Twee verhalen uit de levende vlam van het hart

0

Kathy Anita de Vries ― de Graaf

Rumi’s work has left the sacred power to initiate directly, that can only come from someone who has not only burnt away in the fire of divine Love but become that Fire.

Harvey (1995, p.18)

Rumi’s inspiratie spreekt uit twee, in mijn ogen met elkaar verweven verhalen van Sinan Can en Marietta Petkova, die de levende vlam van het hart herkennen …

Het verhaal van Sinan Can

De kaart van het ‘Aards Paradijs’ ― Atanasius Kicher[1]

Het verhaal van Sinan Can begon als volgt: het was het eerste deel van zijn zoektocht naar het paradijs, een prachtige documentaire, die uit vier delen bestaat. Van de oorsprong van de Eufraat reisde Sinan duizenden kilometers naar de plek waar de rivier uitmondt: Adam’s tree. Deze plek wordt het paradijs genoemd.
Vanaf de berg Ararat in Oost-Turkije volgt Sinan de adembenemende rivier en via Kemalië, waar de zijderoute langs liep en Erzurum komt hij in Erzincan. De plaats waar zijn ouders voor het eerst naar elkaar glimlachten.
In het geboortedorp van zijn ouders ontdekte hij hoe de kracht van de vrouw patronen kan doorbreken en overwinnen.

Maar dan in een droomlandschap, op een eiland midden in de Eufraat begint een voor mij sprookjesachtig verhaal met een sterke ondertoon van verdriet en verlangen.

Er staat daar een lindeboom, ik heb een lindeboom naar haar vernoemd.

Op een eiland waar geen enkele boom stond en waar niemand meer kwam, plantte een man 4500 bomen voor zijn gestorven geliefde.

Deze man die Sinan al heel lang wilde ontmoeten, heette Ziya. In de documentaire noemt Sinan hem oom Ziya. Achtentwintig jaar woonde hij alleen op dit eiland om daar de mooiste plek voor zijn vrouw te creëren.

“Ik ben hierheen gekomen om mijn vrouw Emine te laten leven. Zij kwam bij een auto ongeluk om het leven.”

Sinan:

“U leeft al zolang zonder echtgenote.”

“Het is moeilijk. Daarom ben ik hierheen gekomen. Om haar in leven te houden. Hier leeft ze voort. Zij is niet gestorven.
Er staat daar een lindeboom. Ik heb een lindeboom naar haar vernoemd.”

Sinan:

“Nog nooit kwam ik zo’n diepe liefde tegen en dat op een eiland waar niemand meer naar omkeek.”

Oom Ziya wil Sinan de boom van zijn vrouw laten zien.

“Kijk maar”, zegt hij, “helemaal vol.
Er moeten nog bloemen komen, die kan ik dan plukken.”

“Waarom is het dat u juist een lindeboom hebt geplant?”

vraagt Sinan nog.

“Omdat zij daar het meeste van hield.”

Oom Ziya wordt overmand door verdriet, maar wil er alles aan doen om zijn eiland nog mooier te maken.

“Zij was een heel goed mens. Zo iemand zal niet nog een keer ter wereld komen.”

“Waar denkt u dat het paradijs is?”

vraagt Sinan.

“Het paradijs, dat zit in je hart. Het paradijs is je ziel. Als je je ziel verliest dan is alles afgelopen.”

Uit alle macht wil oom Ziya de liefde voor zijn vrouw vasthouden. Zijn gevoel voor haar onverminderd in hem laten branden. Alleen dan lukt het hem in deze wereld te overleven.

“It is a burning of the heart that is everything, more precious than the empire of the world because it calls God secretly in the night.”

Rumi (in: Harvey, 1995, p. 5)

Vanuit de verinnerlijkte visie van Marietta Petkova zou oom Ziya een prachtig voorbeeld zijn van vloeibare rouw. Het diepe verlangen naar zijn overleden vrouw koestert hij in zijn hart bij elke ademtocht. Wat ging er in zijn ziel om op de dag dat hij besloot op dit verlaten eiland te gaan wonen?

De innige bede om daar een intense verbinding met haar te realiseren… een brug te slaan tussen daar waar zij is en hier waar hij is.

Rumi werd eens gevraagd, wat is een Soefi? Hij zei (Harvey, 1995, p.70):

“Een Soefi is een man of vrouw met een gebroken hart, iemand die altijd gevoelig is voor het breken van het hart van de wereld en iemand die altijd gevoelig is voor de Goddelijke Schoonheid van de wereld. Wanneer je deze eenmaal ziet, breekt je hart voor altijd open en blijft bij voortduring openbreken bij de schoonheid en majesteit en doodsangst van de ervaring.”

Oom Ziya is een Soefi …

Het verhaal van Marietta Petkova, pianiste

Het komt er op aan alles te leven

Marietta Petkova en Leo de Klerk

Rouw vloeibaar houden heeft misschien wel een gelijkenis met het licht dat niet mag doven. Marietta zag als klein meisje hoe haar grootvader elke ochtend een olielamp aanstak:

“als een teken van aanwezigheid, van verbinding,”

zo vertelt Marietta.

“Hier ben ik met jou, voor jou.”

Dit ritueel droeg zij al die jaren met zich mee.

Heel mooi vertelt zij over het kwetsbare proces van rouw. Hoe zij weer durfde kijken naar de ander en naar zichzelf. De rouw die je naar binnen trekt, de mens volledig op zichzelf terugwerpt maar dan toch op een bepaald moment een kleine opening naar buiten creëert … waarin weer ruimte komt om waar te nemen van binnenuit.

Dat is een proces dat voortgaat.

Van binnenuit zien is als het licht dat geprojecteerd wordt vanuit een innerlijk weten.

Zo zag ook haar grootvader de kleine Marietta. Hij zag haar pad en zag haar essentie die zich totaal in muziek kon uitdrukken en vertalen. Prachtig om te horen hoe de grootvader met haar naar de muzieklessen ging en het kleine meisje beschermde …

Beide, zowel oom Ziya als Marietta Petkova, ontvingen het geschenk van onvoorwaardelijke liefde maar verloren deze ook weer aan de dood. Onvoorwaardelijke liefde voedt de ziel en is tijdloos. Het verlies van onvoorwaardelijke liefde tast diep onze wortels aan. Het mooiste antwoord hierop is dit in liefde te aanvaarden, zoals Petkova zei.

Dan wordt deze overstijgende liefde eigenlijk opnieuw geboren. Er ontstaan een nieuwe vorm. Beide hebben dit in schoonheid gerealiseerd. Marietta in het vertolken van de Chaconne[2] van de geliefde waardoor zij hem opnieuw ontmoet in de klankruimte, die een hartruimte is, elke keer weer. De stem van de hartruimte spreekt door haar muziek.

Oom Ziya ging leven op het eiland, een vergeten eiland dat hij opnieuw tot bloei brengt … voor Emine.

Referentie
  • Harvey, A. (1995). The Way of Passion: A Celebration of Rumi. Delhi: Souvenir Publishers.
Noten

[1] Bron: De kaart van het ‘Aards Paradijs’ ― Atanasius Kicher (1601-1680), Uit: Arca Noë; het ‘Aards Paradijs is gevestigd naast de Armeense hooglanden, tussen de rivieren de Tigris en de Eufraat, met gewapende engelen die de ingangen bewaken en verschillende dieren, allemaal buiten het paradijs; foto Rita Willaert, Historisch museum, Yerevan, Armenië.
[2] De Chaconne van Leo de Klerk en Marietta Petkova

Avatar foto

Ik studeerde vijf jaar hoofdvak piano op de conservatoria in Den Haag en Utrecht. Daarna volgde ik enige lessen bij Louis Kentner in Londen. Mijn tweede man Marco de Vries (o.a. oprichter van het Helen Dowling Instituut) bracht mij in aanraking met de nu 96-jarige pianiste Elly Salomé. Haar lessen die ik nog wekelijks volg zijn vanwege haar enorme kennis en betrokkenheid een inspirerende en verrijkende (zowel ei als ij) ervaring.

Schrijf een reactie