Een voorjaarsqueeste naar melancholie

0

Heidi Muijen

Wijsheidsweb, maart 2019

Motto

“Melancholie bewaart een vermoeden van hoe broos alles is wat de mensen maken, hoe nietig de menselijke existentie zelf kan zijn, en dat ze elk moment de grond onder haar voeten kan verliezen.”

Schmid, 2008, p. 39

Melancholie vlak voor het lente wordt

Zoals sneeuwklokjes uit de harde wintergrond, groeien er lentekriebels in het koude grijs tussen mensen en culturen, uit spelonken van de ziel. De onverschrokkenheid van de tere lentebloem bemoedigt mij, mezelf ook te openen…

Afbeelding 1: onverschrokkenheid van de tere sneeuwklokjes[1]

Op die grondtoon zing ik het lied van mijn leven. Vanuit het duister dat blijft hangen terwijl de dagen langzaam lengen.
Melancholia dunkt mij veeleer gastvrij dan zwartgallig met haar occulte omhulling: een omarming van wat geboren wil worden.

Meer ritardando dan het staccato van deze tijd, passend bij ‘amor fati’, de liefde voor ‘het levenslot’. Zo noemden de klassieke filosofen de melancholieke levenskunst, ook ongenode gasten binnen te laten.

Die grondstemming brengt mij naar andere tijden en een kwestie die ik in deze queeste wil onderzoeken.

De kwestie: hoe gekleurde verhoudingen een training vertroebelden

In een begeleidingstraject voor een docententeam op Curaçao verzorgde ik het creatief-onderzoekende onderdeel aan de hand van het filosofisch-mythologische spel Mens ken je zelf (Muijen, 2010). Dit traject was bedoeld als bedding voor een veranderingstraject van ‘funderend onderwijs’.

Terwijl wij, drie trainers en een stagiaire van de Universiteit voor Humanistiek, de ruimte inrichtten, proefde ik de stemming terwijl de docenten binnen druppelden. Enthousiasme, vooral over het geplastificeerde spelmateriaal dat vormgegeven was in sterke primaire kleuren. Ook enige afkeuring over ‘de duistere en vage beelden’ van natuur- en kunstkaarten, waarmee een ‘beeldendialoog’ zou worden gehouden.

Mijn inleiding op het thema van de tweede dag hield ik aan de hand van de mythe van Theseus. Via een mythische reflectie wilde ik op een parallel in morele patronen en groepsdynamiek wijzen.
In de mythe gaat het over een complexe verwevenheid van schuld en schaamte tussen verschillende generaties van het koningshuis van Kreta en een conflict met de stadstaat Athene.

Afbeelding 2: spelmateriaal voor de training

Het vertellen van het verhaal resulteerde in een interessante wrijving. De aanleiding was het woord ‘slachtoffer’ en mijn reflectie op de mythe dat bevrijding van het vleesetende ‘monster’, de Minotauros, een hybride wezen half stier half mens, alleen mogelijk was doordat Theseus zich van ‘slachtoffer’ (zich als offervlees met de andere jongeren inschepend) ontpopte tot ‘held’ (door het doden van de Minotauros in het labyrint) via de liefdesdraad van Ariadne.

Wrevel en weemoed

De spanning in de dialoog die zich vervolgens ontspon was voelbaar. Geen psychologische kennis of concrete casuïstiek uit mijn begeleidingspraktijk over het ‘gevangen zitten’ in een cirkel van dader- en slachtofferschap kon daar een ander, onderzoekend licht op werpen. Zo bekroop mij het gevoel dat elke relativering of nuance die ik in de mythische reflectie trachtte aan te brengen bij voorbaat gedoemd was te mislukken.

Waar de deelnemers aanvankelijk vol interesse rond de kleurrijke tafels met spelmateriaal en kunstkaarten hadden geslenterd, daar voelde ik nu vooral misprijzende blikken en gemompel over een ‘wit’ perspectief.

Het werd mij wee te moede: de nabijheid en menselijke warmte maakten plaats voor wrevel en een onzichtbare muur tussen mij en het docententeam. Reflexmatig spookten er associaties door mijn hoofd hoe mijn punt straks beter te maken… Evenwel roerde zich ook een andere stem in mij.
De melancholie gaf juist een opening, een inzicht wilde geboren worden, door het sentiment van me af te schudden, de wrevel bij de docenten en mijn weemoed in een breder perspectief te plaatsen.
Zo realiseerde ik mij dat de historische en interculturele context van ‘Hollandse’ trainers op ‘de kolonie Curaçao’ de verhoudingen ook na dato blijft inkleuren en meespelen. Er was ruimte ontstaan.

De questie: melancholie als sleutel tot inzicht in de wrijving

Melancholie wordt in de regel gezien als een negatieve stemming, vervaarlijk dichtbij de pathologische depressie. De letterlijke betekenis van ‘zwartgalligheid’ stamt uit de tijd van de natuurgeneeskundige moeder van de huidige gemedicaliseerde geneeskunst. Filosofen zoals Hippocrates en Galenus gingen uit van het holistische principe van harmonie, dat er tussen de verschillende lichaamssappen, zwarte en gele gal, bloed en lymfevocht, een balans dient te bestaan.
Een teveel aan één lichaamsvocht ten opzichte van de anderen zou resulteren in respectievelijk een zwartgallige, cholerische, sanguinische en flegmatische karakterstructuur.

Afbeelding 3: Hippocrates van Kos, oervader van de geneeskunde[2]

De moderne geneeskunde begon zich uit de moederschoot der filosofie vanaf 1600 steeds eenzijdiger te ontwikkelen in het spoor van Descartes’ dualisme tussen lichaam en geest tot een reductionistische visie.
Bijvoorbeeld in het zogenoemde fysicalisme, in onze tijd de visie dat bewustzijn en belevingen (zoals het geluksgevoel) tot hormonale en neurologische processen zijn te herleiden.

In plaats van mee te gaan in deze eenzijdige benadering heeft de filosofische levenskunst de antieke principes (zoals het streven naar balans als principe voor gezondheid en de eenheid tussen lichaam en geest) geactualiseerd.
Het citaat van de filosoof Schmid dat als ‘motto’ boven deze queeste staat, beschrijft de melancholie niet als pathologisch maar als een ‘zijnsmodus’ van de ziel. Daarmee kan een ‘voller’ geluk worden gesmaakt door ‘het andere’, het ‘pijnlijke’ juist in te sluiten.

De wijsheid van die benadering bleek in de beschreven training. Door te onderkennen dat wij behalve concrete mensen van vlees en bloed met een persoonlijke geschiedenis ook deel uitmaken van een grotere (inter)culturele geschiedenis en ongewild een historische last met ons meedragen, kon de vertroebeling in verhoudingen worden doorzien en ontstond er weer ruimte voor andere perspectieven.

Mythologische wegwijzer

Minos was de zoon van Zeus en de bevallige Europa.
Zeus — in de gedaante van een stier — had deze Phoenicische prinses langs het strand van Phoenicië geschaakt. Hij had deze schoonheid door de zee naar het eiland Kreta gebracht en haar daar bezwangerd achtergelaten.

Minos was de vrucht van een liefdesspel geboren uit krachten van de zee en de sluwe, als stier vermomde oppergod. De halfgod Minos groeide op met de ambitie de eerste koning van Kreta te worden! Groot was daarom zijn vreugde over de glanzend-witte stier, die hij van de zeegod Poseidon ontving, ten teken van zijn koninklijke macht over het eiland.
Toen Minos in plaats van deze goddelijke stier een gewone stier offerde als dankbetuiging aan Poseidon, nam de vertoornde God wraak…

De goddelijke glanzende stier rende in razernij over de vlakte van Marathon en richtte onder de bevolking veel onheil aan. Daarom drong koning Aigeus — onder wiens bewind de getroffen bevolking van de landstreek rondom Athene viel — erop aan dat de jongeling Androgeos, zoon van koning Minos, de stier zou doden.
Niet de stier maar deze koningszoon vond de dood. Daarop eiste diens vader, koning Minos, dat er iedere negen jaar zeven Atheense jonkvrouwen en zeven schone jongelingen als schatting werden gestuurd om aan de Minotauros — het wezen, half mens half stier, gevangen in het Labyrint — te worden gevoerd.

Het gelukte Theseus, zoon van koning Aigeus, wat andere helden niet was gelukt: hij ving de stier, voerde hem naar Athene en offerde hem in Delphi aan Apollo.
Daarna raadpleegde hij het orakel over zijn voorgenomen reis naar Kreta om daar de Minotauros te doden. Een raadselachtige spreuk gaf de Pythia — de priesteres van de Apollotempel — hem mee:

“Uw onderneming zal een gunstig einde kennen wanneer gij de liefde tot uw leidsvrouwe kiest.”

Het thema van ‘de weg van de held’ vormt een mythisch lint door de zes spelronden van Mens, ken je Zelf.

De liefdesdraad van Ariadne

Mijn idee was dat deze orakelspreuk niet alleen voor Theseus een raadselachtige sleutel geeft voor het ontraadselen van zijn beproeving, maar ook voor wat er op het spel staat bij de onderwijsverandering voor de docenten in de training op Curaçao.
Misschien is het wel de liefde (de draad van Ariadne) die het alfa en omega vormt voor het ontwar(r)en van een kluwen, de verstrengeling van verbonden en gescheiden werelden?
De mythe weerspiegelt het mysterie in het labyrint voor de ontmoeting tussen de geslachten, tussen generaties en tussen verschillende culturen.
De beproeving en het taaie interculturele patroon betreft het mysterie van een historische lotsverbondenheid en interculturele botsing.

Afbeelding 4: Theseus in gevecht met de Minotauros[3]

De melancholie, als lijden aan het leven, verwijst naar een verstrengeling van levens en vertroebeling in verhoudingen.
Wanneer deze grondstemming niet reactief wordt omgezet in een wraakactie, maar perceptief aangevoeld als een weerklank, bijvoorbeeld van een belast verleden, kan er een onderzoekende beweging ontstaan.

Melancholie, als klopsignaal (Kunneman, 2009), resonerend in de klankkast van de ziel, vertelt over de analogie tussen de gekleurde persoonlijke verhoudingen (blanke trainer en donker docententeam) en de (macro) cultuurhistorische geschiedenis van kolonialisering.

De mythe vertelt van de alomtegenwoordige ‘tragiek’: dat Theseus met het gehoor geven aan de oproep niet alleen avonturen en heldendom maar ook lijden op zijn ‘weg van de held’ zal krijgen, door de verstrengeling van die weg met een gemeenschappelijk ‘karma’.

In plaats van lijden te ontkennen of te bestrijden wijst deze mythische wegwijzer naar ‘amor fati’, de liefde voor het levenslot. Naar de kunst te omarmen wat zich ongewild aandient en dit als een betekenisvol gebeuren te zien. Door zich de melancholieke onderstroom wel aan te trekken maar daarin niet te verdrinken.

Filosofische wegwijzer

“Melancholie is de zijnsmodus van een ziel die voortdurend pijn lijdt en vreest, zonder dat dit op wat voor manier dan ook pathologisch hoeft te zijn”

Schmid, 2008, p. 38.

Deze Duitse filosoof van de levenskunst van wie dit citaat afkomstig is, ziet wijselijk ‘melancholie’ als een grondstemming van sensitieve zielen die de ‘tragiek’ van het leven accepteren.
Levenskunst beoefenen wil zeggen inzien hoe leed en tegenslag op paradoxale wijze betrokken zijn op het hoogste goed, ‘eudaimonia’. Letterlijk betekent dit Oudgriekse woord een ‘welgemoed’ zijn.
Schmid vertaalt het met ‘sereniteit’, een

“geestelijke houding die vreugde net zo belangrijk vindt als droefheid. Gelatenheid maakt het mogelijk het afgrondelijke en het tegenstrijdige vrij baan te geven, …” (p. 35).

Afbeelding 5: Die Melancholie — gravure Albrecht Dürer[4]

Gadamer geeft een sleutel hoe aan het ‘negatieve’ op het levenspad, betekenis te geven door een pijnlijke gebeurtenis als ‘deel’, als een ‘zijnsscherf’ op te vatten, dat een betekenisvol (symbolisch) verband laat zien met een groter ‘geheel’. Zo schrijft Gadamer (2010, p. 48):

“De allegorie laat een betekenisverband zien dat al vooraf bekend moet zijn.
Het symbool daarentegen, de ervaring van het symbolische, betekent dat het individuele, het bijzondere zich als zijnsscherf presenteert, die de belofte in zich draagt het erop gelijkende tot een geheel te completeren, of ook dat het de helende, steeds gezochte andere scherf van ons levensfragment is.”

Gadamer voegt die interpretatiesleutel toe aan de levenskunst van ‘amor fati’: zie wat je levenspad kruist als een symbool. Op die manier kan juist het mysterieuze, wat niet direct te duiden is, richtinggevend werken. Door het als vraag op te vatten, als zingevend kruispunt in een veld van betekenissen, dat oriëntatie in het leven biedt.
Deze ‘hermeneutische’ kunst van het zien van betekenisvolle verbanden geeft een kompas op de queeste in het labyrint.

De cynische traditie — de klassieke Griekse school van de levenskunst van filosofen in het spoor van Diogenes — kantelt die kunst naar een ‘hermeneutiek van de achterdocht’.
Deze voegt een kritisch-onderzoekende en lijfelijke manier toe aan de levenskunst om knopen in het leven, in sociale en culturele patronen, te ontwarren.

Een wijze omgang met lijden en emoties

Meesters van de achterdocht zoals Darwin, Nietzsche en Freud vertrouwen niet zonder meer op ‘het licht der rede’, het ijkpunt dat de westerse traditie aanreikt. Hun wantrouwen wijst weg van rationele analyses naar de kracht van impulsieve krachten, de wijsheid van het lijf, van onbewuste (klop)signalen en grondstemmingen van de ziel.

De melancholie is een gestemdheid van de ziel, die gepaard gaat met een zich terugtrekken en afsluiten van de omgeving. Door jezelf op die reflex te betrappen, kan ze juist gevoelig maken voor wat zich afspeelt tussen mensen en in de omgeving door het opmerken van kleine details.
Door open te staan voor wat de melancholie te zeggen heeft en bereid te zijn deze grondstemming te onderzoeken, is het mogelijk de wrijving niet persoonlijk op te vatten maar te zien als een symptoom van een dynamiek die in de context meespeelt.
Melancholie als teken van ‘lijden’.

Lijden is in de casus aan de orde, zonder dat betrokkenen daar persoonlijk ‘schuldig’ aan of ‘verantwoordelijk’ voor zijn. Het is een onvermijdelijk gegeven in het leven, niet alleen achter de voordeur, ook op straat en in organisaties (Coenen, 2009), zowel als in groter verband, zoals de historisch gegroeide verhoudingen tussen culturen.
Niet alleen het boeddhisme maar ook de westerse levenskunst vertelt over wijsheid hoe met lijden om te gaan, aan de hand van het begrip van ‘tragiek’. 

Wegwijzers in het labyrint van het leven

Afbeelding 6: de draad van Ariadne als symbool van liefdevolle wijsheid[5]

“Deze eenzijdige gerichtheid op oplossingen (…) betekent dat er mensen zijn die daarmee niet uitkomen en onbegrepen achter blijven omdat de eenzaamheid die diep in hen gebeurt niet gehoord en niet gezien kan worden. Het miskent de werkelijkheid van levensprocessen die bij de levensgang behoren. (…)
In feite wordt er dan nog eens leed toegevoegd aan de reeds aanwezige eenzaamheid doordat die mensen denken dat ze iets niet goed doen…”

Jorna & Voos, 2014, p. 41-42

De auteurs van dit citaat over de waarde van eenzaamheid verwoorden een belangrijke kracht van melancholie.

Het openstaan voor deze grondstemming kan de instrumentele gerichtheid en versnelling van onze tijd doen vertragen en kantelen naar de grond van het bestaan zelf. Naar onderstromen tussen mensen en groepen.
De queeste leidde naar de filosofische levenskunst, van Schmid en Gadamer, en de  hermeneutiek van de achterdocht, die wegwijzers bevat met inzichten hoe wijs met emoties om te gaan. Bijvoorbeeld door de wijsheid in een weigering te kunnen zien. Dat in het niet ‘vanzelfsprekend’ meebewegen met ‘positivisme’ een liefde voor de waarheid schuilgaat, de wil ook schaduwkanten onder ogen te zien. Wijsheid hult zich in de schaduw van de rede, in het laten rijpen van een toekomst, waarin het verleden erkenning heeft gekregen.

Het zich afstemmen op de levensstroom is de kunst tegenstellingen in het bestaan op te vatten als polen van een paradox die bij elkaar horen. Geen licht zonder schaduw, geen hoogte zonder diepte, geen voorspoed zonder tegenslag, geen diepe vreugde zonder melancholie.

Worden als een kind

Het principe van nataliteit — zoals politiek filosofe Hannah Arendt (1958) de fundamentele openheid benoemt, een kracht van het steeds weer opnieuw kunnen beginnen — voegt een waardevol aspect toe aan deze levenskunst.
Open staan zoals een kind dat spontaan de taboes doorbreekt en zo de ‘kluwen’ van interculturele patronen, waarin wij verstrikt zijn, kan doen ont-rollen.

Immers juist in een ogenschijnlijk onbelangrijk detail kan zich het ongezegde verbergen, het ongezonde patroon, dat zich anders onopgemerkt als wrevel en wrijving aandient.

Afbeelding: de kracht van het symbool als een zijnsscherf, het geheel in het deel te zien[6]

Dergelijke details in de context zijn een ‘zijnsscherf’, in Gadamers woorden, een vingerwijzing naar een groter geheel dat meespeelt tussen mensen.
In de training met de docenten ervoer ik de afwijzende reactie op de gekozen (vage en duister getinte) kunstkaarten als zodanig en vooral het woord ‘slachtoffer’ dat als een rode lap op een stier werkte.

De melancholie werkt net zoals andere grondstemmingen en morele emoties, zoals schuld, schaamte, eerzucht, wraak. Verhuld onthult ze hoe men zich steeds (tegen)strijdig bevindt in de stroom des tijds, die ons tegelijkertijd naar twee richtingen toe trekt.
Dat kan zich uiten als een vastklampen aan het verleden, aan een noodlottig of juist paradijselijk begin. Ofwel een vooruit doen spoeden: dromend, bevlogen of utopisch een vergezicht voorbij de beperkte horizon naar de toekomst in het vizier nemend.
Waar melancholieke levenskunst naar de wijsheid van het verleden verlangt, daar wordt de utopische traditie (Plato, Moore, Bacon, Marx, Huxley, Orwell, Bloch, science fiction, …) gedragen door een toekomstgerichte houding van hoop (of cynisme).

Filosofische levenskunst is de kunst te jongleren met de paradoxen van het bestaan, met de tweevoudige gerichtheid in de levensstroom tussen het gouden begin en het einde der tijden.
Door te balanceren tussen chronos en kairos (Hermsen, 2014) als een kunst van het bewegen naar de bron die van achteren naar ons toestroomt (Halsema, 2018).

  • Arendt, H. (1958). The Human Condition. (2nd ed). Chicago: University of Chicago Press.
  • Coenen, B. (2009). Schuren, knutselen en schooieren. Barneveld: uitgeverij Nelissen.
  • Fry, S. (2018). Mythos. Amsterdam: Uitgeverij Rap.
  • Gadamer, H-G. (2010). De actualiteit van het schone — Kunst als spel, symbool en feest. Amsterdam: Boom Kleine Klassieken.
  • Halsema, F. (2018). Macht en verbeelding. Amersfoort: stg Maand van de filosofie.
  • Hermsen J.J. (2014) Kairos. Een nieuwe bevlogenheid. Utrecht/ Amsterdam/ Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers.
  • Jorna, T., & Voois, W. (2014). Onmetelijke eenzaamheid. Eenzaamheid als mogelijkheid tot zelfwording en zinvinding. Delft: Uitgeverij Eburon.
  • Kunneman, H. (2005). Voorbij het dikke-ik: Bouwstenen voor een kritisch-humanisme. Amsterdam: Humanistic University Press.
  • Muijen, H. & Brohm, R. (2018). Art Dialogue Methods: De kracht van kunst en dialoog voor het ontwikkelen van morele werkgemeenschappen. Waardenwerk. (73), 33-42.
  • Muijen, H.S.C.A. (2010). Mens, ken je Zelf! [spel]Weesp: Thymia.
  • Muijen, H.S.C.A. (2017). Morele verbeeldingskracht in reflectie. In: Meijers, F. & Mittendorff, K. (red.) (2017). Zelfreflectie in het hoger onderwijs. Apeldoorn/ Antwerpen: Garant, pp. 109-145.
  • Schmid, W. (2008). En waarom het niet het belangrijkste in het leven is. Amsterdam: Ambo.
  • Vermaak, H. (2009). Plezier beleven aan taaie vraagstukken. Werkingsmechanismen van vernieuwing en weerbarstigheid. Deventer: Kluwer.
  • Winnicott D.W. (1972). Holding and interpretation. Londen: Hogarth Press.
Noten

[1] Bron: sneeuwklokjes
[2] Bron: Hippokrates 
[3] Bron: theseus-and-minotaur, Round Attic drinking cup, 450–440 BCE
[4] Bron: Die Melancholie Albrecht Dürer
[5] Bron: Calyx-krater, Louvre   
[6] Bron: zijnsscherf

Heidi Muijen

van Thymia, filosofische praktijk voor levenskunst en creatieve ontwikkeling te Weesp heeft in 2016 de Stichting Quest for wisdom foundation opgericht. Het eerste project van de stichting is de digitale spelvorm game Quest for wisdom. Als tweede project wordt het Wijsheidsweb ontwikkeld. Heidi Muijen is ontwerper van het filosofisch-mythische bordspel Mens, ken je zelf en van de ont-dekkende dialoogvormen Wat is de kwestie?-Wat is de questie!.