, om met Trungpa te spreken — dan wel gesubjectiveerd tot ‘slechts’ beleving. In onderscheid hiermee wijst de invalshoek van levenskunst op het belang stil te staan bij existentiële vragen en vooral bij het relationele: het betekenisvolle gegeven dat anderen betrokken zijn in ieders uiterst individuele levenskeuzen; en dat er uiteindelijk alleen met het leven zelf antwoord gegeven wordt.

Hermeneutiek als kunst van het interpreteren

De hermeneutische invalshoek — die mij van waarde lijkt de existentiële invalshoek van levenskunst als een ‘derde positie’ voorbij fundamentalisme en relativisme (of nihilisme) invulling te geven — zie ik als kunst van het interpreteren en betekenis geven aan teksten, beelden en andere kunstzinnige expressies, vooral relevant voor het leven zelf!

Om ‘spiritualiteit’ te begrijpen is het verband tussen hermeneutiek en levenskunst, namelijk de kunst het eigen leven als betekenisvol te zien, als ‘spiritueel’, uiterst essentieel. In tegenstelling tot de ‘fundamentalistische positie’ ga ik er daarbij vanuit dat er geen vaststaande en vooraf gegeven zin is en dat het de mens zelf is die betekenis toekent.

In onderscheid met de ‘relativistische’ (of nihilistische) positie geeft het betekenen van het leven als ‘act’ (zingevende handeling) er daadwerkelijk zin aan! Betekenis geven aan het leven is een ‘relationele’ praktijk, tussen objectivering (met de claim van waarheidsspreken) en subjectivering (reductie van het betekenisvolle tot slechts het privé domein). Als een relationele handeling verbindt ‘het betekenis geven’ subject met object in het handelen, en met andere mensen. Handelend geeft de mens praktisch vorm aan het leven; en de reflectie op het leven ontsluit een ruimte ‘het waardevolle’ te onderzoeken.

Grondwaarden als ankerpunten

De hermeneutiek is de filosofische discipline die de betekenis van het leven en de expressies ervan in kunstzinnige en verhalende vormen helpt te duiden als de waardevolle en existentiële lagen onder de oppervlakte van het bestaan. Die gelaagde dimensie bevat zowel materialistische als idealistische, praktische als beschouwende, ethische en esthetische, functionele en religieuze, enz., facetten en vragen van het leven.

Wanneer we nu de drie onderscheiden posities samen nemen, gaat het bij spiritualiteit om het domein van levensoriëntatie, waarin grondwaarden ofwel meer fundamentalistisch als grondovertuigingen worden gehanteerd ofwel relativistisch worden opgevat als ‘meningen’ of nihilistisch ontkend, of…. Vanuit de invalshoek van levenskunst aan beide extreme posities voorbijgaande ‘het juiste midden’ trachten te treffen.

Levenskunst beziet grondwaarden als ankerpunten voor de existentiële grondvraag — hoe het leven goed te leven — en voor de hermeneutische kunst het leven betekenis te geven: als de kunst werelden met elkaar te verbinden: gevoelens en denkbeelden, ik en ander, acties en bezinning, alle losse gebeurtenissen en ‘feiten’ in het eigen leven op te nemen en te interpreteren tot een zinvol geheel.

Voorbeelden

dimensie-praxis
Levenskunst als praxis

Een grondovertuiging over het leven zou als volgt kunnen luiden:

‘Uiteindelijk is het leven kommer en kwel’

of

‘De mens is de mens een wolf’

of

‘Zo blijven dan: Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde’.

In de praktijk van alledag leven mensen naar hun grondwaarden en veelal worden ze niet zo expliciet als grondovertuiging geformuleerd. Soms zitten ze verstopt in uitspraken, zoals

‘Het gaat mij erom iets te kunnen betekenen voor andere mensen’,

‘Het liefste zou ik echt iets willen betekenen, een steen in de rivier gooien die de stroom verandert,

‘Belangrijk vind ik hoe mensen mij herinneren na mijn dood’,

‘Ik wil ergens trots op kunnen zijn’,

‘Al is het een druppeltje op een gloeiende plaat: ik wil bijdragen aan iets minder leed in de wereld’,

‘Als het moet ga ik over lijken om dat doel te bereiken!’.

Authentiek leven

In mijn filosofische begeleidingspraktijk heb ik vooral een voelspriet open staan bij het beluisteren van de verhalen die mensen mij vertellen hoe hun daadwerkelijke leven zich toont als expressie van (impliciete) grondwaarden.

Daarbij is het doel niet deze te gaan benoemen als van christelijke aard, als atheïstisch, islamitisch, hindoeïstisch, boeddhistisch, of van een onbekende levensovertuiging.
Veeleer gaat het erom dat mensen inzicht verkrijgen in het eigen ‘innerlijk kompas’: daarmee is de mogelijkheid geschapen blokkerende of afbrekende overtuigingen om te buigen dan wel in de levensoriëntatie een waardevolle hulpbron te ontdekken, waaraan iemand de kracht kan ontlenen om tegenslag, verlies, ziekte, enz. te dragen.

Primair geven (grond)waarden uitdrukking aan de persoonlijke invulling van het leven: iemand is meer volgzaam of eigenzinnig, expressief of ingetogen, moedig of laf. Welke kleur iemand ook geeft aan het leven, deze is ‘authentiek’ in de etymologische betekenis van het woord, dat daarmee de eigen handtekening onder het leven wordt gezet.
Zo kan iemand de donkere en zware kanten van het leven bijvoorbeeld beleven als een spirituele opdracht, terwijl een ander die juist ervaart als het dwarsbomen van diens eigenlijke opdracht in het leven.

Levensgeluk

Levensgeluk: rust en zijn — The Three Sisters, Blue Mountains Australië, foto Heidi Muijen

Met ieders ‘authentieke’ wijze hoe mensen in het leven staan is ook af te lezen hoe zij ‘het ware geluk’ interpreteren en de eigen bestemming trachten te bereiken. De verhalen van mensen over het leven gaan praktisch gesproken over problemen of successen in leven en loopbaan, maar existentieel gezien gaan ze over het (verlangde, gevonden of tevergeefs gezochte) levensgeluk.

Hoe indirect ook, uitspraken over levensgeluk gaan over existentiële grondwaarden: zoeken mensen geluk in materiële aspecten, zoals bezit of het zekerstellen van het bestaan; of zijn zij veeleer ideëel gericht op het realiseren van immateriële doelen en idealen; zoeken zij vervulling in kunstzinnige activiteiten of in natuurbeleving?

In dit verband is het uitermate relevant gespitst te zijn op de vraag hoe levensgeluk door mensen wordt ervaren: als innerlijke vrede, als een diepe vreugde, als een gevoel van vervulling, als uitzinnig, als (geestelijk) genot, als passie of juist als een gemoedstoestand van rust; als het vinden van ‘kicks’, als inkeer of als een ervaring van het buiten zichzelf verkeren, van extase?

De drie posities

Wanneer wij deze levensthema’s en vragen vanuit een hermeneutisch perspectief op levenskunst benaderen, hebben de gebeurtenissen, feiten en ervaringen in de levensverhalen niet één betekenis. Juist het toekennen van betekenis is relevant als act, als een gemeenschappelijke activiteit, die verteller en toehoorder en wereld met elkaar verbindt.

Levenskunst is radicaal anders dan betekenis geven aan het leven vanuit een absolute waarheid: meestal een heilig boek met religieuze waarden die vanuit een hoger weten geproclameerd worden (fundamentalistische positie). Versus de andere extreme positie dat de gebeurtenissen in het leven au fond zinloos zijn (relativisme en nihilisme).

Openheid en veelzinnige vormen van expressie

Voorbij of ‘tussen’ beide radicale posities van relativisme (nihilisme) en fundamentalistische is het uitgangspunt van levenskunst gegrond in een principiële openheid voor het leven, wat met zich meebrengt dat ‘de zin’ meerduidig is.

Wanneer iemand zich realiseert dat het geven van betekenis (en daarmee zin) aan (gebeurtenissen in) het leven juist de kern van de eigen vrijheid en verantwoordelijkheid uitmaakt, is de derde positie ingenomen.

Die positie is niet zozeer eenduidig wat betreft iemands grondovertuigingen, veeleer is er qua existentiële gronding ruimte ontstaan dat kwesties in het leven vanuit meerdere perspectieven en standpunten te benaderen zijn.

Wanneer het eigen gelijk wordt losgelaten heeft iemand een sleutel van levenskunst in handen: levensovertuigingen zijn gerelativeerd tot de existentiële dimensie van verschil in levenshouding en oriëntatie — zonder relativistisch alles van waarde af te breken — en met die sleutel opent zich een ‘tussenruimte’ waarin kunst, filosofie, wetenschap, literatuur, religie, spiritualiteit en andere expressievormen allemaal gelijkelijk uitdrukkingsvormen zijn die betekenis en zin geven aan het bestaan.

Bezien als cultuuruitingen tonen deze expressievormen mensen en culturen, die schoonheid van verschil laten zien, in hoe zij op symbolische wijze vorm aan het leven geven. Verschillende verhalen, beelden, muziek en dans nodigen uit tot meerdere interpretaties, dat zijn weer andere expressies die opnieuw betekenis toevoegen, enzovoort.

Het innerlijk kompas: poëtisch of echt?

Sleutel van levenskunst: Ken uzelve! Een klassieke spreuk op de tempel van Delphi in Griekenland

Hierboven was de vraag gesteld of de metafoor van het innerlijk kompas meer kan zijn dan een poëtische uitdrukking of dat we dan van het onkenbare een metafysisch ‘ding’ maken.

Het antwoord op die vraag is afhankelijk welke van de geschetste drie positie wij zelf innemen!

Vanuit een fundamentalistisch standpunt is er slechts één ijkpunt, namelijk de grondwaarden en grondovertuigingen van de leer, waaraan mensen individueel de eigen persoonlijke waarden aan hebben af te stemmen.

Hier tegenover ziet de kwestie er vanuit een relativistisch of nihilistisch standpunt er enerzijds radicaal anders uit, omdat er geen ijkpunt wordt erkend waaraan ieders persoonlijke waarden aan af te meten zijn.

Toch komen beide extreme posities overeen wat betreft de relativering van het innerlijk kompas als slechts een ‘subjectieve’ expressie of een mening.

Voor de hier geschetste derde positie, het existentieel-hermeneutische perspectief op levensvragen, gaat het juist om dat unieke antwoord op de vragen die het leven ons stelt en is het innerlijk kompas onontbeerlijk dit authentieke antwoord te geven.

Die positionering roept op tot een nieuwe vraag:

Hoe zou het innerlijk kompas een relationele — ‘intersubjectieve’ alsmede in relatie tot de waardevolheid van het object — autoriteit kunnen zijn in morele, politieke en spirituele kwesties, zonder in de fundamentalistische valkuil te stappen?

Het metaforische als kwaliteit

Speelbord van het mythisch-filosofisch spel Mens, ken jezelf! nodigt uit metaforisch spreken

Veelzeggend in dit verband lijkt mij de samenhang tussen de fundamentalistische positie en de neiging tot een letterlijke interpretatie van de religieuze metaforen en ‘mythische expressies’ van het waardevolle in het leven: tot gereïficeerde religieuze symbolen, tot ‘de canon’ en andere ‘heilige huisjes’ van de leer.

Eveneens lijkt mij het samengaan opmerkelijk van de relativistische en nihilistische ontkenning van een ‘existentiële concreetheid’ van het metaforisch aangeduide domein van ‘het waardevolle’.

Derhalve zou juist de erkenning van de existentiële dimensie als een andere vorm van concreetheid dan de pragmatische, de sleutel van levenskunst kunnen helpen omdraaien en de poort openen: het besef dat de werkelijkheid principieel meerdere interpretaties toelaat. Sterker nog, dat zij dat zelfs van ons vraagt, gezien haar onuitputtelijke waarheid, schoonheid en goedheid!

Voor de derde positie lijkt mij dit besef kenmerkend te zijn, dat het innerlijk kompas zich uit in metaforen en in andere mythische en kunstzinnige expressies van zijn.
Zo ondervind ik de beeldrijke taal in de begeleidingsgesprekken in mijn filosofische praktijk en beluister ik de verhalen van mensen. Die metaforische kwaliteit tracht ik juist te versterken door het geven van beeldende opdrachten waarmee mensen hun persoonlijke levensoriëntatie kunnen onderzoeken en beeldrijker bespreekbaar maken.

Door het innerlijk kompas als een authentieke metafoor letterlijk en figuurlijk vorm te geven (beeldend, muzisch, verhalend of in beweging) ontstaat er een metaforisch kader waarin mensen zich als eigen autoriteit uitgenodigd voelen te onderzoeken welke koers zij verkiezen in leven en loopbaan. De metafoor nodigt uit om eigenaarschap te ontwikkelen en de keuzes niet uit handen te geven aan externe autoriteiten; of dit nu een religieuze of spirituele levensovertuiging is, of een zogenaamde economische noodzaak of een organisatorische autoriteit.

Koersbepaling door levenskunst

Het innerlijk kompas is een veelzeggend beeld voor existentiële koersbepaling in het leven. Als metafoor is het een direct aansprekend beeld, dat duidt op de grondwaarden in iemands leven: als graadmeter voor het hoe van zeer concrete handelingen waaruit diens ‘goede leven’ blijkt.

Bovendien wijst deze metafoor op de passendheid van metaforische taal en kunstzinnige expressievormen hoe aan die ‘authenticiteit’, aan de eigen vormgeving van het leven, uiting te geven.

Bijvoorbeeld: in het leven tot het uiterste gaan en zowel de ups als de downs hartstochtelijk omarmen, laat zich als grondhouding, als expressie van iemands existentiële grond, veel beter in beelden of andere kunstzinnige vormen uitdrukken dan in pragmatische of functionele taal. Door het waardevolle beeldend te benoemen en bespreekbaar te maken, kan aan objectief gesproken dezelfde gebeurtenissen juist iemands authentieke levenswijze in symbolische vorm betekenis krijgen, juist door geheel eigen expressievormen te gebruiken.

Zoals een fysiek kompas mensen vanuit het ruimtelijke perspectief van de vier windrichtingen een oriëntatiepunt biedt voor het objectief bepalen van een route in het leven, zo verwijst het innerlijk kompas naar gronding en grondwaarden — die we als oriëntatiepunten in de kosmopolis cultureel gesproken uit de vier windstreken kunnen ontlenen — voor de levenskunst een eigen koers te bepalen en richting te geven aan waardevol leven.

Nietzsche’s ijkpunt: ‘Word wie je bent!’

Beelden en metaforen kunnen iemands ‘eigen’ zijn treffend schetsen — ‘zonnebloem boven het maaiveld’, foto Heidi Muijen

De metafoor van het innerlijk kompas biedt een spiegel mensen zich bewuster te laten zijn van de eigen, veelal onbewuste grondwaarden; zowel om terug te blikken op gemaakte keuzen en handelingen, als ter oriëntatie voor toekomstige levenskeuzen.

Hoe het motto van levenskunst — ‘Word wie je bent!’ als titel van deze bijdrage — een ijkpunt geeft voor ieders innerlijk kompas, laat ik aan de hand van Nietzsche’s filosofie in deel 2 zien.

Het leven als kunst toont zich vanuit diens perspectief als het existentiële waagstuk de vanzelfsprekend meegekregen waarden te herijken, voorbij goed en kwaad. Dit perspectief is voedend de kunst van betekenisgeving verder te ontwikkelen als beoefening van de levenskunst het eigen bestaan authentiek vorm te geven.

  • Duintjer, Otto (2002). Onuitputtelijk is de waarheid. Budel: Damon.
  • Forbes, Jack (1981). Die Wétiko-Seuche. Eine indianische Philosophic von Aggression und Gewalt. Wuppertal: Hammer.
  • Hadot, Pierre (2003). Filosofie als een manier van leven. Amsterdam: Ambo.
  • Huntington, Samuel (1996). The Clash of Civilizations and the Remaking of World Order. New York: Simon & Schuster.
  • Machanon, Darrin (2005). Geluk, een geschiedenis. Amsterdam: De Bezige Bij.
  • Moerland, Bram (1992). Gnosis, gnostiek en de katharen. Den Haag: Mirananda.
  • Muijen, Heidi C.A. (2001). Metafoor tussen Magie en Methode. Kampen: Kok Agora.
  • Onfray, Michel (2004). Het lichaam, het leven en het lijden. Rotterdam: Lem- niscaat.
  • Schein, E.H. (1992). Organizational Culture and Leadership. San Francisco: Jossey-Boss Ine.
  • Schmidt, Wilhelm (2004). Handboek voor de levenskunst. Amsterdam: Ambo.
  • Trungpa, Chögyam (1973). Cutting Through Spiritual Materialism. Boston, Massachusetts: Shambhala Publications.
  • Weber, Max (1976). Wirtschaft und Gesellschaft: Grundriss der verstekenden Tubingen: Mohr.
  • Willemsen, Mariette (1997). Kluizenaar zonder Amsterdam: Boom. Wit, Han de (1998). De lotus en de roos. Boeddhisme in dialoog met psychologie, godsdienst en ethiek. Kampen: Kok Agora.
Noten

[1] Met dank aan Gea Smit, redacteur van het Wijsheidsweb
[2] Het Labrang Klooster — ‘Woonplaats van de Verlichte’ — is een van de grootste Tibetaanse kloostercomplexen.
[3] Zie mijn artikelenreeks over Levenskunst en levensgeluk
[4] Bron: Kompasroos
[5] Roothaan, A. & Van Saane, J. (red.). (2007). Wat is wijs? Reflecties op spirituele vorming. Kampen: Uitgeverij Ten Have, pp. 99-126. Zie de Inleiding p. 10.
[6] In Heideggers omschrijving van het menselijk bestaan als ‘Dasein’ zit deze betekenis. Hij begint zijn Einführung in die Metaphysik (Niemeyer, Tubingen, 1987) met ‘de’ metafysische vraag: ‘Warum ist überhaupt Seiendes und nicht vielmehr Nichts?’…
[7] Bron: Kompas
[8] Bron: De Odyssee
[9] Bron: Spinnenweb

Heidi Muijen

van Thymia, filosofische praktijk voor levenskunst en creatieve ontwikkeling te Weesp heeft in 2016 de Stichting Quest for wisdom foundation opgericht. Het eerste project van de stichting is de digitale spelvorm game Quest for wisdom. Als tweede project wordt het Wijsheidsweb ontwikkeld. Heidi Muijen is ontwerper van het filosofisch-mythische bordspel Mens, ken je zelf en van de ont-dekkende dialoogvormen Wat is de kwestie?-Wat is de questie!.