Islamitische richtingen

Hoofdredactie

vuur-islamitisch

Deze leer gaat uit van de overgave en onderwerping aan Gods (Allah, Arabisch voor God) wil, wat de letterlijke betekenis van het Arabische woord Islam is.

Volgens de eerst mondeling en later schriftelijk vastgelegde verhalen zou ook voor de islamieten aartsvader Abraham de eerste zijn, die ‘islam’ praktiseert omdat hij bereid was zijn eigen zoon te offeren toen god hem dat vroeg. Ook de joodse profeten zoals Mozes en Jezus worden in de islam erkend als profeten, terwijl Mohammed als laatste in deze historische lijn als de ‘zegel der profeten’ en uiteindelijke boodschapper geldt. De wijze waarop god zich via deze profeten en in het bijzonder via de aarsengel Djibriel (Gabriel) aan Mohammed heeft geopenbaard staat in het heilige boek van de Koran ofwel Qur’an (Arabisch voor voordracht). Naast de Koran is de zogenaamde soenna (Arabisch voor ‘manier’ en ‘aanbevolen’ levenswijze) van Mohammed als richtinggevend. Daarin staan de levenswijze, de gezegden en de opvattingen van de profeet beschreven. Vooral voor de soennitische richtingen geldt deze als de islamitische doctrine, maar ook andere richtingen hebben eigen versies van de soenna.

De richtinggevende levenswijze van Mohammed (geboren in Mekka in 570 en in 632 in Medina gestorven) stamt vooral uit de periode dat hij in Mekka predikte en de Arabische volkeren en (nomadische) stammen tot het geloof in één god wilde overtuigen. Die stammen hielden er polytheïstische visies erop na met animistische gebruiken, mythen en rituelen — zoals het offeren van dieren op de plaats die later de bestemming van de heilige reis naar Mekka is geworden…
Dit overtuigen van het geloof in één god lukte slechts zeer ten dele en uiteindelijk werd hij met zijn volgelingen door het stadsbestuur vervolgd. Na twaalf jaar vertrokken zij naar de stad Medina, waar ze een islamitische gemeenschap en stadsbestuur inrichten. Tussen Mekka en Medina bleven evenwel conflicten bestaan. Nadat Mohammed met duizenden volgelingen naar Mekka trok op een ‘hadj’ (bedevaart) werd hem de toegang tot de stad ontzegd. Een jaar later ondernam hij met een leger dezelfde tocht en veroverde de stad. Als hij drie jaar later sterft zou hij in dat gebied de Arabische stammen hebben verenigd. In de eeuwen na zijn dood werden zijn leven en de aanbevolen levenswijze opgetekend: deze ‘hadith’, overlevering, bevat dus de richtinggevende soenna.

Hoewel de soenna per religieuze gemeenschap in interpretatie kan verschillen is er een gedeelde leer in de zin van de zogenaamde vijf zuilen, waarop de islamitische ‘wet’ (sharia) is gebaseerd. Tezamen vormen ze een ‘weg’ of deugdethische levenswijze, waarbij het vooral om het juiste handelen gaat (ortho praxi). Vergelijkbaar met de joodse leefregels, de halacha, kan ook de sharia strikter of minder streng worden opgevat. De vijf zuilen zijn de geloofsbelijdenis (shahada), het rituele gebed (salat) vijfmaal daags, het geven van de aalmoes (zakat), het vasten (sawn) tijdens de maand ramadan (volgens de islamitische maankalender — aan het einde waarvan het ‘kleine’ Suikerfeest gevierd wordt) en de bedevaart (hadj) naar Mekka (tijdens welke tijd het ‘grote’ offerfeest plaatsvindt).

Het soennisme is als aparte richting ontstaan uit de strijd over de rechtmatige opvolging van Mohammed. De soennieten wilden een opvolging van gekozen kaliefen, vanaf de eerste kalief, schoonvader Aboe Bakr. Na de kalief ontstonden er scheuringen en in plaats van een gekozen kalief kwamen er opvolgingsdynastieën (onder meer de Omajjaden en Abbasiden). Hun invloedsfeer breidde zich uit door veroveringsoorlogen naar het oosten tot het Indiase Punjab en naar het westen tot aan de Spaanse Pyreneeën.

De sjiieten (afgeleid van het Arabische en Perzische ‘shia’ wat volgeling betekent) geloven in de opvolgingslijn van Mohammeds neef en schoonzoon Ali. Ze leven voornamelijk in Iran en zijn ten opzichte van de soennieten vrijer in het interpreteren van de Koran met eigen Imam- en rechtsscholen.

Interessant is dat het volksgeloof ook djinns kent, mannelijke en vrouwelijke geesten die in het dagelijkse leven een belangrijke rol spelen, maar afkomstig lijken te zijn van de oude animistische en sjamanistische gebruiken van de overwonnen volkeren; zoals het geloof in het boze oog en de drie godinnen al-Lat (‘de’ godin), Manat (godin van het lot) en al-Uzza (‘de sterke’, wordt met Venus verbonden).

  • Leezenberg, M. (2001) Islamistische filosofie. Eeen geschiedenis. Amsterdam: Bulaaq.
  • Wessels, A. (2001) Islam verhalenderwijs. Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds.
2017-12