Mooi Madagaskar: een wondere wereld

0

Over Madagaskar en Austronesiërs, Arabieren, naamgeving, Oost-Indische Compagnieën, olifantsvogel, dodo en slavenhandel

Marcel Reyners

De dubbele intense eenheid van de Malagassische bevolking, zowel taalkundig als etnisch, is in feite een contradictie die vele specialisten in verwarring heeft gebracht en die aanleiding is geweest voor een hoeveelheid van hypothesen, de een al meer dan de ander complex en buitenissig.

Henri Deschamps (1961)

Inleiding

Teny za’o, kabary arivo, fa iray ihany no marina
Cent paroles, mille discours; mais la vérité est unique
Honderd woorden, duizend toespraken; de waarheid is uniek

Malagassisch spreekwoord[1]

Zoals zovele Afrikaanse landen werd Madagaskar onafhankelijk in de jaren 60 van de 20e eeuw na ruim 80 jaren kolonisatie door Frankrijk. De overgang verliep zonder veel problemen en de jonge republiek deed het aanvankelijk beter dan vele anderen op het continent.
De eerste president Philibert Tsiranana kreeg het geleidelijk aan moeilijker[2], enerzijds omdat, tegen de wil van sommigen, de invloed van Frankrijk zeer sterk bleef en anderzijds omdat velen werden verleid door de linkse stromingen die in die jaren en in vele landen opgang maakten.

De opvolger van de eerste president Philibert Tsiranana, admiraal Didier Ratsiraka, koos dan ook voor een fiks linkse koers en schurkte tegen de Sovjet Unie aan. Het Amerikaanse NASA satelliet observatiesysteem bijv. werd prompt ontmanteld en de militairen werden het land uitgewezen.
Tegenstand tegen het autoritaire linkse regime ontstond zowel intern (aangevoerd door de verenigde kerken) als extern (voormalige autoriteiten, studenten en burgers uitgeweken naar Frankrijk) en uiteindelijk kwam er een nieuwe regering onder leiding van Professor Albert Zafy. De Sovjet Unie was inmiddels geïmplodeerd en het vacuüm werd snel opgevuld door het Westen. Hulpprogramma’s werden opgezet met voorop de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds[3].

De Verenigde Staten kwamen massaal ter hulp met onder andere een gezondheidsproject voor family planning: APpuy au PROgramme de POPulation of kortweg APPROPOP. En die zochten een Franssprekende gynaecoloog … en zo nam ik afscheid van Meppel en landde ik begin januari 1994 op de luchthaven van Ivato voor een verblijf van vijf jaren op het mooie maar ― helaas nog steeds ― straatarme Madagaskar.

Een beetje geschiedenis

Madagaskar met moessonwinden in zomer en winter[4]

Madagaskar is in diverse opzichten uniek.
Afgescheiden van Wegener’s oerplaat Gondwana 150 miljoen jaren geleden[5], heeft het een specifieke fauna en flora ontwikkeld, voer voor biologen.

Ook etnologen en antropologen hebben er een dikke kluif aan en raken maar niet uitgediscussieerd of de (eerste) inwoners nu vooral uit Afrika kwamen dan wel uit Maleisië en Indonesië en wanneer dat precies gebeurde.

Moeilijk te achterhalen want, alhoewel 18 bevolkingsgroepen worden geteld, ze spreken allemaal dezelfde taal en, om het nog moeilijker te maken, geschreven documenten bestaan slechts vanaf 1500: toen de Antaimoro bevolkingsgroep het “sorabe” of het grote ― Arabische ― schrift fonetisch gebruikten en de eerste informatie kwam van de Europese (“ontdekkings”)reizigers: Portugezen, Nederlanders en Fransen.
Velen hebben zich gewaagd om ― een deel van ― de geschiedenis van dit eiland te schrijven, te beginnen met Etienne de Flacourt in 1658 tot en met Mervyn Brown (beiden magistraten), met daartussen tientallen auteurs, vooral Franse en Malagassische.

Drie onderwerpen worden nader onder de loep bekeken:

  • De gesettelde bevolking, in het binnenland grotendeels afkomstig uit Austronesië[6], aan de kust overwegend Bantoes van de Oost-Afrikaanse kust
  • De invloed van Arabische bezoekers
  • De Europeanen: de eerste ontdekkingsreizigers en, later, Nederland en de VOC

Austronesiërs

Basreliëf zeevaarders op de Borobudurtempel (Java, 8e eeuw)[7]

Het staat nu vrijwel zeker vast dat het overgrote deel van de Malagassische bevolking afstamt van zeevaarders uit Zuidoost Azië (Maleisië, Borneo, Indonesië, …), die aanspoelden met primitieve bootjes, meegedreven, willens of nillens, met de regelmaat van de moessonwinden[8], [9] die al vanaf de 3e en 2e eeuw v.o.j.[10] zeilbootjes in diverse richtingen over de Indische Oceaan bliezen.

Dat die kleine scheepsconstructies[11] wel degelijk de overtocht konden maken is recent experimenteel bewezen, eerst door Robert Hobman en zijn team[12]die in 1985 de overtocht realiseerde tussen Bali en Madagaskar met de Sarimanok, een nagemaakte uitleggerkano van 20 m lengte en later overgedaan door de Britse zeiler en avonturier Phillip Beale[13], [14]. Hij bouwde een zeilschip (de Samudraraksa of “bewaker van de zee”) naar het voorbeeld van een basreliëf op de tempel van Borobudur[7] en zeilde met zijn team in 6 maanden van Jakarta naar Madagaskar en verder naar Ghana waar zij op 23 februari 2003 aanmeerden[15].

Het gaat te ver om de discussies aan te halen die in het verre en nabije verleden onder historici gevoerd zijn over “wie, van waar en wanneer” de eerste bewoners kwamen, laat staan ze te analyseren, discussies die soms op het scherp van de snee gevoerd werden.

Een goed voorbeeld is de woordenwisseling tussen de Amerikaanse antropoloog Raymond Kent en diverse Franse deskundigen zoals Louis Mollet, Paul Ottino en Henri Deschamps (1970) over de overwegend Austronesische dan wel Afrikaanse oorsprong van de Malagassische bevolking. Onderzoekers gaan ongelofelijk ver om hun stellingen of hypothesen te bewijzen met fysische gegevens zoals DNA onderzoek bij mensen (Clarendon, 2011) en kippen (Kooria Mahmood, 2016), bloedgroepenanalyses, schedelmetingen (Deswarte C, 2015) en gewichtsbepalingen maar ook taalanalyses (Adelaar, Versteegh en Van Tuyl[16] ) en vergelijkende flora en landbouwtradities.

Roger Blench (Blench, 2010) vatte recente gegevens als volgt samen, steeds rekening houdend met: “het is zeer waarschijnlijk dat …”

Kaartje uit Brocato N et al[18]
  1. de eerste bewoners (vóór 300 v.o.j.) kwamen van de Oost-Afrikaanse kust en waren jagers
  2. ook Griekse en Romeinse handelsschepen kwamen tot bij Madagaskar en waren verantwoordelijk voor de verspreiding van knaagdieren zoals muizen vanuit de Oude Wereld
  3. er was regelmatig contact met inwoners van eilanden in Zuidoost Azië van vóór de eeuwwisseling (0 v.o.j.) die boten gebruikten met uitleggers en die specerijen aanvoerden
  4. na een zekere tijd kwamen, vanaf de 5e eeuw, nieuwe golven van Maleisische handelaars die zich ook vestigden langs de Oost-Afrikaanse kust
  5. Maleisische boten hadden bemanningen afkomstig uit Zuidoost Borneo die de Barito-taal spraken
  6. deze groep verscheepte Afrikaanse mensen naar Madagaskar tussen de 5e en 7e eeuw, vooral om op het veld te werken
  7. anderen, afkomstig van andere Zuidoost Aziatische (austronesische) eilanden volgden dezelfde routes naar Oost Afrika en lieten ook resten van hun taal achter in de Malagassische lexicon
  8. de Maleisische invloed op de Barito-sprekende bevolking was indirecte verantwoordelijk voor de evolutie van de Samalische bevolkingsgroep[17], de “zee-nomaden”, afkomstig uit de regio tussen Borneo en de Filipijnen[18]
  9. op dezelfde wijze werd op de Oost-Afrikaanse kust bij de bevolking die Swahili sprak en die nog in het ijzeren tijdperk leefde, zeevaarttechnologie ingevoerd
  10. de toename van Arabische maritieme activiteiten in de Indische oceaan maakte de austronesische oorsprong van lokale zeevaart onduidelijk omdat Arabische terminologie voor boottypen en maritieme namen meer in voege kwam
  11. indien austronesische zeevaarders de oceaan zo doorkruist hebben zou je meer bewoning op de vele eilanden mogen verwachten: toen de Europeanen die eilanden (bijv. Mauritius) voor het eerst aandeden was het merendeel toen onbewoond wat niet wil zeggen dat de Austronesiers er nooit geweest waren; archeologisch onderzoek zal dat moeten uitmaken.

Niets kan met stellige zekerheid bewezen of afgewezen worden[19] en daarom vond de onlangs overleden Jean-Pierre Domenichini het gekissebis over en onderzoek naar het verleden verloren tijd en adviseerde eerder vooruit te kijken, want

“dat is wat de Malagassiërs nu nodig hebben om een beter leven samen te hebben en de vergissingen en rancunes van het verleden achter zich te laten.”

Arabieren op Madagaskar

Arabieren[20] ontvluchtten hun schiereiland omwille van de burgeroorlogen na de dood van de profeet Mohamed[21]. Later, tijdens de 10e en 11e eeuw, zeilden Arabische ivoorhandelaars langs de oostkust van Afrika en deden ook Madagaskar aan, waar ze nederzettingen stichtten, eerst op de westkust. Zij noemden het eiland “Waqwaq” maar ook “Komr”[22].

Brachten zij de Islam, taal en gebruiken naar het eiland of waren het toch de Austronesiërs die al eerder de Islam omarmden zoals Dahl (volgens Adelaar verkeerdelijk!) veronderstelt? Ook dat is mogelijk want er bestond al vroeg handel tussen Midden-Oosten en China en de handelaars deden onderweg Indonesië aan.

Het is pas veel later dat documenten werden geschreven en een daarvan (in sorabe: zie verder) vermeldt een vrij exacte datum: het jaar 542 van de Hijra ― overeenkomend met 1147/8 van onze tijdrekening[23].

Antemoro, Arabische landplaats in Vohipeno (Zuidoost Madagaskar)

Waar kunnen we beter te rade gaan dan bij iemand uit de Antemoro[24] clan zelf: Rombana Jacques Philippe[25]. Hij is geboren in 1886 in de buurt van Fianarantsoa uit een adellijke familie, waarvan de leden “schrijvers ― katibo” waren van geheime documenten.

De Antemoro gaan er van uit dat hun voorvaderen afkomstig zijn van Imaka want de documenten verwijzen diverse malen naar “Maka” en “Medinantsy”, zijnde Mekka en Medina. Volgens astrologische berekeningen moeten de immigranten vertrokken zijn in het jaar 1336 en hebben onderweg Zanzibar en daarna de Comoren aangedaan. Zoals andere immigranten, hebben de Arabisch-sprekenden de bestaande lokale taal aangenomen en zijn begonnen de orale traditie op schrift te stellen met hun Arabische tekens.

Oorspronkelijk was deze informatie mondeling overgeleverd totdat ergens rond de 14e eeuw deze groep de Malagassische taal zo goed als maar enigszins mogelijk is omzette in Arabische letters: het sora-be of, letterlijk, grote taal. Of is bedoeld: “grootse taal”?

Is de afkomst claim gerechtvaardigd? Na vele decennia van onderzoek, ontelbare studies, meningen en hypotheses schreef iemand dat uiteindelijk de genetica (van mens, plant en dier) de oplossing zou brengen.

Wat die recente publicaties opleveren is een bevestiging, dat we het niet precies (kunnen) weten maar dat de Malagassische bevolking een mengsel is van inwijkelingen uit het Midden-Oosten, Zuidoost Azië en Oost-Afrika. Maar wanneer die golven van mensen aankwamen, met hoeveel en precies wanneer blijft giswerk. De genetica geeft wel aan dat het in hoofdzaak mannen waren maar dat zal geen verrassing zijn[26].

Om maar te zeggen dat we de wijze Domenichini best gelijk kunnen geven. Misschien op het vertalen van die geheime documenten na, waar de Fransen Gueunier en Dez en de Noren Munthe en Dahl de aanzet toe hebben gegeven.

Antemoro papier

Hoe papier te maken uit boomschors[27] is een procedé dat de Chinezen als eersten beheersten en dat via de zijderoute bekend is geworden in het Westen, waar tot dan papyrus en perkament werden gebruikt. Dat heeft een stevige duw heeft gegeven aan het maken en verspreiden van boeken en wijsheid.

Procedure: de vezels van de avoha boom worden ongeveer 12 uur gekookt en daarna in een stamper geplet waarna ze, met water gemengd, in een grote lade worden gegoten. Het water wordt voorzichtig geleegd zodat het deeg zich hecht aan de stof van het frame dat eerder op de lade is geplaatst. Hierop worden bloemblaadjes geschikt terwijl het nog nat is. Het geheel wordt in de zon gedroogd.

Ik zag de fabricatie van Antemoro papier in Ambalavao in de provincie Fianarantsoa.

Sorabe, het “grote geschrift”

De Malagassiërs noemen deze geschreven taal “Volañ’Onjatsy”[28], de taal van een autochtone groep rond de Matatana rivier in het zuidoosten, daar neergestreken in de 14e eeuw. De inkt kwam van een afkooksel van hout van een arandrono (of arandranto) ― Frans: copalier)[29].

Zowel Ludvig Munthe en Jacques Dez hebben, respectievelijk in 1982 en 1983, een inventaris gemaakt van bestaande documenten, waarvan een deel te vinden is in de Bibliothèque Nationale de France[30].

Deze documenten verschaffen inzicht in religie, geschiedenis en taal van de Arabische inwijkelingen maar waren lange tijd niet toegankelijke voor niet-ingewijden.
Waar eerst alleen orale overlevering bekend was hebben ergens vanaf 14e of 15e eeuw Arabisch-onderlegden de Arabische tekens gebruikt om het Malagassische taal op te schrijven. Ze werden “katibo” genoemd, schrijvers want geletterden, die een sleutelrol hadden in die gemeenschappen als (natuur-)genezers en magiërs (“ombiasy”) maar ook religieuze leiders, die de geheimen kenden en vele geschriften angstvallig voor anderen verborgen hielden.

Moskee in Antsirabe[31]

Hoewel geringer in aantal dan de inwijkelingen van Indonesië en Oost-Afrika hebben de Arabieren een blijvende stempel gedrukt op de Malagassische bevolking: het patriarchale systeem (in tegenstelling met het austronesische matriarchale) namen van de seizoenen, maanden en dagen, besnijdenis van jongens (uit Arabië of Indonesië?), geld, gemeenschappelijke graansilo’s en verschillende begroetingsvormen.

Wat Domenichini zegt over Austronesiërs en Madagaskar geldt evenzeer voor de Arabieren. Kwamen ze uit Oman, Yemen en misschien wel Mekka en deden ze de kusten aan van Madagaskar ver vóór de 10e eeuw met hun dhows?
Genetisch studies concluderen dat er in ieder geval ook inwijkelingen uit het Midden-Oosten Madagassische oostkust hebben bevolkt (Clarendon et al, 2013[32]).

Naamgeving van Madagaskar …

Of: Madeigester, Madeigascar, Madagasceira, Malichu, Mogadishu, Menouthia, Waqwaq, Phebol, Ile Saint Laurent …

Madagaskar werd “ontdekt” door de Portugese ontdekkingsreiziger Diego Diaz op 10 Augustus 1500 op de naamdag van de heilige Laurentius en gaf het eiland de naam van deze heilige[33].
Een andere versie is deze van Laurence Almeida. Hij was de aanvoerder van een vloot van 8 schepen en ging in 1506 aan land en, zoals vele Portugezen en Spanjaarden in die tijd, gaf hij zijn naam aan het eiland [34], [35].

De vroegere naam van de meest noordelijke stad van het eiland (Diego Suarez, nu Antsiranana: Malagassisch voor: “haven”) refereert naar beide zeelieden: Diego (of Diogo) Diaz en Fernando Suarez.

Hoewel hij er nooit lijfelijk is geweest dacht Marco Polo het over het eiland Madagaskar te hebben, maar hij vergiste zich waarschijnlijk met Mogadishu. Andere (zee)reizigers, afkomstig uit Polynesië, Afrika of het Arabisch schiereiland spraken lang voor hem over “het grote eiland Madagaskar” en gaven het de meest vreemde namen.

Ook hier blijft de mist hangen want het blijft onmogelijk om precies aan te geven wie of wat de huidige naamgeving heeft bepaald zoals recent uitvoerig besproken door Alain Clockers[36] en Bianca Altomare[37].

Europeanen ontdekken Madagaskar door de handel met het Verre Oosten

De viermaster karveel39

Toenemende rijkdom in de 15e eeuw in Europa en het bouwen van grotere schepen (vooral type karveel[38], [39]) waren belangrijke factoren die een aanzet hebben gegeven tot het zoeken van directe toegang tot handel met het Verre Oosten (Indië, Indonesië en China) en dan vooral voor producten zoals specerijen.[40]

Columbus dacht in westelijke richting Indië te kunnen bereiken en ontdekte zo ― ongewild en ongeweten ― in 1492 Amerika terwijl zijn collega Vasco da Gama er in slaagde in 1498 om in India te landen via het omzeilen van Afrika. De Portugezen verzekerden zich zo gedurende geruime tijd van het lucratieve monopolie van de specerijenhandel naar Europa.

Madagaskar en de Oost-Indische Compagnieën

Vereenigde Oost-Indische Compagnie (VOC)

Nederland[41] werd een formidabele zeevarende natie nadat de Spaanse Armada (in 1588 en in 1639[42]) gevoelige nederlagen hadden geleden en begon een wereldwijd offensief tegen het rijk van de voormalige overheerser[43].

Wie de zee beheerste, beheerste de archipel en gedurende de volgende drie eeuwen was de sleutel die nodig was om de rijkdommen van Indonesië te ontsluiten de heerschappij over de Indische Oceaan. De volken die daarin slaagden waren achtereenvolgens Portugal, Nederland en Groot-Brittannië, en men kan de verschuiving van de macht aflezen aan de opkomst en ondergang van hun grote steden in het Oosten. Goa, Portugals bolwerk in India, maakte plaats voor Batavia in Nederlands Oost-Indië, terwijl Batavia aan het eind van de negentiende eeuw door Singapore in de schaduw werd gesteld.

Paradijzen van weleer, Koloniale literatuur uit Nederlands-Indië (1600-1950, E.M. Beekman, pagina 21)

Verschillende ondernemingen zaten flink in elkaars vaarwater en de felle concurrentie, zoals tussen de Amsterdamse en de Zeeuwse voorcompagnieën, dreigde de winstgevendheid van de expedities te ondermijnen.
Op initiatief van de Hollandse landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt werd daarom in 1602 de VOC, de Vereenigde Oost-Indische Compagnie, opgericht. Deze handelsonderneming kreeg het alleenrecht op de Nederlandse handel met Azië. Gedurende de twee eeuwen van haar bestaan organiseerde de VOC 4772 uitreizende en 3359 terugreizende vloten uit. En onderweg kwamen ze voorbij Madagaskar ….

Andere Oost-Indische compagnieën

East India House in London[44]

De rijkdom die de handel met het verre Oosten meebracht inspireerde en stimuleerde vele ondernemers in diverse landen om concurrentie te beginnen zoals[45]:

De Britse Oost-Indische Compagnie, opgericht in 1600, was gedurende de volgende 250 jaar een van de machtigste commerciële ondernemingen van zijn tijd en concentreerde zich hoofdzakelijk op India.

De Franse Oost-Indische Compagnie, gesticht in 1664, door Jean-Baptiste Colbert[46].

De Oostendse Compagnie werd gesticht in 1722 in de Zuidelijke Nederlanden als duidelijke concurrent van de VOC en legde zich vooral toe op handel met China. De grote winsten die de Oostendse Compagnie maakte, lokten hevig verzet uit van de regering in Amsterdam en van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, maar ook van de Engelsen.

Het Madagaskar-portret van Thomas Howard en zijn vrouw Aletheia Talbot (1635)[47]

De eerste Nederlandse reis naar Oost-Indië (1595-1597)[48], [49], [50] was bedoeld om het Portugese monopolie van de specerijenhandel, dat bijna een eeuw had bestaan, aan te tasten. Een kleine Nederlandse vloot, onder aanvoering van Pieter Dircksz. Keijser en de gebroeders Frederik en Cornelis de Houtman, verliet op 10 maart 1595 Amsterdam.

So staet dan te weten dat int jaer 1595 den 10. Martij, zijn van Amsterdam vertrocken 3 schepen ende een Pinas, om de reyse naer Oost-Indien te beginnen, toegerust van treffelijcke Coopluyden, het eene geheeten Mauritius, een schip van 200 last, op hebbende 6 halve Cortouwen, 14 sware gotelingen, 4. groote steen-stucken, versien met 84 mannen, waer op schipper was lan Mollenaer, ende den Commis Cornelis Houtman, ’t Schip Hollandia, groot 200. Last versien met 85. man, 7. groote metalen stucken, 4 groote, 8 Cleyne steen stucken, 13 groote gotelingen, den schipper Ian Dignums, den Commis Gerrit van Buningen. ’t Schip Amsterdam, groot ontrent 100 last, versien met 59 man, op hebbende 6 metalen stucken, 10 gotelingen, 6 steen-stucken, de schipper hier van was Ian Iacobsz.

Schellinger, Commis Reynier van Hel. Het Pinasken oft Duijfken, groot 2 5 last, op hebbende 20 man, onder schipper Simon Lambertsz. Dese voorsz. schepen zijn den 21 in Texel ghecomen, alwaer zy 12 dagen vertoeft hebben om haer ladinge in te nemen, ende den 2 April tseyl gegaen met eenen n. o. wint.

Het begin van de reis: De Eerste Schipvaart de Nederlanders naar Oost-Indië onder Cornelis de Houtman (1595-1597, deel II, pagina 106 e.v.[51])

1 last[52] = 2 ton laadvermogen; Last (inhoudsmaat voor graan) = 3010,5 liter (Amsterdamse last). Na 1820 vastgesteld op 3000 liter.

Cortouw kartouw: bronzen kanon; goteling: ijzeren kanon[53]

De schepen van de eerste schipvaart in een Nederlandse haven[54]

De “Eerste Schipvaart”[55]verliep allesbehalve vlekkeloos: veel tegenwind om de Kaap te keren en daardoor maanden oponthoud. Vele matrozen stierven ten gevolge van scheurbuik. Belangrijke personen werden begraven (op het eiland Manitsa, het “Hollands Kerkhof”), de “gewone” matrozen werden overboord gezet. Een eerste ankerplaats was de Baai van St Augustinus, alhoewel het de bedoeling was om de Baai van Antongil als vast steunpunt te gebruiken. Maar de winden wilden echt niet meewerken.

St. Augustijns baai

Tijdens de Eerste Schipvaart verbleef de vloot vijf maanden lang aan de St. Augustijnbaai (aan de zuidwestkust, nabij het huidige Toliara) om de verzwakte bemanning weer op krachten te laten komen.

Hollands Kerkhof op Nosy Manitsa

’t Hollandts Kerckhof

Naar schatting twintig tot dertig Hollandse bemanningsleden, die gedurende de reis bezweken waren aan scheurbuik, liggen daar begraven.

“Den 29. Septembris is overleden Schipper Ian Dingenoms, ende begraven opt Eylandeken ’t Hollandts Kerckhof overmidts wy aldaer seer veel van ons volck begraven hebben, die daghelycks ons af storven, welck ons therte seer barck”[56].

En ook:

“Onse siecken, die wy opt Hollandtsche Kerckhof gheleyt hadden om den stanck uyt de schepen te cryghen, ende de selfde te reynighen…”

Op initiatief van de (maritiem) archeologen Marco Roling, David Bouman en Mara de Groot zijn er onlangs twee expedities[57] naar het eiland afgereisd. Onderzoek van gevonden menselijke resten (onderkaak) heeft aangetoond dat deze waarschijnlijk rond de tijd van de Eerste Schipvaart daar begraven zijn.

Baai van Antongil

Ook de Antongil baai werd aangedaan door de eerste Indië vaarders. In 1642 stichtte de VOC in opdracht van gouverneur van Nederlands-Mauritius Adriaen van der Stel een factorij aan de baai, die echter al in 1646 weer werd gesloten. Na 1656 werd ze weer van belang voor de levering van vee, gezouten vlees (voor Batavia) en rijst voor vestiging aan Kaap de Goede Hoop. Net als de slaven was ook het verhandelde vee vaak afkomstig van krijgsbuit uit de oorlogen die de lokale stammen onderling voerden. Tussen 1720 en 1735 vormde de baai het centrum voor slavenhandel van het zuidwesten van de Indische Oceaan, waarna de aanvoer van slaven begon op te drogen.

De Gebroeders de Houtman

Cornelis en Frederik de Houtman, zonen van bierbrouwer Pieter Janszoon uit Gouda, hebben een cruciale rol gespeeld in de aanloop naar de VOC ondernemingen.[58], [59] Beiden waren gedurende twee jaren in Portugal onder meer om te zien (spioneren!!) hoe deze hun handel met het Oosten hadden georganiseerd om daarna met de Eerste Schipvaart mee te reizen. In relatie met Madagaskar is de persoon van Cornelis van minder belang, Frederik daarentegen wel.

Gedenkpenning[60]

Hij verbleef tijdens de Eerste Schipvaart in totaal 3 maanden op Madagaskar (tien weken aan de St Augustinus baai en twee weken aan de Antongil baai) en leerde daar de (gesproken) taal.

Tevens werden twee jongens, buitgemaakt op 26 oktober 1595 in de baai van Augustijn, meegenomen op de tocht naar Sumatra en Java en de terugtocht: eentje werd Madagaskar genoemd, de andere, die ook met de Tweede Schipvaart meeging, werd later op Mauritius gedropt, nadat hij bij de doop, door predikant Philip Pietersen van Delft, de naam Laurens kreeg (Lodewijcksz[61]).

Het is zeer waarschijnlijk dat Frederik zijn kennis van het Malagassisch mede hieraan te danken heeft.

Tijdens zijn tweede reis werd Frederik gevangen genomen op Atjeh en besteedde hij zijn tijd zeer nuttig met het opschrijven van zijn “Cort Verhael[62] “ en met het opstellen van een woordenboek[63] (Nederlands, Maleis en Malagassisch).
De Houtman was de allereerste om de relatie tussen Maleis en Malagassisch te zien. Hij gaf ook een kaart van de sterrenhemel uit, maar dat blijkt achteraf geleend te zijn want uit onderzoek is gebleken dat deze eer toekomt aan de hoofdloods van de eerste reis, Pieter Dircksz. Keyser, die Frederik astronomie-onderricht gaf[64].

Madagaskar en de Aepyornis of olifantsvogel

Kristina Douglas toont eieren van een Aepyornis en een struisvogel[65]

Een artikel schrijven over Madagaskar kan niet zonder de olifantsvogel te vermelden. Na 1500 NC heeft niemand hem ooit gezien maar inwoners vertelden wel aan de eerste Europeanen die voet aan wal zetten verhalen over een ‘vorombe’ of grote vogel, of ook vorompatra[66]. Interessant zijn de bedenkingen van Bernard Heuvelmans die een heel hoofdstuk wijdt aan de malagassische reuzevogel[67]en zijn boek “On the track of unknown animals” eindigt met filosofische beschouwingen zoals: doe onderzoek en geloof volksverhalen want het gemeenschapsgeheugen is na twee eeuwen uitgedoofd.

Aan de hand van een zeer groot ei en enkele beenderen, afkomstig van Madagaskar, die de zoöloog Geoffroy-Saint-Hilaire net had gekregen van een Franse colonist uit La Réunion, meldt hij op 27 januari 1851 aan de verzamelde zoölogen in Parijs, dat op dat eiland een reuzenvogel heeft geleefd, die hij de naam ‘Aepyornis’ geeft.

‘Nous donnons à ce genre le nom d’EPYORNIS (Ӕpiornis), et l’espèce l’epithète de maximus.’

En hij voegt er aan toe:

‘On en trouve une indication mais très vague dans Flaccourt,

Soms vindt men nu nog (resten van) Aepyornis eieren[68], [69] en betalen geinteresseerden enorme bedragen[70]. De gemiddelde afmetingen zijn:

  • Lengte: 30,6 cm
  • Breedte: 22,5 cm
  • Volume: 8,1 liter
  • Gewicht: 9,3 kg
  • Gewicht van de eierschaal: 1,6 kg

Diverse paleontologen hebben resten van olifantsvogels gevonden samen met andere uitgestorven reuzedieren (lemuren, nijlpaarden, schildpadden, …) en hebben tevens aanwijzingen gevonden van menselijk ingrijpen bij het doden ervan zoals fracturen, hakmerken, die mogelijk teruggaan van 6.000 tot 10.000 jaren geleden[71], [72].

Madagaskar, Mauritius en de dodo

De ervaringen van de eerste scheepvaarders bij het aandoen van Madagaskar en zijn bewoners waren niet onverdeeld gunstig. Het nabijgelegen eiland Mauritius[73] daarentegen was onbewoond en er was zeer goed drinkwater te vinden. Bovendien was de grond er vruchtbaar. Mauritius werd zo een vaste ankerplaats voor Indiëvaarders. Arbeiders werden uit Madagaskar aangevoerd en daarvoor werd een factorij opgericht in de bekende Antongil baai.

Bontekoe[74] beschrijft hun eerste kennismaking met de Dodo[75]

“Voortop het landt komende vonden menighte van gansen, duyven, grauwe papegayen en ander ghevoghelte, oock menighte van landt-schiltpadden; sagender wel 20 a 25 onder de schaduwe van een boom sitten, kondender soo veel van krijghen als wy begheerden. De gansen waren soo wijs niet datse opvloghen als wy se naliepen; smeten se met stocken doodt, sonder dat se opvlogen. Daer waren oock eenige dod-eersen*, die kleyne vleugels hadden, maer konden niet vliegen; waren soo vet dat se qualijck gaen konden, want als sy liepen sleepte haer de neers langhs de aerde.”

“Verder landinwaarts zagen we een grote hoeveelheid ganzen, duiven, grijze papegaaien en ander gevogelte, ook veel landschildpadden: we zagen er wel twintig of vijfentwintig in de schaduw van een boom zitten; konden er zo veel krijgen als we wilden. De ganzen waren niet zo wijs om op te vliegen als we op ze af kwamen; sloegen ze met stokken dood zonder dat ze wegvlogen. Er waren ook een paar dodo’s, die kleine vleugels hadden, maar niet konden vliegen; waren zo vet dat ze moeilijk vooruit konden komen, want als ze liepen, sleepte hun gat over de grond.”

* Voetnoot Hooghewerff:

“Dod-eersen: de in 1681 uitgestorven vogel dodo (Raphus cucullatus) of reuzen-alk. Bontekoe noemt de vogels dod-eersen, omdat ze met hun achterste (eers = gat) over de grond slepen; hij heeft blijkbaar wel eens over ze gehoord, de naam dodo komt van een Portugees woord dat ongeveer ‘dom’ betekent. Misschien is hij in de war met de in Nederland inheemse dodaars.”

De dodo had geen natuurlijke vijanden op Mauritius totdat het eiland bewoond werd en met de kolonisten ratten en zwijnen ingevoerd werden die een ware slachting aanrichtten, vooral door eieren en jonge dodo’s te verorberen.

VOC, Madagaskar en slavenhandel

Schepen van de VOC hebben een rol gespeeld in slavenvervoer en handel vanuit Madagaskar.
Begrijpelijk dat de literatuur over dit onderwerp, een flinke vlek op het VOC blazoen[78], eerder beperkt is want niemand is daar nu nog blij mee, laat staan fier op.
Recent is Rafael Thiébaut[79], [80] op dit onderwerp gepromoveerd, zowel aan de VU Amsterdam als aan de Sorbonne in Parijs, met een thesis van meer dan 600 bladzijden. Ook Vernet, een van de juryleden, publiceerde eerder over de slavenhandel in de Indische Oceaan[81].

Een recente enquête onder 400 bachelor studenten geschiedenis aan 6 universiteiten (Leiden, Groningen, Utrecht, Amsterdam en Nijmegen) geeft cijfers over de gebrekkige kennis over dit onderdeel van de geschiedenis[82].

In tegenstelling tot de West-Indische Compagnie en de trans-Atlantische handel[83], [84], was het vervoer van slaven eerder bijzaak voor de VOC want, handelslui en koopmannen als ze waren, bleef winst het allergrootste motief en peper bracht meer op dan een slaaf. In de ongeveer anderhalve eeuw dat de VOC het aan de Kaap voor het zeggen had werden 33 expedities naar Madagaskar ondernomen, die in totaal bijna 3000 slaven naar hun diverse bestemmingen vervoerden. Waren bij de VOC de jaarlijkse gemiddelden niet meer dan hooguit zo’n honderd slaven; bij de WIC ging het om wel 2500 tot 3000.

De Boeren aan de Kaap hadden gemiddeld 20 tot meer slaven. Malagassische slaven waren minder populair op Mauritius dan slaven afkomstig uit zuidoost Azië en India. Van Welie[85] zegt hierover dat de “slavenarbeid “op de suikerrietplantages van Mauritius erg zwaar was.

Malagassische slaven voor Mauritius en La Réunion

Slavenhandel 18e eeuw[85]

Madagaskar was al in de 10e eeuw een markt van slaven voor de Arabieren.[86]

Daarna kwamen de Portugezen, Nederlanders en Engelsen tot vervolgens piraten zich in het noorden nestelden en de handel overnamen.

Inmiddels hadden de Fransen zich gevestigd op La Réunion[87] en betrokken zij de slaven van het grote naburige eiland Madagaskar om op de suikerrietvelden en koffieplantages van beide eilanden te werken[88].

Met de plaatselijke heersers werd onderhandeld over de prijs die moest worden betaald voor de slaven. Om de handel vlot te laten verlopen en om de plaatselijke bevolking gunstig te stemmen werden geschenken overhandigd bestaande uit messen, lappen stof, kralen, sterke drank, pijpen en tabak. Of ook:

“voor een goede slaaf was de prijs drie geweren met het bijbehorende kruit en lood, voor vrouwen en jongens wat minder[89]”.

In 1614 kon je een slaaf kopen op Madagaskar voor 9 a 10 piasters[90] en hem verder verkopen aan de Portugezen voor 100. Toen de piraten de handel in handen hadden werd het nog gekker: ze kochten een slaaf in Madagaskar voor 12 pond en verkochten die in Barbados voor 750 a 1250 pond[89]:

“we kunnen een sterke kerel aan de prijs van een oud kledingstuk”…

Prijzen waren onderhevig aan schommelingen, afhankelijk van het aanbod maar vaak ging de prijs omhoog door onderlinge concurrentie van de compagnieën.

Koffie, Mocha, Mokka

Pieter van den Broecke ― Frans Hals (1633)[91]

Om het verhaal van Madagaskar en Nederland positief te eindigen, iets over een lekker nevenverschijnsel van de VOC tochten naar Oost-Indie: de kennismaking met koffie door Pieter van den Broecke die met de Nassau de stad Aden, Jemen, aandeed in 1614[92], [93], [94].

Pieter werd geboren in Antwerpen in 1585. Zijn ouders vluchtten naar Nederland omwille van hun calvinistische overtuiging. Pieter werd lakenkoopman in dienst van VOC en klom op tot opperkoopman en admiraal. In die functie maakte hij vijf lange reizen en was acht jaar onderweg.

Van den Broecke stichtte er een VOC-vestiging met een aantal kleinere kantoren. Mokka[95] was de bakermat van de koffieverbouw en koffiehandel en de VOC zag wel iets in de koffiehandel. Eerst werd koffie verscheept naar Zuid- en Oost-Azië en pas na 1700 kregen Europeanen de smaak te pakken.

Omdat zij wisten dat de VOC schepen vanwege de moesson bij gunstige wind moesten vertrekken, konden de Arabische handelaren hoge prijzen vragen.
Maar toen er in Mokka een permanente vestiging kwam, kon de VOC gunstiger prijzen bedingen. De factorij was tot in 1756 in bedrijf.

Wetenschappers hebben in 1998 de resten gevonden van deze handelspost. De muren van de factorij staan nog overeind en het gebouw is daarmee één van de weinige originele herinneringen aan de VOC in Jemen.

Noten

[1] Deschamps Hubert (Histoire de Madagascar, 1960) https://horizon.documentation.ird.fr/exl-doc/pleins_textes/divers19-04/34354.pdf?fbclid=IwAR0AjTEyMCY99-lbfAfUPtkmxgdAYyoEOEXWJwl6LYbU0sCIlLHAoJR62Ho
[2] Hoewel vrij jong, had hij een zeer zwakke gezondheid en werd hij langdurig behandeld in Frankrijk.
[3] Voor een gedetailleerd verslag van de recente geschiedenis zie: Brown Mervyn. A History of Madagascar. Ipswich Book Company, UK, 1995.
[4] Bron: Berger L en Blanchy S. La fabrique des mondes insulaires in: Altérités, inégalités et mobilités dans les Iles de l’Océan Indien. Etudes rurales, nr 194, 2014, p. 11–46. https://journals.openedition.org/etudesrurales/10098
[5] Zie National Geography’s serie van evolutie foto’s op: https://www.nationalgeographic.org/encyclopedia/continental-drift
[6] De naam is een samentrekking van “australis” dat “van het zuiden” betekent en het Griekse nesos (νήσος) dat “eiland” betekent.
Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Austronesische_talen
[7] Bron: Relief of Borobudur Temple (8th century AD) in Central Java, Indonesia, showing a ship with outrigger
[8] Zie: https://www.upi.com/Archives/1984/03/31/Canoe-expedition-across-Indian-Ocean/6682449557200/
[9] Berger L en Blanchy S. La fabrique des mondes insulaires in: Altérités, inégalités et mobilités dans les Iles de l’Océan Indien. Etudes rurales, nr 194, 2014, p. 11-46. https://journals.openedition.org/etudesrurales/pdf/10098
[10] https://www.indianoceanhistory.org/assets/Site_18/files/Era%20Overviews/Historical%20Overview060109.pdf
[11] Deze werden al afgebeeld op de tempel van Borobudur: zie: Douglas Inglis:
http://www.themua.org/collections/files/original/0b14878c9aec955a75254a2c544e675d.pdf en/of http://docplayer.net/51924411-The-sea-stories-and-stone-sails-of-borobudur.html
[12] https://www.thefirstmarinersexpeditions.com/the-team
[13] https://en.wikipedia.org/wiki/Philip_Beale
[14] Beale zeilde recent van Tunesië naar Miami waar hij in Februari 2020 aankwam: https://www.phoeniciansbeforecolumbus.com/crew
[15] https://www.youtube.com/watch?v=4oQvQjRZvBg
[16] Voor een samenvattend overzicht van de laatste gegevens, zie Rory Van Tuyl: http://roryvantuyl.com/PDFs/Austronesian%20Lecture%202014.pdf
[17] Blench R. The linguistic background to SE Asian sea nomadism. https://www.academia.edu/25632266/The_linguistic_background_to_SE_Asian_sea_nomadism
[18] Bron: Brocato N et al. Malagasy Genetic Ancestry Comes from an Historical Malay
Trading Post in Southeast Borneo. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4989113/
[19] Zie: https://oxfordre.com/asianhistory/asianhistory/abstract/10.1093/acrefore/9780190277727.001.0001/acrefore-9780190277727-e-325
[20] Twee Nederlandse hoogleraren hebben belangrijke bijdragen geleverd aan de studie van de Arabische invloed op Madagaskar: Prof. Dr. Kees Versteegh, Nijmegen, en Prof. Dr. Alexander Adelaar, Melbourne.
Voor Versteegh, zie: https://www.researchgate.net/publication/231893772_Arabic_in_Madagaskar;
Voor Adelaar, zie: https://brill.com/downloadpdf/journals/bki/151/3/article-p325_1.pdf
[21] https://fr.wikipedia.org/wiki/Islam_%C3%A0_Madagaskar
[22] Zie: Allen PM en Covell M: Historical Dictionary of Madagascar 2005: http://shcas.shnu.edu.cn/_upload/article/files/da/7b/8c36ac3a43f280c89d9171a127d4/97c4215b-2044-4149-9f30-43352af1a2ad.pdf
[23] Maurice I. en Legros. Relecture d’un manuscript Arabico-malgache publie par G. Julien. Omaly sy Anio, 1986, p. 23-24 http://madarevues.recherches.gov.mg/IMG/pdf/omaly23-24_8_-2.pdf
[24] Ook wel geschreven als “antaimoro”.
[25] Rombaka J.Ph. Histoire des ancêtres Antemoro-Anteony. Collection IDERIC, 1978. https://www.persee.fr/doc/ierii_1764-8319_1978_ant_9_1_984
[26] Cox et al menen argumenten gevonden te hebben dat 1200 jaren geleden een groep van 30 vrouwen Madagaskar gesticht hebben: A small cohort of Island Southeast Asian women founded Madagaskar. Proc. R. Soc. B, 2012, 279, 2761-2768. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3367776/
[27] Voor een overzicht, zie: Rantoandro Gabriel. Contribution à la connaissance du « papier Antemoro » (Sud-est de Madagascar). In: Archipel, volume 26, 1983. pp. 86-104; doi: https://doi.org/10.3406/arch.1983.1847
https://www.persee.fr/doc/arch_0044-8613_1983_num_26_1_1847.
[28] Rajaonarimanana N. The Malagasy language volañ’Onjatsy of the seventeenth century from the Arabic-Malagasy manuscripts. INALCO, France, abstract van een voordracht: http://jakarta.shh.mpg.de/14ICAL/Booklet%20final.pdf
[29] Zie: https://lexpress.mg/07/01/2019/les-sorabe-le-temoignage-le-plus-sacre-de-la-tradition/
[30] Zie: https://data.bnf.fr/fr/12652396/manuscrits_arabico-Malagassisches/
[31] Bron: Mosquée Antsirabe
[32] Capredon M, Brucato N, Tonasso L, Choesmel-Cadamuro V, Ricaut F-X, et al. (2013) Tracing Arab-Islamic Inheritance in Madagascar: Study of the Y-chromosome and Mitochondrial DNA in the Antemoro. PLoS ONE 8(11): e80932. doi:10.1371/journal.pone.0080932
[33] Zie: https://theculturetrip.com/africa/Madagaskar/articles/how-Madagaskar-got-its-beautiful-name/
[34] Via Google: https://books.google.be/books met als tags laurence+almeida+Madagaskar: Modern History, book XVI, a general description of Africa, pagina 341.
[35] Voor een gedetailleerde beschrijving van de Portugese schipvaart in de 16e eeuw: https://en.wikipedia.org/wiki/Portuguese_discoveries#Indian_Ocean_explorations_(1497%E2%80%931542)
[36] Zie: http://journals.openedition.org/oceanindien/1704.
[37] Zie: https://www.academia.edu/8516755/Madagaskar_avant_Madagaskar_l_ile_Menouthias_des_anciens_et_les_premi%C3%A8res_repr%C3%A9sentations_de_l_ile_de_Saint_Laurent_Anabases_19_2014_p_227_241
[38] Zie https://historiek.net/karveel-schip-betekenis-definitie/125881/
[39] Bron: scheepstypen in de 16e eeuw
[40] Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Specerijenhandel
[41] De archieven van de Verenigde Oost-Indische Compagnie zijn vijfentwintig miljoen pagina’s archief die bewaard zijn gebleven van de Nederlandse handelsonderneming VOC. De archieven staan sinds 2003 op de Werelderfgoedlijst voor documenten van UNESCO. Voor archiefonderzoek, zie: https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/archief/1.04.01
[42] https://nl.wikipedia.org/wiki/Zeeslag_bij_Duins
[43] Voor uitvoerige informatie, zie: Beekman, Paradijzen van weleer: https://www.dbnl.org/tekst/beek007para01_01/.
Ook interessant om meer te weten over Madagaskar van uit Nederlands oogpunt: Memo Madagaskar door journalist Fred van Leeuwen, BRTN uitgaven, 1992, Brussel. ISBN 90-5096-092-8
[44] Bron: View of East India House
[45] Zie: https://www.vocsite.nl/geschiedenis/
[46] Een hotel in de hoofdstad Antananarivo is naar hem genoemd. Aanvankelijk lukte het de Fransen niet om vaste voet te krijgen op Madagaskar en weken ze uit naar de eilanden La Réunion en Mauritius
[47] Bron: Het Madagaskar portret van Thomas Howard en zijn vrouw Aletheia Talbot (1635)
[48] https://nl.wikipedia.org/wiki/Eerste_Schipvaart
[49] https://www.vocsite.nl/geschiedenis/
[50] En nog meer: https://www.colonialvoyage.com/nl/de-expedities-van-de-voorcompagnien/
[51] Zie: http://www.archive.org/details/deeersteschipvaa02rouf om alle details van de tocht te volgen of, in verkorte versie: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB06:000001525:pdf

[52] https://www.allesopeenrij.nl/kennis/wetenschap/oude-maten-en-gewichten/
[53] Zie: https://www.vocsite.nl/schepen/bewapening.html
[54] Bron: De-schepen-eerste-schipvaart-Nederlandse-haven
[55] Zie de volledige verslaggeving: De eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië ober Cornelis de Houtman 1595 ― 1597 (drie delen). Uitgegeven door De Linschoten Vereeniging. https://ia800209.us.archive.org/19/items/deeersteschipvaa01rouf/deeersteschipvaa01rouf.pdf of in de verkorte versie van J.C. Mollema (1937): https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB06:000001525:pdf; of ook: https://www.dbnl.org/tekst/algr001disp04_01/algr001disp04_01_0005.php
[56] Zie: Werken uitgegeven door de Linschoten-Vereeniging VII, eerste boek van Willem Lodewijckz, pag. 17 https://archive.org/details/deeersteschipvaa01rouf
[57] https://www.hollandskerkhof.nl/images/HKcontent/pdf/MRC_Rapportage_HK_2013.pdf en
https://www.hollandskerkhof.nl/images/HKcontent/pdf/MRC_Report_HK_2015_EN.pdf
en: https://www.hollandskerkhof.nl/
[58] https://www.dbnl.org/tekst/beek007para01_01/beek007para01_01_0005.php
[59] Zie ook: https://www.robgomes.nl/tng/histories/Artikel%20over%20de%20gebroeders%20Houtman%20in%20de%20Schatkamer.pdf
[60] Bron: Gedenkpenning van de gebroeders de Houtman Deventer museum
[61] Lodewijcksz Willem: De Eerste Scipvaart de Nederlanders naar Oost-Indie onder Cornelis de Houtman etc. pag. 20, 30, 70 108, 211 https://archive.org/details/deeersteschipvaa01rouf
[62] https://isgeschiedenis.nl/nieuws/het-cort-verhael-van-frederick-de-houtman
[63] “Spraeck ende woord-boeck, in de Maleysche en de Madagaskarsche talen, met vele Arabische ende Turcsche woorden” http://objects.library.uu.nl/reader/ftxt.php?obj=1874-205055&format=1&pagenum=2
[64] Zie zowel Beekman als Van der Sijs: https://www.dbnl.org/tekst/beek007para01_01/beek007para01_01_0005.php en https://dbnl.org/tekst/sijs002wiek01_01/
[65] Bron: https://gsas.yale.edu/news/what-killed-giant-elephant-bird-Madagaskar
[66] Etienne de Flacourt: Histoire de la Grande Isle Madagaskar,1661 http://www.ordiecole.com/mada2012/flacourt_histoire_de_la_grande_isle.pdf
[67] https://archive.org/details/heuvelmans-bernard-on-the-track-of-unknown-animals-abridged-1970-kk-beb
[68] Buffetaut Eric, paleontoloog: https://www.researchgate.net/publication/333017834_Elephant_birds_under_the_Sun_King_Etienne_de_Flacourt_and_the_Vouron_patra
[69] Douglas, Kristina: What Killed Off the Giant “Elephant Bird” of Madagaskar? February 3, 2014: https://gsas.yale.edu/news/what-killed-giant-elephant-bird-Madagaskar
[70] https://www.nu.nl/cultuur-overig/3749060/ei-geveild-anderhalve-ton.html
[71] Hanford James et al. Early Holocene human presence in Madagaskar. https://www.newscientist.com/article/2179295-we-may-have-reached-Madagaskar-6000-years-earlier-than-once-thought/ en het artikel: https://advances.sciencemag.org/content/4/9/eaat6925
[72] Muldoon Kathleen en haar researchprojecten: http://www.dartmouth.edu/~kmuldoon/index_files/muldoonresearch.htm
[73] https://www.vocsite.nl/geschiedenis/handelsposten/mauritius.html en: https://kunst-en-cultuur.infonu.nl/geschiedenis/183810-handelsposten-van-de-voc-op-mauritius.html
[74] Bontekoe W,IJ: Journael ofte gedenckwaerdige beschrijvinghe van de Oost-Indische reijse; editie GJ Hoogewerff: https://www.dbnl.org/tekst/bont005gjho01_01/bont005gjho01_01.pdf pag. 34.
[75] Zie volledig dossier: http://www.natuurinformatie.nl/nnm.dossiers/natuurdatabase.nl/i005419.html en ook https://www.wikizero.com/nl/Dodo
[76] Bron: Vogeleiland
[77] Bron: Edwards Dodo
[78] https://www.vocsite.nl/geschiedenis/slavernij.html
[79] Rafael Thiébaut, Thesis: Traite des esclaves et commerce néerlandais et français à Madagascar (XVIIe et XVIIIe siècles)
https://research.vu.nl/files/42793804/complete%20dissertation.pdf
[80] Rafael Thiébaut, « De Madagascar à Sumatra: une route négrière peu commune. Le voyage du navire Binnenwijzend de la VOC en 1732 », Afriques: http://journals.openedition.org/afriques/1805
[81] Vernet Thomas: https://www.researchgate.net/publication/281752314_Slave_trade_and_slavery_on_the_swahili_coast
[82] Rowan van der Stelt: https://historiek.net/geschiedenisstudenten-weten-weinig-over-nederlands-slavernijverleden/71936
[83] https://www.voc-kenniscentrum.nl/themas.html#Slavernij
[84] https://nl.wikipedia.org/wiki/Trans-Atlantische_slavenhandel
[85] Bron: uit Overzicht van de slavenhandel in de Indische Oceaan Zie: https://www.researchgate.net/publication/41125610_Slave_trading_and_slavery_in_the_Dutch_colonial_empire_A_global_comparison pag. 26/74
[86] Gordon Murray, Slavery in the Arab World, 1987.
https://4.0-chan.ru/assets/images/src/822dd7fa878c56f0f096580c103f01d8dbfa5fa1.pdf
[87] Bron: Overzicht van de slavenhandel in de Indische Oceaan: https://www.portail-esclavage-reunion.fr/documentaires/la-traite-des-esclaves/origine-des-esclaves-de-bourbon-2/origine-des-esclaves-de-bourbon/
[88] Mauritius, La Reunion, Rodrigues en nog diverse kleinere eilanden vormen samen de Mascareignes. Zie: Filliot J-M. La traite de esclaves vers les Mascareignes au XIIIe siècle. Download: https://horizon.documentation.ird.fr/exl-doc/pleins_textes/pleins_textes_6/Mem_cm/06931.pdf
[89] Zie recensie van: P. Westra, J.C. Armstrong, Slavetrade with Madagaskar. The journals of the Cape slaver Leijdsman, 1715. Slawehandel met Madagaskar. Die joernale van die Kaapse slaweskip Leijdsman, 1715: https://dspace.library.uu.nl/handle/1874/242899
[90] Voor oude munten, gewichten, etc.: https://www.hasel.be/munten-lengtematen-vlaktematen-inhoudsmaten-en-gewichten
[91] Bron: Pieter van den Broecke ― Frans Hals Kenwood House, Londen
[92] https://www.vocsite.nl/geschiedenis/handelsposten/mocha.html
[93] Zie ook: https://vockamerantwerpen.be/wp/wp-content/uploads/2017/03/VOCJournael-nr015.pdf
[94] https://rdstichting.wixsite.com/history/single-post/2018/02/24/pieter-van-den-broecke
[95] https://onh.nl/verhaal/een-spetie-van-swarte-boontjes

 

studeerde Grieks-Latijnse humaniora aan het St Michielscollege te Bree, België, en daarna geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Leuven en specialiseerde in verloskunde en gynaecologie, eerst in Leuven/Duffel en daarna in Sittard.