Wandeldwang

0

Rosalie de Wildt

WW knipoog 39

Naast de gaskachel, hangt ze in haar verkleurde bloemetjesstoel.
Haar stokkerige, droge benen vol plekjes geronnen bloed wachten naast elkaar op niets.
Met haar doorschijnende handen klauwt ze de leuningen vast, alsof ze zich schrap zet.
Het vlekkerige vestje kan de kou niet meer uit haar lijf verjagen.
Een brutale reep zonlicht dringt tussen de velours gordijnen naar binnen.
Daarom kijkt ze kwaad en angstig.
De vijand zal niet lang op zich laten wachten.

Een grote vrouw komt bedrijvig de kamer in.
Ze schuift de zware gordijnen opzij en zwaait de keukendeur open.

“Hoor je de vogeltjes zingen? Ruik je de bloemen?”

Nee, ze hoort geen vogeltjes en ruiken kan ze al jaren niet meer.
Laat me in godsnaam met rust. Ga toch weg.
O, daar komt ze met een jas aan. Wat is dat voor een jas? Ik ga hier niet weg.
Ik wil niet naar buiten.
Maar wat zij wil telt niet meer mee. Hoelang al niet meer?
De jas gaat aan. Omhoog moet ze, omdraaien, vier pasjes schuifelen en weer zakken in die rolstoel. Ze zal naar de zon, dat is goed voor haar.

Knap je van op, hè mam? – foto Karel Odink

Buiten houdt ze haar ogen dichtgeknepen.
Van achter dat hoofd met dat pluizige engelenhaar komt steeds weer die opgewekte stem:

“Lekker hè, dat zonnetje? Dat doet een mens goed. Knap je van op, hè mam?
Weet je nog dat we hier … ?”

Achter die rolstoel loop ik. Ik speel die flinke vrouw.
Natuurlijk is het goed voor mijn moeder om naar buiten te gaan.
Natuurlijk moet ik haar haar zin niet geven.
We komen langs mijn oude kleuterschool. De donkergroene verf bladdert van de hekken.
Het speelplein is gekrompen. De kastanjeboom in het midden niet.
Zijn kroon van fel glanzende bladeren reikt gretig naar de zon. Klimop tegen de oude muren.
Daar staat ze nog op mij te wachten in die zomerzon, nu vijftig jaar geleden.
Ik reik haar mijn kinderhand om veilig over te steken.

Voorzichtig duw ik de rolstoel van de stoep af. Haar slappe lichaam schokt door mijn onhandigheid. Weer samen naar de overkant.

Onze laatste herfst.

studeerde af in de wijsbegeerte op Meer feest! een beschouwing over tijdsdruk aan de hand van de tijdsopvatting van de Franse filosoof Henri Bergson. Zij probeert met haar filosofisch getinte lezingen over tijd en tijdsdruk een adempauze in het vaak zo gehaaste bestaan te brengen. De levensbeschouwing van Bergson is daarbij een belangrijke inspiratiebron.

0