Stilte

0

Ton Lathouwers

Teisho tijdens de sesshin 13-07-1996[1]

Het dubbelzinnige van het woord stilte

Vanmorgen heeft Chris in zijn inleiding benadrukt hoe belangrijk stilte wel is. Stilte en aandacht, wat niet hetzelfde is. Graag wil ik daar eens bij stilstaan, hoe moeilijk het ook is, want ook dit woord ‘stilte’ is glibberig en dubbelzinnig.
Enerzijds is het goed dat wij een afspraak maken en bijvoorbeeld gedurende twee dagen de stilte in acht nemen. Dat is één ding. Los nog van het feit dat dit niet gemakkelijk is.

Betutteling

Mensen voelen zich betutteld als ze tot de orde geroepen worden. Dat kan ik mij best voorstellen. Ik voel mezelf ook belazerd als ik, tegen mensen die blijven praten, telkens weer moet zeggen:

“Laten we in de stilte blijven.”

Een voorbeeld

Boedddha Bhumisparsha mudra[2]

Maar er is nog iets anders. In onze sesshins in Drongen is het wel eens voorgekomen dat iemand woedend werd om de stilte, letterlijk stond te stampvoeten en wegliep. Maar het is ook gebeurd, bij een andere sesshin, dat iemand wegliep precies omdat ze vond dat er te weinig stilte was.
Het was niet streng genoeg. Ze zei:

“Ik trap het af; het zijn altijd dezelfde die praten. Dit is geen stilte” .

Als ik zei:

“Blijf dan toch en zit het uit”,

antwoordde ze:

“Nee, ik ga. Volgende keer kom ik wel naar een andere sesshin.”

Maar de volgende keer komt ze op de Tiltenberg en zij ontmoet uitgesproken degene voor wie ze weggelopen is. Die zit pal tegenover haar. En het ergste nog: die spreekt haar aan. Ze zegt:

“Je hebt al eens een sesshin verpest”.

“Nou”

Zegt die ander:

“Ik moet iets kwijt”.

En ze hebben gepraat, van hart tot hart.
De persoon die eerst wegliep is mij later komen zeggen:

“Ik ben zo dankbaar dat ik haar ontmoet heb en dat wij toch gepraat hebben!”

Dit verhaal laat duidelijk zien hoe dubbelzinnig stilte is.

Wat is de stilte?

De motivaties doen er niet toe

Wat zijn mijn motivaties voor die stilte?
Ik kan er een hele rij opnoemen. We kunnen er dadelijk iets over zeggen. Maar uiteindelijk kom ik uit bij een stilte waar alle motivaties de mist ingaan. Uiteindelijk weet ik het niet. Sorry, ik weet het niet. Hier zit ik in de stilte. Ik kan niet anders. Ik breng het tot uitdrukking. De motivaties, de bedoelingen vallen weg en de stilte wordt dieper, echter, zuiverder. En tegelijk niet meer te pakken.

De sutras

Dit geldt trouwens niet alleen voor stilte. Het geldt voor alle andere dingen die je uit het leven kunt lichten: dood, ontmoeting, de zo-heid, wijsheid voorbij wijsheid. Alle begrippen die in de sutras staan.

Een onmogelijke vraag

In de Mumonkan – de belangrijkste verzameling zen-verhalen – staan twee beroemde verhalen over de stilte. Het zijn twee koans, onmogelijke vragen, waaruit blijkt hoe iemand die wil praten over stilte, over spreken en zwijgen, in een hoek gedreven wordt.

Onherroepelijk. Want we kunnen prachtige artikelen schrijven en mooie teisho’s houden, maar waar het in essentie altijd weer om gaat, is dat je ontdekt dat het een onmogelijke vraag is. Aan jou gericht. Op dit moment. Waarop jij een antwoord moet geven. Zonder houvast.

Het eerste verhaal

Mahakasyapa[3]

Het eerste verhaal gaat over een monnik, die aan zijn Chinese meester vraagt:

“Spreken werkt niet, maar zwijgen, stilte doet het ook niet. Wat ik ook kies, ik kom er niet uit. Wat moet ik doen?”

Het zingen van de merel

Eigenlijk ontdekt deze monnik dat spreken en zwijgen dualistisch tegenover elkaar staan. Geen van beide zijn een oplossing. Want hij wil vrij zijn van alle ‘keuzen’ en ‘dualismen’. Absoluut vrij. En het enige wat hij ontdekt is dat hij niet vrij is. Het blijft steeds een kiezen tussen het een of het ander. Wat dan?
En dan komt het antwoord van de Chinese meester:

“Ik heb vanmiddag gewandeld in het bos. Ik heb gekeken naar de bomen. Ik was ontroerd door de wind en de bladeren. Door het zingen van de merel…”

Is dit stilte?

Dat was het! Heeft dit iets met stilte te maken? Nee, het heeft er niets mee te maken. En het heeft er alles mee te maken.
Als wij dat lezen, denken wij misschien: “Ach dat is weer zo’n mooi raadseltje. Wat leuk. Daar kan ik eens op oefenen. Over twee jaar heb ik het opgelost. Weer een koan in mijn zak.” Maar dat is het niet.
Dat wordt helemaal duidelijk in het tweede verhaal.

Het tweede verhaal

De niet-boeddhist

Sariputta[4]

Een niet-boeddhist komt bij de boeddha. Al de discipelen staan er omheen: Ananda, Mahakasyapa, Sariputra. Zij zijn nieuwsgierig over wat de grote meester gaat zeggen.
De niet-boeddhist stelt zijn vraag:

“Spreken is het niet, zwijgen is het niet, stilte is het niet, wat dan?”

Als ik kies voor het ene, is het het niet. Als ik kies voor het andere, is het het ook niet. Wat dan?

De buiging

Gautama (de boeddha) zit doodstil en zegt geen woord. En daar zitten ze dan met z’n tweeën tegenover elkaar. Maar ineens staat de niet-boeddhist op. Hij buigt en gaat weg. En de boeddha staat ook op en buigt voor hem!
Hij weet het – die niet-boeddhist. Maar het is geen weten. Hij heeft ervaren wat het is. Hij heeft het tot uitdrukking zien komen in het zitten, in het zwijgen en in de stilte van de boeddha.

Ananda

Zo diep, zo plotseling, dat Ananda zegt:

“Nou, nou, die komt er wel heel goedkoop van af. Hij is nog nooit jouw leerling geweest. Daar komt hij en je buigt voor hem. En ik zit hier dertig jaar te ploeteren!”

Ja dat is zo. Ananda was een lievelingsleerling van de boeddha. Maar het was misschien een wat moeilijke jongen. Want tijdens het leven van de boeddha is hij nooit goed uit de verf gekomen. Dat kwam pas onder Mahakasyapa. Het is een heel wonderlijk verhaal.

Shibayama

Shibayama[5]

Maar het commentaar van Shibayama is nog wonderlijker, Shibayama zegt:

“Wat moet deze niet-boeddhist in een diepe impasse geweest zijn.
Aan de grens van de vertwijfeling. Helemaal aan de grens.”

Als we dat lezen, denken we: Nou, een beetje overdreven, hoor. Ik wil liever een ander soort zen. Heb je geen verhaaltje over chakra’s en vibraties en aura’s? Dan werk ik daar wel mee.

Nee, dit verhaal gaat over grote twijfel, over impasse, over aan de grens staan, niet meer verder kunnen. Als we dàt niet zien, dan worden het alleen maar mooie verhaaltjes. Of dan worden het ethische richtlijnen. Dan gaan we iets afspreken over de stilte. Maar hier ontdek je dat het niet dààrom gaat. Dat jij, in jouw situatie, op jouw manier jezelf hier tot uitdrukking moet brengen.

Ananda en Vimalakirti

Ananda[6]

Ananda en de andere monniken denken misschien dat de boeddha hen een wijze les geeft als hij stil is en zwijgt. Het commentaar daarop suggereert echter iets anders: oké dat is het antwoord van de boeddha.

Maar als je een ander neemt, Vimalakirti bijvoorbeeld, dan zie je dat die nooit stil is en voortdurend praat. De boeddha doet dit en Virnalakirti doet dat. En je kunt je aan geen van beide vastklampen.

Noch het een, noch het ander. Niet het zwijgen, niet het zitten, niet de oefening, niet de sesshin, niet de training, niet de koan-methode.

Doorbreek het dualisme

Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat langs waar je ook binnen gaat – hier is het langs de ‘stilte’, maar dit geldt ook voor andere aanknopingspunten als de ‘dood’, of het ‘lichaam’, of de ‘eenheid’, – je in deze impasse komt. Onmiddellijk kom je terecht in een dualisme. En er wordt precies gevraagd om dàt te doorbreken. Zelfs het dualisme leven – dood en ook, en in de grond is dat hetzelfde, het dualisme spreken – zwijgen.

Anders (als het niet in een levende act doorbroken wordt) wordt het een ethisch regeltje, zo iets van: jongens, wij spreken af dat wij gaan zwijgen, want de stilte zal het hem doen! Maar laten we ons geen illusie maken: de stilte doet het niet.
Niets doet het.

De stilte is belangrijk

Kierkegaard

Kierkegaard [7]

Toch is stilte heel belangrijk. Een van de mensen die daar prachtig over geschreven hebben is Kierkegaard. Kierkegaard heeft ontdekt wat stilte is. En ook dat dit eenzaamheid is. Wij willen altijd contact zoeken om onze eenzaamheid niet tegen te komen. Want stilte is bedreigend. Je kent toch die versregel, van Roland Holst:

Zij die alle stilte vrezen
hebben nooit hun hart gelezen.

Kierkegaard schrijft daarover in zijn dagboek. Ik ken geen mooier citaat over wat stilte betekent: (Hij schrijft over zichzelf als een ‘hij’):

“Naarmate zijn gebed dieper en inniger werd, ontdekte hij dat hij eigenlijk niets meer te zeggen had. En dus werd hij stil. Vanzelf. Hij werd heel stil. Hij dacht toen: de diepste vorm van bidden is stilte.
Zwijgen. Maar midden in die stilte: luisteren. Wakker zijn. Aandacht hebben voor alles. Voor de stilte. Voor wat er in hem opkomt. Voor wat we proberen weg te houden. Wat we overschreeuwen.”

Hij werd stil en luisterde. Wij denken: doe dat dan Kierkegaard, nu je het ontdekt hebt, hou dan je mond. Maar dat doet hij niet. Hij schrijft. Hij praat verder met zichzelf in zijn dagboek. Over de grote stilte. Het grote zwijgen:

“Ik schrijf maar. Ik formuleer maar. Het ene woord komt na het andere. Maar midden in dat schrijven ontdek ik een stilte die nog dieper is dan de grote stilte die er is als ik mijn mond houd.
Dat is het grote zwijgen. En naarmate ik meer schrijf bots ik er op dat ik het niet gezegd kan krijgen. Nooit.”

Paradox

Het is ten diepste een paradox. Hoe meer ik schrijf, hoe dieper ik ontdek dat daar die stilte is. Die roerloosheid. Dat zwijgen in mij. Het grote zwijgen midden in het spreken.
Dat is ook wat zoveel anderen ervaren. Je begint met een concrete regel… je begint met afwezigheid van geluid, je begint met de buitenkant, met een afspraak. En tenslotte ontdek je iets anders.

Een Russisch communist

Stilte in het bos[8]

In de autobiografie van een Russisch communist vond ik daar een heel ontroerend verhaal over. Het gaat over een vreselijk drukke man, een bezige bij, die overal meetings houdt, in het communistische Rusland.

Maar op een dag mist hij zijn trein. Hij moet vierentwintig uur wachten tot een volgende trein komt. Hij loopt te vloeken in een bos en gaat er tenslotte bij zitten. En dan gebeurt er iets. Tot zijn stomme verbazing ontdekt hij wat stilte is. Hij beschrijft het in een ontroerende tekst, deze communist, die nooit iets gelezen heeft waar je het etiketje ‘innerlijke weg’ of ‘spiritualiteit’ op kunt plakken.

“Ik heb nooit geweten hoe weldadig stilte kan zijn. Ik heb nooit geweten hoe weldadig het was en hoe wij dat alsmaar overschreeuwen. Er viel iets weg. Het werd nog stiller.

Plotseling was daar het hele diepe besef dat ik, als alle gedachten verwaaid zouden zijn, dan de diepste zin van alles zou raken. Van kinderen, van geboren worden, van dood, van wie ik ben.

Plotseling daagde er iets, en wel dat die diepste zin ontzettend eenvoudig is. Ontzettend simpel. Dat we alleen al die drukte van ons af moeten gooien. Dat we in die stilte moeten leren luisteren. Luisteren naar wat voorbij woorden is. Voorbij ons permanent geschreeuw. Voorbij onze drukte.
Nog even, nog even, ik voel het, het zal er zijn!”

Het lijkt geïdealiseerd. Was het maar zo, dat wij hier even gingen zitten en hetzelfde ontdekken wat deze Rus ontdekt. Dat alles meteen zo duidelijk en helder wordt. Maar z6 eenduidig is het niet.
Toch is dit een authentieke getuigenis. En het is waar: als wij stil worden doen wij grote innerlijke ontdekkingen.

Het einde?

Maar hoe eindigt het verhaal? Op dezelfde manier waarop dit stukje begonnen is: met een onmogelijke vraag. Want hij zegt enerzijds:

“Alles wordt helder, eenvoudig en simpel.”

Maar anderzijds is zijn enige antwoord als een wanhopig iemand naar hem toekomt en vraagt hoe hij eruit moet komen:

“Ik weet het niet”.

En niemand weet het. Niemand kan het je zeggen. Je zult het elke keer zelf moeten ontdekken. Dat is het Russische verhaal en dat is het verhaal van zen. Niets werkt zodra het een methode wordt, zodra het een techniek of een keuze wordt. Ook de stilte niet.

Toch blijft er altijd de weg van de discipline. Toch blijven we ook in die discipline iets tot uitdrukking brengen, los van al onze motivaties. En precies daarom moet elke keer weer alles in vraag gesteld worden.

Precies daarom zegt die Rus:

 “Niemand weet het. Je zult het elke keer opnieuw zelf moeten ontdekken.”

Dat is ook de teneur van elk verhaal uit de Mumonkan. Elke koan brengt ons uiteindelijk bij die onmogelijke vraag, hier, bij mij, op dit moment.
Wat is je antwoord?

We gaan terug de stilte in.

Noten

[1] De tekst van deze lezing is door WW redacteur Gea Smit geredigeerd, en voorzien van afbeeldingen en tags.
[2] Bron: Bouddha_Bhûmisparsha-Mudra
[3] Bron: Mahakasyapa
[4] Bron: Sariputta
[5] Bron: Shibayama
[6] Bron: Ananda
[7] Bron: Kierkegaard
[8] Bron: Stilte in het bos

studeerde wis- en natuurkunde, en Slavische talen en letterkunde. Hierna volgde hij gedurende vier jaar een studie vergelijkende cultuur- en godsdienstwetenschappen over de ontmoeting tussen Oost en West. In 1968 werd Ton Lathouwers benoemd tot gewoon hoogleraar Russische letterkunde te Leuven, met een nevenopdracht aan de theologische faculteit: religieuze thematiek in de moderne literatuur. In 1987 verkreeg Ton Lathouwers zijn officiële autorisatie (transmissie) als leraar Chinese Rinzai Chan van de Chinese Ch’anmeester Teh Cheng. Sindsdien begeleidt hij zengroepen in Nederland, België en Zweden.