Acties tegen het genitaal besnijden en verminken van meisjes en vrouwen — 1

1

Machteld Roede

Bron: Civismundi digital # 94

Deel 1deel 2 

Een oude zeldzame opname van een besnijdenis van een Afrikaans meisje

Het verzet tegen het genitaal meisjes en vrouwen besnijden is actueel. Op 6 februari 2020 was de internationale dag tegen meisjes besnijdenis.
Op 12 februari kwam het parlement van de Europese Unie met een resolutie over een EU-strategie om wereldwijd een einde te maken aan vrouwelijke genitale verminking en op 13 februari belegde de Vaste Commissie Justitie en Veiligheid van de Tweede Kamer een Rondetafelgesprek over dit onderwerp (ik was een van de genodigden).

De Haagse imam die twee jaar geleden online opriep tot het besnijden van meisjes in Nederland wordt binnenkort berecht.
Al eerder, op 3 februari jl. beantwoorde minister de Jonge per brief uitvoerig vragen van de Kamerleden Ploumen en Van den Hul over het besnijden van meisjes in het buitenland.
Augustus 2018 schreef ik in Civis Mundi #63 ik het artikel “Oproep tot besnijden van meisjes direct juridisch aan de kaak stellen”.
Het is tijd voor een update (met mede herhalingen uit mijn eerdere artikel).

Het besnijden van meisjes wordt vanwege de veelal ernstige complicaties bestempeld als Vrouwelijke Genitale Verminking (VGV) (Female Genital Mutilation, FGM), al is er tegen deze term bezwaar gemaakt, omdat deze zou getuigen van een Westers–kolonialistische houding. Ook Unicef gebruikt daarom het neutralere Vrouwenbesnijdenis (VB).

De ingreep

Acaciastekels – foto Marcel Reyners

De ingreep kan volstaan met het wegsnijden van de voorhuid van de clitoris (sunna) of van het gehele uitwendig zichtbare deel van de clitoris (clitoridectomie). (Het grootste deel — 8 cm — van de clitoris zit verborgen in het lichaam).

Bij de meer radicale excisie worden daarnaast ook de binnenste schaamlippen (labia minora) verwijderd, soms tevens de grote schaamlippen (labia majora).
Extreem zwaar is de infibulatie, waarbij nadat de uitwendige clitoris en alle schaamlippen zijn verwijderd de lange wondranden aaneen worden gehecht, dikwijls met acacia stekels.
Het meisje ligt vervolgens dagen met de dijen stijf bijeengebonden tot alles is dichtgegroeid, met uitsparing van een heel kleine opening voor de afvoer van urine en menstruatievocht.

In vluchtelingenkampen luisteren de vrouwen hoe lang een nieuw gearriveerde plast: duurt het vele minutenlang dan weten ze dat zij zwaar besneden is.

In Maleisië en Indonesië volstaat een symbolisch kleine snede of prik in of vlak bij de clitoris, met echter wel degelijk kans op blijvende schade aan de vele zenuwuiteinden ter plekke. Door opkomst van het fundamentalisme wordt steeds meer overgegaan tot een zwaardere ingreep.

Sunna, excisie, infibulatie en defibulatie[1]

Complicaties

In de medische literatuur waren exacte gegevens over ziekte- en sterftecijfers, over morbiditeit en mortaliteit, lang schaars vanwege het taboe, schaamte en onwetendheid.

De mate van complicaties hangt grotendeels af van het type van de besnijdenisprocedure, de vaardigheden van de traditionele behandelaar en de aanwezigheid of afwezigheid van preventieve maatregelen zoals reinigen of desinfecteren van het operatieveld.

Het besnijden van de vulva gebeurt vrijwel altijd zonder enige verdoving, veelal met een nauwelijks tot niet ontsmet roestig mes of scheermesje.
De meisjes zijn meestal niet van tevoren op de hoogte van de procedure.

Na de ingreep overlijdt 1 op de 800 meisjes — dat is alleen al in Egypte jaarlijks 1000 meisjes — als gevolg van shock, bloedverlies of een letale infectie.
Maar ook de niet dodelijke gevolgen kunnen drastisch zijn door bloedverlies, wat kan leiden tot bloedarmoede, of blaasontsteking door het ophouden van de urine vanwege pijn bij het plassen, zeker bij net besneden meisjes.

Een zeldzame maar ernstige complicatie treedt op wanneer het menstruatiebloed niet kan worden afgevoerd waardoor de baarmoeder en onderbuik beginnen op te zwellen. De familie denkt onterecht aan een zwangerschap, een onvergefelijke schande.
Meisjes zijn hierom door de familie vermoord.

Een opstijgende ontsteking tot bij de eileiders kan leiden tot steriliteit; een reden voor de man om zijn vrouw te verstoten.
Er is een groot risico op tetanus (sommige meisjes sterven door een hevige tetanische kramp), HIV en hepatitis B, zeker na groep besnijdenissen met hetzelfde mes.

Vergroeiingen — mede door ondeskundig snijden — geven levenslang chronische pijnen bij plassen, menstruatie of seks. Soms ontstaan fistels, onfrisse open verbindingen tussen de vagina en de einddarm.

Seksueel contact is niet eenvoudig, zeker niet bij een infibulatie. In de bruidsnacht mag de bruidegom de kleine opening wat verbreden met zijn nagel of een (zelden schoon) mes.

Er zijn vrouwen zijn die toch wel plezier beleven aan vrijen, maar een absoluut gebrek aan lustgevoelens overheerst door de ongemakken en pijn bij de coïtus. De weinig frequente geslachtsgemeenschap leidt zelden leidt tot een orgasme.
Vanwege het maar moeizaam kunnen penetreren wordt frequent overgegaan tot anaal contact, met een hoog risico op een HIV-infectie.

Bevallen is problematisch. Littekenweefsel kan de passage door het geboortekanaal belemmeren, waardoor de nek van de boorling kan breken. Een ‘dichte’ vrouw wordt door de vroedvrouw voor de bevalling opengesneden, en na afloop weer dichtgenaaid (herinfibulatie).

Depressies, angst en psychotisch gedrag komen vaker voor bij besneden vrouwen en ook is het aantal echtscheidingen hoog. Wel moet worden toegegeven dat tegenwoordig bij een juiste verloskundige zorg, goede preventieve hygiënische maatregelen, de bevalling niet meer risico geeft dan bij niet besneden barenden.

Historie: taboe

Het was altijd zwaar taboe om over het met mystiek omgeven ritueel te spreken met buitenstaanders en er is heel weinig bekend over de geschiedenis.
Het zou al zijn voorgekomen in Egypte ten tijde van de farao’s.
Een aanwijzing is mogelijk te lezen in Exodus 1.19. Op de vraag van de farao waarom zijn opdracht niet geheel is vervuld en mannelijke kinderen in leven zijn gehouden antwoorden de vroedvrouwen:

“Omdat de Hebreeuwse vrouwen niet zijn als de Egyptische vrouwen. Want zij zijn levenskrachtig, zij hebben reeds gebaard voordat de vroedvrouw bij hen kon komen”.

Dit dus in tegenstellig tot de besneden Egyptische vrouwen.
Slechts enkele klassieken zoals in de 1e eeuw de Grieken Strabo en Philo beschreven het gebruik in Egypte.

Alleen een Dogon mythe uit Mali verhaalt:

“De oppergod Amma schiep de Aarde en trouwde haar. Maar toen hij haar wilde bestijgen rees tegen de goddelijke fallus haar clitoris in de vorm van een termietenheuvel, die Amma eerst moest wegsnijden voor hij met haar kon paren”.[2]

Lang, was in het Westen weinig of niets over de ingreep bekend. Tijdens de Third UN World Conference on Women in Nairobi in 1976 werd de bemoeienis van onbesneden Westerse vrouwen sterk afgewezen. Toch ondernamen al vroeg in de 20ste eeuw zendelingen in voormalig Brits Kenia actie tegen VGV.

Redenen

De ware redenen van de cultuur en traditie zijn moeilijk te ontrafelen.
Soms is het onderdeel van een rite de passage, een noodzakelijke stap tijdens het overgangsritueel om als volwassen te worden beschouwd.
Maar de meerderheid van de meisjes wordt al voor de puberteit besneden, uit angst voor een te vroege zwangerschap.

De Egyptische arts en activiste Nawal El Saadawi voert als sinds 1972 als eerste Afrikaanse felle campagnes tegen VGV — foto Independent, Thom Pilson[3]

Veelvuldig genoemd is het tegengaan van masturbatie, te vroegtijdige seks en promiscuïteit, omdat met de clitoristop ook het libido zou worden weggenomen.
Maar ook is er angst voor wraak door de voorouders die deel uit blijven maken van de familie; het snijden versterkt de band.

In Somalië is het snijden mede een teken van het horen bij een hoge kaste. De clitoris, die soms wat uitsteekt uit de vulva, kan worden gezien als een manlijk element; bij een niet besneden vrouw zou de clitoris vechten met de penis, of de vrouw zou zich gaan gedragen als man.
De clitoris zou vuil vasthouden en een slechte geur veroorzaken. Veel moeders stellen hun dochters bloot aan de riskante ingreep omdat uit angst voor uitstoting uit de groep, want de sociale druk is groot wat het in kleine leefgemeenschappen moeilijk maakt om van de plaatselijke gebruiken af te wijken.
Ook wordt genoemd: het vast wennen aan pijn als voorbereiding op de latere zware bevallingen.

Er is ook een economisch motief omdat het meisje anders geen waarde heeft op de huwelijksmarkt. ‘Hoe kleiner de opening van de vagina, hoe groter de bruidsschat’.
Daarbij verzetten de operateurs zich tegen een afschaf van de praktijk uit angst voor inkomstenderving.

Tevens vinden de vrouwen hun gladde kruis mooi, maar niet besneden vrouwen vies, lelijk, ja inferieur. Maar ook is het antwoord op de vraag ‘waarom’ slechts ‘daarom’.

Aantallen

Prevalence of FGM[4]

Er leven in zeker 29 landen in midden en N.O. Afrika, delen van het Arabisch schiereiland en in delen van Azië minstens 250 miljoen besneden vrouwen, maar hun aantal per gebied verschilt sterk.

De prevalentie — het aantal gevallen per 100 of 100.000 inwoners — is hoog in Egypte (91-95%), Eritrea (83-89%), Ethiopië (74%), de Soedan (88%) en Somalië (98%), waarvan 90 procent d.m.v. de zware infibulatie.

In andere landen ligt het gemiddelde lager, zoals in Niger (2%), Tanzania (15 -18%), maar bij de Maasai is rond 40 procent van de vrouwen besneden.

Benadrukt dient te worden dat binnen Marokko, Algerije, Tunesië, Turkije of Pakistan de praktijk onbekend is, terwijl in de Hoorn van Afrika (het Somalisch schiereiland) ook de christelijke Kopten en de zwarte Joden (de Falasja’s) worden besneden. Ook voor bepaalde gebieden in Columbia en Peru wordt VB gerapporteerd.

In Nederland wonen momenteel ruim 95.000 vrouwen afkomstig uit landen als Somalië, Ethiopië, Eritrea en Soedan waar genitale verminking een cultureel gebruik is.
Circa 43%, dus bijna 41.000 van hen is besneden.

Het landelijk expertisecentrum Pharos — dat wil bijdragen aan het terugdringen van grote gezondheid — benadrukt dat naar schatting in Nederland van hun dochters 40 tot 50 per jaar, 4.200 meisjes de komende 20 jaar, risico lopen op een vakantiebesnijdenis in het land van herkomst.

Veel hierover kwam ter sprake tijdens het Rondetafelgesprek van de Tweede Kamer op 13 februari 2020 waarvan verslag gedaan wordt in deel 2.

  • Chelala, C. (1998). An alternative way to stop female genital mutilation. In: The Lancet. July 11: 352-126.
  • De Pickere, Paulien (2018). Female Genital Mutilation: Rites and Wrongs. Masterscriptie Rechten. Leuven: Katholieke Universiteit.
  • El Saadawi, N. (1980). The hidden face of Eve. London: Zedd Press.
  • Grimal, P. (ed). (1989). Larousse World Mythology. London: Hamlyn.
  • Groen, J. (2018). Aangifte tegen Haagse As Soennah-moskee wegens aanzetten tot vrouwenbesnijdenis In: Volkskrant 8 november.
  • (2019). Vrouwelijke Genitale Verminking: Omvang en risico in Nederland, Utrecht; opgevraagd van: https://www.pharos.nl/kennisbank/vrouwelijke-genitale-verminking-omvang-en-risico-in-nederland.
  • Reyners, M.M.J. (1992). Circumcision, a Threat for Women’s Health. A detailed survey for Western scientists by a Dutch gynaecologist with an African practice of many years. In: Collegium Antropologicum (Zagreb). 16(1): 145-150.
  • Reyners, M.M.J. (1993) Het besnijden van meisjes. Een leven lang leed en pijn. Amsterdam: Boom.
  • Roede, M. and Verduin, F. (2006). Female Genital Mutilation (FGM) and African Attempts to Stop the Practice. In: Biennial Books of the EAA. 4: 171–177.
Noten

[1] Bron: Reyners (1993). Van links naar rechts en van boven naar beneden: 1. Anatomie van de vrouwelijke uitwendige geslachtsorganen (vulva), 2. Situatie na clitoridectomie, 3. Situatie na infibulatie, 4. Vagina-opening na defibulatie door coitus, 5. Voor de defibulatie, 6. Na de chirurgische defibulatie.
[2] Grimal, P. (ed) (1989) Larousse World Mythology. London: Hamlyn.
[3] Bron: Nawal El Saadawi sprak ook enige keren in Nederland. Ook andere vrouwen werden bekende VGV-bestrijders.
[4] Bron: FGM world-map compositie grotendeels gebaseerd op UNICEF-gegevens

Machteld Roede

was na een studie aan de UvA op Curaçao werkzaam als marien bioloog, en als humaan bioloog bij het Instituut voor Antropobiologie, Medische Faculteit Utrecht en vervolgens bij de Vakgroep Gezondheidsethiek en Wijsbegeerte, Universiteit Maastricht.

Discussion1 reactie

Schrijf een reactie