Oorsprongen van de term ‘Papiamento’

0

Fred de Haas

Afkomst en betekenis van het woord ‘Papiamento’. Schrijf je ‘Papiamento’ of zou het ‘Papeamento’ moeten zijn? De Dikke Van Dale vindt in 1999 het Papiaments nog een ‘negertaal’

Dit artikel neemt u mee op een met onzekerheden geplaveide zoektocht naar de Romeinse en Romaanse voorouders die verantwoordelijk zijn geweest voor de naamgeving van de Creoolse taal die wordt gesproken in het dagelijks leven op de ABC eilanden in het Caraïbisch gebied.

Moedertaal

Kaart van Curaçao (1675)

Zoals we allemaal weten is de moedertaal van de huidige bevolking van Curaçao, Aruba en Bonaire een taal die zijn oorsprong vindt in het pidgin-Portugees dat al in de XVIe eeuw gesproken werd langs de hele westkust van Afrika.
Dit pidgin heeft zich later ontwikkeld tot de Creoolse talen van Kaapverdië, Guinee-Bissau, São Tomé, Príncipe en, dank zij het feit dat het de overtocht van de Atlantische Oceaan heeft overleefd, tot het Papiaments van Curaçao, Aruba en Bonaire.

Om de sterke relatie aan te geven tussen het Papiaments van de Antillen en de Portugese Creoolse talen leggen we bij wijze van voorbeeld enige woorden uit het Creools van São Tomé naast woorden die eenzelfde betekenis hebben in het Papiamento:

São Tomense: amí (ik), káni (vlees), kabelu (haar), kabésa (hoofd), boka (mond), bebé (drinken), kumè (eten), modé (bijten), tende (horen), matá (doden), landa (zwemmen), bi (komen), áwa (water), kema (branden), blanku (wit), plètu (zwart), sèku (droog)

Papiaments (met dezelfde betekenis): amí/mi, karni, kabei, kabés, boka, bebe, kome, morde, tende, mata, landa, bini, awa, kima, blanku, pretu, seku.

Er zijn meer van dit soort rijtjes samen te stellen uit de andere, hierboven aangehaalde Creoolse talen, maar dit doet nu even niet ter zake. Bovenstaand rijtje beoogt slechts degenen die zich niet zo met taal bezighouden duidelijk te maken dat niemand twijfels hoeft te hebben over de Portugese afkomst van het oerpapiaments.

Vanuit Curaçao heeft dit van het Portugees — en in zeer geringe mate van Afrikaanse substraattalen — afkomstige oerpapiaments zich verspreid naar Bonaire en Aruba en vanaf de tweede helft van de 17e eeuw talloze woorden opgenomen uit het Spaans, de taal van het nabije Venezolaanse en Colombiaanse vasteland en, niet te vergeten, de taal van de katholieke kerk en de Spaanse missionarissen.

Omdat de spelling van het Papiaments lange tijd onderwerp van discussie is geweest en Aruba om gevoelsmatige redenen voor een andere spelling heeft gekozen dan Curaçao, leek het mij de moeite waard eens na te gaan hoe — in vroeger tijden en nu — de auteurs van Nederlandse, Spaanse en Portugese woordenboeken het werkwoord papear / papiar (waarvan de naam “Papiamento” is afgeleid) hebben gespeld en verklaard.
En dan zijn er nog andere vragen die op een antwoord wachten, zoals: waar komen de werkwoorden papear / papiar zèlf vandaan?
En: welke mensen spreken het Papiaments volgens de gerenommeerde woordenboeken? De laatste vraag is ogenschijnlijk het makkelijkst te beantwoorden en daar beginnen we dus maar mee.

Van Dale

Woordenboeken Papiaments-Nederlands en Nederlands- Papiaments

Menig Nederlander zal, voordat hij afreist naar de Antillen, wellicht even kijken in de ‘Van Dale’ als hij iets meer wil weten over het Papiaments.

In dit toonaangevende Groot Woordenboek der Nederlandse Taal (13e uitgave 1999) — ook wel genoemd de ‘Dikke van Dale’ — staat onder ‘Papiamento’ en — het vernederlandste — ‘Papiaments’ het volgende te lezen:

Papiaments, Papiamento [van Port. Papiar (= babbelen)], mengtaal uit Portugees, Nederlands en negertalen (op Curaçao, Bonaire en Aruba).

Oei! Nederlands? Negertalen? En wat moeten we onder ‘negers’ dan wel verstaan? Gauw weer even in de Dikke van Dale kijken:

Neger (de (m.); -s; -tje, 1644 < Sp., Port, negro (zwart)

  1. (negerin, de (v) persoon behorend tot een der zwarte rassen van Afrika: tien kleine negertjes; zo zwart als een neger, zeer bruinverbrand (door de zon), (oneig.) zeer vuil; witte neger, albino;
    er is een grote norse neger in mij neergedaald
    die van binnen dingen doet die niemand ziet
    ook ik niet want donker is het daar en zwart
    (Lucebert)
  2. (negerin, de (v), afstammeling van de in vroeger tijd in Amerika ingevoerde negerslaven: in het Amerikaanse leger dienden veel negers
  3. (fig., w.g., bel.) hatelijk persoon: een neger van een vent[1]

Zo, dat weten we dan. Degenen die het Papiaments spreken zijn volgens de toenmalige Van Dale kennelijk zwarte, misschien zeer vuile, norse mensen die er foute gedachten op nahouden — volgens Lucebert — en hatelijke personen waarvan velen in het Amerikaanse leger dienden ….
Nou ja, de Dikke zegt dat ‘neger’ in de zin van ‘hatelijk persoon’ weinig gebruikt wordt (w.g.) en beledigend is (bel.), maar je weet maar nooit. En waarom is een negerin een afstammeling en geen afstammelinge? Tja, Van Dale zal het wel weten.

Hoewel de vorige alinea wat gechargeerd is moeten we toch concluderen dat zowel de bevolking die het Papiaments spreekt als het Papiaments zelf — de Dikke geeft een bedenkelijke etymologie — er enigszins bekaaid vanaf komen in het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal[2].

Andere bronnen

Behalve de Dikke van Dale heb ik ten behoeve van dit artikel de vele woordenboeken geconsulteerd[3].

Romeinse en Romaanse wortels

Nu de vraag: hoe staat het met afkomst en betekenis van de werkwoorden papear en papiar?

Onze zoektocht begint 2200 jaar geleden in het taalgebied van de Romeinen, want over één ding zijn de woordenboeken het — op een enkele uitzondering na — wel eens: de werkwoorden papear en papiar gaan terug op het Latijnse ‘Pappāre’ (= eten).

Om dit met een enkel voorbeeld te illustreren neem ik u mee naar de taalkunstenaar die 2200 jaar geleden werd geboren in het tegenwoordige Umbrië (Italië), de toentertijd razend populaire schrijver van volkse komedies, de heer T.M. Plautus. In zijn komedies, die door Cicero werden bewonderd om het virtuoze taalgebruik van de auteur, is het Plautus alleen te doen om zijn publiek met boertige, plaatselijke humor aan het lachen te maken. Hij weidt dan ook veel uit over drinken en eten (vooral van varkensvlees), hij laat nogal eens mensen afrossen en in zijn stukken spelen slaven een belangrijke rol, een mensensoort dat — er gaat niets boven een gezond vooroordeel! — vaak slim en gewetenloos is.

In zijn Epidicus vinden we de volgende dialoog tussen Periphanes (PE) en de brutale slaaf Epidicus (EP) die op hoge toon een beloning eist van zijn meester:

PE: Optimum atque aequissimum oras: soccos, tunicam, pallium tibi dabo
EP: Quid deinde porro?
PE: Libertatem
EP: At postea? Novo liberto opus est quod pappet[4]

Pappāre’ is dus een gewoon werkwoord voor ‘eten’. Omdat we nog willen weten in welke context dat Latijnse werkwoord nog meer wordt gebruikt, kijken we in het Dictionnaire étymologique de la langue latine (Ernout, 1985) dat enige uitkomst blijkt te bieden. ‘Pappa’, zo lezen we, is een expressief woord uit de — Latijnse — kindertaal dat ‘voedsel’ aanduidt. Verder vermeldt dit woordenboek uit een laat-Middeleeuwse bron dat wij ‘Papa’! (= eet!) tegen heel kleine kinderen zeggen en deze aansporing verduidelijken door met onze lippen die klanken te vormen[5].

Hiermee is — hoe voorzichtig ook — het verband gelegd tussen Papāre (= eten) en Papāre (= spreken).

N.B. De werkwoordsuitgang –ear komt nogal eens voor in het Volkslatijn en vroege stadia van de Iberische talen en bestaat soms naast de uitgang -are: Latijn plantare / plantear. Ook: Latijn gutta / gotear, Latijn putida / putear.

Romaanse talen

Hoe heeft dit werkwoord zich vervolgens gedragen in de voor ons relevante Romaanse talen?

Frans

De taalgeleerde Walther von Wartburg, brengt ons over de Spaans-Franse grens (Von Wartburg, 1955). Von Wartburg treft het Oud-Franse werkwoord ‘paper’ aan in middeleeuwse bronnen van omstreeks 1200. Het wordt gebruikt in de gewone omgangstaal en als onderdeel van de kindertaal in de betekenis van “ouvrir et rapprocher les lèvres à plusieurs reprises, parlant des enfants du premier âge, qui témoignent ainsi qu’ils ont faim”[6]. Deze interpretatie wordt overgenomen door Corominas (1954): ‘voz de los niños con que piden de comer’[7]. Op bladzij 583 van Von Wartburg (1955) lezen we weer dat ‘papar’ ook te maken heeft met ‘gulzig eten, slikken’.

We weten nu dat de van het Latijn afgeleide vorm “papear” oorspronkelijk te maken heeft met kindertaal, een bepaalde manier van eten en ‘geluid maken’ met de lippen.

De associatie met ‘spreken’ werd, zoals hierboven al gesuggereerd, ook al in de Middeleeuwen gelegd waar we een Middel-Frans werkwoord ‘papier’ aantreffen dat ‘stotteren’ of ‘stamelen’ betekent. Het Zuid-Franse werkwoord ‘repapyar[8] betekent: ‘vaak hetzelfde herhalen, kletsen’.

Spaans

We hebben onze hoop voor een wat positiever ‘geluid’ gevestigd op Spanje. Zou daar geen middeleeuws werkwoord ‘papear’ bestaan dat gewoon ‘spreken’ of ‘praten’ betekent? We kijken in Corominas (1954): ‘papear’: ‘charlar o hablar confusamente’[9] en die betekenis komt weer heel dicht in de buurt van het laat-middeleeuwse Franse ‘papier’.
Tenslotte wordt ons de ongunstige betekenis van ‘papear’ nog eens duidelijk gemaakt in een passage uit het werk Vida de Santo Domingo de Silos van de eerste met name bekende Spaanse priester-dichter Gonzalo de Berceo (± 1195-± 1265) die in het Castiliaanse dialect van Rioja religieuze gedichten schreef volgens de regels van de geleerde kunst, de mester de clerecía (Gonzalo de Berceo, 1904):

‘Sodes de mal sentido como loco fablades,
Fervos he sin los ojos si mucho papeades;
Mas conservarvos quiero que callando seades,
Fablades sin licencia, mucho desordenades’[10].

Een eind in de ruimte kletsen, zwamverhalen houden. En veel is er sinds de Middeleeuwen kennelijk niet veranderd, want in het woordenboek van de Real Academia lezen we (Real Academia, 1989): ‘Papear, intr. Balbucir, tartamudear, hablar sin sentido’[11].

De Diccionario Anaya de la lengua, ook geen onbeduidend woordenboek, pepert het ons nog eens in als we zoeken onder ‘Papiamento’ (Vox editioral, 1991): ‘Papiamento (del port. ant. papear = hablar confusamente). Lengua criolla hablada en Curaçao, isla de las Antillas, cuya lengua oficial es el holandés. La base de esta lengua es el criollo negro-portugués que los esclavos negros llevaron de Africa, mezclado con el español hablado en las Antillas’[12].

Markt in São-Tomé

Hele en halve waarheden, dus. Bovendien geven de auteurs de etymologische schuld aan Portugal, alsof de Spanjaarden nog nooit van papear hadden gehoord.

Het bovenstaande bewijst inmiddels afdoende het tegendeel.

Portugees

De Portugezen blijven echter niet buiten schot. Immers, het werkwoord papear bestond ook — en bestaat nog steeds — in het Portugees en het werd gebezigd in een betekenis die lichtelijk verschoof van ‘verward’ naar ‘overdreven veel’ praten[13].

Hier is een kleine greep uit de toonaangevende Portugese woordenboeken:

  • (Caldas Aulete, 1948, 1958): papear = falar muito (veel praten);
  • (Academia Brasileira de Letras, 1981): papeamento: ‘exageraçao’; ‘conversa’ (overdrijving; praatje);
  • (Houaiss, 2001): papear =conversar; falar muito; papeamento (linguisticamente mesmo que ‘Papiamento’ (taalkundig hetzelfde als Papiamento);
  • (Azevedo, 1953): papear: bavarder, babiller, jaser (kwekken, kwebbelen);
  • (Borba, 2002): papear, V. (Acção): falar muito; tagerelar; conversar (papear, werkwoord van beweging: veel praten; kwekken; converseren).

Het laatste woordenboek geeft het volgende voorbeeld uit het hedendaagse Portugees van Brazilië (Borba, 2002): ‘Na sexta-feira passada parei para papear com um deles na rua[14].

Menéndez Pidal geeft een taalkundige betrekking aan tussen ‘papear’ en ‘papo’ (= krop van een vogel en plaats waar de vogel voedsel kan opslaan (Menéndez Pidal,1995). ‘Papo’ heeft weer te maken met het Latijnse ‘Pappare’ en dan zijn we weer terug bij ‘eten’. Het Braziliaanse ‘papo’ betekent ook ‘taal die bij een bepaalde groep hoort’, bijvoorbeeld Bargoens, volkstaal[15], jargon etc.

Papeamento

“Slechte biecht”: een priester misbruikt zijn zwangere parochiaan tijdens de biecht[16]

We zouden ons nu — na deze speurtocht naar de betekenis van ‘papear’ — kunnen voorstellen waarom de Portugezen het pidgin-Portugees van de Afrikaanse westkust ‘papeamento’ hebben genoemd. Aanvankelijk is het een mengtaal geweest die de Afrikaanse gevangenen/slaven/dwangarbeiders zich wel moesten eigen maken omdat ze elkaars talen niet verstonden.
Ze waren immers door de toen heersende Afrikaanse elites via razzia’s gevangen genomen of als losgeld ‘verkregen’ in soms honderden kilometers ver in het binnenland gelegen buurlanden waar honderden, onderling niet verstaanbare talen werden gesproken.

Onderweg van het binnenland naar de Afrikaanse kust stierf — onder leiding van de Afrikaanse ‘overwinnaars’ — 40% van de Afrikanen en de overlevenden werden vervolgens verkocht in de Europese handelsposten in het Afrikaanse kustgebied, aanvankelijk aan de Portugese, later ook aan de Engelse, Franse, Hollandse, Deense en Spaanse handelaren.
Na de koop moesten de Afrikanen soms lang wachten op transport naar hun treurige eindbestemming[17]. Er was dus tijd genoeg om een nieuwe communicatietaal te laten ontstaan uit het Portugees van de kooplui: het pidginPortugees, de eerste bouwsteen van een nieuwe identiteit.

Het moge duidelijk zijn dat het rudimentaire, door de Afrikaanse dwangarbeiders gesproken pidgin op de Portugezen een ‘onsamenhangende’ en ‘verwarde’ indruk maakte. Het was voor de Portugezen geen Portugees, maar Papeamento, een onsamenhangend Portugees klinkend taaltje.
Later zou dit ‘onsamenhangende gekwek’ zich echter ontwikkelen tot de prachtige Creoolse talen van Kaapverdië, Guinee-Bissau, São Tomé, Príncipe en … op de Antillen onder de naam Papiamento.

Papiamento

Curaçaose spelling

Het is de vraag of, in het licht van bovenstaande, de naam van de taal moet worden geschreven als ‘Papiamento’ of als ‘Papeamento’. Of misschien nog op een andere manier.

Laten we, voor wat meer ondersteuning, eerst nog even een blik werpen in twee wetenschappelijke woordenboeken. In de Diccionario general ilustrado de la lengua española (Vox editioral, 1956) met een voorwoord van niemand minder dan de grote Spaanse geleerden Menéndez Pidal en Gili Gaya lezen we: ‘Papiamento (de ‘papia’ onomat. De hablar; ant. Papear, chapurrear). Habla criolla que el castellano ha producido[18] bajo la influencia de la raza negra en las islas de Curazao, Oruba y Buen Aire, colonizados por España, pero holandesas desde 1534’[19].

Volgens Vox is Papiar dus een klanknabootsing en werd vroeger als Papear geschreven (Vox editioral, 1956). Je zou, wat de schrijfwijze betreft, dus kunnen kiezen.

In Academia de Ciencias de Lisboa lezen we dat ‘papiar’ een werkwoord is dat voorkomt in het Portugese Creools van het Chinese Macao (Academia de Ciencias de Lisboa, 2001). En het Portugese Creools dat nog door een handjevol mensen wordt gesproken in Malakka heet ‘papia kristang’. Een i dus?

Ik hoor wel wat je zegt, Shon![20]

Een moeilijke vraag, maar zoals altijd zal de waarheid wel in het midden liggen. We kunnen er vanuit gaan dat de naamgeving van landen, steden en talen tot stand komt via het (geh)oor. Via het (ge)hoor vangt men immers de gesproken — niet de geschreven! — klanken op en interpreteert deze zo goed en zo kwaad als dat gaat. Pas later wordt de door het (geh)oor opgevangen klank in schrift omgezet. In dit geval heeft het (geh)oor een klank opgevangen die, later, òf met een i òf met een e kon worden geschreven en die het best zou kunnen worden weergegeven door de J van het Internationaal Fonetisch Alfabet zoals die klinkt als de J in het woord Grapjas.

De gesegmenteerde Curaçaose samenleving (1888)

Zou ik dus kiezen voor de schrijfwijze ‘Papjamento’? Nee, want die J zou weer moeilijkheden opleveren voor de Spanjaarden, Fransen en Portugezen die respectievelijk [Papgamento] en [Papzjamento] zouden gaan uitspreken. Dan maar — in plaats van de J — een Y, het klanksymbool dat ook wordt gebruikt in het — voortreffelijke — Groot Woordenboek Papiaments-Nederlands (Van Putte-de Windt, 2005).

Een voorbeeld hieruit: huilen = yora. Prima, niks aan de hand. We zoeken dus nog even Papyamentu op … ja, daar staat het, maar nee daar staat het niet, want er staat (Van Putte-de Windt, 2005): papiamentu [papiamento (Aruba)]. Met een i! Ook Joubert schrijft het zo (Joubert, 1991)!

Tweeduizend jaar ‘Pap’

In het begin van dit artikel heb ik u verteld over de betekenis ‘eten’ van ‘Papear’ in de Romeinse tijd en de Middeleeuwen. Nu blijkt dat die betekenis heden ten dage allesbehalve alleen maar Romeins en middeleeuws is.
Het werkwoord ‘papear’ leeft nog steeds voort in de betekenis van ‘eten’ in het Spaans[21]. Het woordenboek van de Real Academia Española geeft bij ‘papear’ als tweede betekenis aan: vulg. Comer (Real Academia Española, 1989). Goed, het mag dan vulgair zijn, maar het betekent wel ‘eten’ al zou ‘kanen’ in dit geval misschien een betere vertaling zijn. Merkwaardigerwijs is die toevoeging in de uitgave van 2001 verdwenen (Real Academia Española, 2001).

Gelukkig hebben we nog het wetenschappelijke Tesoro léxico de las hablas andaluzas dat ons duidelijk zegt: papear = comer (Alvar Ezquerra, 2000). En in de Spaanse krant ‘YA’ van 28 januari 1939 lezen we:

  • Y dónde os lo vais a montar?
  • En tu casa …
  • Después de papear te paso las llaves[22]

En iets minder parlementair drukt de schrijver Oliver zich uit in zijn Relatos[23]

  • ‘Y encima se habían papeado nuestra cena y nos habían dado el coñazo’[24]
Fred de Haas bladert in een van zijn vertalingen — foto Harry Kes

Beste lezer, ik denk dat ik u nu genoeg in verwarring heb gebracht. Maar ik hoop dat uit deze ogenschijnlijke chaos zich langzaam een ander, wat complexer en positiever beeld zal beginnen te vormen in de algemeen gebruikelijke manier van denken over de afkomst en de betekenis van de doopnaam van die mooie Creoolse taal: het Papiamento.

Literatuur
Portugese bronnen
  • Academia Brasileira de Letras (1981). Vocabulario ortográfico da lingua portuguesa. Rio de Janeiro: Bloch.
  • Academia de Ciencias de Lisboa (2001). Dicionário da lingua portuguesa contemporânea. Lisboa: Verbo.
  • Azevedo, Domingos de (1953). Grande dicionário português-francês, 4ª edição. Lisboa: Livraria Bertrand.
  • Borba, Francisco S. (2002). Dicionário de usos do português do Brasil, 1ªEd. São Paulo: Editora Ática.
  • Buarque de Holanda Ferreira, Aurelio (….) Novo Dicionário da lingua portuguesa, da Academia Brasileira de Letras, da Academia Brasileira de Filología, 1e editie, 15e Lisboa: Editora Nova Frontera.
  • Caldas Aulete, F.J. (1948, 1958). Dicionário contemporâneo da lingua portuguesa. Rio de Janeiro: Delta.
  • Da Cunha, Antônio Geraldo (1982, 1987). Dicionário etimológico da lingua portuguesa. Rio de Janeiro: Nova Fronteira.
  • Houaiss, A. (2001). Dicionário Houaiss da lingua portuguesa. Rio de Janeiro: Editora objetiva.
Spaanse bronnen
  • Alvar Ezquerra, M. (2000) Tesoro léxico de las hablas andaluzas. Madrid: Arco-Libros.
  • Cejador, J. y Frauca (1929). Vocabulario medieval castellano, 1ª ed. Madrid: Librería y casa editorial Hernando.
  • Cejador, J. y Frauca (1971). Vocabulario medieval castellano. Hildesheim/New-York.
  • Corominas, J. (1954) Diccionario crítico etimológico de la lengua castellana. Madrid: Ed. Gredos.
  • Menéndez Pidal, Ramón y D. Samuel Gili Gaya (1945). Prólogos por Gran diccionario general de la lengua española. Barcelona: VOX.
  • Menéndez Pidal, Ramón y D. Samuel Gili Gaya (1995). Prólogos por Gran diccionario general de la lengua española. Barcelona: VOX.
  • Moliner, M. (1990). Diccionario de uso del español. Barcelona: Gredos Editorial S.A.
  • Real Academia Española (1989). Diccionario manual e ilustrado de la lengua española, (4ª ed. Revisada), Madrid: Espasa-Calpe.
  • Real Academia Española (2001). Diccionario manual e ilustrado de la lengua española, (ed. Revisada), Madrid: Espasa-Calpe.
  • Seco, M. (1999). Diccionario del español actual. Aguilar Lexicografia.
  • Vox editioral (1956). Diccionario general ilustrado de la lengua española, prólogos por Ramón Menéndez Pidal y D. Samuel Gili Gaya, Publicaciones y ediciones Spes.
  • Vox editioral (1991). Diccionario Anaya de la lengua. Barcelona: Grupo Anaya.
Frans-Duitse en Latijnse bronnen
  • Ernout, A. & Meillet, A. (1985). Dictionnaire étymologique de la langue latine: histoire des mots, quatrième édition. Paris: Éditions Klincksieck.
  • Muller, F. & dr. E.H. Renkema (1958). Beknopt Latijns-Nederlands Woordenboek. Groningen: J.B. Wolters.
  • Von Wartburg, Walther (1955). Französisches Etymologisches Wörterbuch. Basel:G. Zerbinden & Co.
Antilliaanse bronnen
  • Joubert, M. (1991). Dikshonario Papiamentu-Hulandes / Handwoordenboek Papiaments-Nederlands, 1e druk. Curaçao.
  • Van Putte-de Windt, M.G. & van Putte (2005). Dikshonario Papiamentu-Hulandes / Groot Woordenboek Papiaments-Nederlands, I. Zutphen: Walburg Pers.
Nederlandse bronnen
  • Claes S.J. dr F. (red.) (1996). Verschueren Groot Encyclopedisch Woordenboek. Antwerpen: Standaard Uitgeverij.
  • Geerts, prof. dr. G. & drs. C.A. den Boon (1999). Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal, 13e herziene uitgave, Utrecht-Antwerpen: Van Dale.
Teksten
  • Gonzalo de Berceo (1904). Vida de Santo Domingo de Silos. ( J.D. Fitzgerald). Paris: Gonzalo de Berceo.
  • Plautus, Titus Maccius (1904, 1936) Macci Plauti Comoediae, Recognovit brevique adnotatione critica instruxit. Lindsay, W.M.: contributor. Oxonii, E Typographeo Clarendoniano, printing.
Noten

[1] De Diccionario general ilustrado de la lengua española is ook niet zo vriendelijk (Vox editioral, 1956) en geeft het volgende nogal neerbuigende voorbeeld onder het lemma ‘negro’: ‘sacar lo que el negro del sermón’ (letterlijk: eruithalen wat een neger uit een preek haalt; d.w.z. bijzonder weinig nut van iets hebben!). A bon entendeur salut!
[2] Ook de Belgen kunnen er wat van. Zie: Verschueren, 1996 [lemma Papiamento, Papiamentoes (sic!), Papiaments]staat ter illustratie van het Papiaments de volgende voorbeeldzin: “Biba la Reina, biba Prins” (leve de Koningin, leve de Prins); het Curaçaose volk wordt hier duidelijk gezien als een vriendelijk (neger)volkje dat maar al te graag langs de kant van de weg het Nederlandse koningshuis staat toe te juichen!
Anno 2015 heeft Van Dale zijn lemma ‘politiek correct’ gemaakt.
[3] Zie literatuurlijst.
[4] Vertaling: PE: Je verzoek is terecht en acceptabel. Ik zal je een paar lage schoenen, een tuniek en een mantel geven. EP: En wat nog meer? PE: Je vrijheid EP: En verder? Een pas vrijgelaten slaaf moet namelijk ook nog eten!
[5] P. 480 : ‘… nam et ipso motu labiorum id ostendimus’.
[6] Vertaling: ‘De lippen herhaalde malen openen en sluiten, sprekend over zeer jonge kinderen die op die manier laten zien dat ze honger hebben’
[7] Vertaling: ‘Geluid van kinderen die om eten vragen’.
[8] Let op het symbool ‘Y’ dat is gebruikt om de j-klank weer te geven! N.B. Ditzelfde werkwoord vinden we in het hele gebied van de Languedoc dat vroeger één taalgebied vormde met de Spaanse Oostkust.
[9] Vertaling: ‘Verward praten of spreken’.
[10] Vertaling: ‘U bent niet goed wijs en praat als een idioot, ik zal u de ogen laten uitsteken als u zoveel blijft kletsen; maar ik wil u sparen als u een toontje lager zingt; want u praat maar raak en zeer onsamenhangend’.
[11] Vertaling: ‘Papear, onoverg. Stotteren, stamelen, in de ruimte kletsen’.
[12] Vertaling: ‘Papiamento (van Oud-Portugees papear = verward praten). Creoolse taal, gesproken op Curaçao, waarvan de officiële taal het Nederlands is. De basis van deze taal is het neger-portugese Creools dat de zwarte slaven uit Afrika meenamen, vermengd met het Spaans dat werd gesproken op de Antillen, en met Hollandse woorden’.
[13] De meeste Portugese woordenboeken geven het — Portugese — werkwoord ‘papear’ ook nog de betekenis van ‘kwetteren’ (gorjear) met als reden dat ‘papear’ een onjuiste afleiding zou zijn van ‘pipiar’ dat ‘kwetteren van vogels’ betekent. Maar die afleiding lijkt mij uiterst onwaarschijnlijk, alleen al vanwege de sterk van elkaar verschillende klanken in de vervoeging van beide werkwoorden en de veronderstelde verschuiving van een i-klank naar een a-klank, ook al kan worden aangevoerd dat de Portugese a-klank in ‘papear’gesloten is en neigt naar de Franse e-klank in het woord ‘pet’ (=scheet).
[14] Vertaling: ‘Vorige week Vrijdag stond ik stil om met een van hen een praatje te maken’. Uit: Folha de São Paulo, São Paulo, 1.1.1979.
[15] Een bate-papo is een kletspraatje.
[16] Bron: “Slechte biecht”: een priester misbruikt zijn zwangere parochiaan tijdens de biecht. Uit Guaman Poma, Nueva corónica y buen gobierno (1615).
[17] Tijdens de tocht over de Atlantische Oceaan stierf nog eens 15% van de Afrikanen. De dood sloeg echter democratisch toe, want ook van de bemanning van de schepen stierven er velen.
[18] Noot: de zoveelste misvatting!
[19] Vertaling: ‘Papiamento (van ‘papia’ klanknabootsing voor ‘spreken’; vroeger papear = een taal brabbelen. Creoolse taal, voortgekomen uit het Castiliaans onder invloed van het zwarte ras op de eilanden Curaçao, Aruba en Bonaire, gekoloniseerd door Spanje, maar in het bezit van Holland sinds 1534).
[20] Het woord ‘Shon’ komt van het — snel uitgesproken — Portugese woord ‘Senhor’ (= meneer).
[21] Men beweert meestal dat het werkwoord ‘papear’ alleen nog voortleeft in het Portugees. Dat is dus feitelijk onjuist.
[22] Vertaling: ‘En waar gaan jullie het installeren? In jouw huis… Na het eten geef ik je de sleutels’.
[23] Relatos, p. 78.
[24] Vertaling: ‘En als klap op de vuurpijl hadden ze ons avondeten opgevreten en ons met hun klotegezelschap opgezadeld’.

studeerde cum laude af in de Franse, Spaanse en Portugese taal- en letterkunde. Vanaf het begin combineerde hij zijn functies met werkzaamheden als literair vertaler. Fred de Haas vertaalde onder meer uit het Papiaments, het Frans, het Spaans en het Russisch. Hij is leider, zanger en gitarist bij het Latijns-Amerikaans ensemble Alma Latina.