Enkele grondbegrippen van het confucianisme

Hoofdredactie

water-confucianistisch

Waarden en normen

De leer van Confucius grijpt terug op de Chinese Klassieken, boeken vol filosofische gedachten, rituelen, gedichten, muziek en geschiedenis, die de spirituele en culturele erfenis van de ‘heilige wijzen’ uit het Chinese verleden vertegenwoordigen.
Een voornaam doel was een ethische rechtvaardiging te creëren voor het traditionele Chinese familiesysteem en de voorouderverering.

De leer van Confucius is onbuigzaam, gereglementeerd, patriarchaal en dikwijls streng. Confucius zag het als zijn voornaamste taak het culturele erfgoed van de vroegere generaties te herstellen en die volgens zijn inzichten aan zijn volgelingen over te dragen.

Tradities uit het verleden werden door hem sterk geïdealiseerd. Confucius zegt de oude normen en waarden te herstellen en slechts de leer van de oude koningen over te dragen, maar hij geeft een eigen interpretatie aan de traditionele opvattingen. Confucius hechtte grote waarde aan goede omgangsvormen en sociale gedragingen. De grote gedachten en abstracte overwegingen zijn in een voor velen acceptabele symbolische vorm gegoten, omgevormd tot etiquette, ceremonie en rite, traditie en goede zeden.

Lunyu of Confuciaanse Analectica

De eigen ideeën van Confucius werden bekend door middel van De Gesprekken van Confucius opgetekend in de Lunyu of Confuciaanse Analectica.
Dat is een verzameling aforismen die door een van zijn volgelingen uit de gesprekken werd samengesteld. De verzameling is in compacte stijl geschreven.

Confucius vereerde de grote voorvaderen, die het goede voorbeeld hadden gegeven. Die stelde hij zijn tijdgenoten ten voorbeeld. Hij vereerde de hemel, het rijk daarboven, waar deze groten hun functie uitoefenden en zich met aardse zaken bleven bemoeien. Maar hij vond tegelijkertijd dat men zich daarin verder niet moest verdiepen. Het aardse leven is al ingewikkeld genoeg.
De hemelse wereld is alleen maar belangrijk om het ideaal van de hoogstaande mens, de junzi, vorm te geven.

De opvattingen van Confucius worden gebruikt om positieve eigenschappen aan te kweken met normen voor medemenselijkheid en rechtschapenheid. Hiertoe worden woorden gebruikt als eerlijkheid, integriteit, vriendelijkheid, verdraagzaamheid, hoffelijkheid, beleefdheid, ethiek, eerbied voor ouderen, goede vorm, fatsoen, welwillendheid, loyaliteit, goede trouw, plichtsbesef en recht(vaardigheid).

Het noemen in de Chinese filosofie

Confucius Is de naamgever van zo’n 400 Chinese instituten wereldwijd [2]

Belangrijk in de eerste eeuwen van de Chinese filosofie is het juist noemen of gebruik der namen (zheng ming). Iedere naam die wordt toegekend is tegelijkertijd een bevel. Een naam heeft meteen consequenties. Zo hebben begrippen als man, vader, dochter, buur, vorst, ambtenaar etc. direct een heel scala van rechten en plichten tot gevolg.

Door het juist benoemen en hernoemen van de namen weet iedereen dan ook waar hij aan toe is. Aan een naam is meteen zowel een feitelijke betekenis als een moreel waardeoordeel gekoppeld.
Er bestaat dus geen splitsing in een neutrale betekenis ‘wat is’ en het morele ‘wat moet zijn’.

Verloederde termen werden door Confucius in het reine gebracht op basis van de vroegere oude normen en waarden.

Zilu vroeg: “Als de heer van Wey u met de regering belastte, wat zou u dan als eerste doen?”

“Vast en zeker de namen rechtzetten, denk je ook niet”, zei de Meester.

“Hoe is het mogelijk! Wat een omweg maakt u! Hoezo dat ‘rechtzetten’?”

Zilu: “Yu, wat ben jij toch een pummel! Als een hoogstaand mens iets niet begrijpt, dan toont hij gepaste schroomvalligheid!
Het zit zo: ‘Als de namen niet juist zijn, wordt wat men zegt onlogisch. En als wat men zegt onlogisch is, zal wat men onderneemt niet slagen.
Als wat men onderneemt niet slaagt, kunnen ritueel en muziek zich niet ontwikkelen.
Als ritueel en muziek zich niet kunnen ontwikkelen, zullen ook straffen en boetes hun doel niet bereiken.
Als straffen en boetes hun doel niet bereiken, weet het volk niet meer waar ze hun handen en voeten moeten laten.
Daarom gebruiken hoogstaande mensen, wanneer ze iets willen aanduiden, altijd de juiste benamingen. Wat zij zeggen komt steeds overeen met wat uitvoerbaar is.
Vooraanstaande mensen zijn nooit onzorgvuldig in wat ze zeggen.
Dat is alles. [1]

Lunyu XIII-3

NB Omdat tijdens en na de Culturele Revolutie steeds sneller normen en waarden werden hernoemd, wist eigenlijk niemand meer waar hij/zij aan toe was en wat goed of fout was.
In het boek ‘Wilde Zwanen’ van Jung Chang zijn hiervan vele voorbeelden te vinden.

De maatschappelijke ordening: ongelijkheid

Lunyu of Confuciaanse Analectica [3]

Het principe van de maatschappelijke ordening is ongelijkheid. Gelijkheid geeft dierlijke toestanden en de enige ordening is een hiërarchische ordening. Altijd is er dus een meerdere en een mindere.
Gelijkheid bestaat niet; een Chinees maakt ongelijkheid als die er niet is. Zonder ongelijkheid is er geen sociaal contact mogelijk. Die verhoudingen zijn strikt omschreven, ze geven de wederzijdse verantwoordelijkheden weer.

De vijf onderlinge verhoudingen zijn:

  • vader — zoon (en moeder — dochter)
  • vorst — onderdaan (keizer — volk, keizerlijke ambtenaren — volk)
  • oudere broer — jongere broer
  • man — vrouw
  • vriend — vriend

De macht van de vader is absoluut. De gehoorzaamheid van de kinderen aan de vader is absoluut; gebrek aan gehoorzaamheid is onnatuurlijk en niet volgens Dao, de weg.

De ouderliefde staat als een paal boven water; dit is net als broederliefde niet alleen een deugd maar eigenlijk een plicht. Men draagt zorg voor degene die dichtbij is. Daardoor worden bepaalde handelingen in China vaak beschouwd als een vriendendienst, terwijl ze in het Westen als corrupt zouden worden beschouwd.

Offeren aan de voorouders kan alleen door de familie gebeuren, hetgeen in China betekent dat het offeren moet geschieden door de zoon.
Daarom levert de één-kind politiek in het huidige China zoveel problemen op.

Schipper, K. (2014) Confucius, de gesprekken, gevolgd door Het leven van Confucius door Sima Qian

De rol vorst — onderdaan is afgeleid van die van vader en zoon. De keizer is vader en moeder van iedereen. In de ideale werkbare en leefbare maatschappij heeft de vorst een centrale rol. Hij is hierin een soort poolster, want een ideale vorst doet niets en eenieder leeft dankzij zijn goede voorbeeld volgens de maatschappelijke positie van zijn stand.

Het is de natuurlijke plicht en ook de hoogste roeping van eenieder een heer te dienen. Weigering van deze plicht is een ontkenning van de deugd (De) van de vorst.

De meester zei: ‘Wie regeert met moreel gezag (De) is als de poolster: hij blijft op zijn plaats, terwijl alle andere sterren voor hem buigen.’[1]

Lunyu II-1

Kritiek leveren naar boven is heel wel toegestaan. Het is zelfs je plicht als onderdaan de vorst het juiste gedrag De laten vertonen. Dat laatste gebeurt via het recht van het schrijven van een kritische memorie.
Het schrijven via de kritische memorie was door het maoïsme verboden, omdat de marxistische heilstaat als vanzelfsprekend als heel deugdelijk werd beschouwd.

Ook de relatie oudere broer — jongere broer (en oudere zuster — jongere zuster) is af te leiden van die van vader — zoon. De oudste is het belangrijkste.

De wereld van man en vrouw dient gescheiden te zijn, vooral is dat het geval in families van standing. In het volstrekt patriarchale systeem is de rolverdeling ook hier overduidelijk.

De verhouding vriend — vriend wordt geregeld door een criterium te verzinnen waarmee bepaald kan worden wie de oudere broer is.

De begrippen Dao en De in het confucianisme

Dao

Dao [4]

Het confucianisme gebruikt Dao meestal in de betekenis ‘de juiste en erkende weg van morele rechtschapenheid en juist zedelijk gedrag’. De weg heeft de hoogste waarde, wanneer er een goede wijze van bestuur is. De weg van de gewone mensen is te leven volgens de traditie van de voorvaderen.

Confucius hield zich bezig met de goede manier om een staat te leiden. Bij Confucius draait het in de eerste plaats om het juiste gedrag, waarvoor Dao zeer belangrijk is. Volgens Confucius is Dao is de door de hemel gegeven heerschappij die alles dat daaronder valt, verplicht deze heerschappij te volgen. Deze heerschappij is hiërarchisch van opzet en mondt uit in het vaststellen van de betrekkingen tussen verwanten onderling, met hun vaste rangorde en status. Beloningen in de stoffelijke wereld beschouwde Confucius als teken dat Dao met succes wordt gevolgd.

De

‘De’ wordt vooral voor de latere confucianisten van groter belang dan Dao. Confucius was er vast van overtuigd, dat de positie van de vorst er een was van mythisch-magische aard. Zij berustte op zijn De — prestige, deugd, … — die op allerlei manieren moest worden versterkt.
In het bijzonder door nauwgezette inachtneming van Li, de etiquette en de riten. Indien eenieder zich nauwkeurig houdt aan de Li, de gedragslijn, die past bij ieders plaats in de maatschappij, dan zou er vanzelf een ordelijke regering en samenleving tot stand komen. Dan zou ieder zijn en haar plicht kennen en overeenkomstig handelen.

Het keizerrijk of de staat zou moeten worden geregeerd door een meester die de pragmatische vaardigheden van een heerser zou combineren met de scherpzinnigheid van een wijs man. Een dergelijke persoonlijkheid zou zorg dragen voor een goed geleid bestuur, een bestuur dat dingen volgens de juiste weg zou doen.

Een gedeelte van deze juiste weg zou zich manifesteren in het vasthouden aan strikte regels voor gedrag, relaties en ritueel.

Een slecht vorst, al is hij legitiem, is eigenlijk geen vorst; hij heeft niet de juiste ‘De’. Confucius was ervan overtuigd dat — als een staat de uiterlijke tekenen van juist gedrag kon worden bijgebracht — dit slechtere aspecten van koninklijk individualisme en persoonlijke corruptie zou beteugelen.

  • Leeuw, K.L. van der (1994) Het Chinese denken, geschiedenis van de Chinese filosofie. Amsterdam: Boom.
  • Leeuw, K.L. van der (2006) Een inleiding in de leer van Confucius. Amsterdam: Ambo.
  • Leeuw, K.L. van der (2008) Mencius, inleiding, vertaling en commentaar. Budel: Damon.
  • Schipper, K. (2014) Confucius, de gesprekken, gevolgd door Het leven van Confucius door Sima Qian (circa 145-86 vC) vertaling en toelichting. Amsterdam: Uitgeverij Augustus.
Noten

[1] Schipper, K. (2014) Confucius, de gesprekken, gevolgd door Het leven van Confucius door Sima Qian (circa 145-86 vC) vertaling en toelichting, Amsterdam Uitgeverij Augustus.
[2] Bron: Confucius
[3] Bron: Bron: Lunyu of Confuciaanse Analectica
[4] Bron: dao

2018-01

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,