Spinoza als joodse denker

0

Annelie van Steenbergen

Spinoza — kopie door onbekende schilder, ca. 1700[1]

Vraag iemand om een Joodse denker te noemen en tien tegen één is het antwoord: Spinoza.
Dat antwoord is echter niet probleemloos. De meningen daarover zijn verdeeld. Spinoza is immers in 1656 door de Amsterdamse Talmoed Tora gemeenschap verbannen en vervloekt en deze cherem is tot op heden niet opgeheven.

Nog in 2015 is over dit vraagstuk een symposium gehouden waarbij de verschillende standpunten werden gedeeld.
Enerzijds was de opvatting dat de religieuze denkbeelden van Spinoza onverminderd afwijken van het jodendom en dat het bij herroeping zou lijken of de gemeenschap nu achter zijn stellingnames zou staan.
Anderzijds gingen er stemmen op de grote filosoof eerherstel te geven, zodat moderne en ook seculiere joden gelegenheid krijgen in serieuze discussie te gaan met Spinoza’s ideeën.

Een heel ander discussiepunt is de kwestie in hoeverre Spinoza’s filosofie joodse elementen bevat en ook daarover is geen consensus. Over de vraag of Spinoza van joodse afkomst is en een joodse opvoeding heeft genoten bestaat daarentegen geen twijfel.

Joodse opvoeding

Spinoza was de zoon van uit Portugal gevluchte joden. Zijn vader was rond 1625 in Amsterdam aangekomen en dreef een handel in zuidvruchten en olijfolie. Thuis werd Portugees gesproken en Spinoza kreeg bij zijn geboorte in 1632 dan ook een Portugese naam, Bento, ‘de gezegende’.
Zijn vader was actief in de joodse gemeente Beth Jacob, die later samengevoegd werd tot de verenigde gemeente Talmoed Tora.

Tegen de tijd dat Bento de schoolgaande leeftijd bereikte overleed zijn moeder. Op school werd hij ingeschreven als Baruch, de Hebreeuwse vertaling van ‘de gezegende’. Na zijn verbanning verlatiniseerde Spinoza zijn voornaam tot Benedictus.
Als we het over de filosoof Spinoza hebben, spreken we dus altijd over Benedictus de Spinoza.

Op de Spaanstalige Talmoed Tora school kreeg hij zeer gedegen onderwijs in Bijbelkennis, joodse geschiedenis, het joodse leven met de wetten en leefregels en de feestdagen met de daarbij behorende tradities. Hebreeuws leerden de kinderen door de Tora te lezen met behulp van de grammatica. Daarbij kwam het dagelijks bezoek aan de synagoge voor het avondgebed en psalmzingen. Toen hij ouder werd, werd ook een begin gemaakt met de bestudering van de Talmoed.

Spinoza was een zeer talentvolle leerling. Aanvankelijk zou hij waarschijnlijk doorstromen naar de hogere klassen, die leidden naar de scholing tot rabbijn. Spinoza heeft deze opleiding echter niet gevolgd, omdat hij bij zijn vader in de zaak kwam te werken. Vermoedelijk bezocht hij in zijn vrije tijd een studiegroep, waar de commentaren van Maimonides en andere middeleeuwse filosofen werden besproken, zoals die van Rasji en Ibn Ezra.

Tussen twee culturen, verbanning

Op den duur ging Spinoza twijfelen aan de joodse leer en de gebruiken. Daar kwam bij dat hij door zijn contacten met andersdenkende Hollandse handelaren bekend werd met alternatieve opinies en geloofsovertuigingen.

Benedictus de Spinoza door Wout Koster[2]

Aanvankelijk hield hij die twijfel voor zichzelf, maar allengs sijpelden zijn afwijkende meningen door. Spinoza verzette zich tegen het beeld van de persoonlijke God aan wie gehoorzaamheid verschuldigd is.
Volgens hem waren de vijf boeken van de Pentateuch niet door Mozes geschreven. Hij ontkende de onsterfelijkheid van de ziel en ook het idee van de joden als een door God uitverkoren volk wees hij af. Volgens hem was niet de goddelijke openbaring het richtsnoer tot de waarheid, maar het menselijk verstand.

Door zijn Hollandse vrienden kreeg hij belangstelling voor nieuwe ontwikkelingen in de natuurwetenschap, filosofie en vooral voor het werk van Descartes. Daarvoor was het noodzakelijk dat hij Latijn leerde.
Het is niet zeker of Spinoza voor of na zijn verbanning terecht kwam bij de vrijdenker Franciscus van den Enden, die in zijn huis een school had opgericht. Daar maakte hij kennis met de zestiende- en zeventiende-eeuwse denkers en met literatuur en toneel.

Het kon niet uitblijven dat zijn ‘ketterse’ gedachtengoed, dat noch met het jodendom noch met het christendom overeenkwam, bekend werd. Hij werd als een bedreiging gezien voor de hele gemeenschap.

Na de dood van zijn vader in 1654 kreeg hij samen met zijn jongere broer de leiding over de handelsonderneming. Hij erfde hoge schulden, waarvan hij via Amsterdams burgerlijk recht probeerde af te komen. Wat de precieze redenen waren is niet duidelijk, zijn radicale opvattingen of de financiële perikelen, of beide.
In ieder geval werd op 27 juli 1656 de cherem over Spinoza uitgesproken waardoor hij buiten de Joodse gemeenschap kwam te staan.

Denkbeelden

Ethica, 4e druk Wereldbibliotheek (1955)

Na wat omzwervingen kwam Spinoza in 1661 terecht in Rijnsburg. Hij noemde zich voortaan Benedictus en wijdde zich geheel aan de wijsbegeerte en de kunst van het lenzenslijpen.
Hij was inmiddels een kenner van de filosofie van Descartes en ondertussen werkte hij al aan het Theologisch-politiek traktaat, dat hij anoniem publiceerde in 1670. Dit traktaat behandelde naast Bijbelkritiek zijn gedachten over zowel politiek en religieus gezag als natuur- en burgerrecht. Het was een pleidooi voor vrijheid van filosoferen en godsdienstvrijheid.

In Rijnsburg maakte hij een begin met veel van zijn werk. Hij schreef aan het onvoltooid gebleven Vertoog over de verbetering van het verstand, waarin hij uitlegt hoe men ware kennis kan verkrijgen. Die kennis bestaat uit ‘het bewustzijn van de eenheid van de ziel (geest) met de hele natuur’. Ook begon hij daar aan de Korte Verhandeling van God, de mens en deszelfs welstand en aan zijn levenswerk de Ethica.

In 1663 verhuisde Spinoza naar Voorburg, waar hij onder zijn eigen naam zijn Renati Des Cartes Principorium Philosophiae publiceerde.
Eind 1669 of begin 1670 vertrok Spinoza naar Den Haag. Daar voltooide hij zijn belangrijkste werk, de Ethica. Hij ging niet uit van de dualiteit van lichaam en geest, zoals Descartes, maar van slechts één substantie waarvan denken en uitgebreidheid attributen zijn en de mens een modus. Hij hanteerde een totaal ander Godsbegrip dan de Christenen en de Joden. De Ethica is volgens de meetkundige methode geconcipieerd, met definities, stellingen, bewijzen en gevolgtrekkingen.
Er zijn vijf delen, nl. over God, over de aard en oorsprong der aandoeningen, over de menselijke knechtschap of de macht der aandoeningen en tenslotte het deel over de macht van het verstand of de menselijke vrijheid dat de weg naar gelukzaligheid wijst.

Populair

Compendium Grammaticae Linguae Hebraeae[3]

De Ethica ordine geometrico demonstrata werd na zijn dood samen met zijn andere werken door zijn vrienden uitgegeven in zijn sterfjaar 1677, zoals ook zijn Hebreeuwse grammatica Compendium Grammaticae Linguae Hebraeae en vele brieven, waarin hij zijn filosofie uitlegt.

Niet alleen door de Joodse gemeenschap werden Spinoza’s revolutionaire denkbeelden afgewezen. Tweehonderd jaar lang zijn zijn boeken verboden geweest in Europa, omdat zijn Bijbelkritiek zou leiden tot atheïsme en fatalisme.
Dat heeft niet kunnen voorkomen dat de filosofie van Spinoza immens populair is geworden.

Noten

[1] Bron: Spinoza portret Schilderij op doek, 77×62 cm. Herzog August Bibliotheek, Wolfenbüttel
[2] Bron: maker spinoza cartoon herontdekt
[3] Bron: spinozas-compendium-grammatices-linguae-hebraeae

studeerde Wijsbegeerte aan de UvA met als specialisatie Esthetica en cultuurfilosofie en met een minor in de Cultuur- en Godsdienstpsychologie. Als keuzevak volgde ze o.a. Niet-Westerse en vergelijkende Wijsbegeerte bij dr. Karel L. van der Leeuw. Haar eindscriptie behandelde de 20e-eeuwse debatten over mystiek en rationaliteit bij Spinoza.