Henny Sol
30-10-2024; Uit: Yoga Vizier, www.yoganederland.nl 2025-1
Op mijn zestiende volgde ik in de Kosmos in Amsterdam yogalessen. Na de yoga filosofeerden we op de meditatiezolder over zen, tarot, kabbala en natuurlijk ook over de Swabhawat. Ik was diep onder de indruk. Er kwam van alles langs tijdens die gesprekken; onder andere klank, resonantie, trilling en verschil. En al ging veel langs mij heen, van binnen werd iets in beweging gebracht dat sindsdien in beweging is gebleven.

De radio van mijn ouders fascineerde mij toen ik nog heel jong was al mateloos. Door te draaien aan de afstemknop kon ik het geluid dat in die radio werd geproduceerd veranderen en dat leek tovenarij. De radio (Latijns voor “ik hoor”) bevatte een zogenaamde resonantiekring die — afhankelijk van de instelling van de afstemknop — de ene frequentie naar voren haalde en alle andere onderdrukte. Als wat ik hoorde mij niet beviel kon ik door even aan de knop te draaien iets anders tevoorschijn roepen. Maar alles was dus — hoorbaar of onhoorbaar – steeds aanwezig.
Geluid = weerkaatsing
Klank is het totaal aan eigenschappen van geluid; volume, grondtoon en boventonen, de verhoudingen daartussen enzovoorts. Geluid is een trilling met een bepaalde “frequentie”; eenvoudig gezegd hoe vaak iets in een seconde op en neer gaat. Bij een geluidstrilling zijn het de luchtdeeltjes die op en neer gaan. Bij licht — dat niet alleen deeltje maar ook trilling is — is het volgens de wetenschap het elektromagnetische veld dat trilt. Hoe je je zo’n trillend veld moet voorstellen en wat een veld eigenlijk is blijft helaas onduidelijk. Uiteindelijk zette de vraag naar wat dat trillende iets was Einstein op het juiste spoor.
Geluid wordt pas hoorbaar als het je oren bereikt; de trilling van de lucht trommelt op je trommelvlies en vervolgens zoekt je denken samen met je hersenen naar wat dat getrommel zou kunnen betekenen. Dat wat luidde is verleden; daarom is geluid, net als gevoel en gehoor, ook een voltooid deelwoord. Een trilling die geen grens, geen weerstand, ontmoet blijft onhoorbaar, onzichtbaar, onvoelbaar; een trilling moet weerkaatst worden, terug-echoën, om tevoorschijn te kunnen komen. Het geluid ontstaat uit de botsing van trilling en trommelvlies. Je hoort bij wijze van spreken de trilling én het trommelvlies. Daarom kan een audicien je oren onderzoeken door geluid op je af te sturen. In feite hoor je noch de trilling noch het trommelvlies maar slechts de botsing. Vanuit hoe die botsing is ontstaat een beeld van trilling en trommelvlies.
Resonantie
Lang voordat we gingen schrijven stootten we al klanken uit. Kennis werd van oudsher niet via boeken, via schrift, overgedragen, maar van mond tot oor. Kennis is niet een iets dat vanuit het ene hoofd naar het andere hoofd kan worden overgedragen. Kennisoverdracht is sowieso een ongelukkig woord want als ik mijn kennis overdraag raak ik die kennis niet kwijt; die kennis kan zich dan zelfs juist verdiepen.
Als ik mijn handen langzaam naar elkaar toe beweeg blijft het stil. Als ik die beweging versnel dwing ik de luchtdeeltjes een veilig heenkomen te zoeken en daarbij botsen ze op andere luchtdeeltjes, veren terug en ontstaat trilling; dan duurt het even voor een egale verdeling bereikt wordt en het weer stil is.
Het geluid van het klappen van één hand bestaat niet. Het geluid ontstaat pas als de trilling op weerstand stuit. Alleen dan is er kennisoverdracht. De student moet zijn best doen mee te gaan trillen, af te stemmen en te resoneren zoals in een radio; en dat gaat slechts goed als hij dat doet op zijn eigen manier.
Schrift = gestolde klank

Onze ogen en oren hebben een bedroevend beperkt trillingsbereik. Trillingen buiten dat bereik zijn zonder hulpmiddelen voor ons onbereikbaar. In vergelijking met dieren, die bijvoorbeeld een weersverandering al ver van tevoren voelen, is onze resonantiegevoeligheid, ons vermogen mee te trillen, te resoneren, ronduit armzalig. Misschien konden we dat lang geleden nog wel, toen we ons nog één voelden met de wereld. Niets blijft ooit hetzelfde dus ook dat vermogen zal vroeger anders zijn geweest. Tegenwoordig schrik je als precies dat wat je voelde ook daadwerkelijk gebeurt. Dan feliciteer je jezelf niet; dan vraag je je af wat er met je aan de hand is.
Misschien is het schrift niet slechts een mooie uitvinding maar ook noodgedwongen ontstaan om de inzichten, die steeds minder makkelijk van mond tot oor, via resonantie, konden worden overgedragen, toch op de een of andere manier vast te leggen. Toen werden klanken tekens. En daarmee ging ook iets van dat beweeglijke, dat subtiele, verloren.
“Hallo gek!” kun je op oneindig veel manieren uitspreken en betekent op elke manier net weer iets anders. Die verfijning, die subtiliteit, gaat op papier verloren; dan zul je uit de context af moeten leiden wat de betekenis is en hoe “Hallo gek!” dus zal zijn uitgesproken. Klank is veel verfijnder dan schrift. Schrift zou je eigenlijk een gedegenereerde vorm van klank kunnen noemen.
Woordenproeverij
Je zou de woorden weer moeten omzetten in klanken, de woorden moeten laten klinken, om zo te proeven hoe het binnenin resoneert, mede klinkt. Om weer gevoel te krijgen voor wat we eigenlijk zeggen. Gelijke klank is dan gelijke betekenis en als je de betekenis die het woordenboek voorschrijft dan even
vergeet kan dat leiden tot wonderlijke inzichten. Bijvoorbeeld het object dat letterlijk een voorwerp is, naar voren geworpen. Door wie? Dat zal het subject, het onderwerp zijn; dat wat geworpen is onder al wat naar voren is geworpen. Door wie? Dat zal het subject, het onderwerp zijn; dat wat onder al wat naar voren is geworpen is is geworpen. Al wordt daar de vraag “Door wie?” nog lastiger. En je hoeft je niet tot één taal te beperken: neem morgue (lijkenhuis) en morgen of tomorrow en to mourn (rouwen) of past, pasta, passeren en het paste van copy-paste. Daar kun je best even over denken.
De een zweert bij de Bijbel en vindt de Koran niets. Een ander vindt het andersom. Toch is het boek steeds hetzelfde. De betekenis zit niet in het boek verscholen maar in de lezer; of eigenlijk in de botsing van boek en lezer. Dan is de mening van de paus of een imam dus niet zaligmakend; denk zelf en voel hoe de woorden binnenin je weerklinken.
Smartphones, radio, televisie, sonar, radar, internet. In stof verstarde mogelijkheden die we in onszelf hebben maar vergeten zijn. Of is het jou nooit gebeurd dat je ineens aan iemand dacht, dat er werd aangebeld en verdorie: daar had je hem. Nu hebben we WhatsApp, Facebook, Instagram en wat al niet. Dat heet vooruitgang.