Getuigenissen: Schrikbewind Khmer Rouge onder leiding van Pol Pot

0

Democratic Kampuchea van 17 april 1975 tot 7 januari 1979

Marie-Claire Marx, tekst en foto’s 

Getuigenisssen, Khmer Rouge Trial

Zuivering van Cambodja door de Khmer Rouge

Feniks – hoop op wedergeboorte

Bij het aantreden in Phnom Penh van een NGO, die gericht was op de gezondheidszorg van de bevolking, werd in het jaar 2000 aan werknemers gevraagd hun ervaringen op te tekenen van de gewelddadige tijd tijdens het schrikbewind van Pol Pot. Op die manier konden de werknemers uiting geven aan hun gevoelens en emoties.

Te restaureren in PP – oud gebouw met zuilen en sculpturen

Enkele getuigen hebben geprobeerd iets over te brengen van de wreedheid van het regime van 17 april 1975 tot 7 januari 1979.

In het artikel “Cambodja ten tijde van Norodom Shihanouk” werd aandacht besteed aan het bestuur door generaal Lon Nol en de overname door de Khmer Rouge met Pol Pot als leider.

Er heerste burgeroorlog tijdens de regering van Lon Nol die in 1970 de macht nam. Het bestuur werd door de Khmer Rouge omvergeworpen.

Proloog

Situatie in Cambodja voor de inname van Phnom Penh door de Khmer Rouge

Te restaureren in PP – oud gebouw zuilen en sculpturen

Weken voor de inname van Phnom Penh door de Khmer Rouge waren er dagelijks explosies van bombardementen te horen, de inflatie bleef stijgen en de bevolking had het moeilijk.
Iedereen was de gewelddadige burgeroorlog tussen Khmer Rouge soldaten en aanhangers van Lon Nol’s republikeinse regering tussen 1970 en 1975 moe.

Op 17 april 1975 nam de Khmer Rouge met Saloth Sar of Pol Pot als leider de macht over. Het zou een van ‘s werelds bloedigste perioden worden.

Alle bewoners van de stad Phnom Penh werden op die dag verdreven vanuit hun huizen om slavenarbeid te verrichten op rijstvelden. Ook de bewoners van andere steden en dorpen werden naar het platteland verdreven.
Families werden uit elkaar gerukt. Kinderen werden gescheiden van hun ouders.

Gevoelens en emoties van overlevenden: niet in het reine

Wat gebeurt er met een land als alle steden verwoest worden en de hele bevolking als slaaf behandeld en gemarteld wordt?

De Cambodjaanse bevolking heeft het nog steeds moeilijk met de herinneringen aan het Pol Pot regime, hun vermogen om iemand te vertrouwen en de vreselijke erfenis van hun landgenoten.
Het land had een rijke cultuur die teruggaat naar de gouden tijd van de Khmer beschaving toen talrijke tempels gebouwd werden nabij het huidige Siem Reap met Angkor Wat als hoogtepunt. De schitterende tempels tonen aan dat de Khmers het vermogen hadden uiting te geven aan hun godsvertrouwen en blijdschap.

De getuigen die het regime van de Khmer Rouge overleefden, vragen zich af of buitenstaanders hun gevoelens en emoties volledig kunnen begrijpen. Zij vragen zich af of het mogelijk is dat buitenstaanders die nooit geleden hebben onder foltering, uithongering of wreedheid (zowel fysisch als mentaal) ten volle de betekenis kunnen begrijpen van de barbaarsheid die het leven ontwricht heeft van zoveel Cambodjanen?

Immers, de steden werden verwoest, de hele bevolking werd als slaaf behandeld en vaak mishandeld en gefolterd. Eén op de vier Cambodjanen, van een bevolking van ongeveer 8 miljoen inwoners, liet vermoedelijk het leven tijdens het vierjarig Pol Pot regime. Slechts 300 mensen met een universitaire titel zouden deze gruwelijke jaren overleefd hebben.

De Cambodjanen vormen een opmerkelijk volk van artiesten en dansers (Khmer ballet volgens verhalen uit de Ramayana) met een majestueuze glimlach, warmte en schoonheid.
Zij zijn vastbesloten hun land weer op te bouwen. Hun verhalen zijn enerzijds gekmakend en anderzijds hoopgevend maar niemand ontsnapt aan de onverdraaglijke waarheid van Cambodja, de waarheid dat het land nog steeds aan de rand van de afgrond staat; de waarheid dat Cambodja nog geen vrede kent.

Dansles in een weeshuis

Opmerkelijk is dat bij genocide of volkerenmoord groepen elkaar uitmoorden zoals in Rwanda Hutus Tutsis vermoord hebben of in Hitlers Duitsland Nazi’s trachtten Joden massaal uit te roeien door hen te vermoorden.

In Cambodja was er geen etnisch of religieus verschil tussen “April 17 people” en “base people”. Cambodjanen vermoordden Cambodjanen en Cambodjanen vernietigden Cambodja.

17 april 1975: begin van de gruwelen aangericht door de Khmer Rouge

Op 17 april 1975 waren zwaar bewapende Communistische troepen in alle stilte Phnom Penh binnengevallen. Vele rebellen, zowel meisjes als jongens, waren zeer jong, nog geen 20 jaar oud. Zij droegen allen een rode halsdoek en donkere kleding. Slechts een handvol rebellen bedwong een bevolking van ongeveer 8 miljoen mensen.

Het is erg moeilijk te achterhalen hoeveel Khmer Rouge soldaten behoorden tot het leger van Pol Pot. Volgens bronnen zouden er in januari 1976 naar schatting 72.248 militairen geweest zijn. Het aantal wisselde voortdurend.

Vijf personen die het Pol Pot regime overleefd hebben, getuigen over de wreedheid van het Pol Pot regime

Een gehuwde dame, lerares, met drie jonge kinderen, wordt gedwongen Phnom Penh te verlaten om slavenarbeid te verrichten in een onvruchtbaar berggebied, dichtbij de provincie Pursat

Intellectuelen

Zij had ouders met een hoge functie die in Lon Nol’s regering functioneerden. Ondanks zijn liefde voor Cambodja en fiducie in de nieuwe regering werden haar vader en zes broers onmiddellijk geëxecuteerd na de “liberation of the city” op 17 april 1975.
Haar ouders en familie behoorden tot de elite van het land. Haar ouders waren ervan overtuigd dat de Khmer Rouge, de communisten, niets zouden ondernemen tegen intellectuele mensen. Haar familie negeerde regelmatig waarschuwingen van familie en vrienden die hen aanspoorden het land te verlaten. Zij verlieten het land niet want Cambodja had intellectuelen nodig. In die tijd waren velen al gevlucht naar buurlanden van waaruit zij later doorreisden naar Frankrijk en de Verenigde Staten waar zij asiel kregen.

Door haar familie, vrienden en buren had zij banden met de omvergeworpen regering van Lon Nol. Zelf was zij lerares en schooldirectrice in Phnom Penh. Zij kon aan de aandacht van de Khmer Rouge ontsnappen. Niemand vroeg ooit naar haar achtergrond en zij vertelde hierover nooit.

Toen haar gezin met stadsgenoten uit Phnom Penh verdreven werd ― gezegd was dat zij slechts twee uur de stad moesten verlaten ― vertrokken zij zonder iets mee te nemen omdat zij geloofden dat zij snel terug naar huis konden gaan.

Haar verhaal

Twee uur werden drie maanden waarna zij met man en kinderen aankwam in een onvruchtbaar berggebied dichtbij de provincie Pursat waar zij gedwongen werden te werken als vee. Onderweg hadden zij nauwelijks te eten gekregen. De Khmer Rouge gebruikte geen koeien en buffels maar dwong mensen om het zware werk op de velden te doen. De bedoeling van de Khmer Rouge was de mensen uit te putten door honger en vermoeidheid zodat zij niet langer in staat waren helder te denken. Zonder voedsel viel het bevattingsvermogen weg.

Honden en katten werden beter behandeld dan de gevangenen van de Khmer Rouge. Als eten kregen zij porridge gekookt van water met slechts weinig rijst. Door ondervoeding verzwakten mensen. Hun lichamen zwollen op en velen stierven onder het smeken van:

“let me have a bit of rice before I die”.

De geoogste rijst diende als voedsel voor de leden van de Khmer Rouge en voor de uitvoer in ruil voor wapens.

De Khmer Rouge beschikte over veel vis van een nabijgelegen vijver. Op het platteland is er voor vrijwel ieder huis een vijver met vis. Omdat haar oudste zoon zwaar ondervoed was smeekte zij de Khmer Rouge haar een heel klein stukje vis te geven. Zelfs een heel klein stukje vis werd geweigerd nadat zij er beleefd om vroeg.
Haar woorden:

“oh, I beg your pardon”

werden smalend onthaald. De vis is eerder voor mijn hond dan voor jou! Toen zij smeekte ingewanden van vissen te mogen meenemen, werd dit toegestaan omdat die toch weggegooid zouden worden.

De visingewanden werden klaargemaakt en als eten aan haar oudste zoon gegeven die erdoor aangesterkt werd en zei:

“mom, I can see you now, I’m not blind anymore”.

Terugdenkend aan deze gruwel kan zij niet anders dan huilen. Haar oudste zoon die bijna van honger stierf en na de bevrijding maanden in een ziekenhuis verpleegd werd, is haar grote trots geworden. Hij kreeg een studiebeurs om in het buitenland te studeren.

Voor een andere zoon liep het anders af. Door de Khmer Rouge was haar zoon van 13 jaar gescheiden van zijn moeder. Hij moest hard werken op de velden en hij had zijn familie al een jaar niet mogen zien. Hij vroeg toestemming aan de Khmer Rouge om zijn familie te bezoeken maar hij kreeg hiervoor geen vergunning. Hij sloop weg maar werd door een Khmer soldaat gedood.

Zij overleefde de Pol Pot periode dankzij haar bekwaamheid te zwijgen.

Zij werkte hard zonder op te kijken en was zeer stil, haar blik naar de grond gericht. Soms vond zij iets eetbaars zoals slakken, krabben en kleine wortels die door de Khmer Rouge achtergelaten waren omdat ze te klein waren om te oogsten.

Cambodja bevrijd van de Khmer Rouge, maar niet van de honger

Uiteindelijk werd Cambodja op 7 januari 1979 bevrijd van het Khmer Rouge regime maar niet van het hongergevoel en de drang om te overleven. Dankzij haar inzet overleefde zij met haar twee zonen (er wordt niet vermeld of de vader in leven bleef). Zij trok met haar kinderen naar de provincie Kompong Chhnang waar zij een baan vond bij een slager bij wie zij ’s morgens in alle vroegte werkte. Uit het niets, alles was verwoest door de Khmer Rouge, begon zij met collega’s uit het onderwijs, een lagere school waaraan zij dagelijks ‘s namiddag lesgaf aan jonge en oude leerlingen, allen met een andere achtergrond. Al vlug bleek haar bekwaamheid en werd zij na een korte periode directrice.

Het jaar nadien verhuisde zij naar Phnom Penh. Door haar bekwaamheid en hard werken kreeg zij meerdere promoties.

Een kind van de Killing Fields, een gestolen jeugd van een meisje van slechts 5 jaar oud toen Phnom Penh ingenomen werd en het jaar zero startte

Als klein kind gescheiden van haar ouders

Zoals de meeste kinderen van haar leeftijd werd zij gescheiden van haar ouders en familie en gedwongen te werken als beesten op de rijstvelden. Buffels en koeien werden niet gebruikt om de velden te bewerken. Volgens de Khmer Rouge waren de kinderen de toekomst van hun barbaars experiment. Het was erg moeilijk gebleken om de herinneringen uit te wissen bij oudere personen, tradities en vriendelijkheid van de Cambodjanen. Kinderen zijn naïef genoeg om te geloven dat op 17 april 1975 werkelijk het jaar nul begon. De Khmer Rouge geloofde dat kinderen geen idee hadden van tradities noch van hoe het leven was voor de machtsgreep door Pol Pot.

Kinderen waren de toekomst van de Khmer Rouge. Hen werd geleerd dat hun ouders onderdrukkers waren en dat zij enkel ondersteuning van de Khmer Rouge moesten aanvaarden. Een geliefd iemand missen was een misdaad die vaak met de dood bestraft werd.

Indoctrinatie

Revolutionaire liederen werden aangeleerd om de waarden van de Khmer Rouge beter te laten doordringen:

You depend on your grandparents,
But they are far away.
You depend on your mother,
But your mother is at home.
You depend on your elder sister,
But she has married a (Lon Nol) soldier…
You depend on the rich people,
But the rich people oppress the poor people.

Nadat het Vietnamese leger de Khmer Rouge op 7 januari 1979 omvergeworpen had, werd een nieuw lied aangeleerd aan de kinderen:

Pol Pot committed genocide,
He massacred our parents,
He forced us to slave in the fields,
He made us gather excrement for fertilizer,
He did not allow us to go to school.

Scholen werden bij het begin van jaar nul gesloten en kwamen in verval.

Barbaarse behandeling en zware straffen voor kinderen

In 1975 werd zij met haar familie van Kandal naar de provincie Pursat getransporteerd. Zij vertrokken met 22 personen. Omdat er nauwelijks eten was, stierven velen onderweg. Voor zieken waren geen medicijnen. Slechts 4 personen bereikten hun bestemming.

Haar broertje van 4 jaar en haar zusje van 3 jaar stierven kort na elkaar door uitputting en ziektes. Na hun dood werd zij van haar ouders gescheiden en naar een werkkamp gezonden met kinderen tussen 4 en 15 jaar oud.

Het werk van de kinderen bestond uit het verzamelen van koemest en sprokkelen van hout of het dragen van bundels rijst in het oogstseizoen.
Niemand zorgde voor hen. Als de kinderen niet deden wat hen door de Khmer Rouge opgedragen was, werden zij gestraft. Van de kinderen werd verwacht dat zij even hard werkten als volwassenen, als beesten! Als zij niet gehoorzaamden aan de Khmer Rouge werden zij met dezelfde kwaadaardigheid en hevigheid gestraft als volwassenen.

Als kinderen de opdracht niet naar behoren uitvoerden, werd de opdracht de dag nadien verdubbeld. Bij in gebreke blijven werd hun eetrantsoen ― waterige rijstsoep ― verminderd.
Als iemand iets stal of probeerde weg te lopen, werd het kind zwaar gestraft zoals het zonder eten opsluiten in een kamer zonder ramen.
Iedere dag stierven kinderen in de velden door ondervoeding.

Bij het sprokkelen van hout in de bossen was het geen uitzondering grote graven te zien van mensen die door de Khmer Rouge net gedood waren.
Het was een nachtmerrie te bedenken wie de volgende dag of nacht zou sterven. Velen stierven door uithongering omdat de rantsoenen voedsel onvoldoende waren om het zware werk te doen.

Kampbewaking

Twee Khmer Rouge soldaten en een wachter bewaakten de kinderen voortdurend. Zij boezemden de jongens en de meisjes schrik in. De kinderen werden wreed behandeld door de soldaten die ervoor zorgden dat familieleden hen niet opzochten en dat de kinderen niet probeerden te ontsnappen.

De wachter van dit kamp was een dame die met een lange stok rondliep waarmee zij kinderen sloeg. Zij schiep er genoegen in om ’s morgens in alle vroegte slapende kinderen op die manier te wekken. Zij pijnigde iedere dag kinderen met haar stok die zij nooit achterliet.
Sommige kinderen waren slechts vier jaar oud.

De ergste misdaden waarvoor gefolterd en gestraft werd, was het trachten te overleven en te verlangen naar ouders en familie.

Een jongen van 11 jaar vecht voor zijn leven tijdens het Pol Pot regime

Wanhopig door honger

Het voedsel was schaars en onvoldoende voor de tot slaven gemaakte kinderen. Wortels van bananenbomen en fruit van palmbomen was vaak het enige voedsel om te overleven. Rijst was er niet voor de jeugd.

Door honger en wanhoop gedreven zocht hij naar ander voedsel. Op de plekken waar rijst gepeld werd, verzamelde hij pellen van rijst. Porridge koken was niet mogelijk, enkel bakken. Zijn darmen en die van zijn lotgenoten raakten verstopt zodat zij manueel de ontlasting moesten verwijderen. De veroorzaakte pijn en de vernedering waren niet voldoende straf voor de diefstal van dit afval (rijstpellen).

Hij werd door de Khmer Rouge zwaar gestraft voor zijn diefstal. Hij moest het werk van 4 kinderen alleen doen, namelijk zware manden (die extra zwaar gemaakt werden) dragen met materiaal om een dam te bouwen. De mand was veel te zwaar om gedragen te worden door een jong kind alleen. Meestal werden zulke manden door 4 kinderen samen gedragen.

Liberation Day ― witte vlaggen

Als hij terugblikt herinnert hij zich 1975 toen hij 11 jaar oud was en naar de lagere school ging in de provincie Kompong Speu. Kort voor Khmer New Year in 1975 (Nieuwjaar viel dat jaar samen met de inname van Phnom Penh door de Khmer Rouge) werd zijn familie gedwongen hun dorp te verlaten omdat de gevechten tussen de rebellen van de Khmer Rouge en de soldaten van Nol Lon te dicht bij huis kwamen. Het gevecht eindigde toen de Khmer Rouge Phnom Penh innam op 17 april 1975.

Iedereen was blij. Ondanks zijn jeugdige leeftijd was hij opgewonden bij de gedachte dat er vrede zou zijn, dat er eindelijk een eind was gekomen aan de gewelddadige burgeroorlog toen de Khmer Rouge op 17 april 1975 Phnom Penh innam. Er zou vrede komen voor het land.

Instabiliteit

Hij dacht dat de naam “Red Khmer of Khmer Rouge” ― vaak gebruikt door de bevolking om de opmars van de rebellen te beschrijven ― gegeven was omdat de mensen rood waren, maar zij waren van hetzelfde ras, met hetzelfde uiterlijk als alle landgenoten.

In tegenstelling tot de verwachtingen na de overname van het land door de Khmer Rouge, kwam er geen stabiliteit en rust voor zijn familie en de Cambodjanen. Na “liberation day” begon een periode van instabiliteit. Liberation werd door de Khmer Rouge uitgelegd als bevrijding van het VS-imperialisme. De bevolking werd gevraagd het dorp voor drie dagen te verlaten ― slechts drie dagen ― om zeker te zijn dat het dorp niet gebombardeerd zou worden door de VS.

Al vlug begreep hij dat het bedrog en misleiding was. Nadat de dorpelingen ver van hun dorp in een geïsoleerd berggebied van Kompong Speu waren aangekomen, begonnen de ondervragingen.

“What did your father do during the Lon Nol regime? What did you do?
What is your level of education?

Onze antwoorden waren eerlijk omdat wij toen nog niet begrepen welke vallen uitgezet werden door de rebellen. Wij hadden veel geluk omdat wij geen soldaten waren en niet gewerkt hadden voor de regering van Lon Nol. Wie bekende soldaat te zijn, verdween en werd gedood.

Wij hadden geluk omdat mijn vader leraar was. Sommige leraren hadden zich voor het succes van de Khmer Rouge aangesloten bij de rebellen. Van de acht familieleden stierf alleen mijn moeder tijdens het Pol Pot regime.

“Being lucky”

is erg relatief.
Zijn moeder stierf door een infectie opgelopen aan haar voeten. Hij vroeg toestemming om zijn zieke moeder te bezoeken. Hij mocht haar bezoeken maar moest de volgende dag zijn groep vervoegen. Twee dagen later vernam hij dat zijn moeder gestorven was in het bijzijn van zijn grootmoeder.

“My mother wanted to eat bananas before she died. She wanted to eat just one banana, but we couldn’t get a banana for her”

Taken

Op 11-jarige leeftijd werd hij gescheiden van zijn familie en werd hij ondergebracht in een groep jonge kinderen. Hun dagelijkse taak was uitwerpselen van dieren verzamelen en manden gevuld met aarde sjouwen om een dam te construeren.

De dag begon erg vroeg. Als de bel ging, moest iedereen rennen om in de rij te gaan staan. Ieder kreeg een mand en hak of schoffel om het land te bewerken; of je kreeg een grote mand om materiaal te versjouwen voor de aanleg van een dam. Zulke manden werden door 4 kinderen samen gedragen. Zij waren hongerig en kleine kinderen.

Een bewaker met een zweep bewaakte hen en deelde soms zweepslagen uit.

Als je zei dat je moe was en ziek dan werd je ervan verdacht te doen alsof je ziek was en kreeg je zweepslagen.

Studies na de bevrijding

Na de lange nacht ― zo noemde hij de verschrikking van het Pol Pot regime ― is hij arts geworden zoals hij in zijn jonge jaren beloofd had aan zijn grootmoeder.

Een gezonde puber van 14 jaar oud heeft geen hoop het regime te overleven

Tuol Sleng en The Killing Fields Geen geschiedenisonderricht aan volgende generatie

Haar kinderen hebben geen begrip van wat zich jaren eerder heeft afgespeeld in Cambodja. Voor 1991 was het tijdens de Vietnamese bezetting verboden over hun eigen geschiedenis te leren. Enkele algemeenheden over het Pol Pot regime werden verteld zoals de liederen eerder vermeld. Studenten werden geïndoctrineerd maar niet gevormd.

 De Vietnamezen maakten van Tuol Sleng, voordien een gymnasium, een museum als politiek hulpmiddel om ondersteuning voor hun invasie in Cambodja en het verdrijven van de Khmer Rouge te verkrijgen. Voor de Cambodjanen is het Tuol Sleng museum van weinig betekenis. Het museum dient als visitekaartje, als pronkstuk en wordt voor 99% door buitenlanders bezocht, dit in tegenstelling tot de concentratiekampen van de Nazi’s in Europa waar kampen grafmonumenten voor de doden zijn en getuigenissen van de tragiek. Er wordt weinig of geen aandacht besteed in scholen aan wat zich heeft afgespeeld in Cambodja tijdens de bezetting door de Khmer Rouge van Cambodja. Een bezoek aan Tuol Sleng of aan The Killing Fields staat nooit op het programma. Immers, huidige leiders van Cambodja hebben nog steeds banden met de Khmer Rouge. Veel leiders vrezen dat het onderrichten van de mensen een ongunstig licht zou werpen op hun activiteiten tussen 1975 en 1979.

Jammer, de politieke intrige heeft ongeloof gecreëerd bij haar kinderen maar ook bij duizenden anderen. Gedeelde tragedie had het Cambodjaanse volk kunnen verenigen en kunnen motiveren tot heropbouw van hun land maar dit is onderdrukt en genegeerd.

Haar verhaal

De Khmer Rouge stelde een gruwelijk voorbeeld door mensen die voedsel probeerden te stelen, te vermoorden. Zij trokken plastic zakken over hun hoofden zodat zij niet meer konden ademen en sloegen hen totdat zij dood neervielen in de rijstvelden. Toeschouwers moesten zien welk lot hen beschoren was als zij hetzelfde zouden doen: voedsel van de velden nemen.

In feite was zij beter af dan de meesten tijdens de Khmer Rouge periode. Zij was ondergebracht in de provincie Battambang met haar moeder die waardevolle dingen zoals horloges, juwelen, medicijnen en sarongs had meegebracht die op een of andere manier niet inbeslaggenomen waren onderweg. De meegebrachte dingen werden geruild voor rijst, zout en suiker.

Zij was handig in het maken van hoofddeksels en matten van palmbladeren. Deze producten werden geruild voor onder andere mais. Door die bekwaamheid kon zij soms zwaar werk vermijden.

Ondanks haar bevoorrechte leven tijdens de Pol Pot periode vreesde zij iedere dag voor haar leven. Zij genoot een goede gezondheid, was zelden of nooit ziek maar wel erg mager. Er was weinig hoop dat de dingen beter werden.
Alles was zwart, ook de kleding die iedereen droeg.

Bevrijd door het Vietnamese leger

Toen Cambodja bevrijd werd door het Vietnamese leger werd zij met andere gevangenen door de Khmer Rouge naar de Thaise grens gedreven. Gelukkig werden zij allen bevrijd door het Vietnamese leger.

Helaas was zij van haar familie gescheiden en had zij weinig hoop iemand terug te zullen vinden. De vrees bleef dat zij ieder ogenblik opnieuw gevangen en gemarteld kon worden door de Khmer Rouge.

Drie maanden lang zwierf zij met een ander gezin door het land tot zij iemand tegenkwam die wist waar haar ouders en twee broers waren. Zij hadden het regime in de bergen overleefd en keerden levend terug uit de diepten van de hel.
Het gezin besloot terug te keren naar Phnom Penh. Hun tocht te voet van Battambang naar de hoofdstad duurde meer dan twee maanden. Zelfs voor iemand in goede gezondheid was het een moeizame tocht, laat staan voor personen die bijna de hongerdood stierven, gefolterd en uitgebuit waren gedurende de laatste 4 jaar.
De spaarzame kleding en rijst die zij hadden, werd vrijwel de hele weg door haar gedragen omdat haar ouders en broers te zwak waren.

Omdat zij met weinig tevreden waren, kozen zij bij aankomst in Phnom Penh een klein huis uit om te wonen. Eigendomsbewijzen bestonden niet meer want tijdens het Pol Pot regime was iedere vorm van eigendom verboden. Tijdens het Pol Pot regime bezaten zij elk slechts één bord om te eten en een mat om te slapen. Een klein huis, eerder een plek waar kippen gehouden konden worden, volstond. Haar familie had wat goud kunnen bewaren waarmee haar vader een boot kon kopen om mensen over de Mekong te zetten (bruggen waren er niet). Hij stierf helaas in 1980, volledig uitgeput door de voorbije jaren. Doordat zij tijdens het Pol Pot regime voor haarzelf moest opkomen, zonder ouders, vond zij zich sterk en zelfverzekerd zodat zij voor haar familie kon zorgen.

Eindelijk had zij haar vrijheid terug en kon beslissingen nemen, studeren en had voldoende te eten.
Zij werd verliefd en huwde in 1981. Zij heeft 2 zonen en 1 dochter.

 Generatiekloof

Helaas is er een generatiekloof ontstaan!

De kinderen van diegenen die het Pol Pot regime overleefd hebben, geloven niet wat hun ouders vertellen over hun leven in die tijd.

In de scholen wordt nauwelijks aandacht besteed aan het Pol Pot regime. Er bestaan geen schoolboeken in het Khmer die de geschiedenis vertellen.
Als zij haar verhalen met haar kinderen wilde delen, geloofden zij haar niet en zeiden:

“oh, we don’t believe you Mommy, because only a pig could eat the things that you say you ate”

Toen haar oudste zoon de Khmer versie van de film “The Killing Fields” had gezien, begon er iets te dagen bij haar oudste zoon, maar haar dochter weigerde de verhalen over het doorstane lijden te geloven.

Oudere dames dragen meestal lange rokken. Immers, door het werken op de rijstvelden zijn zij herhaaldelijk gestoken door insecten en gebeten door bloedzuigers. Wonden ontstaken, vaak met littekens als gevolg.

Op een dag zag de dochter de benen van haar moeder met de vele littekens. De lichamelijke letsels deden iets van de waarheid vermoeden bij de dochter maar overtuigden de dochter niet volledig van de grootte van het kwaad wat aangericht was tijdens het Pol Pot regime.
Het gebrek aan onderricht over de periode 1975-1979 en de huidige levenskwaliteit van de jeugd maakt dat zij in gezegende onwetendheid leven en dat het erg moeilijk voor hen is te geloven wat zich afgespeeld heeft tijdens het Pol Pot regime.

De jeugd heeft voldoende rijst te eten, mag lang slapen, heeft kleding en vrijheid, krijgt scholing.
Voor haar roept het zien van rijstvelden nare herinneringen op terwijl haar kinderen opgewonden raakten toen zij voor het eerst rijstvelden zagen.

Erfenis van Pol Pot: een gevoel van gewelddadigheid, wantrouwen en vijandigheid

Pol Pot liet als erfenis een gevoel van gewelddadigheid, wantrouwen en vijandigheid achter bij het Cambodjaanse volk. Wij zouden solidariteit, vrede en vriendschap moeten hebben in het jaar 2000 maar die zijn vaak nog ver te zoeken.

Wij hoopten te kunnen overleven, terug te kunnen keren naar onze geboorteplaats. Wij dachten dat voldoende eten hebben zou volstaan. Geld, een auto, een groot huis dachten wij niet nodig te hebben. De toestand is totaal anders geworden na het regime. Wij merken allerlei dingen te willen hebben. Wij voelen ons herboren door te overleven.

Terugkijkend denkt zij dat een van de ingrijpendste momenten van de Cambodjaanse tragedie de kalmte voor de storm is. De weken die voorafgingen aan de inname van Phnom Penh door de Khmer Rouge. Velen waren blij toen de Khmer Rouge de regering van Lon Nol omverwierp waardoor een einde kwam aan de allesverwoestende burgeroorlog. Velen geloofden dat de Khmer Rouge hun land weer groot zou maken. Helaas, het land werd verwoest.

Of Khieu Samphan, Staatshoofd onder Pol Pot en gevormd aan de Sorbonne in Parijs, bewust loog toen hij via de radio verklaarde:

“Every Cambodian has his role in national society regardless of the past”

zullen wij nooit weten. De Cambodjanen waren zich niet bewust van de dreiging die spoedig hun leven zou verwoesten.

Liever dood dan huwen tijdens de Khmer Rouge periode. Een twintigjarige doet haar verhaal over de krankzinnige wreedheden

17 april 1975 ― blijdschap die vlug omslaat door de leugens van de Khmer Rouge

De beschrijving van de inname van Phnom Penh op 17 april 1975 is hartverscheurend.

Zij spreekt over duizenden die met witte doeken, symbool van vrede, wuifden. De inwoners van Phnom Penh geloofden in hun nieuwe leiders. Zij waren allen Cambodjanen.

Later die dag werd het vertrouwen van de Cambodjanen beschaamd wanneer de Khmer Rouge iedereen dwong zijn huis te verlaten. Het volk zou enkele dagen later terug mogen keren maar de stad moest gezuiverd worden van KGB- en CIA-agenten. Bovendien was er de dreiging dat de Amerikanen de stad zouden bombarderen. Welke leugen het ook was, velen zouden nooit terugkeren naar Phnom Penh.

De mensen werden beetgenomen toen de Khmer Rouge zei dat de nieuwe regering de assistentie vroeg van ambtenaren, soldaten en politiemensen die onder Lon Nol gediend hadden. De Khmer Rouge loog toen zij zeiden dat deze mensen heropgevoed moesten worden voor zij herenigd zouden worden met hun families. De Kmer Rouge wilde dat kinderen en vrienden elkaar zouden verklikken als zij ongehoorzaam waren aan het nieuwe regime.

Het systematisch vernietigen van de capaciteit van het volk om elkaar te vertrouwen heeft nog steeds gevolgen en heeft het Cambodjaans gevoel voor solidariteit en gemeenschapszin ondermijnd.

Haar verhaal

De Khmer Rouge plaatste haar in een team om daken te maken. Het was hard werken maar zij kreeg voldoende te eten. Op een dag kreeg zij te horen dat zij een familie mocht stichten.

“the children born from you will be good workers”.

Zij weigerde. Ook haar ouders zeiden dat het beter was te sterven dan te huwen. Zij zou zelfmoord plegen met vergif als zij gedwongen werd te huwen. Zij weigerde te praten of naar de jongen te kijken die met haar wilde huwen.

In 1974 was zij begonnen met de studie om arts te worden. Helaas kwam hier abrupt een eind aan. Zij woonde met haar ouders, 4 zussen en 1 broer net buiten Phnom Penh.
Toen de Khmer Rouge de stad innam wilde haar vader dat zijn zoon voor het ouderlijk huis zou zorgen toen hij met zijn gezin vertrok naar Phnom Penh uit schrik dat zijn zussen verkracht zouden worden door de soldaten.
Helaas, haar broer werd op gruwelijke wijze vermoord door de Khmer Rouge nadat hij zich te ziek voelde om te werken en in slaap gevallen was zonder toestemming te vragen.

Na de bevrijding vernam zij dat haar broer levend gevild werd door de Khmer Rouge als voorbeeld om anderen af te schrikken. Zij hadden hem meegenomen naar de velden waar zij zijn borst opensneden en zijn lever en hart verwijderden terwijl hij nog leefde.

Met infuus op de brommer

Om 9 uur ‘s morgens op 17 april 1975 was de oorlog gedaan. Iedereen was zo blij en wuifde met witte doeken, symbool van de vrede. Enkele uren na de triomfantelijke intocht van de Khmer Rouge in Phnom Penh kwam er een abrupt eind aan het feestelijk onthaal van de nieuwe leiders toen de soldaten iedereen opdroegen de stad te verlaten en naar de velden te gaan. Sommige families weigerden dit te doen en pleegden zelfmoord.

Zij trok met haar familie naar Siem Reap. Zij vorderden traag omdat de wegen zwart zagen van het volk. Zelfs ziekenhuizen moesten ontruimd worden zodat zieken gedwongen werden om met de gezonden de stad te verlaten.
Zelfs patiënten die de dag voordien geopereerd waren, moesten het ziekenhuis verlaten, vaak met een infuus. Velen stierven langs de weg. Hun familie wikkelde de lijken in doeken en lieten ze achter langs de weg. De lijken verspreidden een vreselijke geur. Het was onvermijdelijk omwalmd te worden door de lijkgeur als men langs de weg ging zitten om even uit te rusten.

Zij liepen te voet van Phnom Penh naar Siem Reap. Onderweg waren er controleposten van de Khmer Rouge die de mensen fouilleerden om goud en waardevolle dingen te vinden. Ambtenaren, soldaten en politiemensen van het omvergeworpen Lon Nol gouvernement werden meteen gevangen genomen.

Het gezin ging uiteindelijk naar Kratie omdat onderweg een soldaat hen gewaarschuwd had dat Siem Reap erg gevaarlijk was voor een gezin met zoveel meisjes.
Het leven in Kratie was redelijk comfortabel in vergelijking met andere gebieden gecontroleerd door de Khmer Rouge. Zij overleefden allen omdat zij hard werkten en orders opvolgden. De overige familie die verspreid was over het land, had minder geluk. Bijna iedereen kwam om.

Dankbaarheid om redding

Hun Sen, nu Eerste Minister van Cambodja, had zich bij de Khmer Rouge eind jaren 1960 aangesloten. Hij vluchtte al snel naar Vietnam toen de Khmer Rouge begon met massaslachtingen. Sinds 1970 was Hun Sen geheim agent van Norodom Sihanouk om de pro-Amerikaanse regering van Lon Nol te bevechten.

Zij is Hun Sen, Heng Samrin en anderen die vochten om de Khmer Rouge ten val te brengen en het Cambodjaanse volk te bevrijden, dankbaar. De Vietnamese troepen rukten in november 1978 op en bevrijdden de mensen van Kratie.
Bij het zoeken vonden de Vietnamezen lijsten van mensen die gedood zouden worden. Het gezin was ingepland voor januari 1979. Op deze manier werd zij en haar familie gespaard van een zekere dood.

Zij besluit met:

“We have the Pol Pot regime in mind every day”.

Epiloog

Het is moeilijk de verhalen van de overlevenden te lezen zonder diep geschokt te zijn over de menselijke wreedheid.

Kunnen de reacties van buitenstaanders meer zijn dan oppervlakkig, kunnen de gruweldaden die de Cambodjanen ondergingen volledig begrepen worden? Kan iemand die geen ervaring heeft met marteling, uithongering en wreedheid echt begrijpen wat deze woorden betekenen?

Het is moeilijk de afgrijselijke verhalen te geloven omdat de beschrijvingen van geweld en lijden voor buitenstaanders vergezocht lijken zodat het moeilijk is om het leed in te voelen.

Een getuige schreef:

“I think that the people who could survive the Pol Pot regime have special lives.

We are special people”.

Nabeschouwingen

Lijden niet voorbij na de bevrijding ― vluchtelingenkampen in Thailand

Na de bevrijding van het Pol Pot regime op 7 januari 1979 door het Vietnamese leger was de ellende niet voorbij voor de bevrijde Cambodjanen. Er was wel meer voedsel dan tijdens het Pol Pot regime maar er was hongersnood.

Er kwam een volksverhuizing op gang waarbij duizenden Cambodjanen vluchtten naar Thailand waar zij onderdak kregen in vluchtelingenkampen dichtbij de Cambodjaanse grens. Een belangrijk vluchtelingenkamp was Khao-I-Dang waar op het hoogtepunt 140,000 vluchtelingen verbleven. Al tijdens het Lon Nol regime en voor het uitbreken van het Pol Pot regime waren velen gevlucht naar Thailand en Vietnam om van daaruit in andere landen een nieuw leven te kunnen beginnen. Frankrijk en de Verenigde Staten hebben veel Cambodjanen opgevangen. Vanuit het kamp werden vluchtelingen ondergebracht in andere landen of keerden terug naar hun thuisland.

Het was een hele opgave om kinderen, broers, zussen, ouders, kortom familieleden terug te vinden. Volwassenen en minderjarigen, waren zo uitgeput dat zij ondanks de humanitaire hulp die al spoedig op gang kwam stierven door ondervoeding en ziekten zoals malaria en TBC.

Medicijnen, hygiëne, weeskinderen, landmijnen

Medicijnen waren in onvoldoende mate beschikbaar en werden vaak gestolen. Het voedsel wat door Westerse landen geschonken werd, beantwoordde vaak niet aan de behoeftes van de mensen. Rijst is het hoofdbestanddeel van de voeding van de Cambodjanen. Babymelk werd regelmatig aangetroffen op de zwarte markt.

Het grootste probleem was de hygiëne. Na 4 jaar geleefd te hebben onder het Pol Pot regime was iedere vorm van hygiëne verdwenen. De mensen deden hun behoeften waar het hen uitkwam.

De kampen beschikten niet of over onvoldoende toiletten wat een enorm probleem gaf. Zelfs het zuiver houden van drinkwater was een groot probleem.

Meer dan 3.000 kinderen werden opgevangen in de kampen. Velen van hen waren wees geworden. Hun ouders waren overleden en hun familieleden verdwenen. Familieherenigingen kwamen tot stand omdat hulpverleners ouders en familieleden van de kinderen zochten.

Een ander groot probleem waren de landmijnen die door de guerrillastrijders overal gelegd waren. Dichtbij de Thaise grens waren er veel landmijnen geplaatst die helaas velen het leven gekost hebben of zware verminkingen tot gevolg hadden. Ieder half jaar werden 3 Belgische ontmijners door het leger naar Cambodja gestuurd om mijnen op te sporen en op te blazen.

Phnom Penh

Cambodjanen liepen van Battambang, waar de vruchtbaarste gronden zijn voor de verbouwing van rijst, terug naar Phnom Penh. Het was een uitputtingsslag voor de ondervoede mensen. Er was nauwelijks voedsel te krijgen. De rijstvelden waren niet beplant wat voor hongersnood zorgde. Aangekomen in Phnom Penh bleek de stad uitgestorven te zijn en bedolven onder een dikke laag stof, een spookstad. Verder was de stad sinds het gedwongen vertrek van de mensen door het Khmer leger wat vooral uit jongeren gewapend met Kalasjnikovs bestond, vrijwel onveranderd gebleven.

Wel stonden er wrakken uitgebrande auto’s in de straten. Er bestonden geen eigendomsbewijzen zodat mensen die in Phnom Penh aankwamen introkken in de leegstaande huizen. In 1994 telde de hoofdstad slechts 812.000 inwoners. In 2020 is dat aantal opgelopen tot 2,5 miljoen inwoners wat driemaal zoveel is als 25 jaar voordien.

Scholen

Het leven was niet gemakkelijk. Er bestond niets meer. De monniken die instonden voor de scholen, waren vrijwel allen gedood. Van de 60.000 monniken zouden slechts 5.000 personen de gruwel overleefd hebben.

Scholen moesten heropend worden. Het personeel was niet opgewassen tegen deze taak omdat het te weinig geschoold was. Boeken waren er niet meer. Cambodja telde 600 artsen voor het Pol Pot regime uitbrak. Van hen werden 350 artsen gedood, 200 artsen waren voordien naar het buitenland gevlucht. Slechts 50 Cambodjaanse artsen bleven over om de gezondheidszorg weer op te bouwen.

De studenten die aan artsenstudies begonnen waren voor 17 april 1975 werden ingezet om te helpen. De Universiteiten moest nieuw leven ingeblazen worden. Aanvankelijk gaven buitenlanders les maar zij mochten geen Khmer spreken want dan werden zij verdacht een CIA-agent te zijn. Frans was de voertaal aan de Universiteiten.

Onze ervaringen

Toen Marcel en ik in Phnom Penh woonden in 2000 zagen wij regelmatig door landmijnen verminkte mensen. Prothesen bestonden nog niet in Cambodja. Broeders van Don Bosco en Handicap International deden veel voor gehandicapten. Er werden projecten opgezet om prothesen te maken.

Het was niet ongewoon om langs de rivier Tonle Sap in Phnom Penh mensen te zien die hun behoeften deden op de oevers. Hygiëne was ver te zoeken.
De kade langs de rivier was een onderkomen pad waarop veel onkruid groeide.

De straten van Phnom Penh waren brede zandpaden met hier en daar wat overgebleven tarmac. Huizen en straten waren verwaarloosd en waren toe aan verf en reparatie.

Lekenhelpsters (Italiaanse en Belgische) hebben kleuterschooltjes opgericht in dorpen niet ver van Phnom Penh. Het belangrijkste was de kleintjes hygiëne bijbrengen. De kinderen leerden tandenpoetsen, handen wassen, kortom alles wat met zindelijkheid te maken heeft. Een belangrijk onderdeel voor de kleintjes was het voedsel wat zij dagelijks kregen.

Helaas is de Italiaanse lekenhelpster overleden en wordt het werk verdergezet door de Belgische dame. De eerste kleuterschool was in Sway Pak (in die tijd het prostitutie dorp van Phnom Penh). Sway Pak ligt ongeveer 11 km van de hoofdstad. Het was niet ongewoon om overdag toeristen in het dorp te zien die op vertier uitwaren.

Het schooltje is een drietal jaren geleden doorgegeven aan de Kerk. Het is nu een parochieschool met een Thaise zuster.

De twee andere scholen zijn Champas op 15 km van Phnom Penh en Dei Eth op 26 km van Phnom Penh, gelegen op de oevers van de Mekong rivier. Er komen ongeveer 85 kindjes naar de schooltjes. Deze twee schooltjes worden nog steeds door de Belgische lekenhelpster gerund.

In de drie dorpen wonen vooral Vietnamezen.
Het onderwijzend personeel bestaat voornamelijk uit vrijwilligers die voor een karig loon komen werken. Zelf moeten zij nog geschoold worden.

De Cambodjanen hebben uiteindelijk de moeilijkheden overwonnen dankzij hun enorm doorzettingsvermogen en wilskracht.

Schrijven vond ik altijd fijn. Het begon met lange brieven naar kinderen en familie. Onze kinderen studeerden in Nederland toen wij in de diverse landen woonden. Vooral vanuit Madagaskar was communicatie erg moeilijk. De brieven groeiden uit tot artikels die ik niet enkel naar familie stuurde maar ook naar goede vrienden en naar Paridaens. Sommige artikels zijn gepubliceerd in de info van de school. Het blad verschijnt niet meer. En nu komen diverse van die artikels op het Wijsheidsweb terecht!