Onmogelijk verlangen

0

Ton Latbouwers

Teisho tijdens ‘Zen-onder-de-Dom’, Utrecht, september 2000[1]

Inleiding

Vooraf zou ik een soort inleidende opmerking willen maken, die ik het liefst altijd zou maken, namelijk om steeds weer duidelijk te maken dat taal glibberig is, dat elke woord een valkuil kan zijn en dat elk woord onherroepelijk gekleurd is door de eigen betekenissen die het heeft, de unieke betekenissen voor de persoon die het uitspreekt.

Voor mij bijvoorbeeld. Dat is onvermijdelijk. Het woord dat ik uitspreek heeft voor u een andere betekenis. Dat speelt altijd mee.
Ik zag eens ooit in de schouwburg in Amsterdam een toneelstuk van Vondel, en daarin werd gezegd:

“waar de een om lacht, daar huilt de ander om”.

Je kunt dus nooit een gezegde verabsoluteren en je kunt evenmin verwachten dat iedereen hetzelfde daarop reageert.

Het blijft iets persoonlijks, en het moet ook iets persoonlijks blijven. Dan kan er een vonk overkomen. En bij iedereen is dat anders en bij elke ontmoeting is dat anders. En er is nooit een garantie, bij niets. Ook niet bij zitten, en ook niet bij praten.

Paul Miskotte

Daruma door Hakuin Ekaku[2]

Ik hoorde onlangs iets waardoor dat opnieuw duidelijk voor mij werd. Ik sprak met een oude protestantse theoloog, die ooit gedoctoreerd was bij Miskotte. Paul Miskotte was indertijd een heel bekende protestantse hoogleraar in de theologie. Ik moest hem lezen van Fortmann toen ik werkte aan mijn doctoraat. Ik vond het moeilijke taal. Nochtans was Miskotte iemand van mijn tijd, uit de vijftiger jaren. Een vernieuwer met nieuwe manieren van denken, die veel dingen open brak.

De theoloog die ik sprak, die bij hem gedoctoreerd was, vertelde het volgende. Ik heb jaren college gelopen maar ik heb zeven jaar nodig gehad om te ontdekken wat hij bedoelt met bepaalde woorden. Zeven jaar! Iemand van zijn eigen geloof, van zijn eigen tijd, waar hij nauw mee omging en toch zeven jaar.

Verhalen uit de 10e eeuw

Woorden kunnen gevaarlijk zijn. En zeker als ze dus uit een andere cultuur komen. Miskotte is dan nog van onze cultuur.
Maar wij werken met teksten, met sutra’s en koan-teksten en beschouwingen over koan-teksten uit de 10e eeuw zoals: Verhalen van de blauwe rots.
Dit zijn 100 verhalen bijeengebracht door een monnik in de 10e eeuw, met een zeer diep commentaar voorzien. Maar het komt uit zo’n andere cultuur, dat mogen wij nooit vergeten. Totaal anders.

Een nieuwe vertaling

En dat blijkt nu, want er is nu een nieuwe vertaling op komst, ook in China, waaruit blijkt dat de teksten niet kloppen waarmee men tot nu toe gewerkt heeft. Die kloppen niet, maar desondanks hebben ze wel hun werk gedaan. Dat kan. Het kan zijn werk doen terwijl het niet klopt. Gelooft u dat?

Een Russisch-orthodoxe bisschop

Benjamin Britten[3]

Ik zal u een bewijs geven dat mij het meeste geraakt heeft. Ik ken een Russisch-orthodoxe bisschop. Ik heb hem gekend toen hij nog geen bisschop was en hij was toen nog getrouwd. Zijn vrouw is overleden en dan kun je bisschop worden. Dus er is altijd hoop bij de Orthodoxe kerk!

Hij vertelde mij ooit dat hij atheïst was geweest, een absolute atheïst en cynicus die nergens in geloofde. Hij hield echter veel van muziek, werkte samen met Benjamin Britten, de Engelse componist. Op advies van deze componist ging hij een keer naar een Russisch-orthodoxe viering in Londen. Dat raakte hem zo diep dat dat zijn leven veranderde. Zijn hele leven veranderde. Er ging iets open.

Misschien zegt u dan: ja, dan had hij beter zen kunnen doen dan Russisch-orthodox! Nee, voor hem was het dat. Zijn leven veranderde. Hij heeft mij dat dikwijls verteld:

“Het was de grootste genade van mijn leven dat ik daar stond en luisterde”.

En naderhand kon hij niet anders dan naar die bisschop gaan die toen preekte.

Deze bisschop leeft overigens nog en is één van de weinige orthodoxe bisschoppen die belangstelling heeft voor het boeddhisme. Een zeer open man en de enige orthodoxe bisschop die ik ken, die ronduit zegt:

“Ja, als ik geen zware mot zou krijgen met mijn collega’s in Rusland, zou ik gerust vrouwen tot priester kunnen wijden in de orthodoxe kerk”.

Dat is wat, hè. Dat is een stap zó open. Deze man, die dus laat ik zeggen die ommekeer meemaakte, ging naar deze bisschop om hem te bedanken voor zijn woorden tijdens de preek. En wat zegt deze:

“Maar man, sorry hoor, ik heb precies het tegenovergestelde bedoeld. Ik heb precies het tegenovergestelde bedoeld van wat jij opgevangen hebt, ik heb het totaal anders bedoeld”.

Nochtans kwam daar de vonk over. Is dat niet prachtig!

Zen is voortdurend in beweging

Dat is mooi. Houdt dat maar in de achtergrond erbij bij deze teisho. Hoeveel meer moeilijk moet het zijn als wij teksten lezen uit een totaal andere tijd, uit een andere cultuur, uit een andere religie. En toch kan daar iets uit oplichten, altijd. Maar het laat wel zien hoe moeilijk het is, en dat het uitkijken is.

Maak er nooit een ideologie van. Maak er geen ideologie en filosofie van. Dat gebeurt gauw, en dat doen wij allemaal. Wij raken aan iets en we denken: nou weet ik het. Dit is zen. En blijf daar verder met je handen vanaf. Ik doe het al zoveel jaren. Dit is zen. Nee dus! Zen beweegt en leeft en groeit en verandert. En vindt elke keer een nieuwe uitdrukking. En elke nieuwe uitdrukking stolt onherroepelijk. Het is niet erg als we het maar zien. Het kan altijd weer smelten.

Teksten drukken een intense ervaring uit

En daarom is het denk ik belangrijk om naast de klassieke teksten ook stil te staan bij eigentijds getuigenissen. Misschien denkt u, ik heb geen teksten nodig, we doen het met zitten. Ja wij doen het met zitten. Maar teksten zijn uitdrukkingen uit een lange traditie. Uitgesproken en uitgedrukt op een moment waarop mensen iets heel intens hebben ervaren.

Zoals die Russisch-orthodoxe bisschop die ik ken, voor wie het ineens open ging. Er zijn van die beslissende momenten dat er iets open gaat voor iemand, waardoor dan ook. Zeg maar door een wonder van binnenuit, plotselinge verlichting. Plotseling wil zeggen, niet veroorzaakt door iets, niet het gevolg van iets.

En dat maakt het zitten en het oefenen en de stilte niet minder belangrijk. Maar dat plotselinge is niet het gevolg en het resultaat daarvan. Dat plotselinge, dat wil je uitdrukken. En tegelijk kun je het niet uitdrukken. Juist dit niet. Er zijn geen woorden voor en toch probeer je het, aarzelend.

Pasternak

Dr. Zhivago[4]

In een eigentijdse taal heb ik dat ooit gevonden bij Pasternak in Dr. Zhivago. Hebt u de film gezien? Hij is op video te krijgen. Wellicht kent u dan Lara’s song, de liefdesgeschiedenis. Het is een zeer indrukwekkend boek. Pasternak was een eigentijdse mysticus, een zeer diep mens. Ik heb bij hem teksten gevonden over die innerlijke ommekeer, en hij beschrijft dat in zijn eigen taal als hij spreekt over de dood van Majakovski, een vriend die suïcide pleegt.

Het zijn voor mij een van de meest intense en diepe teksten over wat leven en dood is en wat ommekeer is. Ommekeer. Hij heeft daar ook geen woorden voor, maar hij zegt dat het zo nieuw is. Hij schrijft dan over Majakovski, die dat meemaakte voordat hij uit het leven stapte, dat kan dus ook nog. Dat je desondanks eigenlijk niet meer kunt leven.

Hij schrijft dat het zo nieuw was en zo’n breuk met alles wat voorbij was, dat hij daar alleen maar over kon praten in zijn poëzie. Het lijkt nog het meest op de dood, zo zegt hij ergens. Het is zo nieuw, zo’n breuk met alles wat vroeger was, dat je zo moet zeggen: nee, nee, nee, nee.

Lara

Boris Pasternak[5]

Dus dat dit het meest op de dood lijkt. Dat is heel diep, hè. Hij herhaalt tot drie keer toe, dat dit het meest op de dood lijkt maar de dood niet is. Nieuwe geboorte. Nieuwe geboorte. Maar naamloos. We hebben er geen woorden voor.

En in diezelfde roman staat iets prachtigs. Lara, die niet gelovig was in de traditionele zin, ging dikwijls naar de kerk en dan luisterde ze. Waarom? Om de goddelijke poëzie, de woorden, de muziek te horen over het leven. Dat is prachtig, hè.

De goddelijke woorden die ooit in een traditie zijn geformuleerd over het leven. Want, zo zegt ze, zonder dat is het leven ondragelijk. Ook voor haar soms. En je kunt niet altijd zelf die woorden scheppen. Wij zijn geen dichters. Wij kunnen niet altijd de woorden vinden om dat onnoembare uit te drukken, wat in ons hart leeft. En toch voelt zij zo dat ze de nood heeft aan uitdrukking, en dan luistert ze naar de woorden die bestaan, en dan komen die woorden voor haar tot leven. Dat is een schitterende passage.

Oude teksten kunnen levend worden

Datzelfde heb ik gelezen bij een Nederlander, Terborg, een zeer mystieke Nederlandse schrijver. Het verhaal speelt nota bene ook in Rusland, ook in een kerk. En hij ergert zich dood aan de liturgie en aan die woorden, en vraagt zich af: wat moet ik ermee?
Misschien denkt u dat ook wel eens van zen en van de sutra’s.
En dan ineens, ineens gaat er voor hem iets open. Dat is een prachtige beschrijving. Oude dode teksten kunnen levend worden, de ziel kan erin komen. Dat kan. Dat kan met oude teksten, al staan ze ver van ons af. En het is ook goed dat ze elke keer opnieuw verwoord worden.

Bespreking van ‘koan’, de onmogelijke vraag

Over één van die verwoordingen wil ik nu iets zeggen omdat ik daar gisteren met een groep op gewerkt heb. Eens in de maand kom ik met een aantal mensen in Zutphen bij elkaar, en dan houden we ons bezig met wat in de taal van zen ‘koan’ heet, ofwel de onmogelijke vraag.

Klassieke teksten uit de Pi Yen Lu, teksten van Rinzai (Lin Ji in het Chinees), teksten uit de Mahayana traditie. Teksten die uitdrukken hoe mensen heel diep met die vraag zaten: is er überhaupt nog hoop en perspectief als ik het leven zie.

We lezen ook een tekst van Hisamatsu, o.a. bekend van ‘De gelofte van de mensheid’, die wij regelmatig citeren. Dat is een eigentijdse tekst. Hij was professor in de filosofie, maar je hoeft er helemaal geen professor voor te zijn. Maar bij heeft wel de gave om eigentijdse taal te gebruiken, en met een hele grote kennis van de manier waarop in het Westen gepraat en gedacht wordt. Hij kent de westerse filosofie en theologie van haver tot gort.

Betrokkenheid

In deze koan-studiegroep hebben we gisteren een stuk tekst van Hisamatsu besproken. We zitten dan eerst een half uur, en vervolgens praten we met zijn zessen heel informeel waarbij een ieder kan zeggen wat hem of haar raakt in die tekst. Echt raakt. Niet dat het theorie blijft maar watje wat doet. Desnoods dat het woede oproept of irritatie.

En dan proberen wij daar wat dichterbij te komen en te kijken: wat herken je daarvan in je eigen leven. Wat herken jij daarvan? Dat het niet abstract blijft, wat altijd een gevaar is. Het kan lijken of het abstract is. Je praat over Hisamatsu en over sutra’s en zen en intussen gebeuren er dingen die totaal niet in te passen zijn. Wel, die betrokkenheid is om het wel te doen inpassen.

Hisamatsu

Ik zou die tekst van Hisamatsu, getiteld: ‘The Vow of Humankind, Toward an Open Dôjô’, iedereen aan willen raden. Ik heb zelden zo diep en zo eigentijds verwoord gezien wat in de taal van zen ‘koan’ beet, of heter gezegd: de onmogelijke vraag van het leven. Of als u het liever zo noemt: de impasse.

Hij spreekt over het niets en bij heeft dat heel diep beleefd. Het gevoel dat je dieper en dieper gaat in de meditatie, in je leven, in de aandacht, stuit op afgrond, zoals hij het noemt. Afgrond waar je nooit raad mee weet. Het niets. De leegte in een negatieve zin, leegte, het zwarte niets. Daar is geen ontkomen aan, en dat is lijden. Zeer pijnlijk en verscheurend, en dáár begint de opstanding. Daar begint de verrijzenis. Hij gebruikt opmerkelijk genoeg dat Christelijke woord.

De verrijzenis

De verrijzenis begint in die diepste dood van het niets, waar je niets meer ziet, waar je op niets terug kunt vallen. Vandaar zijn koan:

 “Wat je ook doet, het werkt niet. Wat ga je doen?”

Met het accent op doen en niet: wat zie je dan? Een zwart gat, een afgrond. Oké, je zit er middenin, je bent het zelf. Wat ga je doen? Opstaan uit de doden, verrijzenis. Zo totaal, zo allesomvattend, zo grenzeloos, dat herhaalt bij wel 10 keer.

Ik heb geen tekst uit de eigentijdse zen gevonden die zo diep daarbij komt. En ineens kun je geraakt worden door zo’n tekst, of door de oude teksten, de andere verbalen van zen.

Iedereen heeft zijn eigen verhaal en dat moet ook. Het moet uniek en persoonlijk en intiem blijven Intiem, zoals het ook staat in de tekst van Bodhidharma, die naar China kwam. Het staat er letterlijk in de Sandokai: van hart tot hart, op intieme wijze. Dat is nog intiemer dan erotiek en seksualiteit. Dat is zo intiem, zo uniek, zo persoonlijk.

De grote vertwijfeling

Die afgrondervaring kan wanhopig kan zijn, de Grote Vertwijfeling, net als bij Kierkegaard. Hisamatsu en Kierkegaard hebben elkaar nooit gekend. Misschien heeft Hisamatsu Kierkegaard gelezen. Het is een andere taal net als bij Sjestov, het is een andere taal en toch opent het hetzelfde. Dood en verrijzenis. En dat alles mogelijk is.

En vooral dat het leven gaat stromen waar het lijkt of het juist niets meer is. En dat alles wat wij leven noemden en dachten dat het een houvast was en een zekerheid, of het uit zen komt of uit het christendom of uit wat dan ook, dat dat wegvalt. Net zoals het in de hartsutra wordt verwoord. Alles valt weg.

Chinese text of the Heart Sūtra[6]

En ineens stroomt daarjuist dan het leven. Opstanding, verrijzenis. En hij gebruikt dus dat woord nihilisme, niet dat romantische nihilisme van: ik geloof niks. Dat is nog maar het begin van het begin, zegt bij. Maar echt nihilisme is: er is niks, ik heb niks, er is niks, ik wil iets pakken, ik wil grond onder mijn voeten hebben maar ik ontdek wat Johannes van het Kruis benoemt als:

“Zonder steun. Zonder grond en toch gedragen”.

Johannes van het Kruis noemt het ook wel:

“De afgrond is mij licht genoeg”.

En het blijft stamelen. Maar die tekst is zo belangrijk. Hij is van onze tijd en geschreven door iemand die de noodzaak zag uit te breken uit de verstarring, die de vernieuwing zocht. Dat is een hele weg van Hisamatsu geweest, steeds opnieuw, steeds opnieuw.

Alleen en betrokken

Leest u a.u.b. deze tekst en laat deze woorden in u doorwerken, deze woorden over die leegte en die afgrond, die angst en dat lijden, dat hele diepe lijden. Oorspronkelijk stond er zelfs ‘agony’, d.w.z. doodsstrijd, heel diepe verscheurdheid. Dat is zo uniek, je bent daar zo alleen in dat je daarop dat punt niet door een ander geholpen kunt worden. Die stap doe je alleen. Totaal alleen.

En juist daar — het blijft een paradox zolang het woorden blijven — ben je het meeste, het dichtste en het intiemst betrokken op anderen. En juist uit die afgrond, uit die diepte en leegte, daar waar het gaat stromen, waar verrijzenis begint, ontstaat de compassie, betrokkenheid, ontmoeting.

Als er één auteur is in de zentraditie, eigentijds, die benadrukt dat we met anderen te maken hebben, wat de gelofte aan de mensheid ook uitdrukt, ook om de concrete problemen op te lossen, dan is het wel Hisamatsu. Het gaat hem om het concreet lijden. Niet alleen het geestelijke lijden, die wanhoop, de dood, maar het concrete lijden in alle vormen.

Het diepe verlangen

Iemand in eerdergenoemde studiegroep zei dat het opvallend is hoe vaak in die tekst het woord terugkomt: ‘deep desire’. Waar val je op terug als je niets meer hebt? Tegen alle evidenties in is daar dat diepe verlangen. Dat verlangen naar wat? Dat kun je niet zeggen.

Hij noemt het: bevrijding, emancipation, enlightenment, verlichting, verlossing, bevrijding, openheid, leven, bloei. Een diep, diep verlangen en een diepe wil om daar bij te blijven. Woorden waarvan ik moet zeggen dat ze helaas in de boeddhistische traditie behoorlijk gewantrouwd worden.

We hadden een tijd geleden een conferentie op de Tiltenberg. Iemand zei daar dat het in boeddhisme toch heel sterk leeft, dat zolang er verlangen is het niet volmaakt is. Zelfs als ik verlang anderen te redden, als ik verlang dat er uitkomst is voor anderen is het nog onvolmaakt.

De Boeddha kent geen verlangen meer. Dat is zo’n diep en vaak herhaalde opmerking, die niet klopt. En daarom is het zo bevrijdend te zien wat er staat in deze tekst van Hisamatsu, en dat het gaat over “deep, deep desire”.

Het wordt licht

Why has Bodhi-Dharma Left for the East movie[7]

Ik zou u willen zeggen, durf a.u.b. bij uw eigen ‘deep desire’ te blijven, al kunt u het niet onder woorden brengen. Hopelijk kunt u het niet onder woorden brengen. Maar iedereen heeft een intuïtie ergens van dat jouw isolement doorbroken wordt en dat van anderen doorbroken wordt, dat het licht wordt.

Dat het licht wordt zoals in de Zuid-Koreaanse film ‘Waarom vertrok Bodhidharma naar het Oosten?, waar die oude monnik in de nacht een lantaarntje aansteekt voordat hij sterft. Velen van u zullen die film gezien hebben. De mooiste passage is, dat hij met zijn oude bevende hand dat lichtje aansteekt in die pikdonkere nacht en dat hij dan zegt:

“Het heelal is in duisternis gehuld, ontsteek het licht van je hart”.

Dat is hetzelfde als wat die tekst van Hisamatsu zegt: opstanding. En dat is hetzelfde, ook voor deze monnik, als totale betrokkenheid, want hij steekt het aan voor anderen, voor die twee andere monniken, die door het donker terug moeten naar zijn lichtje, naar zijn klooster.

Wat verlangen wij? Thuiskomen. Wat is thuis? Ik weet het niet. En toch hebben we een diep gevoel daarvan. Nostalgie paradisiac. Heimwee naar het paradijs.

Ik had het over die Engelsman, die musicus, die Russisch-orthodox bisschop werd in Frankrijk. Zijn overleden vrouw was een Tartaarse. Soms zong ze en lachte ze en danste ze als een wilde. En soms als ze ineens begon te huilen vroeg haar man, die nu bisschop is:

“Waarom huil je, pourquoi tu pleure?”

En dan zij ze:

“nostalgie paradisiac.”

Dat is waar Hisamatsu over praat: ‘deep desire’.

Desire en detachment

Levinas[8]

Dat is waar de Mahayana teksten over praten. Dat is ook waar de oudste boeddhistische teksten over praten. Die gebruiken twee woorden voor desire. Het ene is desire naar een object: ik wil iets bezitten, attachment en dat is eigenlijk verlangen wat zich hecht aan iets: ik wil dit, ik wil dat of ik wil die persoon en ik zal dat en ik zal zus en ik zal zo.

Maar hoe meer het verlangen getekend wordt door detachment, door onthechting, hoe dieper het verlangen wordt.

Dat kun je ook bij Levinas lezen: verlangen wat niet ingevuld wordt, wordt steeds dieper. Je kunt het niet meer onder woorden brengen maar het is wel verlangen. Het is wel leven. Het is niet meer van rubber. Het stroomt juist veel meer. Dat is wat in die tekst ook zo diep uitgedrukt wordt.

En nogmaals het is heel belangrijk want er wordt zo vaak gezegd: je mag niet verlangen, zelfs niet naar de bevrijding. Alstublieft verlang, maar vul het niet in! Dwing niets af maar verlang. Deep desire naar emancipation. En durf dat te zien dat ‘nihil’, die leegte. En voor iedereen is dat anders. Een leegte. Die afgrond.

Concrete voorbeelden

Ik zal er om het wat levend te maken hele concrete voorbeelden van geven. Daardoor wordt het ook wat persoonlijk, maar ik kan dat niet anders omdat het mij raakte, omdat het met mij gebeurde. Zoals gisteren in die studiegroep toen wij over die tekst spraken bijvoorbeeld.

Iemand vertelde hoe onlangs een kennis uit het leven was gestapt, iemand waarvan niemand het verwachtte. Uiterlijk vrolijk, humoristisch en toch: hij kon niet meer. Hij bleek dus al heel lang niet meer te kunnen.

En voor de mensen die achterblijven, ook in die studiegroep was dat onaanvaardbaar. Om allerlei redenen onaanvaardbaar. Eén van die mensen in die werkgroep die al 25 jaar zen doet, had een boek van Alvares gelezen over zelfmoord: ‘De wrede god’. Het beschrijft een aantal gevallen over mensen die uit het leven stappen en hoe het christendom daarmee omging. Ze mochten niet kerkelijk begraven worden. Ze werden veroordeeld. Als de zelfmoordpoging niet lukte, werden ze naar het ziekenhuis gebracht en bijgespijkerd. De wond werd dichtgenaaid, ze gingen voor de rechtbank en werden ter dood veroordeeld.

Sorry, dat is verschrikkelijk. Dat vooroordeel. Dus u kunt zich voorstellen uit een christelijke familie, een katholieke familie, daar stapt iemand het leven uit en de radeloosheid van deze mensen. Wat kunnen wij doen en het eerste is: wij kunnen niks doen. Dit is te laat, wij kunnen niets meer doen.

Kobori

Kobori Nanrei Sohaku[9]

En daar was iemand die zei: nee, en dat kwam zo diep van binnenuit, nee, ook die valt onder de gelofte, dat kan ik niet loslaten. Ik weet niet wat ik moet doen. Kan ik daarvoor bidden. Een lichtje aansteken? Kan ik die gedenken? Werkt dat? Is dat flauwekul? Is dat nonsens? Kan ik daarvoor zitten in meditatie? Zitten en daar de kracht in vinden?

Stil zitten bij je lichaam blijven

Ik moet denken aan wat Kobori tegen me zei toen ik 30 jaar geleden, ook op een punt waarop ik het helemaal niet meer zag, daar in zijn klooster aankwam. Je ging daar zitten, en dat was ook stilzitten en ik hoorde hem vaak zeggen:

“Kobori zit stil”.

En daar heb ik ook wel wat van geleerd. Maar ik heb ook daarvan geleerd dat hij zei: wat er ook met jou gebeurt van binnen, al voel je je nog zo wanhopig, al vliegt het dak van de zendo eraf en valt de bodem onder je weg, jij blijft zitten en druk dat uit met jouw lichaam, niet met je kop. Wat er in die kop is, is onbelangrijk. Met jouw lichaam druk jij die kracht uit.

Daar heb ik veel van geleerd. elke keer weer die instructie. Zit recht en krachtig, zit stil en blijf bij je lichaam.

“Body and mind must be one”,

zei hij dan. En dan zei hij er altijd bij als een stoot onder de gordel tegen een intellectueel, die ik toch was:

“Very difficult for western scholar”.

En toen lachte hij en zei hij:

“But very difficult for a zenmonk in Japan as well”.

Dus lach niet te snel. Dat is het, hè?. Ineens werd die tekst, die wij lazen van Hisamatsu, heel concreet doordat een paar mensen in die groep met deze gebeurtenis van suïcide geconfronteerd werden.

Diepe vertwijfeling

En ook het diepe verzet: waarom moest iemand zo afzien en lijden en uiteindelijk eruit stappen? Moet ik daar alleen maar in berusten, het naast me neerleggen? Kan ik niks? Of kan mijn deep, deep desire naar wat het ook is, ook die persoon omvatten?

En dat jij heel diep van binnenuit weet, dieper dan alles, ja, dat dat opstanding is. Ineens werd dat levend. Ineens werd dat voor mensen levend. Ik weet niet of u zich dat voor kunt stellen als er in je eigen omgeving of iemand die je dierbaar is, heel dichtbij, zoiets meemaakt. Dat die niet meer wil of kan leven, dan gooit dat je hele wereld ondersteboven.

Dan kan een afgrondervaring zijn, dan kan zo’n diepe afgrondervaring zijn, zo’n wanhoop, zo’n vertwijfeling waar Krishnamurti over praat maar vooral Kierkegaard en mijn favoriete Sjestov, en hier ook Hisamatsu. Dan kom je op dat punt waar de ommekeer begint, waar juist het nieuwe begint, het onmogelijke.

Klappen in een hand

Menselijkerwijs is dat onmogelijk. Alles in ons zegt: hier ben ik machteloos. Hier ben ik machteloos. Hier kan ik niks doen. Toch kunnen we wat doen. En dat heeft alles te maken met in de zen de doodgewone koan soms. Waarvan je denkt als je die koans hoort, wat heeft dat te maken met zulke verschrikkingen? Bijvoorbeeld de koan: wat is het geluid van het klappen in één hand?

Toen ik bij die Kobori zat, die dat zei van die western scholar, zat daar een Amerikaan, die zei tegen mij: nou, ik zie het gewoon niet meer zitten. Ik heb die koan van het geluid van het klappen van in een hand en ik heb al alles naar voren gebracht. Jarenlang ben ik bezig. Kom ik bij die man en dan zegt bij: wat is het geluid van het klappen in één hand?

Klapgeluid, dit. Fout, bedankt. Klapgeluid. Fout, eruit. U kent dat plaatje misschien op het tijdschrift Zen in die aflevering over koan. Daar zie je zo’n oude meester zitten. Hij pakt het belletje al voordat die student al wat over zijn lippen heeft gekregen. Wat is het antwoord. Is daar een antwoord? U kunt zeggen er is geen antwoord. Dat klopt.

Het onmogelijke uitdrukken

Het is een stap verder. Het is onmogelijk, en durven wij dat toe te laten dat dat onmogelijk is? Dat geluid van het klappen in één hand is menselijkerwijs onmogelijk en toch wordt gevraagd druk het onmogelijke uit. Dit is een vorm waarin ineens dat levend kan worden. Druk het onmogelijke uit. En soms kan dat soms ineens. Zoals met die persoon in die studiegroep die ineens voelt: ik capituleer niet voor deze verschrikking.

Het is hetzelfde wat een Russisch schrijver een keer zei, die al zijn familie in Auschwitz verloren had en dat mij zeer geraakt heeft: wil ik dan het onmogelijke? Ja, ik wil het onmogelijke! Dat is ook wat je tegenkomt bij Kierkegaard en bij Nagarjuna, na de Boeddha de bekendste figuur in het Boeddhisme.

Grenzeloos

Hij of zij die uit de leegte leven weten dat het onmogelijke mogelijk is. En dan hoefje het niet eens meer uit te drukken, zus of zo. Dat is bijkomstig. Je hele bestaan drukt het uit. Zwijgend. Zwijgend soms, zonder woorden. Misschien met tranen, misschien met een glimlach. Misschien met humor. Maar je kunt het uitdrukken.

Zoals in het evangelie staat: niets zal u onmogelijk zijn. Als we het lezen, denken we: och, Christelijke prietpraat. Nee, het is waar, niets zal onmogelijk zijn. Dat is grenzeloos. Dogen gebruikt het woord grenzeloos in één tekst 27 keer. Mu ge, mu ge, geen grenzen. Geen grenzen. Ook niet al denk je: ik sta voor een muur. Dat is het. Het onmogelijke is mogelijk. En dit is maar een vorm van die hand (geluid van handgeklap). Een manier.

God is mogelijkheid

A portrait of Xuanzang — foto Joke Koppius

Maar het gaat om dat leven wat Bodhidharma uitdrukt als hij zegt: oneindig ruim, oneindig ruim en niks specifieks heiligs. Want als ik zeg: dit is heilig, zeg ik ook: dat is niet heilig. Nee. Voorbij alle dualisme. Ook voorbij mogelijk en onmogelijk. Zoals Kierkegaard dat zegt: God is mogelijkheid. Dat vind ik zo bevrijdend.

Of in de taal van zen: ons oorspronkelijk gelaat is mogelijkheid, grenzeloos. Dat is leven. Dat is wat Hisamatsu probeert uit te drukken in die tekst en dat is wat mij daar heel erg in raakt. Dat gaat tot de diepste dood en daar is opstanding. Daar waar niets meer is, is opstanding. Dat is ook menselijkerwijs onmogelijk.

De monsters voorbij

Daarom hebben we daar allemaal zon angst voor. Mijn geliefde en favoriete auteur Shestov die zegt: juist de dingen waar je bang voor bent, die verbergen iets wat oneindig groot moet zijn. Kijk maar naar sprookjes. In sprookjes worden de schatten altijd bewaakt door monsters en je bent bang voor die monsters. Maar als je aan die monsters voorbij bent dan ontdek je de schat. Dat is met alles. Ook met de dood. Ook met de verschrikkingen.

En dat is mooi, en theoretisch klinkt dat goed maar in de werkelijkheid is dat heel moeilijk. En daarom haalde ik dat voorbeeld aan van dat gesprek gisteren in die koan-studiegroep over zo n heel concreet geval.

Zen at war

Dezelfde avond hebben we een video bekeken van een tv-documentaire, die enkele maanden geleden is uitgezonden door de VPRO, en die mij zeer geraakt heeft. Het was een gesprek tussen een aantal Nederlanders, die in de Jappenkampen in voormalig Nederlands Indië hadden gezeten en hun kinderen en Japanse bewakers, die nu al oud zijn en de kinderen daarvan. Het was schokkend. Twee uur lang.

U kent misschien de commotie naar aanleiding van het boek: ‘Zen at war’. Een publicatie, dat laat zien hoe het zen-establishment in de oorlog bijna in zijn geheel de verkeerde kant gekozen beeft. Dat is dramatisch. Dat is schokkend. Zo schokkend dat veel mensen daar absoluut geen raad mee weten.

Ama Samy, een vriend van me, een zenmeester, heeft zich sindsdien losgemaakt van zijn Japanse zen richting, want de meesters daar in die traditie hebben met die oorlogsvoering zo verschrikkelijk gecollaboreerd dat hij met zijn hart niet meer kan verdragen.

Onlangs schreef in het boeddhistische tijdschrift Tricycle een zenpriester uit de Soto zen:

“Misschien is dit wel een vraag waar wij nooit mee in het reine komen. Misschien is dit wel de meest onmogelijke vraag: hoe is het mogelijk dat fully enlightened masters, die 30-40 jaar gemediteerd hadden, zulke grote blinde vlekken hadden”.

Daar heb je nou zo’n onmogelijke vraag van het leven. Dat is voor sommige mensen in de zen traditie een heel concrete onmogelijke vraag: hoe ga ik verder met mijn traditie als mijn traditie zulke blinde vlekken had? Ik moet erbij zeggen: vlucht niet naar een andere religie, niet naar het Christendom. Het is van hetzelfde laken een pak. Als u leest wat in de middeleeuwen gebeurt, met de heksenverbranding en de inquisitie. Dat is ook ontzettend en dat brengt je bij de menselijke conditie.

“Wat is er met de mens gebeurd?”,

zoals Fortmann dat schreef. En dat is dezelfde vraag van Hisamatsu: wat is er met de mens gebeurd? Hisamatsu is zijn vernieuwing onder meer begonnen omdat hij zag wat er van het establishment in de zen traditie geworden was. Hij stelt een vraag. Hij trapt het niet af. Hij ziet de waarde, hij ziet de diepte daarvan, maar hij stelt wel alles in vraag.

Ook zichzelf. Ook zichzelf. Alles. En daar komt iets nieuws uit. Uit die impasse. En misschien is het woord impasse beter dan het woord koan. Koan klinkt abstract. Het klinkt exotisch. Dan behoor je tot de zenclub. Maar een impasse in het leven.

Emil Cioran[10]

Ik heb dat eens ooit gelezen bij de Roemeense filosoof Cioran. Eén van zijn boeken heet ‘Het bittere syllogisme’, maar het is heel diep. Hij zegt onder meer:

“Ik ben in mijn hart een boeddhist maar een boeddhist die er niet veel aan doet. Niet teveel beweegt”.

Maar hij is zeer authentiek. Hij gebruikt het woord koan niet, maar heeft het er in feite wel over. Hij heeft heel vaak gedacht, ik stap eruit. En dan zegt hij, nee en waarom niet?

Hoop op een nieuwe impasse

Moet je horen: ik heb de moed nog niet opgegeven. Ik heb nog altijd oneindig veel hoop. En waarom? Ik heb nog niet alle impasses doorleefd. Ik heb nog hoop op een nieuwe impasse. Ik heb hoop op een nieuwe impasse.

Daar ligt in: daar leef ik. Daar moet ik een onmogelijke stap doen. Daar gebeurt iets, iets wat menselijkerwijs niet meer mogelijk is. Dat is het. Ik hoop dat er iets van overkomt. Ik hoop op een nieuwe impasse want daar gebeurt iets, ja, waar ik los moet uit al mijn vooroordelen. Daar stroomt het. Juist daar.

Zen in de oorlog

En dat is wat in Tricycle aangegeven werd onder meer met dat probleem van de houding van zen in de oorlog. En daar ging dat VPRO­-programma in Nederland over.

Daar wil ik graag nog iets van zeggen. Iets wat mij heel, heel erg raakte, en dat ook liet zien dat zuiverheid van hart, puurheid en echtheid niet automatisch samengaan met veel oefenen, veel trainen, veel lezen. Het programma was schokkend.

Ten eerste omdat de meeste mensen, die geïnterviewd werden van beide kanten zich ingroeven in hun vooroordelen. Wij hebben geleden in de kampen, jullie hebben ons gemarteld, jullie hebben ons geslagen.
En de Japanners bijna allemaal, ook hun kinderen: Ja maar, aan ons was de oorlog verklaard. Wij hadden geen benzine. Wij moesten wel. Wij waren voor jullie misschien de vijand maar jullie waren voor ons de vijand. Jullie waren de grote bedreiging. Wij hoorden dat, wij leerden dat, in een oorlog vallen er slachtoffers.

Daar werden heel veel dingen gezegd die erg teleurstellend waren.

Voorbij de vooroordelen

Maar er was een meisje van ongeveer 23 jaar, dat mij zo geraakt heeft. Zij kreeg net als de anderen de foto’s van de slagvelden te zien, van de verschrikkingen in Nanking, waar honderdduizenden Chinezen afgeslacht werden en later ook kreeg ze foto’s van afgeslachte Japanners. En zij was de enige die niets zei. Ze keek naar die toto’s en als Japanse hield ze zich goed. Die verbergen hun emoties.

De tranen liepen over haar wangen, maar ze zat kaarsrecht. Niet in een zen houding. Ze zat op een stoel, maar ik vond dat heel indrukwekkend zoals ze zat en luisterde en keek. Naar de foto’s keek en naar de interviewer keek. Ze was totaal van de kaart, ze was echt van de kaart.

De enige van de 40 personen die zweeg en die daar maar wat stamelde, dat ze er absoluut geen raad mee wist. Ze pakte een zakdoek en ze zei ontredderd: ik wist het niet. Ik heb mijn geschiedenis op school, ik hoor hoe de oorlog geweest is, ik weet dat er slachtoffers vallen maar hier zie ik Amerikaanse jongens, Chinese moeders en kinderen, Japanse jongens en we hadden allemaal onze families, onze moeder en onze kinderen en toch gebeurde dat.

Wat is er met de mens gebeurd? Wat is er gebeurd? Ik weet het niet. Ik kom daar ook niet uit. En dan zwijgt ze een hele tijd. Het was zeer authentiek.

Opstand en opstanding

Quan Yin — © Caroline Young

Ik heb echt gedacht, dat is Quan Yin, dat is een bodhisattva. Die is diep geraakt, die begint niet met een mooi verhaal van ja het lijden dit, het lijden dat. Niet eens over het onmogelijke mogelijk, maar ze zei wel: wat een ontmenselijking, wat verschrikkelijk!

Iedereen zou dat moeten zien! Ik zou het iedereen willen laten zien. Dat ik dat nu pas zie, dat ik dat nu pas ontdek. Dat was heel diep. En je zag ook haar opstand. Is dit het Leven? Wat een woede. Opstand. Maar je zag ook haar opstanding, nog recht te zitten. Die zuivere ogen en zich niet gewonnen geven.

En dat voornemen van: ik weet niet hoe ik het zal doen maar dit mag niet, nooit meer. En al verlies ik mijn kop, ik zal proberen, ik zal proberen het anders te doen. Wij moeten toch iets levend houden. Iets wat wij niet kennen. Die mensen moeten dat niet gekend hebben.

Die hebben iets verloren. Daarom doen ze dat. Waarom hebben ze dat verloren? Ik weet het niet. Ik wil het terugvinden en levend houden. Ja, wij moeten dat allemaal. Allemaal, zei ze. En misschien moet ik wel naar politici toe gaan, die oorlog willen voeren. En zeggen, kijk, kijk met die foto’s, wat gebeurt er in uw hart? Wat voelt u als uw kind daar ligt?

De tekst kreeg een gestalte

Daar ineens kreeg de tekst die wij ‘s middags lazen van Hisamatsu over die afgrondervaring, de diepte en de leegte en het niets, die opstanding en over dat intens suffering, agony, suffering, en desondanks opstand en het verlangen dat het anders is, deep desire, dat kreeg ineens in dat meisje een gestalte. Ineens werd dat levend. Dat heeft mij ontzettend geraakt. En vandaar dat ik het hier ook maar ter sprake breng.

Soms kan iemand die helemaal niet in onze traditie staat zoiets uitdrukken. En dat is belangrijk dat wij dat zien. Het is niet gekoppeld aan een traditie maar asjeblieft: blijf oefenen op een weg. Blijf oefenen.

Echte meditatie komt als genade

Zoals ik dat pas hoorde van een Amerikaanse zenmeester, Rap Anderson, de opvolger van Shunryo Suzuki. Deze zenmeester was vroeger erg hautain, ik vond hem niet zo plezierig, Na een aantal tegenslagen in zijn Leven, ook met zijn kinderen en een aantal hartinfarcten is hij erg veranderd. Ja, eigenlijk kun je niets, zei hij.

Ik kan de vorm aannemen. Ik kan oefenen, oefenen in de vorm, maar het is geen meditatie. Ik kan zitten. Ik kan sesshins meedoen. Ik kan me houden aan de regels, aan de discipline en doe dat alsjeblief met mij nauwgezet maar wij doen dan geen meditatie.

De meditatie, zegt hij, de echte meditatie komt plotseling, als genade. Plotseling komt die in de vorm die ik aanneem. Dat kan ik niet afdwingen dat ze komt. Ik moet misschien eerst wel helemaal dood zijn in die vorm en weten dit is niks, niks.

Het geschenk

Mozes in brandend braambos[11]

Zoals het brandende braambos voor Mozes, de meest onaanzienlijke struik volgens de Joden. En daar ging ineens het licht aan op, aan het meest onaanzienlijke.

Zoiets zegt hij ook. Misschien moeten wij maar zo zitten met het diepe besef dat we niks kunnen en tegelijk dan ineens gebeurt het, van binnen uit. Of we dat nou de Heilige Geest noemen of het wonder of de boeddha natuur. Het wordt ons geschonken.

Laten wij ook maar zo terug de stilte en de oefening ingaan.

Noten 

[1] De tekst van deze lezing is door WW redacteur Gea Smit geredigeerd, en voorzien van afbeeldingen en tags.
[2] Bron: Hakuin Ekaku was one of the most influential figures in Japanese Zen Buddhism. He is regarded as the reviver of the Rinzai school from a moribund period of stagnation, refocusing it on its traditionally rigorous training methods integrating meditation and koan practice.
[3] Bron: Benjamin Britten London Records 1968
[4] Bron: Dr Zhivago
[5] Bron: Boris Pasternak (1910) by L. Pasternak
[6] Bron: Chinese text of the Heart Sūtra by Yuan dynasty artist and calligrapher Zhao Mengfu (1254–1322 CE) 
[7] Bron: Why Has Bodhi-Dharma Left for the East? movie
[8] Bron: Emmanuel levinas
[9] Bron: Kobori Nanrei Sohaku (1918-1992) was a Japanese Rinzai roshi and former abbot of Ryōkōin, a subtemple of Daitoku-ji in Kyoto
[10] Bron: Cioran
[11] Bron: Verhaecht Landschap met Mozes

Ton Lathouwers

studeerde wis- en natuurkunde, en Slavische talen en letterkunde. Hierna volgde hij gedurende vier jaar een studie vergelijkende cultuur- en godsdienstwetenschappen over de ontmoeting tussen Oost en West. In 1968 werd Ton Lathouwers benoemd tot gewoon hoogleraar Russische letterkunde te Leuven, met een nevenopdracht aan de theologische faculteit: religieuze thematiek in de moderne literatuur. In 1987 verkreeg Ton Lathouwers zijn officiële autorisatie (transmissie) als leraar Chinese Rinzai Chan van de Chinese Ch’anmeester Teh Cheng. Sindsdien begeleidt hij zengroepen in Nederland, België en Zweden.