Periyar, beeldenstormer in het land van de tempels — 2

0

Erik Hoogcarspel

Wijsheidsweb, 2019-08

deel 1deel 2

De Zelfrespect Beweging

E.V. Ramasamy standbeeld[1]

Periyar verliet de Dravidische Partij en daarmee de politiek om zich vervolgens geheel aan de emancipatie van de kastelozen en vrouwen te wijden. Hij heeft verschillende malen invloedrijke politieke posities, waaronder een ministerschap, geweigerd.
Hij koos geen partij meer, maar steunde telkens de partij of politicus die zijn doeleinden het beste diende, zoals een lid van de Congrespartij die kastegelijkheid voorstond (en daarom later uit deze partij werd gezet). Hij had al zijn hoop gevestigd op de Zelfrespect Beweging die hij in 1925 had opgericht.

De Zelfrespect Beweging was een sociale beweging die de Tamil meer zelfvertrouwen trachtte te geven. Deze beweging vond veel weerklank. Zelfvertrouwen was een noodzakelijke voorwaarde voor zelfbestuur. De Tamils moesten zelfvertrouwen krijgen door trots te zijn op hun eigen cultuur en traditie.

De superioriteit van de brahmanen en het Sanskriet (de heilige tempeltaal) moest worden doorbroken. Periyar zag in dat zelfrespect de belangrijkste vijand is van onderdrukking en armoe (een waarheid die de hulpverleningsindustrie nog steeds angstvallig tracht te verbergen, omdat daarmee de macht over de hulpbehoevenden moet worden prijsgegeven).

Volgens een lijst uit 1952 waren doelstellingen van de Zelfrespect Beweging:

  • individuele vrijheid,
  • afschaffen van zinloze gebruiken, rituelen en bijgeloof,
  • gelijke rechten voor iedereen,
  • afschaffen van het kastensysteem,
  • gelijke rechten voor man en vrouw en
  • het oprichten van tehuizen voor weduwen en wezen.

Periyar organiseerde talloze zelfrespectbijeenkomsten en stichtte Rationalistische Verenigingen. Hij trok rond in een speciaal gebouwde caravan en organiseerde jaarlijks honderden bijeenkomsten.
Dit heeft hij tot enkele weken voor zijn dood volgehouden. Hij was toen 95 jaar oud en had dat jaar maar liefst 176 bijeenkomsten bijgewoond. Telkens hamerde hij op de bestaande rechtsongelijkheid en brahmaanse onderdrukking.

Afbeeldingen en teksten verbrand

E.V. Ramasamy (Periyar)[2]

Tamil moest tempeltaal worden, dalits moesten priester kunnen worden, vrouwenemancipatie werd bepleit, volledige rechten werden geëist voor alle kasten.
Op zulke bijeenkomsten werden regelmatig religieuze afbeeldingen en teksten verbrand, soms zelfs de grondwet, omdat deze was gebaseerd op de hindoewetboeken.

Periyar brak ook graag eens een beeldje; in Salem in 1971 omhing hij een beeldje van Rama met schoenen en verbrandde het na het in processie te hebben rondgedragen.
In 1953 leidde hij een campagne om alle Ganesha-beelden (die geluk heten te brengen) te vernietigen. In 1955 dreigde hij de Indiase vlag te verbranden, toen het besluit dreigde om Hindi als nationale taal in elk onderwijs verplicht te stellen, maar werd op het laatste moment ervan af gehouden, door de belofte dat de maatregel niet door zou gaan.
In 1957 kreeg Periyar duizenden Tamils zover om openlijk de grondwet te verbranden; hij belandde daarvoor in de gevangenis.
Eerder dat jaar had hij de manager van een hotel door middel van een 9 maanden durende hartal (geweldloze boycot) gedwongen het woord ‘brahmaans’ van het uithangbord te verwijderen. Dit woord was de gebruikelijke aanduiding dat het eten door een brahmaanse kok werd bereid en uitsluitend de voor brahmanen toegestane ingrediënten bevatte. De actie had succes, bijna overal in Tamil Nadoe verdween het woord van de uithangborden, maar meer dan duizend mensen belandden voor kortere of langere tijd in de gevangenis.

De strijd om het recht op priesterschap verliep minder succesvol. In 1970 werd er een edict uitgevaardigd door de regering van Tamil Nadoe dat niemand op grond van kaste de toegang tot het priesterschap mocht worden geweigerd.
De brahmanen waren het er natuurlijk niet mee eens en stapten naar de rechter. Deze oordeelde dat het edict rechtmatig was, maar dat met het oog op de religieuze vrijheid de regels van de religieuze wetboeken mochten worden geëerbiedigd in de tempelcultus. Periyar’s commentaar was:

‘operatie geslaagd, patiënt overleden’.

In zijn laatste jaren distantieerde Periyar zich steeds meer van nationalistische bewegingen en ging een steeds meer kosmopolitisch standpunt innemen.
Hij noemde het Tamil een barbaarse taal omdat het geen respect uitdrukkende vrouwelijke verbale verbuigingen heeft en geen woorden voor nieuwe technische ontwikkelingen.
Zo pleitte Periyar er zelfs voor om het Tamil te vervangen door het Engels.

De rechten van de vrouw

Periyar was zeer vooruitstrevend op het gebied van de relaties tussen mannen en vrouwen. Toen iemand eens in de gevangenis kwam voor het ontvoeren van een vrouw protesteerde Periyar, omdat hij meende dat je een vrouw niet kan zien als een meubelstuk, zodat het absurd is om iemand te veroordelen voor het stelen van een vrouw.
Beter gezegd: hij vond dat als er sprake was van strafbare feiten deze alleen waren begaan tegenover de vrouw en niet tegenover de echtgenoot.
Sinds 1925 voltrok hij ook op verzoek ‘zelfrespecthuwelijken’ en ook doopceremonies en begrafenisplechtigheden. In die zin vervulde hij de taak van een brahmaanse priester, maar gaf er een eigen inhoud aan.

Zelfrespecthuwelijk

Bij het zelfrespecthuwelijk mocht kaste totaal geen rol spelen en er moest een uitdrukkelijke erkenning plaatsvinden van de gelijkwaardigheid van man en vrouw.
Het eerste officiële zelfrespecthuwelijk werd in 1928 voltrokken en in 1967 kreeg het zelfs een legale status. Paartjes die zo trouwden werden daarmee benoemd tot lid van de Antipriester Associatie en hun foto’s werden op posters getoond. De huwelijken werden bij voorkeur voltrokken op volgens astrologen ongunstige tijdstippen.

Tijdens de voltrekking werden geen formules opgezegd, maar werden plechtige beloftes gedaan van wederzijdse steun, trouw en respect, bijvoorbeeld:

‘alle plichten die ik van mijn vrouw verwacht, kan ze ook van mij verwachten’.

Zelfrespect beweging (Suyamariathai Iyakkam)[3]

Het is gebruikelijk dat hindoebruiden van de echtgenoot een tali krijgen, een amulet dat ze hun hele leven om hun hals moeten dragen als symbool van hun kuisheid.
Periyar zag het als een wreed symbool voor de onderworpenheid en dienstbaarheid van de vrouw, een soort halsbandje. Hij eiste van zijn eerste vrouw dat ze het weggooide, wat ze met een beetje spijt in haar hart deed. Zijn tweede vrouw heeft nooit een tali gedragen. Bij een zelfrespecthuwelijk geven bruid en bruidegom elkaar alleen maar een bloemenkrans.

Gearrangeerde kinderhuwelijken en weduwentaboe

Periyar zag ook het probleem van de grote aantallen weduwen, veroorzaakt door de gearrangeerde kinderhuwelijken en het weduwentaboe. In 1921 waren er bijna 12.000 weduwen in India onder de 5 jaar. In het verlengde van zijn verdediging van de rechten van de vrouw pleitte hij bovendien voor gezinsplanning en geboortebeperking, waaronder ook het recht op abortus.

Hij protesteerde tegen taalgebruik waarin de vrouw als object wordt voorgesteld, bijv.

‘een vrouw in huwelijk geven’. Trouwen is je verbinden ‘met een helpende partner in welzijn’.

Hij veroordeelde natuurlijk ook de bruidsschatting (de verplichting van de ouders van de bruid om een hoge bruidsschat te betalen) en tegen de regeling dat kinderen onwettig worden verklaard en geen rechten krijgen als het huwelijk niet in overeenstemming is met de kastewetten.

Periyar als scepticus

Periyar werkte via lokale actiegroepen die centraal werden gecoördineerd, eerst vanuit Erode, later vanuit zijn kantoor in Trichy. De toespraken die Periyar vaak hield en die hem veel aanhang bezorgden, werden in Periyar’s eigen kranten en bladen gepubliceerd.
Daarom circuleren er in Tamil Nadoe nog steeds grote hoeveelheden kleine boekjes en pamfletten in het Tamil, vooral in kleinere boekhandels en bij tweedehands verkopers.

Beroep op gezond verstand

Zijn taalgebruik was duidelijk en eenvoudig. Hij doet vaak een beroep op gezond verstand en op de feitelijkheid van natuurkundige processen en wetenschappelijke ontdekkingen.
Deze contrasteert hij graag met de onbewijsbare metafysische uitspraken en pretenties van religies. Zijn boodschap kan in enkele woorden worden samengevat: weg met de sociale onrechtvaardigheid, dus weg met het kastenstelsel, dus weg met de brahmanen, dus weg met het hindoeïsme, dus weg met religie.
Religie in het algemeen en hindoeïsme in het bijzonder vormen volgens hem de voornaamste oorzaak van maatschappelijke ongelijkheid en dus van de meeste ellende. Het hindoeïsme is het middel waarmee een kleine groep mensen, de brahmanen, een meerderheid aan zich onderwerpt.

Rationalistic Societies[4]

Het beste bestrijdingsmiddel tegen religie is het rationalisme, het consequente gebruik van gezond verstand.
Periyar stichtte daartoe ‘Rationalistic Societies’ en organiseerde denkersforums en conferenties ter bestrijding van bijgeloof. Het ging Periyar daarbij in de eerste plaats om de praktijk en niet om de principes.
De hiërarchie van rituele zuiverheid, waaruit het kastenstelsel bestaat, vormt geen probleem zolang het alleen maar dient om uit te maken wie er vooraan mag staan in de tempel.

Het fundeert in de praktijk echter als een bron van maatschappelijke ongelijkheid, doordat het de brahmanen ook buiten de tempel veel politieke en economische macht geeft.
De brahmanen zijn etnisch gezien Ariërs en dragers van een beschaving die niet thuis hoort in Tamil Nadoe (vele brahmanen in Tamil Nadoe hebben inderdaad een lichtere huidskleur dan de dalits).
De brahmanen zijn bezetters uit een ander land: Noord-India. Het ging zelfs zover dat Periyar bij voorkeur altijd een zwart overhemd droeg en vlees at (de brahmanen zijn in het wit gekleed en eten strikt vegetarisch).

Het belangrijkste bezwaar dat Periyar tegen religie in het algemeen had, is dat het elke vooruitgang en elk streven naar rechtvaardigheid onmogelijk maakt. Religie is volgens hem altijd behoudend en dient de belangen van de bestaande macht, die immers ook de bestaande religieuze leiders in het zadel houdt. Een veel gehoorde uitspraak van hem is:

‘God, religie en heilige boeken zijn machtige wapens in handen van de mensen van de hoogste kasten waarmee ze de zonen van de aarde aan zich onderwerpen en te behandelen als vierde of vijfderangs burgers in een kwaadaardig kastensysteem’.

Een andere:

‘Als je moet kiezen tussen het doden van een brahmaan en een slang, spaar dan de slang’ (de slang is een heilig dier in Tamil Nadoe).

En deze uitspraak:

‘Geloof en religie zijn uitvindingen van de hoogste klasse om hun belangen zeker te stellen, ze hebben geen waarde op zich. Iemand die zijn verstand gebruikt heeft ze niet nodig om een ethisch leven te leiden en mee te werken aan een welvarende rechtvaardige samenleving.’

De schrijvers van de heilige wetboeken zijn de grootste schurken volgens Periyar (de Dharmashastra is één van de ergste) en hij protesteert tegen de seculiere wetten die op deze teksten zijn gebaseerd.

Periyar standbeeld in Thanjavur, de dag voor zijn verjaardagsviering[5]

De tempels vormen volgens Periyar een onmisbaar hulpmiddel voor de brahmanen, want door deze tempels krijgen zij hun inkomsten, de tempels zijn hun uithangborden, hun advertenties.
Hoe groter en rijker versierd een tempel is, hoe belangrijker deze wordt geacht, hoe meer mensen er naar toe komen en hoe mooier de verhalen zullen zijn die het ontstaan en de heiligheid van de tempel moeten rechtvaardigen.

De tempels zijn de plaatsen waar de mensen welvaart en geluk denken te kunnen krijgen en de brahmanen putten hun aanzien uit hun positie in de tempelcultus. De tempel is ook een niet te verwaarlozen bron van inkomsten, ze vergen weinig onderhoud en trekken enorme donaties aan. Je kunt bovendien door festivals en bijzondere activiteiten als dansen en muziek nog extra geld ophalen.

Tempels overbodig

Periyar verklaarde zich dan ook bereid om zo nodig tempels te vernielen. Bovendien, zo voegde hij eraan toe, zou een tempel voor een ware gelovige volmaakt overbodig moeten zijn. Als God overal is, wat is dan de zin van tempels en bedevaart? Waarom moet je dan een stuk steen aanbidden?
Het is volgens hem ook onzin om een cultus of een gebruik op grond van ouderdom te rechtvaardigen, we eten toch nu niet meer dezelfde dingen en kleden ons niet meer op dezelfde manier als vroeger, waarom zouden we dan wel een religie beoefenen van vroeger? Het is zelfs helemaal niet gezond om naar grote religieuze bijeenkomsten te gaan waar vele mensen dicht bij elkaar zijn, je kunt er gemakkelijk besmettelijke ziekten oplopen!

Periyar maakte zich niet druk over de rituelen die de mensen thuis uitvoeren, deze leiden niet tot onrechtvaardigheid.

Er werd in 1972 een tempelboycot gehouden waarbij kaderleden van de Dravidische Partij zich bij tempelpoorten opstelden en de bezoekers afraadden om naar binnen te gaan en erop aandrongen dat ze hun offergaven aan de poort achter zouden laten.

Periyar spotte vaak met de erotische voorstellingen van de hindoemythologie (die natuurlijk helemaal niet meer rijmen met de preutsheid van de brahmaanse moraal).

‘De god Ayappa zou geboren zijn uit Visnoe en Shiva, wat een flikkers, waarom zou je die aanbidden!’

Sappige spottende artikelen over de hindoegoden

Hanuman, Lakshmana, Rama en Sita[6]

In het blad dat Periyar uitgaf, ‘De Rationalist’, stonden vaak sappige spottende artikelen over de hindoegoden, met titels als ‘Goddelijke menstruatie’, ‘God als Duivel’, ‘Wittebroodsweken in de hindoedierentuin’ en ‘Menstruatievervuiling in hindoetempels’.
Een andere serie heette ‘Abominabele godenverhalen’, hierin werden allerhande mythen op de korrel genomen.
Het meest kwetsend is misschien wel zijn ‘Ware lezing van het Ramayana’, waarbij het verhaal zo wordt geïnterpreteerd dat de Srilankese koning Ravana de held is, de brahmaanse heldin Sita een hoer en haar echtgenoot Rama een Arische bandiet.
In de gebruikelijke lezing is Rama de ideale brave held, Sita, de ideale onderworpen vrouw, en Ravana de barbaarse boef, het verhaal onderstreept in het algemeen de normen van de heilige wetboeken.
Vooral in devotionele conservatieve vishnoeïtische kringen wordt de hoofdpersoon Rama als een manifestatie van God en een redder van de mensheid aanbeden. Tijdens crematies wordt vaak de mantra ‘Ram satya hai’ (Rama is de ware werkelijkheid) herhaald.

Mening over andere religies

Periyar is over de andere religies wat positiever dan over het hindoeïsme.
De islam ondersteunt in elk geval geen kastensysteem (al is het inmiddels wel in de Indiase islam ingevoerd). In 1947 raadde Periyar dalits aan om zich tot de islam te bekeren, als strategie om zich aan het kastensysteem te onttrekken.
Hij vond het wel een paardenmiddel, want hij was niet dol op bekeringen.

Misschien had hij nog de meeste sympathie voor het boeddhisme, vandaar dat hij in Birma de viering van de 2500ste verjaardag van de Boeddha bijwoonde.
Hij zag het boeddhisme als een rationalistische levensbeschouwing, die op vele punten met de levensbeschouwing van de partij overeenstemde.
Later ontdekte hij dat ook het boeddhisme doortrokken is van rituelen (waar de westerlingen juist zo dol op zijn) en oordeelde hij dat het in deze tijd niets meer te zeggen heeft.

Het christendom had voor, dat het de heersende religie in het westen is en blijkbaar rationalisme en vooruitgang niet heeft tegengehouden.
Periyar leidde daaruit af dat het christendom derhalve een minder grote bedreiging is voor een rechtvaardige maatschappij dan het hindoeïsme.

Rationalisme

Het ideaal van Periyar is echter dat de religie wordt vervangen door het rationalisme, want alleen dat kan een basis vormen voor een rechtvaardige maatschappij, waarin geen onderdrukking is en waar welvaart eerlijk wordt verdeeld.
Het moet gepaard gaan met humanisme, dat wil zeggen dat de eerbied voor God en Zijn macht moet worden vervangen door eerbied voor de mens en zijn wijsheid.
Vooruitgang en welvaart kunnen alleen ontstaan door de menselijke rede, het geloof daarentegen is de bron van onderdrukking en ellende. Het belemmert verbeteringen, leidt tot angst en bijgeloof en maakt de mensen lui en laf. Het rationalisme werkt bevrijdend.
Misschien vormen religies een stadium waar de mensheid doorheen moet, misschien zijn ze eens nodig geweest om normen te rechtvaardigen, om te zorgen dat mensen zich aan regels houden en niet elkaar naar het leven staan. Als de mens echter het rationalisme heeft ontwikkeld en het vrije gebruik van het gezonde verstand heeft gekregen, dan zijn religies overbodig en zelfs een belemmering.

Rationalisme impliceert materialisme: alle metafysische begrippen moeten worden afgewezen en wetenschap moet de religieuze wereldbeelden vervangen. In 1972 contrasteert Periyar een verslag van een succesvolle hartoperatie in Californië met een verslag van de opening van een nieuwe tempel in Madras.
Zijn boodschap is duidelijk: de eerstgenoemde gebeurtenis is een stap naar de opheffing van menselijk leed, de andere overbodige drukte om niets.

Geen vooruitgang zonder kennis, daarom is onderwijs van het allergrootste belang, maar dan niet het onderwijs zoals dat gebruikelijk is, waarbij de kinderen allereerst wordt geleerd om te bidden en te dienen.
In plaats daarvan zouden zij verantwoordelijkheidsbesef moeten leren, ethisch handelen en het gebruik van het gezonde verstand.

De ethiek van Periyar

Ondanks alle kritiek blijft er bij Periyar plaats voor een positief religiebegrip, maar dit religiebegrip is gebaseerd op concrete ethiek en menselijke waardigheid.
Zo heeft hij elke gelovige een atheïst-in-de-praktijk genoemd, want ze spreken wel over God, maar leven het grootste deel van hun leven alsof er geen God is.

Ook een gelovige blust zelf het vuur als zijn huis in brand staat en wacht niet af of God dat voor hem of haar doet. Iedereen trekt ‘s morgens zelf zijn kleren aan en wacht niet tot God het tijd vindt worden om door middel van wonderen Zijn gelovigen te laten verschijnen in kleding die Hem welgevallig is.
We doen al die dingen zelf, alles in de wereld wordt duidelijk door mensen tot stand gebracht en iedereen vindt dat heel gewoon, waarom doen we dan in de tempel opeens alsof we alles aan God overlaten en praten we over Hem alsof Hij alles in de wereld bestuurt?

Periyar’s religie is, zo zegt hij: vrede, vrijheid, eerlijkheid, liefde en broederschap, niet het noodlot, vereniging met God, verlossing of heerlijkheid in de hemel.

De ethiek van Periyar is concreet en sociaal, norm is de integriteit van het individu in relatie tot de samenleving. De mens moet aan anderen denken en zich opofferen om anderen te helpen. Rationalisme moet in dienst staan van de ethiek.

Periyar noemde het redeneervermogen zelfs zijn shakti, zijn religieuze kracht. Het begrip ‘zelfrespect’ omvat enerzijds het emancipatiestreven van de Tamil tegenover de brahmaan, maar ook op een meer fundamenteel ethisch niveau de menselijke waardigheid.

Goed gedrag, eerlijkheid en waarheid

Drie woorden die Periyar vaak noemt zijn: goed gedrag, eerlijkheid en waarheid. Een boek uit 1961 eindigt met de woorden:

‘ga niet naar tempels, aanbidt geen godenbeelden, maar wees hulpvaardig, bedrieg niet, lieg niet en spreek de waarheid: dit is de ware dienst aan God.’

Sommige westerse auteurs en sommige volgelingen van Periyar horen in zijn woorden de ethiek van de Tirukkural doorklinken, het zo gekoesterde wijsheidsboek van de Tamils.

Tirukkuṛaḷ[7]

Tegen deze opvatting pleit het feit dat Periyar zich niet erg prijzend over de Tirukkural heeft uitgelaten, omdat hij er teveel hindoe-invloeden in herkende.
Het is daarom ook mogelijk dat zowel het boek als de man een ethische levenshouding uitdrukken, die eigen is aan de Tamilcultuur.

In Tamil Nadoe is er een lange traditie van antireligieus emancipatiedenken, gericht tegen de religieus gefundeerde macht van de bezettende brahmanen. Dit stamt al uit de tijd voordat Tamil Nadoe hindoeïstisch werd en het land boeddhistisch en later jaïnistisch was.

Het komt niet alleen tot uitdrukking in de Tirukkural waar ook al een verzet tegen brahmaanse invloeden is te bespeuren, maar ook in de Tolkappiyam, een oud grammaticaboek. Er is een traditie van 18 leraren, sittars zoals ze in de 15e eeuw werden genoemd, die brahmanen, Veda’s, ritueel, kaste, aanbidden van beelden, karma en wedergeboorte allemaal afwezen.

Was Periyar dan atheïst?

Het lijkt erop dat dit voor hem weer een brug te ver was. Hij heeft zelf de uitspraken van atheïsten zinloos en misleidend genoemd.

‘Wat ik God noem, moet de mensen gelijk en vrij maken en ze niet afhouden van vrije gedachten en onderzoek, ze niet om voedsel vragen, geld, vleierij, aanbidding of tempels. Omdat ik dit heb gezegd, noemt men mij een atheïst, maar dit woord heeft geen enkele betekenis.’

Inspiratiebronnen

Periyar zei zelf dat hij veel te danken heeft gehad aan zijn eigen ervaringen, dat wil zeggen dat hij heel goed had geleerd hoe het niet moest. Hij was trots op zijn beperkte scholing, alhoewel hij later wel veel heeft bijgeleerd door zelfstudie.
Een belangrijke westerse invloed was de filosoof Robert G. Ingersol, een Amerikaanse atheïst en rationalist wiens ‘Lectures and Essays’ (London 1920). is vertaald in het Tamil. Misschien heeft Periyar ook het werk gelezen van Bertrand Russell.

Periyar heeft verschillende buitenlandse reizen gemaakt, o.a. naar Singapore en Birma. In 1931 is hij 11 maanden in Europa en in Rusland geweest, waar hij ook vakbondsleiders ontmoette.
Hij liet het Russische vijfjarenplan in het Tamil vertalen, maar heeft nooit gepleit voor het afschaffen van privé-eigendom, alhoewel hij wel volhield dat hijzelf altijd de winst van de zaak gelijkelijk had verdeeld tussen hemzelf en zijn employees.

In de wachtkamer van het kantoor in Trichy hingen portretten van Lenin en Marx naast een groot portret van Periyar zelf, misschien vond hij daarin bevestiging voor zijn opvatting over het dictatorschap.
Periyar was hier een voorstander van, want als een persoon de macht had, leden de onderdanen slechts aan de fouten van een mens en bij een democratie aan de fouten van vele mensen. De dictator moest echter vrij zijn van eigenbelang.

Deze opvatting sluit aan bij gangbare ideeën in de Tamiltraditie. Niettemin gaf Periyar in 1934 aan het westerse democratische regeringsmodel de voorkeur boven het Russische. Periyar vertaalde de Russische situatie naar de Indiase en meende dat het succes van de Russen te danken was aan het feit dat ze hun brahmanen hadden gedood.

Ook de voorkeur voor het materialisme zou best wel eens mede aan het bezoek aan Rusland te danken kunnen zijn. Zijn kritiek op de religie is niet helemaal vreemd aan het communisme. Hij vond echter rationalisme en zelfrespect belangrijker dan economische gelijkheid. Economisch communisme achtte hij sowieso ongeschikt voor het Zuid-Indiase klimaat.
Zijn bezoek aan Rusland werd bekort doordat hem werd verzocht Rusland te verlaten.

Het is moeilijk te zeggen wat de invloed van het christendom op Periyar is geweest, hij heeft wel eens de bijbel geciteerd.
Een boek dat hij zeker met plezier heeft gelezen is getiteld ‘Testament’ en geschreven in 1732 door een zekere Jean Meslier (1678-1733). Het is een geschrift van zo’n 1000 bladzijden, maar er circuleerde een verkorte uitgave in het Tamil, bestaande uit drie kleine boekjes (1936, vijfde druk in 1972, Zelfrespectkantoor, Trichy).
Dit document van een katholieke priester staat vol met kritiek op religie. Veel uitspraken van Periyar over religie zijn mogelijk daaruit ontleend, zoals: ‘het woord ‘god’ heeft geen betekenis’, ‘religie is slavernij’, ‘de oorzaak van religie is angst’, ‘religieuze geheimen zijn illusies waar priesters aan verdienen’.

Het nalatenschap

De laatste jaren van zijn leven was Periyar ziek en kon zich nauwelijks bewegen, maar dat verhinderde hem niet tot aan zijn dood actief te blijven. Hij was erg geliefd. Vele van de talrijke beelden die in Tamil Nadoe van hem zijn te vinden zijn door hem zelf onthuld. Hij heeft zelfs een UNESCO-prijs gekregen.

Het is jammer dat zijn boodschap zo sterk steunde op zijn persoonlijkheid en dat hij geen waardige opvolger heeft kunnen opleiden. Periyar stierf op 24 december 1973 in Velore, zijn lichaam werd in de zwart-rode vlag van de Dravidische Partij naar Madras gebracht en de begrafenis vond de dag later onder veel eerbetoon plaats. Zijn weduwe werd de nieuwe leider en wat iedereen in zijn omgeving vreesde is gebeurd: na zijn dood is de beweging sterk teruggelopen.

Periyar Thidal te Vepery[8]

Periyar is niettemin succesvol geweest. De 20e eeuw is voor de Tamil Nadoe eeuw van Periyar.

  • Elke niet-brahmaan die een goede baan heeft, heeft dit min of meer te danken aan Periyar.
  • Tussen 1931 en 1950 zijn de tempels opengesteld voor alle hindoes.
  • In 1970 werd aan alle kasten het recht toegekend om priester te worden
  • in 1955 werden er anti-kastediscriminatie-wetten ingevoerd.
  • In 1971 mocht Tamil in de tempels worden gebruikt.
  • In 1976 werden zelfrespect-huwelijken gelegaliseerd.

De brahmanen worden in het algemeen met minder respect behandeld en de secularisatie neemt vooral in de grote steden langzaam toe. Enkele politici bekenden in 1994 met een zekere trots dat ze atheïst zijn en niet meer geloven in de hindoerituelen. De mobiliteit tussen de kasten is groter geworden.

De meeste religieuze beelden en afbeeldingen zijn uit openbare gebouwen verdwenen en ook de hindi-namen van de stations. In brahmaanse kringen heeft men zelfs hervormingen ingevoerd in de regels rondom het tempelbezoek. Een hoge brahmaan in Madras erkende in een brief aan Indira Gandhi in 1994 de grote verdienste van Periyar.

De veranderingen in Zuid-India gaan langzaam

Toch is de brahmaanse dominantie nog niet weg, onder invloed van de nu heersende conservatieve B.J.P. is er zelfs sprake van een opleving. Vele mensen komen niet los van de kasteregels en de tempels blijven een belangrijke rol spelen in het openbare leven. Ze spelen een nog grotere rol in het leven van vele Noord-Indiërs, die ook vaak naar de Zuid-Indiase tempels komen.

Aiyappa in yogahouding[9]

De veranderingen in Zuid-India gaan langzaam. Er zijn in Kerala dalit-bewegingen ontstaan met eigen tempels en eigen priesters. De laatste jaren is er ook een opleving van de culten van oude Tamilgoden als Aiyappa en Murugan.

Vele politici in Tamil Nadoe zijn filmacteurs of filmscriptschrijvers, door middel van films worden veel politieke ideeën verspreid en zo worden brahmanen in Tamilfilms tegenwoordig vaak als boeven afgebeeld.
Er is bovendien een groot verschil tussen het openbare leven en wat de mensen thuis doen.

Alle niet-islamitische restaurants zijn nog strikt brahmaans: er wordt geen vlees of vis geserveerd (zelfs niet in vissersplaatsjes), geen knoflook aan het eten toegevoegd en zelfs geen tomaten. Toch worden deze voedingsmiddelen in ruime hoeveelheden op de markt verkocht.

De tempels worden nog steeds druk bezocht, maar vooral door pelgrims uit het noorden. De meeste zijn verboden voor niet-hindoes en er mogen geen foto’s worden genomen.

Op volksfeesten gaat het er heel anders aan toe, daar worden vreemdelingen ingehaald, getrakteerd en op hun hart gedrukt om toch maar veel foto’s te maken.

Ik heb nergens in Zuid-India een boek in het Engels over Periyar kunnen vinden, maar wel verschillende pamfletten in het Tamil. Iedereen wist wie hij was.
Bijna alle Tamils met wie ik heb gesproken veroordeelden het kastensysteem, maar iedereen was bang om de ethische bezwaren in praktisch handelen om te zetten, bang dat elk protest zou leiden tot uitstoting en daarmee tot de bedelstaf.

Men heeft Periyar het meest geprezen om zijn moed, hij kwam altijd direct voor zijn principes uit en nam nooit genoegen met het politiek haalbare.

Misschien is het juist deze moed waaraan het vele Tamils ontbreekt. Tamil Nadoe wacht op een nieuwe Periyar.

  • Balasubramaniam, K.M. (1973). Periyar E.V. Ramaswami, Erode 1947 & Madras. Trichy: Periar Self-respect Propaganda Institution.
  • Cinkaravelu, M. (1973). Scientific Methods and ignorant Beliefs I and II. Trichy
  • Devanandan, P.D. (1960). The Dravida Kazhagam: a revolt against Brahminism. Bangalore: Christian Institute for the Study of region and Society.
  • Diehl, Anita E.V. (1977). V. Ramaswami Naicker-Periyar: A Study of the Influence of a Personality in Contemporary South India. Lund: Esselte Studium.
  • Hardgrave, R.L. Jr. (1965). The DMK and the Politics of Tamil Nationalism. Bombay: Popular Prakashan.
  • Klimkeit, H.J. (1971). Anti-Religiöse Bewegungen im Modernen Südindien. Bonn: Ludwig Röhrscheid Verlag.
  • Ramanujan, K.S. (1967). The Big Change. Madras: Higginbothams.
Noten 

[1] Bron: The Pashupati seal from the Indus Valley Civilization; a seated “yogi” with animals, who is sometimes claimed to be a “proto-Shiva”.
[2] Bron: Brahmins in white dress performing the Bhumi Puja ritual yajna around fire
[3] Bron: Tamil Nadoe
[4] Bron: Kailasanathar temple (685-705) the oldest temple in the city
[5] Bron: E.V. Ramasamy  leading the Vaikom Satyagraha
[6] Bron: vrouwen in de Sabarimala-tempel
[7] Bron: Mohandas Karamchand Gandhi (portret omstreeks de late jaren 1930)
[8] Bron: periyar-and-anna-conflict-over-electoral-politics

studeerde hedendaagse continentale filosofie in Groningen, richtte een boeddhistisch meditatiecentrum op en studeerde Aziatische filosofieën en religies. Hij doceerde hindoeïsme aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Tijdens zijn werk als docent en leraar schreef hij studieboeken voor zijn studenten en columns. Hij praktiseert meditatie en taiji quan.