Ontwikkeling van het confucianisme

Hoofdredactie

De ideeën van de filosofen uit de oudheid, zoals Confucius, zijn door de eeuwen heen belangrijk gebleven.
Het proces van canonisering — welke teksten als de oorspronkelijke van ‘de meester’, de canon, gelden — laat dit zien.
Op de ‘canon van oorspronkelijke geschriften’ zijn in latere tijden commentaren geschreven. In die commentaren geven bestuursambtenaren hun visie op de leer van Confucius.

Gedurende 2000 jaar heeft de canon van confuciaanse geschriften, die ook documenten uit de voorafgaande periode omvatte, de basis gevormd voor de Chinese opvoeding. In 1314 werden de examens, die tijdens de verovering waren stilgelegd, door de Mongoolse Yuan-keizer opnieuw ingesteld. De interpretatie van het confucianisme door Zhu Xi (1130-1200) werd daarbij als maatgevend verklaard. Ten tijde van de Qing-dynastie kreeg canonisering van Zhu Xi’s filosofie de status van officiële ideologie. Op examens werd van bestuursambtenaren een nauwkeurige kennis van die geschriften vereist. Dit examensysteem bestond nog tot 1905.

Confucius heeft het belang van spirituele zaken en van de goden vrijwel steeds ontkend voor het verrichten van goede werken. Hij had ook weinig interesse in de dood en spirituele zaken. Het ging hem om de sociale orde, de morele verplichtingen in deze wereld en dit leven.

De hemel werd door hem als onpersoonlijke morele instantie beschouwd — niet langer als een menselijk persoon. Ook was de rol van de vorst sinds Confucius vooral een ethische, hij moest een goed voorbeeld geven aan zijn volk.

Tot dan toe was de rol van de vorst veeleer magisch, mythisch geweest. De vorst was bij Confucius niet meer de enige intermediair met de hemel; ook Confucius had, zo blijkt uit diverse passages, een relatie met de hemel. Dat iemand anders dan de vorst — in feite iedereen — een relatie met de hemel kon hebben, en daarbij in tegenstelling tot de vorst ook geen verantwoordelijkheid naar het volk droeg, was een doorbraak.

Beijing, tempel van Confucius [1]

Niettemin werd Confucius tegen het eind van de eerste eeuw vC al volop aanbeden. In 59 nC werd dit door de keizer geformaliseerd, toen hij verkondigde dat offeranden aan Confucius moesten worden gebracht. Vanaf toen werden de officiële riten, ceremonies en de keizerlijke offers beschouwd als confuciaans bestanddeel van het staatsbestel.
Gelet op de plaats die het confucianisme kreeg in de officiële eredienst is het te beschouwen als een aan oude gebruiken aangepaste, wijdverbreide en eeuwenoude religieuze stroming in China. Het werd in feite de staatsgodsdienst.

Dat de confuciaanse ideologie in China nog heel sterk leeft, blijkt uit de grote staatsplechtigheden en processies, de canons van de in aanzien staande geschriften en de nog bestaande dodenriten.

  • Leeuw, K.L. van der (1994) Het Chinese denken, geschiedenis van de Chinese filosofie. Amsterdam: Boom.
  • Leeuw, K.L. van der (2006) Een inleiding in de leer van Confucius. Amsterdam: Ambo.
  • Leeuw, K.L. van der (2008) Mencius, inleiding, vertaling en commentaar. Budel: Damon.
  • Schipper, K. (2014) Confucius, de gesprekken, gevolgd door Het leven van Confucius door Sima Qian (circa 145-86 vC) vertaling en toelichting. Amsterdam: Uitgeverij Augustus.
Noot

[1] Bron: Standbeeld van Confucius bij de tempel van Beijing

2018-01

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,