Over de mystieke soefi stroming: de tasawwuf

Paul Mulders

De term soefisme verwijst doorgaans naar de mystieke kern, de binnenkant of het hart van de Islam. En is daarmee onlosmakelijk verbonden met de Koran als een boek van goddelijke openbaring en met de leringen van de profeet Mohammed.

Innerlijke leerweg

Zes Soefimeesters (circa 1760)[1]

‘Soefisme’ is door zijn uitgang –isme een wat ongelukkige en rationalistische term, een die afkomstig is uit de tijd van de Europese Verlichting. Hij suggereert daarmee vooral een al dan niet gesloten systeem van leerstellingen en dogma’s die op de weg belangrijk zouden zijn. Maar dit is de eigenlijke Soefi-weg binnenste buiten keren; of binnen en buiten, geest en vorm, hart en hoofd met elkaar verwisselen.
Soefisme is in de eerste plaats een levende innerlijke leerweg, een vorm van sociaal ingebedde levenskunst, waarin ervaring en inzicht de zoeker leiden en transformeren, naar een verdieping van zijn identiteit als mens, voorbij zijn eigen persoonlijkheid.
Via zelfkennis en spirituele zuivering op zoek naar de kennis van en liefde voor en uiteindelijk het geschenk van een vereniging met God of Allah. Naar de woorden van de profeet Mohammed

‘Wie zichzelf kent, kent zijn Heer’

Tasawwuf

Arabische kalligrafie: “Er is geen dappere jongere dan Ali en er is geen zwaard dat dienst doet dan Zulfiqar”[2]

Soefisme is vooral een westers woord. In het islamitische Oosten kende en kent men vooral de term tasawwuf, een Arabisch woord voor de weg waarbinnen een mens of moslim bewust zijn morele en spirituele idealen realiseert. Het is onduidelijk wat de etymologische stam hiervan is. De letterlijke term verwijst ofwel naar het woord ‘soef’ of naar ‘safa’ — wat ‘van wol’ respectievelijk ‘zuiver’ betekent — met de betekenis een soefi, een derwisj gehuld in een wollen kleed of een ‘zuiver mens’ worden.

Veel religieuze of spirituele tradities kennen zowel een buiten- en een binnenkant. In het eerste geval spreken we van de exoterische (of vorm)dimensie, in het tweede over de esoterische (of geestelijke) dimensie. Daartussen wordt vaak een derde, mesoterische laag, onderscheiden. Die staat vooral voor het zelf gaan van de weg, voor de innerlijke ervaring of de praktische weg van levenskunst, inzicht en kennis.

De wegen van shari’a, tariqah en haqqiqa

‘Alî, gezeten op zijn blauwe muilezel en met een lange rode staf, wordt benaderd door een delegatie van de Quraysh-stam, met het verzoek niet naar Mohammed terug te keren[3]

In de Islam respectievelijk de tasawwuf onderscheidt men de wegen van shari’a, tariqah en haqqiqa.
Shari’a omvat de algemene leringen van de Koran en andere bronnen binnen de Islam, de dagelijkse sociale gedragsregels en rituelen, waaronder het gebed en de zgn. vijf zuilen. Het is een geheel van aanwijzingen, voorschriften en verboden die voor de individuele moslim als een gids of wegwijzer dienen. Om in dit leven in de ogen van God/Allah op de juiste manier te leven.
Tariqah betekent ‘pad’ en ook wel ‘orde of broederschap’. Dit woord verwijst naar de innerlijke weg en de al dan niet tijdelijke sociale organisatie die het samen gaan en volgen van een pad met zich meebrengt. In het tasawwuf is het ondenkbaar, dat men de weg naar het realiseren van zijn of haar spirituele idealen alleen zou gaan. Bovendien is die niet voor te stellen zonder de aanwezigheid en leiding van een leraar of sjeikh, het geestelijke hoofd van de tariqah of broederschap. In de dimensie van de tariqah (letterlijk een pad door de woestijn) worden de krachten van de ziel steeds meer tot de Ene of Allah gewend. In lijn met een vers uit de Koran:

‘Overal waarheen ik mij wend, zie ik het gelaat van God/ Allah’.

Haqqiqa is de staat van ultieme realisatie, van zich verenigen of beter zich verenigd weten met de laatste Werkelijkheid, met God of Allah. Men is dan een abd-al arif geworden, iemand die in zichzelf de ma’arifa, gnosis of mystieke kennis belichaamt. Het woord soefi (hier in de betekenis van zuivere) wordt in deze zin niet of nauwelijks gebruikt. Zoals men ook binnen het boeddhisme soms kan horen: ‘if you see a buddha on the street, kill him’.

Spirituele lijn

Elke soefi-orde gaat in zijn spirituele lijn of silsala terug op de profeet Mohammed of op zijn neef ‘Ali ibn Abu Talib. Elk kent door deze spirituele herleiding en door de historische overdracht van de lijn in de tijd zijn eigen regels en gebruiken. Voor de dagelijkse omgang met de leraar, met elkaar en de wijdere omgeving gelden vaak uitgebreide en subtiele regels van adab of hoffelijkheid. Adab betekent vooral respect, gepastheid, dat wat hoort. Voor nagenoeg elke situatie is er een adab. Het is een praktijk waarin men zich als leerling, met behulp van deze regels, in een innerlijke houding naar elkaar en naar de mensen om zich heen oefent en ontwikkelt.

Spirituele deugd- en karaktervorming

Een Dhikr illustratie in Brown (1868)[4]

Adab is in tasawwuf een bijzondere vorm van ihsan, de spirituele deugd- en karaktervorming die in het algemeen voor elke moslim geldt. En mede gebaseerd is op de sunnah, het zowel uiterlijk als innerlijk volgen van de weg en het voorbeeld van de Profeet Mohammed. Vergelijkbaar met de Imitatio Christi binnen het christendom of in grote lijnen het Achtvoudige Pad binnen het boeddhisme.

Hoe heilzaam adab als dagelijkse praktijk ook is, de voornaamste weg tot de opening en zuivering van het hart wordt in tasawwuf vooral beoefend in het centrale soefi-ritueel van de dhikr. Een vorm van gebed dat, afhankelijk van de orde, zowel individueel als gezamenlijk, hardop of in stilte, zittend of staand kan worden verricht. Dhikr, afgeleid van het Arabische stamwoord dhi-ka-ra, betekent herinneren en is een oefening in aanwezigheid en z/Zelf-herinnering. In het licht van de eerder vermelde uitspraak van de profeet Mohammed:

‘Wie zichzelf kent, kent zijn Heer’.

Articulatie van hadrah tijdens een Dhikr[5]

Pad van Wederkeer

Daarom wordt tasawwuf of soefisme ook wel het Pad van Wederkeer, de terugkeer naar het oorspronkelijke huis, de plaats waar men vandaan komt, genoemd.
Het veelvuldig verrichten van de dhikr wordt beschouwd als een weg van het polijsten van de roest op het hart of als een poetsmiddel voor de spiegel van het hart. Want het hart is binnen tasawwuf het belangrijkste orgaan van waarneming, ervaren en leven van de werkelijkheid. Alleen met een zuiver of gezuiverd hart kan men echt zien wat is/Is.
Daarom wordt tasawwuf ook wel de Weg van de Liefde, Mededogen en Dienstbaarheid genoemd.

Noten

[1] Bron: Six Sufi masters
[2] Bron: Levha panel in honor of Imam Ali
[3] Bron: ‘Alî, mounted on his blue mule and holding a long red staff, is approached by a delegation from the Quraysh tribe, asking him not to return to Muhammad (1594-1595)
[4] Bron: A Sufi Dhikr as illustrated-in-Brown (1868)
[5] Bron: Dhikr hadrah articulation

update-2020-10