Op safari 2 — Tanzania

0

Claire Marx, verslag en foto’s

Kenia, Tanzania, 23 november — 3 december 2008 

Kenia, Tanzania

Formaliteiten bij de grens

Aangekomen in Isebania tankten wij en reden wij naar de grens. De formaliteiten verliepen erg vlot aan de Keniaanse zijde.

Bij de Tanzaniaanse controle begon de ellende. Wij reden met een Toyota Discovery 4-wheel van het project. Zelf hadden wij gezorgd voor een autoverzekering voor Tanzania.

Nu bleek dat het logboek van de auto in Mombasa achtergebleven was. Inmiddels was een Tanzaniaan bij ons in de auto geschoven onder het mom ons te zullen helpen.
Wij moesten terugrijden naar de Keniaanse zijde. Vanuit Mombasa moesten de nodige documenten naar de grens per fax gestuurd worden. Marcel liep met een dame van het ene bureau naar het andere.

Thea en ik zaten in de auto met de Tanzaniaan die een vreselijke lijfgeur verspreidde. Het was inmiddels 2 p.m. Omdat wij honger hadden, openden wij de lunchpakketten van het Olonana Camp. Uiteraard boden wij de Tanzaniaan voedsel aan. Hij koos een appel uit het pakket en at die smakkend op. Bovendien werden de schillen uitgespuwd.

Wij werden lastig gevallen door een man die om de auto bleef hangen. Later kwam een vrouw staan bedelen. Wij waren blij toen de Tanzaniaan tijdelijk uit de auto verdween.

Er verliepen ongeveer 2 uur voor Marcel de nodige gestempelde documenten had. Aan de Tanzaniaanse kant koste het nog een half uur.
Uiteraard kostte de hele operatie handgeld maar wij waren blij dat wij eindelijk om 3:45 p.m., na 2,5 uur wachten, Tanzania konden binnenrijden.

Tanzania in

Wij moesten nog ongeveer 170 km rijden tot de Ndabaka Gate die toegang geeft tot Serengeti National Park.
Uiterlijk om 6 p.m. zou de gate sluiten. Ons plan om koffie te drinken bij het Victoria Meer, wat wij ter hoogte van Musoma op 8 km passeerden, hadden wij al eerder laten varen.

Wij probeerden het Kensington Serengeti Tented Camp te bellen maar Marcel’s telefoon bleek niet te werken in Tanzania.
Wij overwogen bij het Victoria Meer te overnachten maar wij besloten te proberen onze eindbestemming te bereiken. In overdreven snelheid reed Marcel richting Bunda.

Volgens de richtlijnen van het reisbureau zou de gate 30 km na Bunda liggen. Wij vlogen over de weg maar vonden geen enkele aanduiding naar de Serengeti. Toen wij aan wegwerkers de weg vroegen, bleken wij al ruim 10 km voorbij de gate te zijn.

Aangekomen bij de Ndabaka Gate om 5:45 p.m. lazen wij op een uithangbord dat na 4:00 p.m. niemand meer tot het park toegelaten zou worden.
Wij werden zeer vriendelijk te woord gestaan door de bediende. Hij belde naar het Kensington Serengeti Tented Camp waar bevestigd werd dat wij verwacht werden.

Na het betalen van een fortuin voor toegangstickets tot het park begonnen wij aan de laatste etappe over een rood gekleurde piste door het park. Wij werden verwelkomd door wilde dieren. Inmiddels begon het donker te worden.

Naar het Tented Camp

De routebeschrijving naar het Tented Camp was summier. Ergens moesten wij de eerste piste naar links nemen.
Plots constateerde Marcel dat de rechter achterband lek was. Uitgesloten om in een donker wildreservaat uit te stappen om het wiel te vervangen! Tegen zeer lage snelheid hobbelden wij verder en namen ergens een afslag naar links.

Uiteindelijk zagen wij lichten. Na verloop van tijd arriveerden wij in een rangers kraal. Op het claxonneren kwamen rangers naar buiten.
Iemand met een geweer stapte in onze auto om ons naar de juiste plek te brengen.
Thea vreesde meteen voor haar leven met de gewapende ranger in onze auto.

Nauwelijks vertrokken, stopte een rangers auto naast ons. De mannen boden aan het wiel te vervangen. Bijgelicht met zaklampen verliep de operatie vrij vlot. Thea en ik keken toe, hoog gezeten op de rangers auto onder een firmament met een enkele ster. Gelukkig hadden wij truien bij ons om ons warm te houden.

Na het geven van de nodige fooien konden wij verder rijden met de ranger met geweer als begeleiding. Een nijlpaard met jong kruiste ons pad maar ging er met een vaart vandoor. Aangekomen in het kamp waren wij moe en hadden wij honger. Het was inmiddels 9 p.m. De lunchpakketten van die middag waren nog rijk gevuld. Samen met een fooi nam de ranger de resten van de lunchpakketten mee.
Terwijl wij ons opfristen werd voor een goed maal gezorgd. Nadien vielen wij als een blok in slaap.

Met of zonder begeleiding?

 Wij bleken de enige gasten te zijn in het tentenkamp. Alhoewel het ruime tenten waren, hadden wij dit keer meer de indruk te kamperen. De staf was erg vriendelijk en behulpzaam.

De manager, Amani, stelde voor de autoband te laten repareren terwijl wij op safari gingen. Hij wilde ons vergezellen op safari wat wij in eerste instantie afwimpelden. Hij tekende een kaart zodat wij het kamp zouden terugvinden.
Wij waren nog geen 100 m verder toen wij rechtsomkeer maakten en Amani vroegen om ons te willen vergezellen. Wij vreesden het ‘hidden’ kamp niet terug te zullen vinden.

Wij keken uit over een grote grasvlakte. Het Maasai woord ‘siringet’ betekent ‘endless plain’, eindeloze vlakte. Maar de Serengeti is meer dan alleen maar eindeloze grasvlakten die zich vooral in het zuiden van het park uitstrekken. 2/3 van het park bestaat uit struikgewas en bos.

Ngorongoro hooglanden

De vlakten werden 3 tot 4 miljoen jaar geleden gevormd toen vulkanisch as van de Ngorongoro hooglanden het landschap bedekte. De dikke aslaag conserveerde de sporen van de eerste levensvormen. De vruchtbare grond gaf het ontstaan aan de zuidelijke grasvlakten.

Grumeti River

Ons tentenkamp bevond zich dicht bij de Grumeti River, een belangrijke rivier die het Serengeti National Park van 14.763 km² bevloeit.

Net buiten het tentenkamp wachtten baboons ons op. Amani wees ons op blauwe doeken, opgehangen tussen bomen. Deze doeken dienen ter bestrijding van de tseetsee vlieg die veelvuldig in de bossen van de Serengeti voorkomt.
De tseetsee vlieg veroorzaakt slaapziekte zodat deze gebieden de laatste eeuwen meestal ongeschonden bleven omdat herders en landbouwers de gebieden met tseetsee vliegen vermeden. Voor de kolonisten die rond 1900 arriveerden, werden de gebieden ideaal terrein voor jacht op leeuwen, luipaarden en buffels.
Wij waren niet altijd snel genoeg om de ramen te sluiten zodat wij meer dan eens door tseetsee vliegen gestoken werden, gelukkig zonder nare gevolgen.

Amani kende alle pistes en hij had een zeer goed oog voor wilde dieren en vogels.
Wij reden naar de Grumeti River en bleven midden op de brug zonder leuningen staan om de logge nijlpaarden te bekijken en de krokodillen in het water te zien rondzwemmen.

Een visarend zat hoog in een boom en overzag de rivier in de hoop op een prooi. Een maraboe wandelde rond op de oever, terwijl een varaan van de oever het water ingleed.

Een gebied bekend om leeuwen

Het kostte ons enige tijd om alles goed in ons op te nemen, de rivierbedding met eilandjes en de grillige plantengroei op de oevers. Wij reden over de brug naar een gebied bekend om leeuwen.
Zebra’s, antilopen en zelfs jakhalzen kruisten ons pad evenals struisvogels en een hamerkop, maar geen leeuwen.
Als wij ons beklag maakten lange tijd geen dieren te zien, placht Amani te zeggen:

“It are not stones. They are animals, they move”.

Terug bij de rivier volgden wij een poos een varaan die in en uit het water kwam, waarna wij terugreden naar het tentenkamp waar een goede lunch geserveerd werd.
Terwijl Marcel uitrustte, werkten Thea en ik onze notulen bij. Wij namen een kijk in de keuken, eveneens een tent. De keukeninrichting was zeer primitief maar het eten toebereid in deze keuken zeer smaakvol. Kipgerechten en inlandse groenten zoals okra’s, peulen, prinsessenbonen, uien en tomaten stonden regelmatig op het menu. Bovendien waren mango’s en ananassen overheerlijk.

Na de rustpauze reden wij terug naar de Grumeti River en het gebied van de leeuwen.
Dit keer lag Simba in de grasvlakte met enkele leeuwinnen. Alhoewel de leeuwen ver van de weg lagen, konden wij ze met onze verrekijkers goed zien.

Een groep van 15 olifanten

Het hoogtepunt van deze safari was een groep van 15 olifanten bij een grote waterplas. De olifanten stonden naast elkaar in het water en zogen met hun slurfen water op. Zij dronken en bespoten zich. Er waren olifanten van verschillende leeftijden.

Tussen de poten van een olifant stond een zeer kleine olifant die slechts twee weken oud zou zijn volgens onze gids. Op deze manier worden baby olifanten beschermd.

Na een hele poos gaf de matriarch het teken te vertrekken. De kudde zette zich in beweging. De baby olifant liep tussen twee grote olifanten. Het was grappig te zien hoe die hele kleine olifant achter moe aanliep. De baby kwam nauwelijks boven het water uit. Een voor een stapten de olifanten op de oever. Tenslotte verdween de groep tussen bomen.

Terug in het tentenkamp

Terug in het tentenkamp namen wij een warme douche, een luxe want het was niet vanzelfsprekend heet water te hebben omdat dit met een houtvuur verwarmd moest worden.
Het diner was voortreffelijk en het gezelschap aangenaam.

Die nacht viel er een tropische bui zodat ‘s morgens de grond rondom de tenten sompig was. De lucht was loodgrijs.

Gelukkig was de autoband gerepareerd. Een steen had de binnenband stuk gemaakt. Niet zo verwonderlijk na de slechte weg in het Oolololo gebergte. De wielen werden vakkundig vervangen terwijl Marcel toekeek.

Amani, onze gids

Bij het ontbijt vroeg Amani aan Thea en mij of hij met ons mee naar Arusha mocht rijden. Hij zou onze gids zijn, ook voor de Ngorongoro Krater waar men zonder gids niet mag in afdalen.

Zonder Amani hadden wij het Kensington Ngorongoro Tented Camp zeker niet gevonden. Het was even onvindbaar als het vorige kamp. Er was geen enkele aanduiding om er te geraken.

Na het inpakken van de auto vertrokken wij voor onze tocht door het Serengeti National Park dat wij van west naar zuid-oost doorkruisten.

Bij het Visitor’s Centre in Seronera zouden wij stoppen om kaarten van noord Tanzania en de reservaten te kopen.
Alhoewel wij over een piste reden, was de weg goed. De rode kleur van de aarde was intenser na de regenval.

De kracht van water

 Ongeveer 5 km voor Seronera stroomde water over de piste. Door de regen van de voorbije nacht was het beekje een krachtige stroom geworden. Omdat het gevaar meegesleurd te worden door de kracht van het water niet denkbeeldig is, stopten wij.
Al vlug stond een hele rij auto’s te wachten tot de kracht van het water zou afnemen.

“Better late and save”

was het oordeel van een chauffeur.
 Een Keniaan droeg een shirt met de afbeelding van een stork die een kikker probeert te verorberen. De kikker knijpt de keel van de stork dicht.

“Don’t ever give up”.

Na ruim een uur was de kracht van het water afgenomen en riskeerden wij het de andere auto’s door het water te volgen.

Aangekomen in Seronera begon het opnieuw te stortregenen. Wij kochten kaarten en aten onze lunchpakketten terwijl wij naar een dierenfilm over cheeta’s keken.

Kopjes

Op weg van Seronera naar het Ngorongoro Reservaat reden wij door uitgestrekte grasvlakten die zo nu en dan onderbroken werden door ‘kopjes’, granieten rotsblokken die door de eroderende werking van zon, wind en regen afgerond werd en als alleenstaande rotsen in het landschap overbleven.

Voor het wildleven en de planten blijken de kopjes waardevol. Zij geven schaduw en een waterreserve, belangrijk in het droge seizoen voor de overleving van leeuwen en andere grote dieren.

Mara

Hoe dichter wij bij de zuidelijke grasvlakten kwamen, hoe meer gnoes en zebra’s wij zagen.
Fenomenaal voor de Masai Mara NR en het Serengeti National Park is de migratie van de dieren, van gnoes, zebra’s en andere zoogdieren, gevolgd door predatoren en aaseters. De dieren vormen duizenden vlekken. Mara betekent gevlekt.

Zo ver als wij konden kijken zagen wij gnoes en zebra’s gevolgd door gazellen. Ongeveer 2,5 miljoen dieren verplaatsten zich jaarlijks over een afstand van 800 km op zoek naar malse graasvlakten en vers water.

De grote trek van dieren van de Masai Mara naar de Serengeti vlakte

Het is de grootste trek van zoogdieren ter wereld waarbij ruim 1,5 miljoen gnoes (wildebeests ofwel gnoes), 300.000 zebra’s, 500.000 gazellen, buffels, giraffen en olifanten zich verplaatsen van de Masai Mara naar de graasvlakten van de Serengeti en omgekeerd.

Zij worden gevolgd door hyena’s, leeuwen, cheeta’s, luipaarden en jakhalzen. Hierbij mogen wij niet de gieren en andere roofvogels vergeten. Ieder dier was een vlek op de grasvlakte.

In de laatste maanden van het jaar begint de grote trek van de dieren van de Masai Mara naar de Serengeti vlakte. In de Masai Mara hadden wij al brede sporen van de trek gezien. De dieren zijn constant op zoek naar nieuwe weidegronden. Hierbij wordt het spoor van de lange regens gevolgd.

Bij de grote trek vormen de rivieren, Mara River en Grumeti River, de grootste obstakels.
Bij de rivieren aangekomen worden de gnoes door de achter opkomende massa gedwongen van de hoge oever in het kolkende water van de rivier te springen om deze over te zwemmen en nadien de hoge overkant van de rivier te beklimmen.

Het is een gruwelijk schouwspel want velen worden vertrapt of raken gewond.

Voor de krokodillen is de oversteek of ‘crossing’ van de rivieren door de gnoes, zebra’s en gazellen een waar festijn.
De gewonde en verzwakte dieren die de overkant halen zijn een gemakkelijke prooi voor de predatoren en aaseters die aan de overkant van de rivieren hun territorium hebben.

Zebra’s zijn zelden ondervoed

Wij hadden het geluk de migratie te zien van de gnoes, de zebra’s en andere zoogdieren.

Amani wees ons erop dat zebra’s zelden ondervoed zijn. Zebra’s zijn pioniers en leiden vaak de trek van de dieren. Zebra’s hebben een goede neus voor de regens. Zij eten de hoge grassen af zodat de grasvlakte geschikt wordt voor de gnoes die liever korter, mals gras eten.
Gnoes waarschuwen bij het minste gevaar wat de zebra’s ten goede komt. Zebra’s knabbelen ook aan bladeren en bollen, knollen en wortels die zij met hun hoeven uit de grond halen. Zebra’s verteren bovendien droge grassen.

Gazellen zijn veel kieskeuriger en houden van mals, voedzaam gras en kruiden.

Oldupai Gorge

Inmiddels waren wij aangekomen bij de Naabi Hill Gate waar wij toegangskaarten kochten tot Ngorongoro Conservation Area en de Ngorongoro Krater.
Het zag hier werkelijk zwart van de dieren op de vlakte.

Ondanks het gevorderde uur wilden wij toch een bezoek brengen aan Olduvai Gorge of Oldupai Gorge, zo genoemd naar een wilde sisalplant waarvan de Maasai naam oldupai luidt.
Oldupai is ‘The cradle of mankind’, de bakermat van de mensheid.

Oldupai Gorge is een diepe kloof, een ravijn van 48 km lengte en soms 150 m diepte, dat deel uitmaakt van de Great Rift Valley. Al in het begin van de 20ste eeuw werden fossielen gevonden van dieren.

De eerste mens

Tijdens opgravingen door Mary en Louis Leakey werd in 1959 de ‘Nutcracker Man’ gevonden. De overblijfselen van de eerste mens zouden 1,8 miljoen jaar oud zijn. Er werden resten gevonden van oude nederzettingen en stenen kunstvoorwerpen.

In 1979 deed men de indrukwekkende ontdekking van 3,5 miljoen jaar oude menselijke voetsporen.
Er is een klein museum en uiteraard een toeristische winkel.

Het uitzicht over de kloof was adembenemend.

Ngorongoro Conservation Area

Het was een mooie piste door Ngorongoro Conservation Area met in de vlakten wilde dieren zoals giraffen en struisvogels. Onderweg gaven wij de resten van de lunchpakketten aan een jongen die 2 verschillende schoenen droeg. Het landschap werd grilliger. De grasvlakten wisselden af met heuvelachtig gebied met bergen op de achtergrond. Wij klommen naar een hoogte van 2.200 m.

 Bij de ingang van de Ngorongoro Krater genoten wij van het weidse schouwspel van de krater voordat wij naar het Kensington Ngorongoro Tented Camp reden. Onderweg tankten wij bij een lodge waar de dieselprijs torenhoog was.

Dankzij Amani vonden wij KNTC zonder problemen. Alleen hadden wij dit tentenkamp nooit gevonden. Wij kregen een warme ontvangst en ook hier waren wij de enige gasten. Het kamp lag verscholen tussen bomen. Na ons opgefrist te hebben, zaten wij met z’n allen rond het kampvuur gewikkeld in een lekker warme Masai deken die op deze hoogte erg welkom was om de kou te verdrijven.
Met de manager en Amani gingen wij aan tafel om te genieten van een lekker diner.

Ngorongoro Krater

Ngorongoro Conservation Area heeft een uitgestrektheid van 8.300 km² en omvat de vulkanische hooglanden tussen de Great Rift Valley’s western escarpment (steile flank) en de Serengeti vlakten.

De Ngorongoro Krater is ‘s wereld grootste onafgebroken ingestorte vulkaan met een oppervlakte van 265 km², een doorsnede van 19 km en een hoogte van 2.200 meter. Het midden van de krater ligt 600 m lager dan de rand die vaak omgeven is door wolken.
De Ngorongoro Krater wordt bestempeld als 8ste wereldwonder en is sinds 1979 als werelderfgoed geklasseerd door UNESCO.
Het afdalen in de krater mag alleen tussen 8 en 12 a.m. zodat wij vroeg op weg gingen. Alleen 4-wheel drives zijn toegelaten en bovendien moet men vergezeld zijn van een officiële gids.

Het was een steile afdaling langs een zeer slechte weg (eenrichting). Regelmatig stopten wij om het natuurschoon in ons op te nemen.
De wanden van de vulkanische krater zijn rijk begroeid. De oostelijke flank bestaat uit bergwoud terwijl de minder steile westelijke flanken begroeid zijn met grasland bezaaid met succulente planten van de familie Euphorbia bussei.
Opvallend waren de Euphorbia candelabra trees. Deze planten lijken op grote bomen. De dichte plantengroei wisselt af met kale granieten wanden.

De kratervloer wordt ingenomen door uitgestrekte grasvlakten en twee kleinere bosrijke gebieden in het zuiden, het Lerai woud naast de Lerai rivier, met vooral acacia’s.

 Vaak hadden wij een prachtig gezicht op de kratervloer met het Magadi soda meer in het midden.

De Munge rivier watert af naar het meer. De omvang van het meer wisselt met de regens. Duizenden flamingo’s, die wij alleen met verrekijkers konden waarnemen, vinden voldoende voedsel in het soda meer. Waterbronnen voeden moerassen en plassen.

De krater is de ‘Tuin van Eden’ of het ‘Paradijs op Aarde’ voor zoogdieren en vogels. Ongeveer 25.000 à 30.000 zoogdieren wandelen in en uit de krater terwijl gieren en haviken boven de krater cirkelen.
Door de lichaamsbouw kunnen giraffen niet afdalen via de steile hellingen. Alleen mannelijke olifanten treft men aan in de krater terwijl de kudden gnoes en zebra’s eerder klein zijn.

Zelfs als wij geen wilde dieren in de krater zouden gezien hebben, dan nog was de afdaling en de kratervloer spectaculair door de plantengroei en het meer.

Naast antilopen, zebra’s en gnoes zagen wij leeuwen en hyena’s. Zebra’s en gnoes lieten zich van dichtbij fotograferen alsof zij al die aandacht gewoon waren. Een mooi tafereel vormde een groep zebra’s die bij een waterplas dronken.

Cheeta

De grootste attractie was een cheeta. Op een piste stonden auto’s aan te schuiven om naar een cheeta die in het gras lag en daardoor nauwelijks zichtbaar was, te kijken. Na een glimp opgevangen te hebben, reden wij verder.

Leeuwinnen lagen op veilige afstand verborgen in het gras.

Alhoewel de krater ook neushoorns en luipaarden herbergt, hebben wij deze dieren in geen enkel wildpark gezien. Luipaarden zijn nachtdieren die bij voorkeur op takken van bomen dicht bij rivieren slapen. Wel zagen wij nijlpaarden loom liggen in een riviertje.

Veel grote vogels liepen te paraderen in het gras waaronder gekroonde kraanvogels. De krater is een ideaal leefmilieu voor deze grote vogels die op drassige tot natte graslanden voorkomen. Hun veren zijn in hoofdzaak grijs met witte vleugels die gekleurde veren bevatten die verschillen van wit, bruin tot goud. Het hoofd is getooid met een stijve kroon van gouden veren. Een mooi gezicht in het zonlicht.

Grappig was het de wrattenzwijnen, gezeten op de knieën van hun voorpoten, te zien eten. Deze houding nemen de dieren aan om gemakkelijker bij de planten te kunnen.

Hyena’s verkoelden zich in de modder en het water van een grote plas langs de piste.

Uiteindelijk reden wij opnieuw langs de plek waar de cheeta waargenomen was.
Amani’s geoefend oog vond de wilde kat die dit keer omtrekkende bewegingen maakte rondom antilopen en gekroonde kraanvogels. Ongestoord konden wij lange tijd naar dit schouwspel kijken.

Alhoewel het verboden is in een wildpark de auto te verlaten, had Marcel die regel verbroken omdat de druk op zijn blaas te groot was geworden. Iets later volgde Amani Marcel’s voorbeeld zeggend:

“I have to break the law selectively”.

Voor wij de krater verlieten, stopten wij bij een picknickplaats met toiletten. Apen in enorme bomen, verwelkomden ons. Meteen deden de apen een aanval op de open ramen van de auto. Gelukkig was Amani snel genoeg om de apen te verdrijven. In de auto met gesloten ramen, aten wij onze lunch.

De klim uit de krater was spectaculair. Via een steile weg kropen wij naar boven. Regelmatig stopten wij om foto’s te maken, te filmen of de horizon met de verrekijker af te speuren.

Eens uit de krater strekten wij onze benen en keken nog een laatste keer naar de majestueuze krater.

De auto had veel geleden van de slechte wegen. Een achterspatbord was onderweg los gerammeld (was al stuk voordat wij op reis gingen). Met een koord hadden wij dit vastgebonden, maar het kwam regelmatig los door het hobbelen over slechte wegen. Links achter maakte de auto een verdacht geluid dat wij niet hebben kunnen traceren.

Mount Meru Game Lodge

Het was inmiddels 2 p.m., tijd om richting Arusha te rijden naar onze volgende bestemming Mount Meru Game Lodge. Na het piste rijden en het door elkaar geschud worden in de krater, was het goed weer over geasfalteerde weg te kunnen rijden. Bij het verlaten van het park reden wij langs souvenirwinkels. Enkele keren stopten wij in de hoop een shirt te vinden met de stork en de kikker. Tevergeefs.

Wij werden aangehouden door een jonge agent die alle auto papieren controleerde en heel gewichtig rond de auto liep. Zonder fooi te betalen mochten wij tenslotte doorrijden. Amani gaf als commentaar:

“Fresh from school”.

Onderweg wilden kinderen ons een struisvogelei verkopen maar het is verboden een struisvogelei uit te voeren zodat wij het niet kochten.

In Arusha namen wij afscheid van Amani die gedurende drie dagen een erg goede gids geweest was.

Een sanctuary voor dieren

Mount Meru Game Lodge ligt in een prachtige tuin met oude mangobomen. Apen verwelkomden ons evenals een vlucht reigers die op de toppen van de bomen nestelden. Grote bamboepartijen stonden dicht bij de Usa River. Veel bloeiende planten gaven kleur aan de tuin.

Het waren mooie kamers met goede bedden. Na de vermoeiende rondreis was het goed hier uit te rusten en te genieten van het schouwspel van wilde dieren in het park, want de lodge is tevens een sanctuary voor dieren. Door een lage muur en gracht is het dierenpark afgescheiden van de rest van de tuin waardoor de gasten in veiligheid zijn. Bij een grote vijver liepen struisvogels, ooievaars en reigers. Antilopen en zebra’s liepen rustig te grazen tussen bomen.

Het hoofdgebouw was smaakvol ingericht en gedecoreerd met mooi houtsnijwerk van wilde dieren en personen. Het eten was voortreffelijk maar het management liet te wensen over. Zoals vaker het geval in de hotels was het personeel erg vriendelijk en behulpzaam wat niet altijd gezegd kon worden van de leidend gevende staf.

Het hotel voorzag een wandeling waarop wij ons verheugden. Helaas nam de gids ons mee over een vuile weg naar een dorp. Wij keerden om en brachten de rest van de dag luierend door in de tuin.

De grens tussen Tanzania en Kenia

De volgende dag reden wij via Moshi naar Himo en Taveta, de grens tussen Tanzania en Kenia.

Ter hoogte van Moshi was de Kilimanjaro, het hoogste gebergte van Afrika, goed zichtbaar. Uiteraard stopten wij om de nodige foto’s te maken. De Kilimanjaro maakt deel uit van de Great Rift Valley.

De vorming van de Kilimanjaro gebeurde zo een 750.000 jaar geleden. Door drie grote vulkaanuitbarstingen ontstonden de Shira, de Kibo en de Mawenzi. Het belangrijkste massief is Kibo met Uhuru als hoogste punt 5.891 m. De Mawenzi top is 5.149 m. De oudste top is Shira die grotendeels ineen stortte en nog slechts 3.962 m hoog is. De Shira en Mawenzi doofden al snel uit en werden onderhevig aan erosie. De Kibo bleef groeien door herhaalde uitbarstingen. De laatste activiteit was ongeveer 100.000 jaar geleden toen er een enorme aardverschuiving was.

De Kibo is een prachtige alleenstaande vulkanische kegel met een met sneeuw bedekte kraterrand. Rookwolken in de krater maken zichtbaar dat de vulkaan nog niet uitgedoofd is.

We reden door een vruchtbaar landschap wat duidelijk te merken was aan de grotere welvaart van dit gebied.

Het was slechts 2 uur rijden tot Himo, de Tanzaniaanse grens. De formaliteiten waren snel afgehandeld.

Wij reden over een zeer slechte weg door niemandsland naar Taveta, de Keniaanse grens. Ook hier verliep alles vlot.

Taita Hills

Het viel tegen dat wij opnieuw over een piste met rode aarde moesten rijden om onze laatste bestemming Sarova Salt Lick Game Lodge in de Taita Hills te bereiken.
Net over de grens stopten wij om koffie te drinken, maar het was niet mogelijk water te koken omdat er geen stroom was. Er stond een enorme baobab en een mooie flame waaraan lange peulen hingen. Wij reden verder over de piste met vooral acacia’s als plantengroei langs de weg.

Kilometers was niemand te zien. Marcel reed vaak op de verkeerde weghelft en het gebeurde dat wij een tegenligger aan de verkeerde kant passeerden. In de schaduw van een boom aten wij de lunch waarna wij de overschotten weggaven aan kinderen onderweg.

Bij de ingang van het park kregen wij een gedetailleerde kaart van alle pistes. Wij moesten ons melden bij de Sarova Taita Hills Game Lodge waar wij de kamers voor Sarova Salt Lick Game Lodge toegewezen kregen.

Opgekocht door de Hilton keten

Het hele reservaat werd door de Hilton keten opgekocht. Sarova Salt Lick Game Lodge ligt midden in het reservaat Taita Hills en is gebouwd op palen. De ronde kamers zijn in groepen van vier gebouwd en worden met elkaar verbonden door bruggen.

Wij arriveerden vroeg in de namiddag zodat wij na het inchecken nog ruim de tijd hadden om een game drive te doen. Het is een prachtig park met wisselend landschap. Vlakten en heuvels wisselen elkaar af evenals grassen en struikgewas met bomen.

De Taita Hills omgeven het reservaat. Er waren vooral veel buffels te zien die in lange rijen rondtrokken. Bij de lion heuvels was geen leeuw te bespeuren.
Terug in de lodge hadden wij alle tijd om het ondergaan van de zon te zien. De hemel kleurde rood. Inmiddels kwamen buffels in een lange rij aangewandeld om te drinken van de waterplassen aan de voet van de lodge. Zij werden afgewisseld door olifanten en zebra’s. Ook vogels kwamen drinken.

Er was slechts een kleine bezetting in het hotel.

De volgende ochtend werden wij begroet door een hornbill (neushoornvogel) die lange tijd op de leuning van een brug bleef zitten. Na het ontbijt besloten wij een laatste game drive te doen.
Buiten buffels en enkele apen, zagen wij weinig grote dieren zodat onze aandacht meer gericht was op het landschap en zelfs op mestkevers die mooi afstaken tegen de intens rode aarde.

Bomen en termietenheuvels kregen onze volle aandacht. Ten slotte aanzagen wij een grillig gevormde boomtak voor een giraf.

Het werd tijd om naar huis te gaan.
Wij gebruikten de lunch in de Sarova Taita Hills Game Lodge waarna wij via Voi naar Mombasa reden.

Na 2.500 km stonden wij veilig weer thuis en konden wij terugblikken op een prachtige safari met veel belevenissen.

[1] Bron: map-Serengeti-migration

Marie-Claire Marx

Schrijven vond ik altijd fijn. Het begon met lange brieven naar kinderen en familie. Onze kinderen studeerden in Nederland toen wij in de diverse landen woonden. Vooral vanuit Madagaskar was communicatie erg moeilijk. De brieven groeiden uit tot artikels die ik niet enkel naar familie stuurde maar ook naar goede vrienden en naar Paridaens. Sommige artikels zijn gepubliceerd in de info van de school. Het blad verschijnt niet meer. En nu komen diverse van die artikels op het Wijsheidsweb terecht!