Slavernij en discriminatie: Frantz Fanon was zijn tijd ver vooruit 2

0

Fred de Haas

Behoud van de eigen cultuur: Afrika en Curaçao

Tot slaaf gemaakt 1Tot slaaf gemaakt 2Mea CulpaSlavernij en discriminatie 1Slavernij en discriminatie 2Vervallen landhuisKatibu ta galiña ― slaven zijn net kippenIdentiteit en onbehagen

In de Afrikaanse gebieden werden de stamculturen ter plekke door de koloniale onderdrukkers ontkend, verstikt of vernietigd.

De Afrikanen die via de slavenhandel op Curaçao en elders in het Caribisch gebied arriveerden behielden slechts flarden van eigen culturen omdat het heterogene groepen mensen betrof die uit verschillende Afrikaanse gebieden afkomstig waren. En zelfs die paar restanten van eigen (taal en) cultuur werden door de kolonisator zoveel mogelijk ontkend en vernederd. De Curaçaose cultuur werd op die manier een dubbele slag toegebracht.

De intellectuelen die door studie aan de Nederlandse Universiteiten voortkwamen uit de groep kleurlingen werden ― noodgedwongen ― beklagenswaardige imitators van de Westerse cultuur waarvan ze niet schroomden zelfs de leugens over te nemen. Maar gedane zaken nemen geen keer en Fanon heeft in ‘Les damnés de la terre’ hiervoor de waarschuwende vinger geheven:

‘laten we geen tijd verdoen met […] weerzinwekkend kopieergedrag’. En om de weg te wijzen naar een authentiek cultureel leven voegt hij eraan toe (p. 163): ‘vechten voor de nationale cultuur betekent op de eerste plaats vechten voor de bevrijding van het land, de fysieke baarmoeder waaruit de cultuur kan ontstaan. Er is geen culturele strijd die zich zou kunnen ontwikkelen los van de strijd van het volk’.

Dat betekent dus dat er geen culturele strijd kan zijn die losstaat van de politieke strijd. Pas als er geen sprake meer is van achterstelling kan er sprake zijn van een nationale cultuur en van nieuwe perspectieven.

De verwezenlijking van dit alles is echter een langdurig proces. Deelname aan dit proces is daarom vaak ontmoedigend.

Fanon tegen de ‘négritude’ en folklore als culturele basis

Aimé Césaire[1]

Fanon was tegen de ideeën van de ‘uitvinders’ en aanhangers van de ‘négritude’, de door de Martinikaanse schrijver Aimé Césaire gepropageerde beweging die ― als reactie op de opgedrongen koloniale cultuur ― in bewondering wilde teruggrijpen op oude Afrikaanse beschavingen.

Natuurlijk, het was een alleszins begrijpelijke reactie op de leugenachtige opvattingen van de racistische kolonialen die van de zwarte mens een wezen zonder cultuur maakten, een mens zonder geschiedenis, een primitief verschijnsel.
Maar Fanon verweet Césaire en de eerste president van Senegal, de dichter Léopold Sédar Senghor, dat ze teveel oog hadden voor de ‘zwarte identiteit’ van vóór de slavernij en het kolonialisme en te weinig voor de geestelijke bevrijding van het volk ná die periode.
Om zijn punt te illustreren gaf Fanon als voorbeeld de vroegere beschaving van de Afrikaanse Songhaï waar Césaire en Senghor graag naar verwezen.

Fanon:

‘alle bewijzen die zouden kunnen worden geleverd voor het bestaan van een wonderbaarlijke Songhaï beschaving veranderen niets aan het feit dat de Songhaï van tegenwoordig ondervoed zijn en analfabeet’.

Fanon vond het een slecht idee om alle zwarten van de wereld te verenigen onder de vlag van een ‘zwarte’ of Afrikaanse cultuur.
De zwarte bevolking van de Amerika’s had, vond hij, andere problemen dan de zwarte bevolking in Afrika. Het enige dat hen verbond was de discriminatie door de blanken. En dat was nu eenmaal niet voldoende om een nieuwe cultuur op te bouwen.

Ook waarschuwt hij dat cultuur niet moet worden verward met folklore (zingen, dansen, verhalen vertellen, klederdrachten, enz.):

‘de nationale cultuur is niet de folklore waarin volgens een populaire opvatting de ‘werkelijkheid van het volk’ ligt besloten. Die werkelijkheid is niet hetzelfde als die hoop traditionele, loze folkloristische gebaren die je hoe langer hoe minder kan verbinden met de actuele werkelijkheid van het volk’[2] .

Folklore is verstarde cultuur.

Een nationale cultuur

Geen cultus van het verleden, dus, maar de blik gericht op de toekomst. Niet praten over een Afrikaanse of ‘zwarte’ cultuur, maar meer over een dynamische, nationale cultuur, dat wil zeggen een cultuur die echt wordt gevoeld en beleefd.

En de strijd voor de nationale cultuur, de strijd voor de vooruitgang, betekent in de eerste plaats een strijd tegen de vervreemding en een strijd tegen de globalisering die ― onder de machtige invloed van de Westerse culturen ― van alle culturen een eenheidsworst probeert te maken.
We worden immers gebombardeerd met beelden, klanken en kleding die alle mensen cultureel aan elkaar gelijk maken en de mensen gauw uit hun evenwicht brengen.

Via het Internet vindt er een vorm van herkolonisatie plaats en krijgen jongeren uit de Derde Wereld helden, heldinnen en ‘sterren’ voorgeschoteld met wie ze zich identificeren, maar die afkomstig zijn uit een totaal andere cultuur.

Caribische eilanden

Het is beter om een eigen weg te kiezen. Voor Curaçao en andere Caribische eilanden betekent dit dat men het multiculturele ideaal zou moeten nastreven, een eigen multicultureel ideaal.

Het land mag zich gelukkig prijzen met de aanwezigheid van inwoners die sterk verschillen van aard en cultuur, maar met elkaar verbonden zijn door hun liefde voor het land.
Op Curaçao vind je Afro-Curaçaoënaars, al of niet op Curaçao geboren blanke Nederlanders, migranten uit Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, Protestanten, Katholieken, Sefardische en Asjkenazische Joden, blanke en zwarte mensen en alle kleuren daartussen, kortom genoeg elementen om een levensvatbare, krachtige samenleving op te bouwen. Op voorwaarde dat iedereen als gelijke wordt beschouwd en positief mee wil doen om iets van het land te maken.

Maar als je positief wil meewerken kan het geen kwaad als je eerst even over de grens kijkt en te weten probeert te komen hoe je een land NIET moet opbouwen.

Hoe het niet moet

Voor landen die de totale onafhankelijkheid nastreven is het raadzaam om kennis te nemen van ervaringen van andere landen die het machtsvacuüm na het vertrek van de koloniale machthebbers moesten opvullen. Hoe ging dat in de Afrikaanse staten?

Na de overdracht van het koloniale bestuur aan lokale Afrikaanse machthebbers zagen we hoe de lokale ‘bestuurders’ onmiddellijk de vrijgekomen banen innamen zonder zich te bekommeren om de nationale eenheid en zonder aan ‘nation building’ te doen. Ze dachten alleen aan zichzelf en aan manieren om zoveel mogelijk te profiteren van de macht en zichzelf te verrijken. De belangen van het volk deden er niet toe.

Afrikaanse staatshoofden maakten zich meester van de opbrengsten uit de olie, cacao, hout, goud, diamanten en uranium en lieten fraaie herenhuizen voor zichzelf bouwen in Europa. In Nigeria deden de lokale machthebbers niets voor de bewoners van de Nigerdelta terwijl ze barstten van de oliedollars.

Omdat de landelijke bestuurders jammerlijk faalden ging het volk weer beschutting zoeken bij de eigen stam en legde op deze wijze de kiem voor de verwoestende stammenoorlogen waarvan de wereld getuige was en is. Regeringspersonen benoemden mensen van hun eigen stam en familieleden werden in hoge functies benoemd al waren ze zo stom als het achtereind van een varken. Zo kweekte men domme ministers, domme ambassadeurs en domme gedeputeerden. Fanon schreef hierover: ‘we hebben hier niet meer te maken met een burgerlijke dictatuur maar men een stammendictatuur’. Iedereen weet waar dat toe heeft geleid. Het voorbeeld van de genocide in Ruanda onder Hutu’s en Tutsi’s staan ons nog steeds voor ogen. Er was geen steek veranderd sinds de tijd van Fanon die al vroeg inzag wat er aan het gebeuren was. Hij voelde ‘[…] geen woede maar schaamte over die domheid, dat bedrog, die intellectuele en geestelijke ellende[3] .

Fanon schrijft dat het een heilige plicht had moeten zijn voor de lokale machthebbers om ‘het intellectuele en technische kapitaal dat ze aan de koloniale universiteiten hadden opgedaan ter beschikking te stellen van het volk’[4] .

Maar men ging gewoon op de oude, koloniale voet verder en daardoor komt het dat de meeste Afrikaanse landen nog dezelfde economische structuur hebben als in de koloniale tijd: inkomsten uit de export van grondstoffen.

Curaçao

Hoewel we op geen enkele wijze de gebeurtenissen in het Caribisch gebied gelijk kunnen stellen met wat er zich voltrok en voltrekt in de jonge Afrikaanse staten, zijn er toch bepaalde overeenkomsten met landen in het Caribisch gebied.

Curaçao schrok pas 15 jaar na het Statuut wakker (in 1969) toen de arbeiders van Wescar in opstand kwamen tegen hun onrechtvaardige behandeling door Shell Curaçao.
De nieuwe volkspartij die uit die opstand ontstond, de Frente Obrero, begon onder leiding van Wilson (Papa) Godett tastend en onzeker aan een nieuw tijdvak waarin er eindelijk enige aandacht zou komen voor de onderklasse.

Het stokje van de Frente werd overgenomen door de Partido Soberano die de bewustwording, opvoeding en scholing van het (gewone) volk terecht hoog in het vaandel had staan. Het volk moet zodanig worden opgevoed dat het weet wie de uitbuiters en de profiteurs zijn, wie de politieke oplichters en dieven. Ook die binnen de PS.

De PS was zich ervan bewust dat er nog een lange weg was te gaan en kon ook de sportiviteit opbrengen om gemaakte fouten te erkennen en hiervan te leren.
De partij had te maken met een achterban die voor een groot deel nog geschoold en ‘opgevoed’ moet worden en dat maakte het werk voor de leiders niet makkelijk. Ook heeft de partij leden en sprekers die het imago van de partij door hun met luide stem verkondigde niet door de feiten gesteunde opvattingen veel schade toebrengen.

Maar naarmate de tijd verstrijkt en de (geschoolde) kinderen groot worden zal de mentaliteit van de achterban veranderen en zullen de leiders van de partij beter in staat zijn een verstandige politiek door te voeren zonder concessies te hoeven doen aan mensen die het fijn vinden dat er vaak en hard wordt gescholden op individuen en bevolkingsgroepen.

Nu is het politieke tij gekeerd. Bonaire heeft ervoor gekozen bij Nederland te blijven, Curaçao en Aruba zijn hun Autonome status in de praktijk kwijtgeraakt vanwege slecht bestuur en Nederland gaat financieel orde op zaken stellen.

Geweld en ‘Nation Building’

Frantz Fanon was geen gewelddadig persoon, geen voorstander van geweld. De toon in ‘Les damnés de la terre’ kan soms oorlogszuchtig klinken, maar we moeten begrijpen dat Fanon de eerste was die begreep dat een vorm van geweld genezend kan werken voor mensen die onderdrukt zijn.

De Franse filosoof Jean-Paul Sartre, die het Voorwoord schreef van ‘Les damnés de la Terre’ in de uitgave van 1961, drukte zich in dit opzicht wel heel fel uit:

‘Je moet doden: met het elimineren van een Europeaan sla je twee vliegen in één klap’.

Zo’n uitspraak is verontrustend. Fanon zelf maakte geen propaganda voor het gebruik van geweld en zag het hoogstens als een tussenstadium. Immers, Fanon leefde in een gekoloniseerde wereld waar mensen werden onderdrukt, vernederd, bedreigd, veracht, uitgebuit en dienstbaar gemaakt. De enige mogelijkheid die de gekoloniseerde had was in opstand te komen. Net zoals vroeger de slaven in opstand kwamen.

Op Curaçao begon het met de opstand van Tula in 1795 en werd pas veel later voortgezet met de gewelddadigheden van 1969.

Ook de Curaçaose Partido Soberano heeft een periode gekend waarin gewelddadige taal aan de orde van de dag was.
De leider van de partij, Helmin M. Wiels, heeft dit soort taal vaak gebezigd, totdat hij, strateeg als hij was, besloot dat het genoeg was en tijd om zich meer als staatsman op te stellen.

Het is zeker zijn bedoeling niet geweest dat zijn opvolgers weer hun toevlucht zouden nemen tot beledigende en bedreigende taal. Degenen die zich binnen de PS hier nog aan schuldig maakten kunnen moeilijk worden beschouwd als waardige opvolgers van een leider die in 2014 zijn leven heeft moeten geven in de strijd om zijn volk te verheffen en te bevrijden van kwalijke invloeden.

Curaçao is het stadium van politiek geweld voorbij. Ondanks allerlei misstanden is het land nog steeds democratisch en wordt er gestreden via het woord. En wie aperte leugens vertelt kan er zeker van zijn dat hij/ zij vandaag of morgen wordt ontmaskerd en aan de kant geschoven.

Fanon leefde in het door de Fransen gekoloniseerde Algerije en we weten allemaal dat de Fransen alleen met veel geweld uit de kolonie verdreven konden worden.
Dat verklaart de felheid waarmee Sartre het kolonialisme met woorden bestreed en min of meer opriep tot het gebruik van geweld. Zo hebben Kaapverdië, Guinee-Bissau, Mozambique en Angola zich met geweld bevrijd van het Portugese kolonialisme dat van geen wijken wilde weten.

Toen de Amerikaanse President Obama in 2009 ― een beetje vroeg ― de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, zei hij:

‘Het kwaad in de wereld bestaat. Een vredelievende beweging zou de legers van Hitler niet hebben kunnen tegenhouden. Geen enkele vorm van onderhandelen zou de leiders van Al-Qaida ervan kunnen overtuigen hun wapens neer te leggen. Zeggen dat oorlog noodzakelijk is betekent nog niet dat je cynisch bent, maar het betekent veelal dat je inzicht hebt in de Geschiedenis, in de onvolmaaktheden van de mens en de grenzen van het verstand’.

Zijn woorden zouden zonder meer ook van toepassing zijn geweest op het kolonialisme.

Er is moed voor nodig om af te rekenen met de resten van het kolonialisme. En niet alleen moed, maar ook verbeeldingskracht, overtuiging en zeker ook een grote mate van edelmoedigheid, een eigenschap waarvan de in 2013 overleden Nelson Mandela de belichaming was. Hij heeft het voorbeeld gegeven hoe je op basis van gelijkwaardigheid met een oude kolonisator kon omgaan.

De politieke rol van ‘het volk’

We betreden nu een moeilijk terrein. We zijn het eens met Fanon als hij pleit voor een directe democratie waarbij de vertegenwoordigers van de politieke partij(en) ― natuurlijk op basis van weldoordachte programma’s ― de uitvoerders zijn van de volkswil.

Hoe beter een volk is opgeleid hoe beter het de consequenties van bepaalde beslissingen zou kunnen overzien. Hoe minder een volk is opgeleid des te vatbaarder is het voor politieke manipulatie en des te gevaarlijker is het om het volk beslissingen te laten nemen op belangrijke terreinen.
De ene keer zal het een politieke partij goed uitkomen als er een referendum zou worden gehouden, maar een andere keer zou dat wel eens minder goed kunnen uitkomen, namelijk wanneer vermoed wordt dat de wens van het volk niet in overeenstemming is met wat een bepaalde politieke partij graag zou willen.

Mentaliteitsverandering

De mentaliteit van de mensen wordt nu in hoge mate beïnvloed door een ander soort vervreemding dan die welke werd gecreëerd door het kolonialisme.
Die andersoortige vervreemding wordt in de hand gewerkt door de invloed van de globalisering en het Internet.

De jeugd ziet wat er allemaal te koop is in de wereld aan luxe, pornografie, spelletjes en wat al niet meer. Logisch dat de gedachte bij hen opkomt dat dit het ideaal is waarnaar moet worden gestreefd. Die gedachte wordt nog gevoed door het spook van de werkloosheid, functioneel analfabetisme, gebrek aan sociale controle, gebrek aan scholing, de aanwezigheid van armoedige leefomstandigheden enz.

Afleiding en valse zekerheden worden gezocht bij de telenovelas, de Zuid-Amerikaanse soaps die ervoor zorgen dat de kritische geest afgestompt raakt en niet in de gaten heeft dat het land op een incompetente manier wordt bestuurd.
En bij gebrek aan werk wordt er door sommigen geld verdiend door het uitoefenen van misdadige praktijken.

Samenwerking, geen imitatie

Fanon heeft duidelijk aangegeven hoe dekoloniserende landen een nieuwe maatschappij zouden moeten inrichten. Dat moet een maatschappij zijn met eigen waarden en met behoud van zaken die goed zijn en hun nut hebben bewezen. Van belang is het streven naar goede sociale omstandigheden, verdraagzaamheid, solidariteit en democratie.
Voor het bouwen aan een nieuwe maatschappij is intelligentie nodig, vernieuwend denken en zelfvertrouwen.

Er moet vooral niet worden geprobeerd om Europa of Amerika na te doen of een pathologische bewondering te koesteren voor een Europa dat zijn succes mede te danken heeft aan de schoffering van de gewoonste menselijke waarden.
Denk daarbij aan de uitroeiing van de oorspronkelijke bevolking van de Amerika’s, de slavernij en de apartheid.
Maar laten we, aldus Fanon, verder geen tijd daaraan besteden:

‘Kom op, broeders, we hebben veel te veel werk te doen om ons te amuseren met achterhoedespelletjes. Europa heeft gedaan wat het moest doen en achteraf beschouwd heeft Europa dat goed gedaan; laten we ophouden met Europa te beschuldigen maar wel duidelijk zeggen dat het moet stoppen met een grote mond op te zetten. We hoeven geen angst meer te hebben voor Europa en laten we ophouden met het te benijden’[5] .

Samenwerken met Europa c.q. Amerika kan altijd, maar dat mag nooit leiden tot neokolonialisme en het opdringen van Europese of Amerikaanse modellen. Het is beter om jezelf dwars door alle fouten en moeilijkheden heen te worstelen en te zoeken naar een eigen oplossing.

Als je een Europese staat van je land wil maken kan je beter het lot van je land toevertrouwen aan Europeanen, want, zegt Fanon letterlijk:

‘die kunnen dat beter dan de meest begaafde onder jullie’[6] .

Natuurlijk mogen er best Europeanen in hun voormalige kolonie aanwezig zijn, maar wel op andere voorwaarden dan voorheen en zeker niet in de gedaante van superieure betweters.

Fanon laat overigens duidelijk merken dat er voor hem ook geen sprake kan zijn van het voortdurend terugkruipen en beschutting zoeken in een slachtofferrol of je terug te trekken binnen de eigen ― veilige ― groep. Je moet de moed kunnen opbrengen om dat station achter je te laten en gewoon aan het werk te gaan.

Overigens moeten we wel een kanttekening maken bij de situatie van de mensen in de oude Afrikaanse koloniën. Als de bewoners van die arme landen zien hoe de eigen megalomane dictators en hun kliek zich verrijken ten koste van hun land, is het moeilijk voor hen om Europa niet te zien als het paradijs waar ze graag naartoe zouden gaan.
Vandaar die al tientallen jaren durende ‘illegale’ oversteek van Afrika naar Europa in wrakke bootjes, omgebouwde auto’s of zelfs achter het landingsgestel van een vliegtuig. Met de bekende, fatale gevolgen, waaronder het vluchtelingendrama van Lampedusa.

Het is niet de bedoeling van Fanon dat de voormalige gekoloniseerde volken de Europeanen gaan haten:

‘Nee, de Derde Wereld verwacht dat ze de Derde Wereld helpen om de mens te rehabiliteren, om overal eens en voor al de mens te laten zegevieren[7] .

Laten we blijven luisteren naar Fanon. Aimé Césaire zei in een interview met Daniel Maximin in het tijdschrift Présence Africaine (no 126):

‘[…] teruggrijpen op Fanon is nuttig omdat dit uiteindelijk een teruggrijpen is naar de visie die veel verder ziet dan de gewone blik…’.

Fanon was een humanist. Fanon was voor samenwerking en niet voor een zwart nationalisme of afrocentrisme. Het zou absurd zijn om onder de vlag van Fanon haatzaaiende redevoeringen te houden, oude wrokgevoelens op te poken of je terug te trekken op het gepasseerde station van een al te benauwde eigen identiteit.

Dan zou je Fanon pas echt niet hebben begrepen.

Tenslotte

In bovenstaand betoog zijn genoeg elementen aanwezig die bouwstenen kunnen leveren voor het denken over een nieuwe samenleving voor de Benedenwindse eilanden.

Er moet in dit proces ook een belangrijke rol zijn weggelegd voor mensen die hebben gestudeerd en die in staat moeten worden geacht de vaardigheden die ze hebben verworven toe te passen in de praktijk. Ik heb het over de Antilliaanse intellectuelen. Die zouden ervan moeten afzien hun kennis en kunde in dienst te stellen van regeringen die ondemocratisch zijn en voor een deel bestaan uit mensen die alleen hun eigen belang of een bepaald groepsbelang dienen in plaats van het landsbelang.

Bursalen zouden moeten gaan studeren in het Caribisch gebied en door de regering van hun land verplicht worden om na hun studie voor vijf of tien jaar naar hun land terug te keren om mee te helpen aan de opbouw van de nieuwe samenleving.

Niemand weet hoe de ABC (ei)landen er over 50 jaar uit zullen zien.

Bonaire

Zal op Bonaire het eigen eilandsbestuur een doekje voor het bloeden zijn en zal het eiland (als het nog een bijzondere gemeente van Nederland is) alleen nog worden bestuurd door autochtone Nederlanders?
Volgens Fanon zou dit laatste best het geval kunnen zijn. Als je van je eiland een Europees eiland wil maken kan je het bestuur volgens hem het beste aan Europeanen overlaten. Die weten hoe dat moet.

Aruba

En Aruba? Zal het nog zo hecht samenwerken met Nederland? Zal de Nederlandse taal nog zo worden beschermd en gecontinueerd omdat de Arubaanse jongeren in Nederland gaan studeren? Zullen er over 100 jaar nog wel Arubanen zijn?
Als je de migrantenaantallen bekijkt en ziet hoeveel Latijns-Amerikanen er elk jaar definitief op het eiland achterblijven dan zou dat wel eens nauwelijks het geval kunnen zijn.

Curaçao

Curaçao zal, denk ik, een eigen koers gaan varen, in de geest van Fanon.
Het land is gewikkeld in een langdurig proces dat zich uitstrekt over enkele decennia. Zolang duurt het voordat de kinderen van nu volwassen zijn.

Drastische beslissingen lijken me in dit verband roekeloos en niet zinvol. Er is niets mis met het streven naar steeds grotere onafhankelijkheid van Nederland, maar daarvoor is het nodig om nog geruime tijd te werken aan de bewustwording van het volk, het inrichten van een op de mogelijkheden van het individu toegesneden onderwijssysteem met ruime aandacht voor het leren van een ambacht en de verbetering van de leef- en werkomstandigheden.

Het land moet veilig zijn, een goedwerkend justitieel apparaat hebben met mensen die niet onder druk gezet kunnen worden of bedreigd, een politiekorps dat adequaat kan functioneren en een regering die bestaat uit intelligente, integere personen die door elke screening komen. We zullen het in dit verband maar niet hebben over Sint Maarten, waar de corruptie endemisch is en praktisch onuitroeibaar.

Fanon verdient gelezen en herlezen te worden

Fanon is een moeilijke auteur, maar hij verdient het om gelezen en herlezen te worden door politici, leraren en elke geïnteresseerde.

Hij was een jonge, briljante, non-conformistische denker die het welzijn van de mens centraal had staan en gekant was tegen elke vorm van duister nationalisme of weerzinwekkend blank of zwart racisme. Hij stond voor onderling respect, nadenken over jezelf in betrekking tot de Ander, solidariteit, het bestrijden van onderdrukking, manipulatie en antidemocratische krachten.

Noten

[1] Bron: centenaire-daime-cesaire-1913-2008-bibliographie
[2] Les damnés de la terre, p. 150
[3] Les damnés de la terre, p. 122
[4] Les damnés de la terre, p. 96/97
[5] Les damnés de la terre, p. 231/232
[6] Les damnés de la terre, p. 232
[7] Les damnés de la terre, p. 230

studeerde cum laude af in de Franse, Spaanse en Portugese taal- en letterkunde. Vanaf het begin combineerde hij zijn functies met werkzaamheden als literair vertaler. Fred de Haas vertaalde onder meer uit het Papiaments, het Frans, het Spaans en het Russisch. Hij is leider, zanger en gitarist bij het Latijns-Amerikaans ensemble Alma Latina.

Schrijf een reactie