Corona als oproep tot een elementaire levenskunst

0

Een lentequeeste naar de coronacrisis als k(r)ans

Heidi Muijen

Wijsheidsweb, 23 april 2020

Motto: Dat er een corona-krans van empathie en compassie rond de aarde mag blijven stralen!

“… de hemel werd dik, egaal grauw, een doffe vale, onheilspellende schemering daalde plotseling over de aarde. Het was alsof dichte grauwe sluiers naar beneden hingen. De regen drupte heel zachtjes en gelijkmatig op de bladeren, het weerlicht vlamde keer op keer purperrood in het loodkleurige grijs op. En een ver gerommel van de donder kwam steeds opnieuw als de laatste zwakke golven van een branding aanrollen.”

Luxemburg, 2020, p. 111.

Deze queeste naar de betekenis van de coronacrisis waarin wij leven, open ik met een citaat uit een brief die een eeuw terug uit de pen vloeide van de vrijheidsstrijder Rosa Luxemburg. Zij schreef uit de gevangenis naar haar vrienden.
De brieven bieden mij troost en herkenning hoe deze inspirerende persoonlijkheid de crisistijd in aanloop naar en in de eerste Wereldoorlog diep in haar ziel heeft ervaren.

Afbeelding 1: kaft van de vertaalde brieven van Rosa Luxemburg

De brieven getuigen van grote empathie met de samenleving en tegelijkertijd had zij oog voor het schijnbaar kleine, schone van de natuur als bron die haar weer energie kon geven. Zij blijkt daarbij zeer sensitief te zijn voor wat het natuurlijke leven haar te vertellen heeft.
Niet alleen weet zij de fenomenen getrouw haar gewaarwording te beschrijven, ook getuigen haar observaties — bijvoorbeeld van het overweldigende van de zee en de eigen nietigheid die dit oproept — van de kunst stil te staan bij wat er van binnen opborrelt en haar zieleroerselen te verbinden met wat er in de wereld plaatsvindt.

De hier geciteerde brief schreef zij in de lente van 2017. Wanneer wij anno 2020 ervaren hoe de coronacrisis de wereld in haar greep heeft, zou het door Rosa Luxemburg geschetste natuurbeeld goed passen bij het gevoel van dreiging, veel beter dan de stralende zonovergoten dagen met uitbottende goudenregen, Japanse kers en andere lente bloesems die ons omringen.

Haar diepe levensgevoel is verwoord in de titel van het boek dat dit jaar is uitgekomen, waarin haar brieven in een vertaalde versie zijn verschenen: “Ik voel me in de hele wereld thuis”! De schoonheid en diepte van haar taalgebruik en haar kosmopolitische ethos neem ik als wegwijzer bij deze queeste naar de coronacrisis als kans of misschien wel oproep tot een kosmopolitische levenskunst.

De kwestie: de coronacrisis die de wereld in haar greep houdt

Wat bij aanvang van het jaar 2020 ‘slechts’ een Chinese kwestie leek te zijn, ver weg van ons bed waar ook een onsmakelijke carnavalstekst op kon worden geschreven, bleek een crisis van wereldformaat die haar weerga niet kent.
Met de wijsheid van nu valt er de nodige kritiek te geven op de wijze waarop Europese regeringen, inclusief de Nederlandse, ermee is omgegaan: zoals de vraag of er wel op tijd maatregelen zijn genomen, en zijn het de goede maatregelen geweest?

Het is nog veel te vroeg om de juiste lessen uit deze crisis te trekken, gezien dat we er nog middenin zitten! Die ‘wijsheid van nu’ mag nog verder rijpen in het vat.

Afbeelding 2: de eerste foto van de aarde vanuit de ruimte![1]

Toch speelt er zoveel rond deze kwestie dat het onmogelijk lijkt om niet ook nu al die urgentie te voelen. Tegelijkertijd lijkt het mij de kunst te zijn, gezien het enorme gewicht van de zaak, vooral de goede vragen te verzamelen en zeker niet te snel te denken de antwoorden al te weten.

Hieronder wil ik daarom vooral de vragen, de questie achter de kwestie trachten te ontwa(r)en en zo verkennen hoe de coronacrisis levenslessen bevat waaruit wij als mondiale samenleving kunnen leren.
Na ‘het overwinnen’ van de pandemie staan we pas echt voor de opgave ook op de langere termijn de goede lessen te trekken voor de inrichting van een ‘goede wereld samenleving’. Vanuit een perspectief van interculturele levenskunst vraag ik mij af wat het betekent:

  • dat wij wederzijds afhankelijk zijn van elkaar op het ruimteschip aarde en als bewoners ook van moeder aarde?
  • dat wij met elkaar verbonden zijn door versnellende stromen van contact (reizen, vervoer van producten en diensten, multimedia en communicatiekanalen, … )?
  • dat wij allen dezelfde lucht inademen … als primaire levensvoorwaarde?
  • dat wij net zoals elke levensvorm op aarde totaal afhankelijk zijn van de zon als licht- en warmtebron, als bron van levensgeluk?

De questie: welke elementaire levenskunst valt er te leren?

Deze vier vragen naar ‘het goede leven’ als een wereldsamenleving heb ik vanuit de meest elementaire bestaansvoorwaarden gesteld, de vier natuurelementen aarde, water, lucht, vuur. De samenhang ertussen “welke levenskunst wij als wereldsamenleving te leren hebben uit de coronacrisis” zou een vraag kunnen zijn vanuit de ether ofwel de quintessence als het vijfde element waarover de oude mythen spreken.

De coronacrisis als een kans de goede lessen te leren vraagt ook het bij elkaar steken van alle knappe koppen die de wereld kent uit alle hoeken van de wetenschap.
Evenwel is de kans levensgroot dat door de verschillende kaders, benaderingen en talen waarin de lessen door de diverse deskundigen worden gegoten er een spraakverwarring ontstaat, zoals gebeurde volgens de mythe bij het bouwen van de toren van Babel.

Er lijkt mij bovendien niet alleen deskundigen kennis en technische tools nodig te zijn, maar ook en misschien wel vooral een andere levenskunst.
In termen van de toren-metafoor: juist niet verder de hoogte in bouwen maar een beweging naar de basis, de ont-wikkeling van een elementaire levenskunst.

De Vlaamse psychiater Dirk De Wachter, op 4 april 2020 in gesprek voor VPRO tegenlicht[2], sprak over het belang van nabijheid en aanraking en roemde de hartverwarmende initiatieven van empathie en compassie die door de coronacrisis ontstaan; benoemde het voorbeeld van het musiceren in de tuinen van bejaarden die hun huis niet uit kunnen als zeer betekenisvol:

“Voor mij heeft dat diep menselijke te maken met de nood die de mens heeft aan zin en betekenis. Voor mij zijn dat meer betekenisvolle menselijke eigenschappen dan de nood naar plezant geluk.”

Dirk De Wachter benadrukte als het belang hiervan dat die solidariteit dieper gaat dan het herkenbare verlangen naar genieten, feestelijkheid en plezier; ze komt voort uit een diepe menselijke ‘drive’:

“Hoe kan ik van betekenis zijn?”

En als grote uitdaging ziet hij de kunst die drijfveer ook na de crisis vast te houden. Dat besef van solidariteit als ‘therapie’ te laten werken en niet terug te schieten in de doordrammende hedonistische samenleving en consumptie economie.

De warme en wijze woorden van deze psychiater en cultuurcriticus voeg ik bij het ethos van Rosa Luxemburgs kosmopolitisme in een verkenningstocht met een mythische en een filosofische wegwijzer.

Mythische wegwijzer: ontworteling en levenssappen

Wanneer ik op mijn dakterras zit en de vervreemdende situatie tot mij door laat dringen, komt er een beeld op van omgevallen bomen na een orkaanstorm.
Passend dunkt mij dit beeld bij de situatie waarin we ons bevinden: ontwrichting en ontworteling van ‘het normale leven’. Evenwel, heeft dit beeld misschien nog meer te zeggen? In de lijn van de woorden van De Wachter niet te snel weer naar de normaliteit terug te willen gaan door zo snel mogelijk een keurig nieuw bosje aan te planten…?

Afbeelding 3: Ontworteling — foto Miny Verberne voor de game ‘Quest for wisdom’

Wijst het beeld misschien wel op de noodzaak juist langer bij de ontworteling stil te staan en nog dieper onder de grond te woelen rond de wortels, te graven naar vergeten schatten en zaadjes voor ‘het goede leven’ — “Blijf de aarde trouw!”, wie hoor ik daar spreken, is dat de geest van Friedrich Nietzsche? — en zo de levenssappen vanuit de bodem te voelen.

Hebben we nu eerst die vitaliteit aan te boren van wat juist in ‘het normale leven’ aan ons oog onttrokken blijft en ten tijde van corona zich ondraaglijk aan ons opdringt? Geuren van gisting, schimmel, ontbinding, verdamping, ontstolling, smelting, verrotting … Wat hebben die geuren ons te zeggen?
De menselijke neus is daartoe te grof, laten we het aan onze honden vragen, die ervaring hebben met snuffelen aan wat de beschaafde neus onwelriekend vindt. Alleen dan kunnen we het scheppende in de destructie voelen, de vruchtbaarheid van verwezing.
We worden teruggeworpen op onszelf en voelen de vervreemding als een schaduw die ons nadert in een nachtelijk uur.

Hoe te luisteren in de stilte, te zien in de duisternis, welke woorden vermogen in de verste verten aan te duiden wat hier op het spel staat? Nee, we zijn er nog lang niet, en wel om meer en diepere redenen dan dat de officiële cijfers van het RIVM een verlengde quarantaine tot een wijs politiek besluit maakt. We hebben de kreten van wanhoop en verbijstering nodig van mensen die ruiken in welke staat van ontbinding de aarde verkeert; we hebben wijze woorden nodig van mensen met een groot hart zoals Dirk De Wachter, Jane Goodall en prinses Irene; nog meer ontroerende filmpjes die de wereld over gaan met kunstzinnige expressies en spontane daden van compassie … die wortelsappen overdadig en volop te laten stromen — dat is het medicijn dat we nodig hebben!

Corona als kroon en krans …

Dan dringt zich plots een ander beeld op, het beeld dat in het woord ‘corona’ verstopt zit: het betekent kroon en krans. Dit beeld opent een rijk betekenisveld aan associaties: goede wijn behoeft geen krans; … hoezo dan nu zo’n wereldomspannende krans: is de wijn die wij als wereld brouwen zuur en bedorven?

Afbeelding 4: De kroon als symbool van koninklijk gezag en macht — uit de game ‘Quest for wisdom’

Corona als kroon: dit beeld lijkt mij, symbolisch verstaan, een medicijn te zijn. Hoezeer we ook elkaar de hand reiken en de nood van eenzame ouderen, alleenstaande buren en berooide vrienden trachten te lenigen, — onvermijdelijk en nadrukkelijk worden we op onszelf teruggeworpen, ook de meer fortuinlijken in quarantaine. Zou die kroon daarom symbolisch verstaan de wenselijke kroning aan kunnen duiden van de mens die zich wereldburger weet? De mens die beseft zowel eenling te zijn als met velen in hetzelfde schuitje te zitten en daarom een goed burger voor de wereld wil zijn. De enkeling die zich naar het ethos van Rosa Luxemburg — ‘ik voel mij in de hele wereld thuis’ — plots realiseert ten volle mede verantwoordelijk te zijn voor het lot van onze aarde en zich wil wijden met anderen zorg te dragen voor een goede inrichting van de mensenwereld!
Dan verschiet het beeld weer van kroon naar krans: ik zie beelden van talk shows en hoor hartverwarmende uitlatingen, zie de ter verluchtiging gedeelde foto’s van wc-papier en andere coronagrappen op social media, video’s met harten onder de riem die via apps in vriendenkringen rondgaan,- dat is een stralenkrans, die kringen van bekommernis; een krans van daadwerkelijke compassie die rond de wereld gaat!
Zou die krans ook symbool kunnen staan voor een circulaire economie? Een staatshuishouding of beter gezegd een wereldhuishouding met spelregels waarin die verantwoordelijkheid voor de ‘kosmopolis’ is ingebouwd. Deze wereldordening neemt in mijn droombeeld de plaats in van de economie van schaarste en schulden, van onbeteugeld hedonisme en wegwerpcultuur, van een wereld met toenemende ongelijkheid.
Zouden we nog op tijd zijn, zo vraag ik me af als dit droombeeld verdampt en ik weer op mijn dakterras zit, zou de tijd rijp zijn in deze om zich heen grijpende wanorde en schrijnende noden die utopische droom van een sociale wereldordening waar te maken ?

Filosofische wegwijzer: ontwrichting gaat aan herordening vooraf!

Dan komt opeens het beeld op van ‘de dolle mens’ uit Nietzsche’s vrolijke wetenschap. Konden we die ‘parabel’ voorheen abstract filosofisch lezen als ‘de dood van de metafysica’, nu kunnen we het beeld pas goed doorvoelen, tot besef komen dat we er middenin zitten!

Het besef dat we die dolle mens eigenlijk zelf zijn, die met zijn lantaarn het marktplein op loopt en de boodschap verkondigt ‘God is dood’ en de aldaar zich vrolijk makende mensen van de ernst van de situatie wil laten doordringen; dat wij de moordenaars zijn en de grootsheid van die daad niet op ons kunnen nemen, niet kunnen verdragen … :

Afbeelding 5: Nietzsche als filosoof van de hamer, symbool op de dialoogtafel ‘Wat is de kwestie?-Wat is de questie!’

“… Was taten wir als wir diese Erde von ihrer Sonne losketteten? Wohin bewegt sie sich nun? Wohin bewegen wir ins? Fort von allen Sonnen? Stürtzen wir nicht fortwährend? Und rückwarts, seitwarts, vorwärts, nach allen seiten? Gibt es noch ein Oben ein Unten? Irren wir nicht wie durch ein uneindliches Nichts? Haucht uns nicht der leere Raum an? Ist es kälter geworden? Kommt nicht immer fort die Nacht und mehr Nacht? Müssen nicht Laternen am Vormittag angezündet werden? Hören wir noch nichts von dem Lärm der Totengraber, welche Gott begraben? Riechen wir noch nichts von der gottlichen Verwesung? …”[3]

Wij zijn wezen geworden bibberend van kou, dakloos en dolend in de gevallen nacht die niet meer door een normale ochtend wordt opgevolgd; en vol afschuw wenden we het hoofd af om niet langer de geur van ontbinding te hoeven ruiken. Tevergeefs, want we zitten er midden in links rechts, boven onder, voor achter en overal ….

Kennis van het hart

De wereld is in haar hart geraakt. Een hart dat bloeden kan is evenwel ook de compassie die ons tot mens maakt. Die essentie bevat levenssappen die we niet alleen ten tijden van crisis maar te allen tijde kunnen laten stromen. De kennis van het hart is een diepere en ruimere kennis dan de wetenschappelijke cijfers en prognoses.
Die doorleefde kennis hebben we nu nodig om tot een goede therapie te komen, vanuit een besef wat de gekantelde context van corona voor onze (werk)levens betekent: de kanteling heeft maatschappelijke en morele waarden op de troon gezet, die ‘in de waan van de dag’ naar de achtergrond, in kelders en op zolder verdwijnen. Door de kieren van ontwrichting, samen met die geur van ontbinding komen waarden van het zich openende  hart naar de voorgrond en overschaduwen, ja overschreeuwen de innovatiedrang van weer een nieuwe efficiencyslag in zorg, onderwijs en andere publieke sectoren. De symptomen van die schaarste economie met ‘slimme en slanke supply ketens’ zijn nu grotesk voelbaar, als tekorten van testmateriaal, beschermende kleding en mondkapjes.
De switch van voorgrond/achtergrond — waarden van economisme en solidariteit, van normaliteit en vervreemding, ze hebben stuivertje gewisseld — ja, we bevinden ons in die situatie waartoe Nietzsche anderhalve eeuw terug de mens opriep in zijn boek “Jenseits von Gut und Böse”: we hebben ons uit de benauwde kaders van wat ‘goed en kwaad’ heet te zijn, te bevrijden en onze culturele waarden te herijken! Waar concurrentie, vechten om eigenbelang en (groeps)egoïsme tot noch toe op de wereld(markt) de dienst uitmaken, daar vraagt een kosmopolitische wereldordening interculturele waarden van verbondenheid!

Voorbij goed en kwaad … ‘to act a little weirdly’

Afbeelding 6: Het ontbladeren als positief beeld van existentiële eenzaamheid — foto Heidi Muijen

Hoor ik daar een echo van Nietzsche’s oproep? Laten wij, ook als we terugkeren naar weer ‘normale(re) tijden’, iets van die vervreemding en de gestaltswitch behouden — laten we ze als belangrijke levenssappen voor ‘het goede leven’ blijvend vanuit het hart door onze aderen laten doorstromen.
Laten we oog voor het vreemde in het normale blijven behouden, als wig van hoop naar ‘de vreemde ander’, de dolle mens van Nietzsche met zijn lantaarn van hoop, als een kantelpunt naar een kosmopolitische en ecologische ordening!

Naast de spontane daden van medeleven die de coronatijden ontlokken, buddy- en burenhulp, het sturen van een kaartje als blijk van vriendschap, blijft er de grondtoon van het ontregeld- en eenzaam zijn door de gedwongen huisarrest.

Nietzsche roemde evenwel juist de eenzaamheid als trouwe vriend. En mijn favoriete dichter die de existentiële afgronden poëtisch weet te peilen schildert haar als volgt:

Ik ben die zich ledig houdt met voortbestaan
boom die ontbladert en bemerkt het niet
eenzaamheid is daarom voor mij geen tragisch ding
mijn voet in de woestijn stoot op een steen
en alles is opeens aanwezig niets ontbreekt.[4]

De Fransman Xavier de Maistre beschreef — ten tijde dat het virus van de beheersing van de wereldzeeën en de maakbare samenleving de Europese mens in haar greep kreeg — en in het voetspoor van de ontdekkingsreizigers wetenschappers de wereld letterlijk en figuurlijk in kaart brachten, een andere kunst van het reizen.
De kunst het bekende met de ogen van een vreemdeling, een reiziger te zien. Die reiskunst die hij in 1790 als “Journey around my bedroom” beschreef, prees hij aan met het voordeel dat miljoenen mensen dit ‘kamerreizen’ kunnen gaan doen, die het zich niet kunnen permitteren wereldreizen te ondernemen:

“to fine pleasures that will cost them neither money nor effort.’ en ‘to notice what we have already seen”

Niet alleen door het pathos van solidariteit dat hieruit spreekt (alsmede het besef dat we ook in post-corona tijden het wereldreizen door ‘de consumens’ hebben te beteugelen, als ecologische noodzaak) ook de waarde van de filosofische kunst met vreemde ogen naar het bekende te kijken, lijkt mij dit een onmisbare elementaire levenskunst.
Alain de Botton schetst deze kunst aan de hand van historische voorbeelden en eigen experimenten met het ‘kamerreizen’. Levenskunst van de ‘eenzame reiziger’, door de vrijheid van ‘de dolle mens’ als het ware te omarmen; en zo, vanuit verwondering betekenis aan de dingen te geven:

“It seemed an advantage to travel alone. Our responses to the world are crucially moulded by whom we are with, we temper our curiosity to fit in the expectations of others. … we have to make ourselves seem more normal than is good for our curiosity. But I had no such concerns … I had the freedom to act a little weirdly.”[5]

De kunst van het elementaire leven

Zich de vrijheid permitteren ook een beetje vreemd te mogen zijn, ‘to act a little weirdly’, lijkt mij voor een elementaire levenskunst vruchtbare mest! Terwijl ik op mijn dakterras naar de keurig bijgehouden tuinen van mijn buren kijk, zie ik nog meer wat daartoe van waarde kan zijn: een elementaire levenskunst die geënt is op het ont-wortelen en ont-bladeren zou ook iets kunnen hebben aan het on-kruid, aan het on-affe en het on-ogelijk elementaire, waar je als rechtopstaande, ont-schubde aardebewoner overheenkijkt; het rafelige aan de randen van de gebaande paden.

Dan zie ik de beelden die de wereld overgaan van stadswijken waar nu dieren rondlopen en naar binnen kijken naar de mensensoort achter de ramen, omsloten door muren …. Zouden we juist nu niet op die grenzen van ‘de normaliteit’ kunnen blijven wankelen, op de grenzen die cultuur van natuur scheiden, stad van land, nuttigheid van kunstzinnigheid, cultuurgewassen van onkruid?
Zouden we juist nu niet die vreemde tussengebieden een prominentere plek kunnen geven; ik denk als metafoor, maar niet alleen als metafoor aan een ‘parkje’ van verwilderd ingeperkt braakliggend gebied tussen winkels en huizen hier in het stadscentrum een paar straten verderop, dat in de mars van vooruitgang normaal gesproken een kort leven beschoren is totdat de ondernemer het bouwproject uit de grond zal gaan stampen … en dat nu misschien iets langer tussen ons mag blijven.

Afbeelding 7: De toevallig opbloeiende paardenbloem — foto: Heidi Muijen

Ik houd van de paardenbloemen die zomaar zijn opgekomen ook dit jaar weer, terwijl de hortensia die ik plantte ter aankleding van de quarantaine door de aanhoudende nachtvorst lijkt af te sterven.

Het verlangen naar weer normale(re) tijden is ook ‘natuurlijk’, en toch hoop ik dat we dan de ‘gang van zaken’ kunnen blijven zien met de bevreemdende blik die we van dit alles overhouden en misschien zelfs koesteren als vrucht van de crisis…

Dat lonkende vergezicht zie ik hoopvol op deze foto vanuit mijn dakterras: in de samenkomende lijnen van ver weg en dichtbij, van open begrenzing en tegenstellingen die bij elkaar komen; het schone en vervreemdende van al die tuintjes naast elkaar, van huisje boompje beestje.

Afbeelding 8: lijnen die elkaar ontmoeten, ver weg en nabij … — foto: Heidi Muijen

— en zo over de grenzen van ons kleine daktuintje heenkijkend de wereld in … naast een ‘verweesd’ gevoel van de spookstille straten de heldere lichtinval van het vrije, het openbrekende buiten … boven, … het beloftevolle ….

2020 – jaar van corona: De steeds sneller versnellende en doldraaiende wereld kwam schokkend tot stilstand! Laten we niet terugschieten in de normale stand. Laten we de stilte harder laten spreken en meer stil blijven staan: ont-fluxen en ont-flexen — uit de reflex van ‘weg van de stilstand, vooruitvooruit’….
Laten we blijven.
Laten we met elkaar op een Queeste gaan, op weg naar de levenslessen uit corona: dat onze voetsporen een krans van empathie en compassie rond de wereld mogen blijven vormen.

  • Luxemburg, R. (20200). Ik voel me in de hele wereld thuis. Brieven. Amsterdam. 
Noten 

[1] De aarde in 1972 gefotografeerd vanuit de Apollo 17
[2] Opgevraagd 20-04-2020 van de website van Tegenlicht
[3] Nietzsche, F. (1984) Die fröhliche Wissenschaft. In: Werke II; Ulm: Ullstein Materialien, p.400-401.
[4] Leopold, M. (1976). Vervoeging van zijn. Baarn: Bosch & keuning, Seismogram, p. 35.
[5] Uit: Alain de Botton (2014). The Art to Travel. London: Penguin Books, p. 243-245.

Heidi Muijen

van Thymia, filosofische praktijk voor levenskunst en creatieve ontwikkeling te Weesp heeft in 2016 de Stichting Quest for wisdom foundation opgericht. Het eerste project van de stichting is de digitale spelvorm game Quest for wisdom. Als tweede project wordt het Wijsheidsweb ontwikkeld. Heidi Muijen is ontwerper van het filosofisch-mythische bordspel Mens, ken je zelf en van de ont-dekkende dialoogvormen Wat is de kwestie?-Wat is de questie!.