Dostojevski

0

Ton Lathouwers

Lezing, 1996[4]

Stelling

De mens is een zinloos feit, totdat hij plotseling in een ander licht komt te staan.

Plotseling ja, ‘sorry, maar zo is het’.
Niet door zijn kudde-instinct komt de mens in dat andere licht te staan…

Bevrijding komt van de impasse van de paradox

De op 59-jarige leeftijd gestorven Dostojevski schreef als laatste boek De Gebroeders Karamazov, welk werk wellicht nog twee keer zo lang zou zijn geworden als Dostojevski langer had geleefd.

In de verschillende broers (behalve de abjecte Smerdjakov) beschreef hij aspecten van zichzelf. Vooral in de jongste broer, Aljosja, die via ontgoocheling op ontgoocheling tenslotte tot een bevrijdend inzicht komt.
Niet dankzij zijn leermeester Zosima overigens, die nogal een cliché-figuur is.
Wat Aljosja zal bevrijden is de impasse, de paradox…

De crisis der zekerheden

De filosoof Sjestov beschreef in ‘crisis der zekerheden’, het conflict van elkaar wederkerig uitsluitende evidenties, en evenals Kierkegaard en Nietzsche heeft Dostojevski deze crisis langdurig bestudeerd.

De leermethode van de Zenmeesters stoelt op de koan, een paradoxale stelling die alle logica ondermijnt.
‘Gaan staan waar je niet kunt staan’… als niets je meer kan redden, je volkomen over de schreef gaat, dan… tóch schrijven, uit inspiratie, kracht van… God? … vergelijk de filosoof Cioran.

‘Ik heb nooit geleefd — en nu is het te laat’

Verbanning naar Siberië – Aleksander Sochaczewski (1894)[1]

Dostojevski was ingenieur, westers georiënteerd. In een politieke beweging verwikkeld werd hij ter dood veroordeeld, welk vonnis op het allerlaatste moment veranderd werd in een verbanning naar Siberië. Wachtend op de kogel ging in een flits (plotseling) door hem heen:

‘Ik heb nooit geleefd — en nu is het te laat’.

In het strafkamp kreeg hij epileptische aanvallen, waarbij hij zich (paradoxaal) extreem helder voelde. Hij vindt hier pas, in tegenstelling tot de intellectuele kringen van voorheen, tussen de moordenaars en verkrachters, echte mensen. Hij raakt gokverslaafd.

In vrijheid is alles mogelijk

Terug in de maatschappij begint hij dan zijn grote romans te schrijven. Zijn grote thema zou je, zoals in de Zen-filosofie, kunnen noemen: de muur zonder poorten…
Professor Buitendijk heeft hier verhelderende dingen over geschreven in een monografie. De hemel zwijgt, alleen in jezelf tref je deze wijsheid aan, dat het onmogelijke mogelijk is, in een leegte die ook in gedeelten van het christelijke en boeddhistische erfgoed beschreven wordt; dat in vrijheid alles mogelijk is.

Eerst leven en dan pas de zin ervan zien

Misdaad en Straf [2]

Zijn andere grote roman die wij kennen als Schuld en Boete – wat nogal een romantische vertaling is van wat eigenlijk Misdaad en Straf heet – draait helemaal om de bekering van de student Raskolnikov dankzij de levenslessen van Sonja.
Zij wijst hem op de opwekking van Lazarus… vergelijk ook het korte verhaal De Droom van een Belachelijk Mens. Het gaat erom eerst te leven, en de nodige onzekerheid te ervaren, en dan pas de zin ervan te zien.

Wie deze volgorde omdraait loop het gevaar te moeten zeggen, wanneer hij sterft,

“Ik heb nooit geleefd”

zoals Dostojevski zelf op het moment vlak voor de verwachte executie.
Dit idee wordt door Zenmeesters wel aangeduid als ‘dood de Boeddha in jezelf’.

Schoonheid

En wat is schoonheid? Schoonheid schuilt in tegenspraken. Dürenmat drukt het ergens zo uit: ‘God liet ons vallen, en zo suizen wij op hem af’.

Kindermishandeling

Overigens is in Dostojevski’s leven door de periode in Siberië geen einde gekomen aan diens idealisme en engagement, zoals nergens duidelijker wordt dan in het filosofische verhaal ‘de dialectiek van het kindertraantje’.
Bekend is dat hij een grote knipselverzameling bij elkaar had gespaard met krantenberichten over kindermishandeling en kindermoord. Kan de moeder de beul van haar kind vergeven? Kan God het? Het kind zelf? …

Er is geen vergeving mogelijk, er is geen hel… Levinas werd in Auschwitz bij een herdenking geciteerd: vergeef de beulen niet

Het zwijgen van Christus

De Gebroeders Karamazov[3]

Terug naar De Gebroeders Karamazov. Centraal staat een verhaal in dit verhaal De Legende van de Groot-Inquisiteur.

Wil Christus (die in de vijftiende eeuw in Spanje terugkeert) niet het onmogelijke? Geloof zonder mirakelen? De grootinquisiteur vindt van wel. Voor de massa althans, met hun ‘angst voor de vrijheid’ (Erich Fromm).
Eenzaam, individualistisch, van hart tot hart bereikt Christus slechts een kleine minderheid. Christus blijft onder alle verwijten zwijgen, een kwelling voor zijn opponent.

“Mag ik naar de hemel, maar moeten anderen buiten blijven?
Dan geef ik liever mijn toegangskaartje terug!”

Zo zegt Dmitri het ergens tegen Aljosja.

Reeds Mozes kwam in opstand tegen het idee van de hel (voor de niet verloste massa),

“schaamt u zich niet, Jaweh!”

… een veel vergeten passage.

Toch blijft Christus hierbij:

“Geloof alleen wat je hart je ingeeft, dat het onmogelijke mogelijk is.
De hemel openbaart ons niets…”

of, zoals een zenmeester Lathouwers in Japan eens voorhield:

“even the Buddha cannot tell you what’s inside you.”

Het einde van de legende wil dat Christus de Groot-Inquisiteur een kus geeft en dan door hem vrijgelaten wordt.
Verder verandert er overigens niets in de houding van deze laatste…

Men moet niet proberen de hoogste wijsheid vast te houden

Slechts op één plaats poogt Dostojevski weer te geven wat voor gevoel de Verlichting een mens kan geven, en eigenlijk is dat misschien al teveel, omdat woorden hier tekort moeten schieten.
Het verhaal gaat dat Pascal zijn getuigenis van mystieke vreugde in zijn jas had genaaid, om het niet zelf te publiceren…

Men moet niet proberen (met woorden) de hoogste wijsheid vast te houden.

Noten

[1] Bron: Verbanning naar Siberië – Aleksander Sochaczewski
[2] Bron: Misdaad en Straf 
[3] Bron: De Gebroeders Karamazov
[4] De van bandopname uitgetypte letterlijke tekst van deze lezing is door WW redacteur Gea Smit voor het Wijsheidsweb enigszins geredigeerd, en voorzien van afbeeldingen en tags.

studeerde wis- en natuurkunde, en Slavische talen en letterkunde. Hierna volgde hij gedurende vier jaar een studie vergelijkende cultuur- en godsdienstwetenschappen over de ontmoeting tussen Oost en West. In 1968 werd Ton Lathouwers benoemd tot gewoon hoogleraar Russische letterkunde te Leuven, met een nevenopdracht aan de theologische faculteit: religieuze thematiek in de moderne literatuur. In 1987 verkreeg Ton Lathouwers zijn officiële autorisatie (transmissie) als leraar Chinese Rinzai Chan van de Chinese Ch’anmeester Teh Cheng. Sindsdien begeleidt hij zengroepen in Nederland, België en Zweden.