Lijden, angst en eenzaamheid als ingang tot bevrijding 3

0

Ton Lathouwers

Bron: Lezing uit de syllabus Spiritualiteit in het dagelijks leven (1995)[1]

Deel 1deel 2deel 3 

De vragen

Ik heb de schriftelijke vragen ingekeken, maar ik heb geprobeerd ze niet te bestuderen en ik probeer ook maar niet een antwoord te geven, want dat kan niet, maar misschien kunnen wij samen dichter bij de vraag komen en dan iets in onszelf ontdekken. En dan los komen van de idee, dat er vragen zijn om een kant en klaar antwoord te krijgen.
Dus laten wij het maar een beetje doen in de geest van Dostojevski. Ik doe het ook met heel veel aarzeling. In het Oosten zeggen ze:

“Vragen stellen is wijs, antwoord geven is dom”.

Dus U zit aan de goede kant van de lijn en ik voel mij heel erg beklemd. Ja, ik zal twee vragen voorlezen, anoniem uiteraard.

Weet U niet wat een neurose is, of heeft U nooit van zeer nabij met een neuroot geleefd?

Dat is zeker geen zegen.
Ja, ik denk, dat dat verschrikkelijk moeilijk is. Ik denk dat het menselijkerwijze soms onmogelijk is. Maar dat is voor de neuroticus ook verschrikkelijk.

Fortmann was, wat weinige mensen wisten, een zeer eenzame man en je zou kunnen zeggen contact gestoord. Hij leed daar verschrikkelijk onder. Hij was alleen. Hij was priester. Maar ik denk van zeer nabij, dat het ook voor de omgeving een heel zwaar kruis kan zijn. Absoluut.

Genade

Maar waar ik de nadruk op wilde leggen met die woorden van Fortmann is, dat dat niet het laatste woord is. Uiteindelijk, uiteindelijk is daar — maar dat is geloof, maar dat is religieus — is daar die zekerheid van het hart, dat zo’n menselijkerwijze mislukt en onmogelijk leven van een neuroot, zoals Fortmann, het zegt dat er toch ook genade is. Hoe wanhopig zo iemand zich ook voelt. Vandaar dat hij zegt er een vrijheid is, die meer is dan het corrigeren van gedrag. Je kunt een neuroticus voor een stuk corrigeren.

Zuiverheid

Fortmann heeft mij ook een heel stuk psychologie laten lezen en mijn zus is psychoanalytica en we hebben daar veel gesprekken over. Maar op een ander vlak: iemand die er niet uitkomt of iemand die eindigt met een suïcide na een vreselijk eenzaam leven, zoals ik er toch verschillenden ken, neurotici en psychotici. Of een jonge vrouw, die ik ken, wier hele leven één poging van suïcide is. Zij is autistisch en psychotisch. Ze zit helemaal opgesloten. Of misschien is dat hetzelfde. Maar ze heeft in haar eenzaamheid soms enorme zuiverheid.

Pater Ama Samy

Pater Ama Samy[2]

Ik heb daar eens woorden over gelezen, en dan denk ik, dat is de beste toelichting op deze vraag. Woorden van een zenmeester, die katholiek priester is, Indiër, pater Ama Samy, jezuïet, hij heeft autorisatie als zenleraar. Dat kan.

Hij leeft in een klooster als katholiek monnik, maar heeft in een van zijn boeken in het Duits ‘Lehren und Fühlen’ iets prachtigs gezegd over neurotici en psychotici:

“Dat zijn de mensen, aan wie de druk van het bestaan en de verscheurdheid van het bestaan — zeg maar uit het paradijs verdreven worden — zich zo heeft opgedrongen, dat bij hen de draad geknapt is. Zij zijn ingestort. Voor hen is het niet meer leefbaar. Voor hun omgeving inderdaad ook niet. Maar precies in deze mislukking zijn zij apostelen en bodhisattva’s.

Dat zijn de christussen van onze tijd, omdat zij met heel hun bestaan de peilloze gebrokenheid van het leven tot uitdrukking brengen en daar onder doorgaan, zoals aan een kruisdood.”

Dat zijn wonderlijke woorden. Dat zegt verder niets over het feit, dat het verschrikkelijk moeilijk is om met die mensen om te gaan. Die komen ook naar zengroepen. Die komen ook naar parochiële groepen. Dat is soms een hele opgave, vooral voor de mensen zelf. Laten we dat nooit vergeten.

Aan wie geeft U de voorkeur, aan Dostojevski of aan Christus, of is dat een onmogelijke keuze?

Als iemand nieuwe en wonderlijke dingen zegt over Christus en als iemand Christus verdedigt — voor Dostojevski is Christus de enige mens, hij is zeer christologisch in zijn denken, de enige hoopgevende figuur in heel de geschiedenis van de mensheid — dan kon je zeggen: kies voor Dostojevski, maar dat is kiezen voor Christus.
Het is dan wel een andere Christus, dan het plaatje wat wij in ons hoofd hebben. De Christus van Dostojevski die komt vele malen ter sprake. Eigenlijk steeds meer. Bijvoorbeeld in de legende van de grootinquisiteur. Ik heb dat net voorgelezen. De Christus, die de antichrist een kus geeft.

De idioot

Ook in een ander boek van Dostojevski ‘De Idioot’, de idioot, dat is zo’n figuur. Je zou kunnen zeggen, dat is een neuroticus, daar kan niemand mee overweg, maar het is de zuiverste figuur die Dostojevski geschapen heeft.

De prins Mysjkin zegt ergens, dat is een heel aangrijpende passage, want Mysjkin is neuroticus en verschrikkelijk onhandig. Hij stoot een kostbare vaas om, op het moment, dat hij daarover gaat praten.

De Christus is de antichrist

Hij zegt:

“De Christus, die geleerd wordt door de officiële kerken in het Westen, dat is de antichrist. Dat is het tegendeel van Christus.”

En hij zegt er iets bij:

“Ik durf dit te zeggen, omdat het mij verschrikkelijk veel strijd, moeite en vertwijfeling gekost heeft om dit over mijn lippen te krijgen. Dat is niet de echte Christus, dat is een vals beeld. Dat is de antichrist. Dus, wie is Christus? Uiteindelijk, wie is Christus? Weten wij dat?”

Kierkegaard

Wij kunnen een nieuwe kijk krijgen op zo’n figuur door Dostojevski te lezen of Kierkegaard. Maar Kierkegaard zegt hetzelfde. Kierkegaard rekent genadeloos af. Kierkegaard is de grootste christelijke denker van de vorige eeuw. Die heeft de meeste invloed op de vernieuwingsbewegingen, de spirituele bewegingen in het Christendom.

Nochtans rekent Kierkegaard genadeloos af met de Christelijke theologie van zijn tijd. En met het Christusbeeld van zijn tijd.

Ons eigen hart

Dat brengt ons bij de vraag: Wie is Christus? Dat weten wij niet. Daar staan wij helemaal alleen mee met ons eigen hart en met de woorden, die wij lezen uit het Evangelie. Maar wij weten allemaal, dat die woorden geïnterpreteerd worden op manieren die soms verschrikkelijk zijn. Wij hoeven maar te kijken naar Joegoslavië. Hoe mensen zich verschuilen achter een Christusbeeld.

Samen schilderend ging het goed

En ik kan iets vertellen, waar ik zelf bij geweest ben. Wij hebben een tijd een vereniging gehad, waarbij mensen iconen schilderden. Orthodoxen, katholieken en protestanten. Zolang ze schilderden ging het goed. Maar als er gepraat werd dan liep het uit de hand. Dan was het van: ja, nee, nee sorry, dat is niet onze Christus, dat is weer typisch die katholieke Christus. Mensen kunnen niet met elkaar overweg. Op religieus gebied helemaal niet.

De woorden leven en veranderen

Misschien is wat Dostojevski leert: heel deemoedig worden over wat wij echt denken te weten van Christus. Dat is het meest intieme wat er is. Die ontmoeting met die woorden. Dat blijft altijd levend en dat verandert. Bij mij is dat altijd veranderd. Dat kan opstand zijn tegen een bepaald beeld. Dat kan opnieuw ontdekken zijn. Ook door andere religies een heel nieuwe kijk krijgen. En vooral ontdekken, dat dat iets levends is. En dat wij het niet weten, dat wij geen plaatje, geen plaatjes hebben.

De werkelijke ontmoeting

Maar de werkelijke ontmoeting is iets heel unieks. Dat is bij iedereen anders. Dat is bij Dostojevski anders dan bij Kierkegaard. Dat moeten wij, ieder echt in stilte en eenzaamheid maar ontdekken. En nogmaals, Dostojevski was voor mij een openbaring met name om de figuur van Christus opnieuw te leren zien.

Christus als bodhisattva

Ik heb ook heel veel gehad aan de manier, waarop een beroemde zenmeester Massao Abbe daarover sprak. In Brussel in een lezing voor katholieken. Met name over de kinosis, over dat afdalen. Dat afdalen naar beneden tot in de mislukking toe. Een boeddhist sprak hier over Christus, die voor hem een bodhisattva was. Die afdaalde tot in de grootste ellende in de mislukking, ook de morele mislukking.

Toen stond er een hoogleraar theologie op. Een priester, die zei, een man van zeventig: Ik dank U dat U als boeddhist mij een hele nieuwe kijk gegeven hebt op Christus. Misschien dat Dostojevski zoiets met ons kan doen.

Een andere vraag:

Dostojevski heeft veel vragen gehad waarop geen antwoord kwam…

Fjodor Michajlovitsj Dostojevski[3]

Ja dat hebben wij allemaal. Hij wilde leven. Maar het leven, dat hij voor de mensheid wilde, was dat leefbaar? Wat Dostojevski voor ogen stond en wat hij soms uitbeeldde, bij voorbeeld op die andere planeet, was dat leefbaar?

Sorry, dat weten wij niet. Dat weten zij niet. Dan is het ook geen sprong meer van het geloof. Dan is het een nieuwe weg. Dan is het een platgetreden weg. Maar de meest indrukwekkende woorden van Kierkegaard over Abraham; die zei: Abraham ging op weg zonder te weten waarheen. Zonder te weten waarheen. En het is dat wij dat niet los durven laten. Daarom klampen wij ons vast aan de rede en aan antwoorden en aan zekerheden en aan structuren.

Zekerheden loslaten

Dat is wat Fortmann ook zegt. Zijn wij niet te kleingelovig? Hebben wij niet teveel angst dat het een chaos wordt als wij zekerheden loslaten? Durven wij het leven echt een kans te geven? Of zijn wij zo gevangen in angst, dat wij liever alles veilig stellen. Ja, wij weten het niet. Daar hebben wij doodsangst voor. Op weg te gaan zonder te weten waar je uitkomt. Dat is het. Dat was het voor Kierkegaard en was het voor Dostojevski.

Leven

Maar misschien kan één ding ons helpen. Dit is leven, los van het feit, dat wij in een heel gelukzalige hoek van de cultuur zitten, Nederland hè. Maar wat wij zien in Joegoslavië. Dat laat zien hoe verschrikkelijk het kan worden. Een tweede wereldoorlog, die wij vijftig jaar geleden gehad hebben, kan hier weer plaats vinden.

Onze neurotische cultuur

Niemand verwachtte dat in Duitsland, het land van de cultuur van de Bachs en de Mozarts en de Goethes. Nochtans gebeurde het. Is ons leven zo leefbaar? Ik denk het niet. Ik denk aan het feit, dat hier in onze goed georganiseerde maatschappij achttien keer, sorry achttien keer, meer zelfmoorden plaats vinden, percentsgewijs, dan in de rest van de wereld. Dat is ook een teken aan de wand. Ook dat er zo heel veel ontwrichte mensen zijn. En dat onze cultuur, zoals Fortmann zegt, zwaar neurotisch is. Onze cultuur!

Psychiater Maas

Dat doet ons botsen op de vraag “is onze wereld zo leefbaar”? Ik weet het niet. Er is een Nijmeegse psychiater Maas, misschien kent U hem, die heeft een boekje geschreven ‘Als een man in een brandend huis’. Dat boekje is geschreven door een psychiater, die terugblikt op zijn ervaring: pessimistisch over de wijze waarop wij leven. Dat komt dicht bij Dostojevski en dichtbij de religie, al noemt hij dat woord met geen name. Wij zitten gevangen. Wij zitten vast. Wij zijn niet vrij. Wij zijn een pathologische cultuur met vragen of wij wel zo leefbaar zijn.

Geldt voor de cultuur hetzelfde als voor het individu?

U zegt: “onze cultuur is zwaar neurotisch, pathologisch”. Maar geldt dan ook niet wat u verteld hebt, dat neurose ook een genade kan zijn? Dat onze cultuur daar doorheen moet? En voor hetzelfde geldt, de prijs kan te hoog zijn. Geldt voor de cultuur hetzelfde als voor het individu?

Felix Culpa

Dat kan je niet verstandelijk beantwoorden, maar vanuit het religieuze moet je zeggen: JA! Van alles, wat er is, kun je zeggen, dat het uiteindelijk genade is. Er is een heel bekende uitdrukking uit de paashymne die vroeger gezongen werd. ‘O felix culpa’, ‘O gelukkige schuld!’. Dat ging over de zonde van Adam en over de moord op Christus.

Zelfs daarvan werd gezegd: uiteindelijk ook ‘felix culpa’. En daar raak je aan iets, waar je menselijkerwijs niet bij kan. Dat zal voor alle culturen gelden, voor alle verschrikkingen, zelfs voor Auschwitz. Dat kun je alleen maar zeggen met heel veel huiver. Ik vind dat heel moeilijk, maar uiteindelijk is dat zo.

Ja dat is de paradox natuurlijk, waaronder wij leven.

Juliana van Norowich

Juliana van Norowich[4]

Het is een paradox en het is iets, waar bijvoorbeeld Juliana van Norowich (ca 1342-1416) een non in Engeland, vijftien of twintig jaar mee worstelde. Toen kwam bij haar dat eruit wat U nu vraagt. Dat schreeuwde ze uit. Zij vond het leven onleefbaar en zij vond ook haar religieuze prospect van een eeuwige verdoemenis onleefbaar.

Uiteindelijk komt het goed

En ineens komt daar die innerlijke doorbraak. Die stap, die zij kan zetten en dan zegt ze:

“And all shall be well, and all will be well, and all matter of things will be well”.

Dus alle manieren van bestaan zullen uiteindelijk goed blijken. En daar zegt ze nog achter:

“And sin is behoveable”.

Dat zegt een zaligverklaarde non. En de zonde:

 ‘to be have too’. It is be hopefull.

Maar dat zijn uitspraken, waar je met je verstand niet bij kan. Dat is terug diep in je weten dat uiteindelijk, dat alles wat geweest is ook ‘felix culpa’ is, ook de verschrikkingen van de neurotische cultuur. Wat niet betekent dat wij niet alles moeten doen om die cultuur leefbaarder te maken.

‘Behoveable’, dat is oud Engels. ‘Behoveable’ betekent to be have too, dat moet er blijkbaar ook zijn. En dat is een wonderlijke uitdrukking voor, wat wij noemen, een heilige. Normaal hoor je andere taal, maar dit is zo een uitdrukking, die al niet meer logisch te duiden is. Maar zij heeft te maken met wat u bedoelt te zeggen:

“Uiteindelijk zal alles wat geweest is blijken een zegen te zijn”.

Daar eindigt Nietzsche ook mee in dat laatste hoofdstuk van ‘Also sprach Zarathustra’. En daar eindigt Kierkegaard mee. Met dat grootse.

God vergeeft en vergeet

Sketch of Søren Kierkegaard[5]

Kierkegaard formuleert dat nog cruer. Kierkegaard zegt:

“Gods almacht is zo groot, dat Hij kan maken dat wat geweest is, niet meer is”.

Hij zegt het bijvoorbeeld over onze mislukkingen:

“God vergeeft ons niet alleen onze zonden, maar hij vergeet het. Het bestaat niet meer”.

En daar kunnen wij menselijkerwijs niet bij. Dat is waarbij als het ware alles, wat wij als realiteit zien, een illusie blijkt te zijn.

Neurotische culturen

Maar daarover praten, sorry, dat kan niet. Dat kan niet. Ik kan dat alleen zeggen uit de grond van mijn hart. Maar ik heb daar geen enkel bewijs voor. Ik zou ook nog willen zeggen, andere culturen zijn ook neurotisch.

De onvrije mens

De mens is overal onvrij. En in alle culturen zegt men, valt tien of vijftien procent van de mensen buiten de boot. Dat is altijd een grote tragiek. Psychologisch buiten de boot, ik bedoel die worden neurotisch. Desondanks is, je komt uiteindelijk uit bij die vraag:

‘Is het bestaan uiteindelijk zinvol?’. Het diepste antwoord is, het religieuze antwoord, is JA. Ja. Volmondig: ja! Alles.

Bij het kind, dat door de honden wordt verscheurd, gaan mijn vragen uit naar de landeigenaar. Hoe kwam hij ertoe?

Genade door opvoeding

Ja, misschien is dat een heel goede vraag om mee te besluiten. Want dat is wat Dostojevski ook duidelijk wil maken. Maar ook Kierkegaard. Dat is, dat wij dat allemaal zouden kunnen zijn, maar dat is misschien heel schokkend om te beseffen. Waar hangt het van af, dat wij niet zo’n wreedheid aan de dag leggen? Of zulke verschrikkingen doen. Dat is genade door onze opvoeding. In feite zou het iedereen kunnen overkomen. Misschien is dat de moeilijkste stap om te zetten, aannemen het had met mij ook gebeurd kunnen zijn.

David Cooper

Rabbi David Cooper[6]

Ik had ook zo’n monster kunnen zijn. Het meest indrukwekkende daarvan is, wat een rabbi, David Cooper, die ook psychoanalyticus is, daar over heeft geschreven naar aanleiding van de tekst van Jesaja. Die kent u misschien, de dienaar van Jahweh, die alle zonden en schuld op zich neemt, alle ziekten, pijn, mislukking, alle donkere kanten als een zondebok op zich neemt.

David Cooper zegt dat hij als therapeut, als oudere therapeut, eens tijdens een therapie oog in oog met een cliënt, een cliënt die alleen maar zwijgt. Een cliënt, die misschien psychotisch is. Waar hij geen raad mee weet. Uiteindelijk ontdekte hij hoeveel woede en mogelijkheid tot vernietiging in hemzelf leefden.

Confrontatie met eigen woede

Voor hem was dat schokkend. De rabbi en de therapeut, die ontdekken: ik sta hier machteloos. Ik zit hier machteloos. Ik kan weglopen. Ik kan die man weigeren te komen, maar ik zit tegenover hem. Ik voel de woede. Ik wil hem weg uit mijn wereldbeeld. Ik word geconfronteerd met al mijn eigen mogelijkheden ten kwade. En dat zegt hij ook:

“De Kaïn is in ons, de Hitler zit in ons. In ons allemaal”.

Het geloof en de genade

Pas vandaar doet hij die sprong naar, naar die ruimte van het geloof en de genade en de redding. Hoe is zo’n man zo geworden? Hoe is een beul zo geworden? Wat is er in een jeugd fout gegaan? Dat is terrein van de psychologie.

Maar wonderlijker woorden, die ik ooit las, ik denk dat het een auteur is over de suïcide, die zegt ergens:

“Er zijn geen zelfmoordenaars. Er zijn alleen maar drijvers en gedrevenen.”

En ergens anders zegt hij:

“Er zijn ook geen monsters. Monsters worden niet geboren, die worden gemaakt.”

Niemand afschrijven

En dan zijn we terug bij die aanklacht van Ama Sami over onze cultuur. En bij de aanklacht van Fortmann over onze cultuur: Sommige mensen vallen buiten de boot. Die worden vermalen. Die worden monsters. En uiteindelijk is het enige wat wij kunnen: niet analyseren. Dat kan ook. Als dat onze weg is als therapeut, is dat belangrijk. Maar niemand afschrijven. Niemand afschrijven, ook zo’n monster niet.

Een onmogelijke opgave

In het Oosten — dat heeft mij zo geraakt — in het Oosten wordt dat uitgedrukt na elke meditatie in de gelofte van de bodhisattva.

“Hoe ontelbaar de levende wezens ook zijn, ik beloof ze allen te redden.”

Allen, er is niet een uitzondering. Niet één. Niet het grootste monster. Ook niet deze landheer, die kinderen laat verslinden. Maar het is menselijkerwijs een onmogelijke opgave. Het is maar heel langzaam, dat zo’n onmogelijke regel in je leven wat lichter wordt. In het begin is het een krankzinnige paradox.

“Hoe ontelbaar de levende wezens ook zijn, ik beloof ze allen te redden. Hoe peilloos diep het lijden ook is, ik beloof het tot in de wortel te elimineren.”

Machteloosheid erkennen

Als je dat uitdrukt, dan denk je: wat ben ik aan het zeggen. Want ik kan niets. Ik kan niet eens voorkomen dat mijn kinderen wanhopig zijn. En nu praat ik over mijzelf. Als mijn zoon wanhopig is, voel ik mij verschrikkelijk wanhopig. Met hem. Ik kan soms niets doen. Dan zie je je kleinheid en je machteloosheid. Desondanks spreek je die woorden uit. Midden in die machteloosheid. En dat vind je ook bij Paulus:

“Als ik mij op iets beroem, dan is het op mijn machteloosheid. Op mijn niets-kunnen.”

Ik zal redden

Dan openbaart zich, dán openbaart zich heel iets anders in die machteloosheid, in die mislukkingen, in die kleinheid, en in het zelf niet kunnen. Dan ontdek je ook, dat dat ik wat uitspreekt: “ik zal redden” veel meer is dan het ik waarmee we startten. Ja.

Elie Wiesel

Elie Wiesel[7]

Ja, en hoe valt dat dan te rijmen met die uitspraak van die Rabbi in verband met de herdenking van de holocaust:

“Ik hoop dat God hen nooit vergeeft”.

Dat was Elie Wiesel.

Hoe is dat dan? En is vergeving wel mogelijk? Na zulke gruweldaden?

De paradox van Dostojevski

Daar zijn wij terug bij in paradox van Dostojevski. Hij zegt

“De moeder mag de beul vergeven wat hij háár heeft aangedaan. Haar moederhart. Maar de moeder mag de beul niet vergeven, wat hij haar kind heeft aangedaan.”

Auschwitz

Elie Wiesel (1928-2016, Joods-Amerikaans schrijver, die de Holocaust overleefde) zegt dat, omdat een Joods filosoof, Levinas — ik weet niet of iemand hem kent, een zeer bijzondere man — dat met die woorden uitdrukt. Het is een zeer religieus mens, maar hij zegt:

“God mag niet vergeven in onze plaats. Alleen de persoon die geleden heeft. Maar God als buitenstaander mag dat niet doen”.

En daarom zegt Elie Wiesel ook:

“God vergeef het ze niet!”.

Dat lost niets op. Daar zijn verschrikkingen gebeurd en daar komt dan een derde van buiten. Al is die God. God mag niet vergeven.

Voor Elie Wiesel is dat ook een mysterie. Hij komt daar niet uit. Maar hij laat het een onmogelijke vraag zijn. En hij zegt,

“Wij mogen ons daar nooit van afmaken door te zeggen, God zal het ze vergeven en het is klaar.”

Het is dieper. Hij zegt ook ergens in ‘Kings Silence’:

“Met Auschwitz kom je niet klaar met God. En ook niet zonder God. Auschwitz is de onmogelijke vraag. De vraag van alle vragen.”

Dat is het punt zegt hij, waar de mens God ter verantwoording roept. Maar omgekeerd ook, waar God de mens ter verantwoording roept. Evenzeer. En waar aan allebei de kanten geen antwoord komt. Noch van de mens, noch van God. Beiden zwijgen. Dan zegt hij:

“En wat doen wij dan?”

Dat is een vraag aan ons: Wat doen wij dan? Geen verhaaltje, geen antwoord van:

“God heeft het vergeten dus het is oké.”

Wanhoop, en dan?

Elie Wiesel legt het net als Dostojevski terug bij ons. Wat doe ik zoals ik hier sta, of zit zoals U? Wat doe ik? Want ik weet daar geen raad mee. Dan zegt hij ook, menselijkerwijs is hier het laatste woord: wanhoop. Maar wanhoop is nooit het laatste in onze Joodse religieuze traditie. Nee, dat kan het niet zijn. Dat mag het niet zijn. Wat is dan de stap die jij doet? En dan plaatst hij het helemaal bij ons. Geen antwoord, maar wat is de stap die jij doet?

Das billige Glauben

Wij moeten vergeven wat ons is aangedaan. Maar wij mogen nooit voor een ander vergeven. Wij doen dat makkelijk. Iemand, die in nazi-Duitsland is opgehangen, een theoloog, Bonhoeffer, die kent U misschien, die heeft daar ook een uitdrukking voor: ‘Das billige Glauben’. Hij noemt dat: ‘het goedkope geloof. Maak je geen zorg. God vergeef het je. Dan wordt het van ons weggenomen.

De oplossing komt niet van God

Elie Wiesel wil dat wij met die vraag zitten. Dat we er niet uitkomen, zoals Dostojevski dat ook doet. En dan gebeurt er iets waar die vraag onmogelijk wordt. Want anders vluchten wij weer met een mooi antwoord. En dat is wat Levinas ons duidelijk wil maken. God als een soort ‘Deus ex magina’ kan het niet voor ons oplossen. Het gevaar bestaat, dat het geloof zo goedkoop wordt. Dat is waar Elie Wiesel op wijst, waar Levinas op wijst, waar Kierkegaard op wijst, waar Dostojevski op wijst.

Noten

[1] Deze van geluidsopname uitgewerkte syllabus is door WW redacteur Gea Smit voor het Wijsheidsweb enigszins geredigeerd, en voorzien van afbeeldingen en tags.
[2] Bron: Ama-Samy
[3] Bron: Dostojevski
[4] Bron: Juliana van Norowich
[5] Bron: Sketch of Søren Kierkegaard based on a sketch by Niels Christian Kierkegaard (1806-1882).
[6] Bron: Rabbi David Cooper
[7] Bron: Elie Wiesel

studeerde wis- en natuurkunde, en Slavische talen en letterkunde. Hierna volgde hij gedurende vier jaar een studie vergelijkende cultuur- en godsdienstwetenschappen over de ontmoeting tussen Oost en West. In 1968 werd Ton Lathouwers benoemd tot gewoon hoogleraar Russische letterkunde te Leuven, met een nevenopdracht aan de theologische faculteit: religieuze thematiek in de moderne literatuur. In 1987 verkreeg Ton Lathouwers zijn officiële autorisatie (transmissie) als leraar Chinese Rinzai Chan van de Chinese Ch’anmeester Teh Cheng. Sindsdien begeleidt hij zengroepen in Nederland, België en Zweden.