Periyar, beeldenstormer in het land van de tempels — 1

0

Erik Hoogcarspel

Wijsheidsweb, 2019-07

deel 1deel 2

Turbulente geschiedenis van India

Pashupatizegel uit de Indusvallei civilisatie[1]

India telt meer dan 1,3 miljard inwoners en is zo uitgestrekt als Europa zonder Rusland, de verscheidenheid op religieus en sociaal gebied is er dan ook enorm. De recente economische groei heeft de inkomensongelijkheid helaas niet doen afnemen.
De meeste westerlingen hebben een vrij stereotiep beeld van India en van het hindoeïsme. Dat komt onder andere door de menselijke neiging om wat onbelangrijk gevonden wordt tot iets simpels te reduceren (India ligt ver weg, dus we menen genoeg te hebben aan een eenvoudige voorstelling).
Het is ook het gevolg van de eenzijdige voorstelling van zaken, die de Indiase priesters, de brahmanen, van hun godsdienst en cultuur vaak geven. Ze verzwijgen wat zij onbelangrijk vinden.

India heeft een turbulente geschiedenis achter de rug. Omstreeks het begin van het tweede millennium v.o.j. trokken stammen India binnen, die oorspronkelijk afkomstig waren uit de Kaukasus en ze verspreidden zich gaandeweg over het noorden en midden.

Deze stammen noemden zich ‘Ariërs’, ‘edelen’. Verwante stammen hebben zich ook gevestigd in Europa en in Klein-Azië. Vanuit het noordwesten van India breidden zij in de loop van de daaropvolgende 1500 jaar hun invloed langzaam uit naar het oosten en het zuiden.

De Arische maatschappij kende een indeling in vier standen: slaven (shoedras), boeren en handwerkslieden (vaishyas), politici en militairen (kshatriyas) en priesters (brahmanen). Deze indeling is later verfijnd en strikter geworden en zo ontstond het Indiase kastenstelsel.
De autochtone bevolking van India, waaronder de in het zuiden wonende Dravidiërs, viel buiten deze standenindeling en vormde een grote groep kastelozen.

De brahmanen

Het hindoeïsme is ontstaan uit de wisselwerking tussen enerzijds de religie van de Ariërs, die zich baseerden op hun ‘Veda’s’ (offerteksten), en de religie van de autochtone bevolking. De brahmanen behielden daarbij hun positie van intellectuele elite en vormden naar buiten toe het officiële gezicht van het hindoeïsme.

Brahmanen in witte kleding[2]

In het huidige India is hun invloed bij de hogere kasten sterk teruggelopen, maar bij de snel opkomende klasse van de kleine burgerij is hun gezag sterker dan ooit. Onder een dunne oppervlakte van eenvormigheid vertoont het religieuze leven in India dus grote tegenstellingen.

Ook in Zuid-India wordt het officiële gezicht van het hindoeïsme bepaald door de brahmanen, die in het algemeen zelfs conservatiever zijn dan in het noorden.
Er zijn nog steeds veel politieke leiders van brahmaanse kaste, die hun macht voor een deel aan hun religieuze status te danken hebben. Brahmanen spelen een belangrijke rol in het alledaagse leven.

Tempelcultus

In het hindoeïsme staat de tempelcultus centraal en daarbij worden de rituelen altijd uitgevoerd door de brahmanen. Thuis zijn er ook rituelen, maar die worden door de gelovigen vaak zelf uitgevoerd. Daarnaast hebben de meesten Indiërs een rotsvast vertrouwen in de astrologie, die door de brahmanen wordt bedreven. Zij stellen voor allerhande belangrijke gebeurtenissen vast wat goede en slechte dagen zijn en er zijn maar heel weinig mensen die hun dwingende advies durven te negeren.

Ten slotte gaan vele hindoes regelmatig op bedevaart naar belangrijke tempels, waar ze vaak substantiële giften doen in de hoop dat ze daarvoor door de godheid worden beloond.

De secularisatie in de grote steden wordt vertraagd doordat vele stadsbewoners een emotionele band met hun geboortedorp onderhouden en dus met hun daar wonende familie en hun priesters.

Om de touwtjes in handen te blijven houden, hebben de brahmanen de devotiebewegingen van het volk, die vanaf de tweede eeuw dominant begonnen te worden, geassimileerd. De geschriften die binnen deze devotie-bewegingen ontstonden, staan daarom vol met aangepaste vedische rituelen en voorschriften.

Een belangrijk aspect daarbij is dat alleen een brahmaan een tempeldienst kan doen, want alleen hij heeft de noodzakelijke religieuze status, vanwege de vele inwijdingen die hij heeft ontvangen. Als iemand anders dat zou doen zou de godheid sterven (zich uit het beeld terugtrekken).

Zo heeft de brahmaan het monopolie op de bemiddeling tussen mensen en goden en daarmee is hij marktleider op het gebied van voorspoed en innerlijke vrede.
De rituele reinheid is daarnaast ook een selectiecriterium geworden bij het verkrijgen van banen en de toelating tot opleidingen.

Zo hebben de brahmanen het monopolie op hoge posities gekregen en hebben ze bijna alle politieke en economische macht naar zich toegetrokken.
Wettelijk is dit alleen niet meer toegestaan, maar het kastenstelsel zit diep ingebakken en wordt maar langzaam doorbroken.

Tamil Nadoe

Tamil Nadoe[3]

De Tamil-maatschappij kende oorspronkelijk geen kasten, ze was ingedeeld in vier of vijf natuurlijke leefomgevingen, ‘tiṛai’, met elk hun eigen beroepsgroepen of manieren van levensonderhoud.
Dat veranderde maar weinig toen de koningen boeddhistische of jaïnistische sympathieën kregen.

Het kastensysteem werd ingevoerd toen brahmanen uit het noorden het vanaf de 8e eeuw politiek voor het zeggen kregen.
De koningen bekeerden zich tot het Shivaïsme of Vishnoeïsme en daardoor hadden ze brahmanen nodig voor de rituelen. Er wonen in Tamil Nadoe daarom veel brahmanen die oorspronkelijk uit het noorden zijn gekomen, naast de shoedras en de kastelozen. De laatsten worden ‘scheduled classes’ of dalits genoemd. Vaishas en kshatriyas vind je daar niet veel. De shoedrakaste bestaat uit families die vroeger eens in dienst zijn gekomen bij brahmanen en zo een kaste status hebben gekregen.

Naast de heilige Veda’s uit het noorden hebben de Tamils ook hun eigen heilige boeken. De belangrijkste is de Tirukkua, het wijsheidsboek van de Tamil wever en schrijver Tiruvaḷḷuvar uit de 2e eeuw v.o.j.
Hierin wordt al geprotesteerd tegen kastevooroordelen die door hindoes uit het noorden werden gekoesterd. Dit boek is een van de belangrijkste boeken van de Tamils, de tekst staat geschilderd op de zuidelijke muur van de goudenlotus-tank van de Menākṣītempel in Madoerai en de geboorte van de schrijver wordt nog steeds elk jaar op 15 januari gevierd.

Verzet

Drie conflicten hebben in Tamil Nadoe een belangrijke rol gespeeld:

  • de bevrijdingsstrijd van de kastelozen,
  • de separatistische beweging van Tamil Nadoe en
  • de Indiase bevrijdingsstrijd.

In het begin van de 20e eeuw begonnen de eerste conflicten met de ‘Home Rule-beweging’, die was opgericht met medewerking van Annie Besant, de latere leidster van de Theosofische beweging. De Home Rule-beweging streefde ernaar India zoveel mogelijk door Indiërs te laten regeren en werd volop gesteund door de brahmanen, die erop rekenden de macht van de Britten te kunnen overnemen. De leden van de andere kasten waren niet onverdeeld enthousiast. De beweging maakte echter ook de Tamils, in het bijzonder de Madrassers, politiek bewust.

Al sinds het begin van de 20e eeuw waren er bewegingen die voor belangen van de dalits opkwamen. Eén ervan was de South Indian Liberal Federation, opgericht in 1918. Deze partij werd ook wel de ‘Justice Party’ genoemd. Ze publiceerde een anti-brahmaans manifest, waarin werd gesteld dat onder de heersende omstandigheden alleen de Britse regering in staat was om het evenwicht tussen de kasten en religies te bewaren.
De Rechtvaardigheidspartij wist in het begin een middenpositie te handhaven tussen de Engelse regering en de brahmaanse Congrespartij en de steun te verwerven van de dalits. Onder invloed van Gandhi stelde de Congrespartij later zijn gelederen open voor dalits, die vanwege Gandhi’s politieke successen in groten getale naar de Congrespartij overgingen.

Periyar

Kailasanathar tempel[4]

Kanshi of Kanshipoeram is nog steeds een van de heiligste steden van Tamil Nadoe. Er zijn zeven grote tempelcomplexen en honderden kleinere tempels. Elke dag bezoeken duizenden pelgrims de stad. Op een van de drukste kruispunten staat een vierkante zuil met de buste van een man. Op de zuil staat in het Engels te lezen:

‘Er bestaat helemaal geen God,
degene die God heeft bedacht is een idioot,
degene die God verkondigt is een bedrieger en
degene die God aanbidt is een barbaar’.

De naam van de auteur van deze uitspraak, wiens beeltenis door de zuil wordt hooggehouden is Periyar.

Wie was deze man?

‘Periyar’ is een erenaam, het betekent ‘grote leider’, de volledige naam van deze volksheld is E.V. Ramaswami Naicker. Hij werd geboren op 17 september 1879 in Erode (in het Zuid-Indiase district Periyar) en stierf op 24 december 1974. Zijn ouders waren rijke orthodoxe Vishnoe-aanhangers, ze behoorden tot een koopliedenfamilie met een hoge status in de shoedrakaste.
Toen Periyar 10 jaar oud was, ging hij van school en kwam bij zijn vader in de zaak. Hij onderscheidde zich toen nog weinig van andere jonge mannen in zijn omgeving en trouwde jong, zoals in India gebruikelijk is.

Tijdens een bedevaartstocht naar Benares begon hij echter teleurgesteld te raken in het hindoeïsme. Benares leek hem niet heiliger dan andere Indiase steden: net zo rommelig, stoffig en lawaaierig.
Hij werd kritischer en moedigde zijn jonge nichtje, die weduwe was geworden, openlijk aan om opnieuw te trouwen. Dit gaf nogal wat opschudding, want volgens de hindoewetboeken is een weduwe sociaal dood en mag dus zeker niet hertrouwen.

Periyar draaide vervolgens een tijd mee in de lokale politiek en was loyaal aan het hindoe-establishment. Zo was hij zelfs een tijd lang voorzitter van het tempelcomité.
Zijn zakencarrière werd zo geleidelijk gecombineerd met een plaatselijke politieke carrière. Hij deed mee aan de Noncoöperatie Beweging (onderdeel van het ‘home rule’ streven) en werd in 1920 lid van de Congrespartij.
Hij pleitte voor het gebruik van khaddar (handvaardig geweven inlands textiel) en voerde regelmatig discussies met brahmaanse politici.

De breuk met Gandhi

E.V. Ramasamy leidt de Vaikom Satyagraha[5]

In 1925 begon Periyar zijn eigen politieke richting te kiezen. Aanleiding was de Vaikom Satyagraha in 1925, de eerste grote protestbeweging van de dalits in Zuid-India. Periyar was toen 45 jaar oud.
De dalits mochten volgens de bestaande hindoewetten geen tempels in, ze mochten zelfs de straten er omheen niet betreden. Als ze een brahmaan op straat tegen kwamen moesten ze zelfs hun schoenen uittrekken. Dit was allemaal vastgelegd in de Tempeltoegangswet (Temple Entry Act).

Held van Vaikom

In Vaikom, een klein plaatsje in Kerala (Zuid-India), besloot men een satyagraha (Gandhiaanse geweldloze protestactie) te organiseren. Er kwamen demonstraties en de politie trad hard op. Periyar, die op dat moment in Madoerai was, werd door de leiding van de Congrespartij gevraagd mee te helpen en reisde naar Vaikom. Hij nam de leiding op zich en belandde daardoor in de gevangenis.
Gandhi was niet erg blij met de heldenrol van Periyar, omdat hij de strijd wilde beperken tot een emancipatiestrijd van de shoedra’s, terwijl het voor Periyar en de Tamils ook een strijd was van de kastelozen en tevens een strijd van de Dravidiërs tegen de Ariërs van het dominante noorden.

Indiërs die tot een kaste behoren, zijn nu nog geneigd om dalits te beschouwen als hindoes, maar de meeste dalits wensen zichzelf niet als hindoe te zien.
Gandhi bleek niet in staat het conflict te beperken tot een hindoe-onderonsje: al gauw kwamen er donaties en steunbetuigingen van Sikhs uit Kashmir, van dalit-immigranten uit Birma, Singapore en Maleisië, en zelfs van moslims en christenen.
Er ontstonden massabekeringen, voornamelijk tot de islam.

Periyar kreeg na de actie het verbod opgelegd om te verschijnen op openbare bijeenkomsten, en toen hij zich daar niets van aantrok, moest hij opnieuw voor een maand de gevangenis in.
Men probeerde Periyar zover te krijgen dat hij terugging naar Madras, maar daar voelde hij niets voor. Toen werd hij voor de tweede keer in de gevangenis opgesloten, waar hij zes maanden werd vastgehouden. Periyar’s vrouw leidde inmiddels een vrouwenprotestbeweging.

Het compromis van de Tempeltoegangswet werd door Gandhi geregeld: de shoedra’s en dalits mochten de straten om de tempel betreden.
Later, in een wet van 1936 werd aan ‘alle hindoes’ zelfs toegestaan tempels te bezoeken. Nog steeds zijn echter in Zuid-India veel tempels voor niet-hindoes, maar ook voor vrouwen verboden.

Op 3 januari 2019 zijn enkele vrouwen heimelijk de Sabarimala-tempel binnengegaan[6]

De tempels zijn nog steeds niet vrij toegankelijk, zoals blijkt uit de onlusten die op 3 januari 2019 ontstonden toen bekend werd dat enkele vrouwen heimelijk de Sabarimala-tempel waren binnen gegaan.

Het lijkt er veel op dat de brahmanen en de Congrespartij er alles aan hebben gedaan om de rol van Periyar in de emancipatiestrijd van de kastelozen te verdoezelen.
Voor de Tamils is echter duidelijk dat het Periyar was die van de acties in Vaikom een succes heeft gemaakt, zij noemden hem daarom de ‘held van Vaikom’.

‘Superioriteit van brahmanen en minderwaardigheid van dalits’

Gandhi’s pogingen om de dalits onder de vleugels van de brahmaans georiënteerde Congrespartij te krijgen, werden met zekere achterdocht bezien.
En met reden: Gandhi noemde de dalits ‘harijans’. Het woord betekent letterlijk ‘kinderen van God’ en klinkt dus nogal neerbuigend: je verwacht van een kind niet dat het op eigen benen kan staan. Er klinkt meer sentimenteel paternalisme uit dan vriendschap en solidariteit.

Gandhi[7]

Gandhi was een romanticus, beïnvloed door Tolstoi en daardoor indirect door Rousseau.
Bovendien had Gandhi lange tijd buiten India geleefd en wilde zich graag een echte hindoe tonen; hij geloofde zelfs hartstochtelijk in zijn hindoeschap en als hindoe kon hij zich geen kritische houding tegenover het kastensysteem veroorloven.
Het gaf Gandhi zelfs een romantisch verlangen terug te keren naar de feodale samenleving die in de heilige teksten staat beschreven. Hij was overtuigd van de onaantastbaarheid van het heilige India en de oude hindoetraditie en dus ook van de superioriteit van de brahmanen en de minderwaardigheid van de dalits.

‘kastensysteem inherent aan het hindoeïsme’

Periyar raakte er daarentegen steeds meer van overtuigd dat het kastensysteem inherent was aan het hindoeïsme en deel uitmaakt van het streven van de hindoes de Tamils eronder te houden. Hij heeft Gandhi altijd gezien als een verdediger van de belangen van de brahmanen, maar had wel waardering voor hem.

Een principiële tegenstelling tussen Gandhi en Periyar is, dat de laatste geen strijd voerde tegen de Britse regering, maar tegen de sociale onrechtvaardigheid. Hij zag heel goed dat vele van Gandhi’s campagnes alleen in het voordeel waren van de hogere kasten. Zo was hij tegen de svadeshibeweging (boycot van buitenlandse producten) en het handwerkproject (khaddarproject) en tegen de zoutloop van Gandhi (waarbij Gandhi met zijn volgelingen een wekenlange wandeltocht maakte naar de kust om zout te winnen en daarmee het zoutmonopolie van de Britse regering te doorbreken).

Periyar als politicus

Een andere belangrijke affaire was de goeroekoelam-rel. In een brahmaans dorpje stond een school die door de Congrespartij werd beschouwd als een kweekvijver voor politieke leiders. In deze school werd een consequent kaste-discriminatiebeleid gevoerd en de brahmanen aten er dus apart.
Tegen deze situatie werden protestacties gevoerd en Periyar bemoeide zich ermee. Dit leidde tot een breuk met de Congrespartij in 1925.

Een ander conflict met de Congrespartij ging over de evenredige vertegenwoordiging van leden van verschillende kasten. In 1951 werd dit beginsel uiteindelijk als wet aanvaard en gold het voor alle openbare en regeringsambten. Het gold in eerste instantie voor scholen. Scholen die niet-brahmaanse kinderen weigerden, zouden geen rijkssubsidie meer krijgen.

De Congrespartij stemde tegen, maar Periyar ging nog een stap verder. Hij vond dat zij die vanwege hun geboorte al bijzondere kwaliteiten hebben (de brahmanen dus) geen subsidie voor hun opleiding nodig hebben en stelde voor de gesubsidieerde scholing alleen voor vrouwen en dalits te reserveren.

Dravidische Partij

Periyar en Anna[8]

Inmiddels begonnen vooral in Tamil Nadoe en Kerala separatistische gevoelens wakker te worden. In 1937 werd het Hindi, de volkstaal van het noordwesten tot nationale taal van heel India verklaard.
Periyar reageerde met een anti-hindicampagne en eiste een zelfstandige Tamilstaat: Dravidastan. Hij richtte in 1944 op de ruïnes van de Rechtvaardigheidspartij een nieuwe partij op, de Dravidische Partij (Dravida Kazhagam), die streefde naar een zelfstandig Dravidastan.
Hij heeft in 1939 zelfs met Jinnah, de voorvechter van een gescheiden Pakistan, zijn voorstel besproken om een zelfstandig Dravidastan te stichten. In 1952 en 1965 leidden anti-hindicampagnes tot het overschilderen van alle Hindi plaatsnamen (die naast Engelse en Tamil plaatsnamen stonden).
Op de stations van kleinere plaatsen zijn de overgeschilderde borden nu nog steeds te zien en wordt in Tamil Nadoe de onafhankelijkheidsdag op 17 augustus niet zo uitbundig gevierd als in het noorden.

In 1949 ontstond er een crisis in de Dravidische Partij. Periyar, weduwnaar en 72 jaar oud, kondigde aan te gaan trouwen met zijn 30 jaar oude secretaresse. Zijn argument was dat zij hierdoor in staat zou zijn om zijn beweging voort te zetten en de doelstellingen ervan te verwezenlijken.
Anderen vonden echter dat dit inging tegen zijn eigen principe van het Zelfrespecthuwelijk waarbij gelijkwaardigheid tussen man en vrouw voorop staat. Er kwam een afsplitsing onder leiding van Annadurai, die later de eerste premier van de deelstaat Tamil Nadoe zou worden.

  • Balasubramaniam, K.M. (1973). Periyar E.V. Ramaswami, Erode 1947 & Madras. Trichy: Periar Self-respect Propaganda Institution.
  • Cinkaravelu, M. (1973). Scientific Methods and ignorant Beliefs I and II. Trichy
  • Devanandan, P.D. (1960). The Dravida Kazhagam: a revolt against Brahminism. Bangalore: Christian Institute for the Study of region and Society.
  • Diehl, Anita E.V. (1977). V. Ramaswami Naicker-Periyar: A Study of the Influence of a Personality in Contemporary South India. Lund: Esselte Studium.
  • Hardgrave, R.L. Jr. (1965). The DMK and the Politics of Tamil Nationalism. Bombay: Popular Prakashan.
  • Klimkeit, H.J. (1971). Anti-Religiöse Bewegungen im Modernen Südindien. Bonn: Ludwig Röhrscheid Verlag.
  • Ramanujan, K.S. (1967). The Big Change. Madras: Higginbothams.
Noten 

[1] Bron: The Pashupati seal from the Indus Valley Civilization; a seated “yogi” with animals, who is sometimes claimed to be a “proto-Shiva”.
[2] Bron: Brahmins in white dress performing the Bhumi Puja ritual yajna around fire
[3] Bron: Tamil Nadoe
[4] Bron: Kailasanathar temple (685-705) the oldest temple in Kanshipuram
[5] Bron: E.V. Ramasamy  leading the Vaikom Satyagraha
[6] Bron: vrouwen in de Sabarimala-tempel
[7] Bron: Mohandas Karamchand Gandhi (portret omstreeks de late jaren 1930)
[8] Bron: periyar-and-anna-conflict-over-electoral-politics

studeerde hedendaagse continentale filosofie in Groningen, richtte een boeddhistisch meditatiecentrum op en studeerde Aziatische filosofieën en religies. Hij doceerde hindoeïsme aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Tijdens zijn werk als docent en leraar schreef hij studieboeken voor zijn studenten en columns. Hij praktiseert meditatie en taiji quan.