Martin Buber en het Tibetaans boeddhisme

0

Het verweven van gedachtegoed

Kathy Anita de Vries-de Graaf

Wijsheidsweb, januari 2020

Existentiële test

The autumn sun streamed in through the half-open shutters like pale honey, while Buber spoke about his concept of the existential test.[1]
De herfstzon stroomde binnen door de half geopende luiken als witte honing, terwijl Buber sprak over zijn concept van de existentiële test.

Wat bedoelt Buber met de existentiële test? Hij noemt dit de essentie van zelfconfrontatie.

Deze ervaring wortelt in onomkeerbaarheid en heeft dientengevolge verreikende consequenties voor het leven van ieder mens die deze test ondergaat.
Dermate verreikend, dat men zich gaandeweg realiseert dat het leven nooit meer hetzelfde kan zijn. De test kan zich plotseling voordoen en in een flits voorbijgaan, maar het is ook mogelijk, dat deze crisis in ons leven lang aanhoudt.[2]

Buber spreekt over het bewustzijn dat een test zich kan aandienen als een vorm van voorbereiding. Voorbereiding op een ervaring, waarbij het innerlijk leven als het ware wordt opengebroken. Op dat moment zijn wij afhankelijk van de Barakah, de Goddelijke genade en van ons eigen vermogen om diepe aspecten van onszelf onder ogen te zien.

Het Tibetaanse boek van leven en sterven

“Maar hoe moeilijk kan het zijn onze aandacht naar binnen te richten”,

zegt Sogyal Rinpoche in het Tibetaanse boek van leven en sterven.

Ons leven wordt vaak overheerst door het stof van onze gewoontepatronen, wij zijn er zo mee verweven, dat ons ware zelf bijna geheel onherkenbaar geworden is.
Tibetaanse boeddhisten geloven dat ziektes als kanker een waarschuwing kunnen zijn, om ons eraan te herinneren dat we diepe aspecten van ons wezen hebben veronachtzaamd. [3]

De kern van de vele gedaantes waarin deze crisis zich in het leven van een ieder manifesteert, is het erkennen en herkennen van de realiteit van dit leven, de vergankelijkheid.

Het eeuwig zich herhalende ritme van verandering waarin onze levens hier op aarde zijn ingebed. Pijn brengt in ons vaak de kwaliteit van bereidheid naar boven om echt te kijken naar wie wij zijn, waardoor wij in staat zijn het leven dat zo kostbaar is, naar waarde te schatten. Bereidheid om mee te vloeien met de verandering in plaats van ons daar tegen te verzetten. Bereidheid om de vergankelijkheid met open vizier tegemoet te treden, bereidheid om de verandering aan te gaan. Beeldend gezien is het een zachte eigenschap, die de aarde van onze ziel loswoelt waardoor een ander aspect in ons naar boven komt, namelijk compassie.

Compassie voor onszelf, en compassie voor de ander. Een kostbare kwaliteit die ons wezen opent voor de ander, de nabijheid van de ander. Deze steeds fijnere afstemming op ons eigen wezen zal uiteindelijk de omkering naar de ander bewerkstelligen. Een proces dat wel omkeerbaar is en juist in Bubers gedachtegoed een heel speciale betekenis krijgt. Binnen het kader van de werkelijke ontmoeting met de ander wordt een diepe verbondenheid opgeroepen, die de uitdrukking is van eenheid.

In deze geest schrijft Sogyal Rinpoche over zijn meester Jamyang Khyentse, die voor hem het fundament van zijn leven werd en zijn grote inspiratie was voor het Tibetaanse boek van leven en sterven. Deze diepe verbondenheid leeft niet voort in gehechtheid, maar in een andere dimensie, die gehechtheid overstijgt.
De kern van de overdracht die in de ontmoeting plaats vindt, is, dat wij raken aan een fundamentele goedheid die in ieder van ons aanwezig is. Dat wat de dood overleeft, zo schrijft wederom Sogyal Rinpoche. Dit is ons intrinsieke vermogen, ons erfgoed om de test tegemoet te treden.

Meer mogelijkheden tot verweving

De mystieke taal waarin Martin Buber zijn dialogische gedachten formuleert, creëert eveneens mogelijkheden tot verweving, niet alleen met het Tibetaans boeddhistische gedachtegoed, maar ook met de leringen van het ‘universeel soefisme’ geïnitieerd door de Indiase mysticus Hazrat Inayat Khan. Dat vraagt echter om veel kennis en mag misschien een volgende uitdaging zijn.

Mij past bescheidenheid, omdat dit alleen nog maar het verweven is van enkele gedachten van grote zielen. Het uitwerken en zeker het integreren van bovenstaande woorden is een levenslang proces, waarin het pad, dat een ieder van ons gaat steeds zichtbaarder wordt en mag worden.

  • Hodes, A. (1972). Encounter with Martin Buber. (Revised edition). London: Allen Lane, the Penguin press.
  • Rinpoche, S. (2014). Tibetaanse Boek van Leven en Sterven. Utrecht: Kosmos Uitgevers.
Noten

[1] Hodes, pag. 44
[2] Hodes, pag. 44
[3] Rimpoche, pag. 31

Ik studeerde vijf jaar hoofdvak piano op de conservatoria in Den Haag en Utrecht. Daarna volgde ik enige lessen bij Louis Kentner in Londen. Mijn tweede man Marco de Vries (o.a. oprichter van het Helen Dowling Instituut) bracht mij in aanraking met de nu 96-jarige pianiste Elly Salomé. Haar lessen die ik nog wekelijks volg zijn vanwege haar enorme kennis en betrokkenheid een inspirerende en verrijkende (zowel ei als ij) ervaring.