Bergson

0

Rosalie de Wildt

Lezing ISWV, Leusden

Toen mijn 89-jarige vader ernstig ziek werd en voor de eerste en de laatste keer in een ziekenhuisbed moest liggen, heeft hij de allermooiste reizen van zijn leven gemaakt.
Het waren reizen terug naar het verre, vooroorlogse Indië, maar dan nu in het gezelschap van mij, zijn jongste dochter. Al zo lang had hij haar willen laten beleven hoe kleurrijk en geurig het Indië van zijn jeugd was geweest. Nu kon dat gezamenlijke bezoek eindelijk plaatsvinden.

Blitar[1]

Dicht tegen hem aangeleund om maar niets van de reis te missen, liep ik op één van die reizen wel een half uur met hem mee door de stad Blitar. Af en toe hield hij stil om mij de namen op de bordjes naast de deuren voor te lezen. Hij stelde mij voor aan oude Chinese, Hollandse en Indische vrienden, die hij in de warme straten tegenkwam. Zijn gezicht straalde van blijdschap en trots.
De reis liep op zijn einde als hij met kalmerende middelen weer bij de tijd gebracht werd.

Nu is altijd al van levensbelang geweest om bij de tijd te blijven. Als er een briesende leeuw op je afstormt, is het fijn als je alert bent en op tijd opzij springt. Dat lukt niet zo best als je net wat ligt te slapen en te dromen in het hoge gras.
In onze tijd echter stormen er nog maar erg weinig briesende leeuwen op mensen af.

Toch lijkt het of een ononderbroken alertheid van steeds groter levensbelang is. We worden van alle kanten aangezet onze tijd zo goed en volledig mogelijk te gebruiken alsof we aan een dreigend gevaar moeten zien te ontkomen.
De vraag is alleen wat dat dreigende gevaar dan wel is nu de leeuwen, veilig opgeborgen achter tralies, rond sjokken in dierentuinen en natuurreservaten.
Vreemd genoeg lijkt het meer en meer of de tijdsdruk zélf de plaats van het aanstormende gevaar heeft ingenomen. Het tij is aan het keren. De tijd van de klok, die aanvankelijk als prettig hulpmiddel in leven geroepen was en aangewend kon worden om alles wat er nu eenmaal gebeurt in de bedreigende buitenwereld meetbaar en dus behapbaar te maken, lijkt steeds zwaarder op ons te gaan drukken.

De Franse filosoof Henri Bergson zou de herinneringen van mijn vader niet als hallucinaties en onwerkelijke gedachten beschouwen. In tegenstelling tot de ijverige verpleging in het ziekenhuis, die de verwarring tussen wat ze als echt zagen en wat niet, te lijf ging met sederende pillen, zag Bergson de kloktijd niet als vertegenwoordiger van de werkelijkheid. Hij beschouwde de tijd van de minuten en de uren als slechts een handige en voor praktische doeleinden heel geschikte afspraak tussen mensen. De door ons verstand bedachte kloktijd, was Bergsons centrale gedachte, is niet meer dan een hulpmiddel.
De echte, werkelijke tijd kan juist niet in minuten en uren ingedeeld worden maar kenmerkt zich door continue verandering. Het is een nooit onderbroken, stromende, telkens in het volgende vooruit grijpende tijd. Hij noemde die tijd: durée réelle, duur…

Wat is dat nu voor soort werkelijkheid, die echte tijd, die we schijnen te kunnen ontwaren als we ons niet te veel beroepen op de beperkte werking van de ratio. Om vast een beetje te verhelderen wat Bergson voor ogen staat neem ik het voorbeeld van wat er gebeurt als we dromen.
We ervaren een werkelijkheid die vaak zo echt lijkt dat we teleurgesteld of juist blij zijn als we wakker worden. Wat we dromen en wat, zelfs nog na het wakker worden nog zo helder op ons netvlies staat, heeft volgens de meeste mensen weinig of niets te maken met de werkelijkheid. Maar toch, dromen zijn bedrog, wordt ons voorgehouden.

Bergson schrijft ergens dat als je droomt je gestopt bent met het gebruiken van je gezonde verstand, maar dat wat we beleven tijdens onze droom plaatsvindt in de echte tijd, de duur.
Nu zijn we er zo aan gewend geraakt te vertrouwen op ons verstand als het gaat om de ervaring van de werkelijkheid, dat het lastig te zien is hoe het mogelijk is echtheid te vinden is als ons verstand uitgeschakeld is.
Maar als het ons lukt niet meteen ons denken los te laten op het idee dat dromen ons dichter bij de werkelijkheid brengen en onze zuivere perceptie als maatstaf nemen, moeten we toegeven dat wat we al dromend ervaren hebben erg echt leek.

Wie was Henri Bergson?

Bergson werd halverwege de negentiende eeuw in Parijs geboren. Op de middelbare school bleek hij zowel in de wiskunde als in wat ze toen retorica noemden, letteren, een uitmuntende leerling. Na veel aarzeling koos hij toch voor richting van letteren en filosofie. Eenmaal afgestudeerd ging hij lesgeven aan verschillende lycea, waaronder het prestigieuze Lycée Henri IV.

In 1889 schreef hij zijn dissertatie: “Essai sur les données immédiates de la Consciences.”[2] De centrale gedachte in dit proefschrift, het idee dat voor zijn gehele verdere werk richtinggevend zal blijken, is dat tijd, naast de mechanisch in minuten en uren ingedeelde kloktijd, ook op een andere manier beleefd kan worden. Hij streeft naar een filosofische methode om de ervaring van de stromende werkelijkheid mogelijk te maken.
Een paar jaar later verschijnt het werk “Matiére et Mémoire”. Dit werk verdiept zich in de bijzonderheden rondom waarneming en herinnering en in hoeverre beiden op elkaar inwerken.

Bergson wordt vervolgens eerst benoemd als leraar aan de Ecole Normale om in 1900 als hij 41 jaar is, hoogleraar filosofie te worden aan het Collège de France in de rue Saint-Jaques. In die jaren nam de populariteit van Bergson zulke vormen aan dat zich wekelijks een grote groep belangstellenden uit de Parijse elite verdrong voor de ingang van het Collège de France.[3] Het voor iedereen toegankelijke college van Bergson vond namelijk elke vrijdag plaats om 17 uur, in zaal 8 van het Collège.

Groupe d’étudiant à l’école normale supérieure, rue d’Ulm à Paris. Promotion de 1878, Bergson, Jaurès, Desjardins etc. photo de Pierre Petit[4].

Al uren van te voren liep de collegezaal vol. Naast collega-filosofen en bekende schrijvers zoals Gabriel Marcel, Jaques Maritain en Charles Péguy, vulde de zaal zich met veel geïnteresseerde jonge mensen, mannen die genoeg hadden van de intellectuele overmacht van de wetenschap en ook in grote getale, vrouwen uit de hogere Parijse kringen.
Bergsons populariteit bij vrouwen werd overigens door degenen die zijn evolutionistische en vitalistische filosofie bestreden dankbaar aangegrepen om hem laatdunkend ‘Philosophe des Dames’ te noemen, alsof die meer dan gemiddelde belangstelling van vrouwen voor wat Bergson te zeggen had, de wetenschappelijke waarde van zijn gedachtegoed zou verminderen.

Je kunt het succes van Bergsons tijdsfilosofie beter begrijpen als je ziet in welk klimaat ze opbloeide zo’n honderd jaar geleden rondom de eeuwwisseling. De wetenschap had in de loop van de 19de eeuw zo’n grote vlucht genomen en zo’n dominante rol gespeeld in alle richtingen, dat het leek of de onbuigzame wetten overal golden. Het rigoureuze determinisme leek zich uit te strekken over alles wat er op aarde is. De wereld is niets anders dan een uitgebreid systeem, een kolossaal mechanisme waar oorzaak en gevolg zich noodzakelijk opvolgen. Als je maar genoeg te weten zou komen is het idee dan is het mogelijk de toekomst te voorspellen. Vrijheid is slechts een subjectieve illusie.

Opvallend is, en dat geldt in onze tijd nog steeds, dat dit wetenschappelijke dogmatisme zich bezighoudt met de bestudering van al die gevolgen van al die oorzaken maar niet met de geest zelf, toch de bron van alle wetenschap.
Het is alsof het gebouwde huis boeiender is dan de metselaar.

Filosofie in die dagen, onder invloed van het Kantiaanse relativisme, is de wetenschap van de grenzen van de menselijke geest. Het werkelijke, het ding-an-sich, zoals Kant zei, is voor onze geest onkenbaar. De mens lijkt op een bewoner van de duistere de grot van Plato maar zonder hoop op ontsnapping.
Bergson zegt ergens dat die gevangene lijkt op een scholier die in de hoek moet staan: het is verboden zich om te draaien en de werkelijkheid te zien.

Door het hele gedachtegoed van Bergson klinkt een protest tegen deze gelatenheid en het is een rehabilitatie van de werking van de geest en haar mogelijkheid om in vrijheid iets te scheppen.

Noten

[1] Bron: Montage of Blitar
[2] Bron: Bergson Essai sur les données immédiates de la conscience
[3] Voor de biografische gegevens van het leven en werk van Henri Bergson heb ik gebruik gemaakt van de volgende werken: Jan Bor (1990), H.J. Pos [1943], G. Deleuze (1968), IM [1903] 1989, L. Kolakowski (1985), Henri Bergson, Key Writings (2002)
[4] Bron: promotion_1878 Henri Bergson

Rosalie de Wildt

studeerde af in de wijsbegeerte op Meer feest! een beschouwing over tijdsdruk aan de hand van de tijdsopvatting van de Franse filosoof Henri Bergson. Zij probeert met haar filosofisch getinte lezingen over tijd en tijdsdruk een adempauze in het vaak zo gehaaste bestaan te brengen. De levensbeschouwing van Bergson is daarbij een belangrijke inspiratiebron.

0