Ik zie ik zie wat jij niet ziet

0

Henny Sol

8-7-2022; Met toestemming van de auteur overgenomen uit: Yoga Vizier, www.yoganederland.nl 2022-3

Je kent dat spel wel: de een neemt iets in gedachten en de anderen moeten raden wat het is. Ze krijgen meestal wel een aanwijzing zoals de kleur, de vorm of de grootte maar daar moeten ze het dan ook mee doen. En degene die het raadt mag vervolgens iets in gedachten nemen. Maar heeft hij dan ook echt gezien wat de ander in gedachten had?

Degene die het raadt ziet niet hetzelfde beeld want fysiek gezien is geen oog hetzelfde. De verschillen kunnen klein of groot zijn (bijvoorbeeld kleurenblindheid) maar principieel zijn het andere beelden. Daarbij komt dat de hersenen alle zintuiglijke prikkels omvormen tot een beeld van de ruimte, van de wereld waarin we ons bewegen en van wat zich in die wereld bevindt. In die omvorming kan nog van alles misgaan zoals bijvoorbeeld Oliver Sacks in zijn boek The man who mistook his wife for a hat liet zien.

Onze hersenen hebben dat omvormen op zijn minst gedeeltelijk moeten leren. Dat kun je zien aan het zoekende tasten van een baby naar een speen, speelgoed, de moederborst. We hebben moeten leren hoe we ons in een driedimensionale ruimte moeten bewegen. Of eigenlijk: we hebben geleerd ons de ruimte als driedimensionaal voor te stellen want dat helpt ons bij het bewegen.

Elk stel hersenen doet dat omvormen anders dan een ander stel hersenen. Ook verandert de wijze waarop de hersenen werken onder invloed van waar die hersenen zich mee bezig houden. Oefening baart kunst. Oefening verandert hoe je de dingen verwerkt. Op fysiek niveau kunnen dan in de hersenen nieuwe verbindingen ontstaan. Het omvormen verandert dus ook het omvormen.

Ik zie ik zie wat jij niet ziet… – Aquarel Greg Suffanti

Nagaan of een rood voorwerp dat jij ziet er voor een ander net zo uitziet is onmogelijk. Daarvoor zou je ook met zijn ogen en hersenen naar dat voorwerp moeten kunnen kijken en dat kan nu eenmaal niet. Wat ik zie als ik “rood” zeg kan er voor jou zo uitzien als wat ik zie als ik “groen” zeg. We noemen het allebei rood en dus zijn we het eens. En natuurlijk geldt dit voor alle kleuren, alle vormen, alle begrippen. We denken te snel dat we hetzelfde voor ogen hebben, dat we hetzelfde bedoelen maar uiteindelijk is dat niet zo.

In “Ik zie ik zie wat jij niet ziet” doet dat er niet toe. Als je het ding dat de ander in gedachten nam kunt benoemen, kunt aanwijzen is het al goed. Maar je moet dus wel dat ding dat de ander in gedachten heeft genomen zelf ook kunnen zien. Anders zul je het nooit kunnen raden.

Zouden er dingen kunnen zijn die een ander kan zien maar jij niet? De bakker waar je soms je brood koopt zie je nu niet maar misschien staat er nu wel een klant met hem te praten. Heel veel dingen die je niet ziet zou je kúnnen zien. Soms kost dat weinig en soms heel veel moeite. Of je bakker er nog is is zo gecheckt maar je moet een opleiding volgen voordat je als een bakker naar een brood kunt kijken.

Jij ziet jij ziet wat ik niet zie

Bakkers kunnen van mening verschillen over de beste manier om een brood te bakken, de ingrediënten, de temperatuur van de oven enzovoorts. Ook een “gelijke hoeveelheid” ervaring levert niet hetzelfde beeld op; het maakt slechts dat je min of meer op voet van gelijkheid kunt discussiëren.

Zonder zo’n opleiding zie jij een heel ander brood dan een bakker; een bakker kijkt door zijn grotere ervaring met brood preciezer, fijnzinniger. Maar beide beelden zijn wel even “werkelijk”.

Het helpt als je het ding al eerder hebt gezien. Dan weet je dat het bestaat of op zijn minst heeft bestaan. Als de bakker je vertelt hoe hij brood maakt kan dat je inspireren om bakker te worden. Dan helpt het dat het brood als uiteindelijk doel van die opleiding hier voor je ligt. Dan weet je waarnaar je op weg bent.

Lastiger wordt het als je over het ding of eigenlijk “dat waar het over gaat” nooit iets gehoord hebt, het nooit eerder gezien hebt. Dan probeer je het ding of “dat waar het over gaat” te koppelen aan dat wat je wel kent, je probeert het te verbinden met iets bekends. In het uiterste geval kan dat “iets bekends” heel basaal zijn; bijvoorbeeld de vorm, de kleur.

Wat dat betreft zijn baby’s in het voordeel want voor hen is er nog niets bekends en daarom kijken ze zonder enige vooringenomenheid en leren razendsnel; het nog-niet-bekende hoeft niet te worden ingepast in het bekende, want het bekende is er nog niet. Volwassenen hebben daar een “remmende voorsprong”: omdat ze zoveel menen te weten kijken ze in principe minder goed. Uitzonderingen daargelaten. Misschien doelde Jezus daar op toen hij stelde:

Voorwaar, ik zeg u, wanneer gij u niet bekeert en wordt als de kinderen, zult gij het koninkrijk der hemelen niet binnengaan (Matteüs 18:3)

We moeten worden als kinderen. En dat is lastig want we zijn geen kinderen meer. Het is ook een oproep om niet te snel te denken dat we wel weten wat we zien. Verwondering is wat ons weer als kinderen maakt.

Volwassene. Kind. Bejaarde. We zien onze ervaring en wat we niet kennen proberen we zo goed en zo kwaad als het gaat te verbinden met onze ervaring. Dan ziet het kind iets anders dan de volwassene. En die ziet weer iets anders dan de bejaarde.

Wat iemand ziet, dat is er ook …

Niemand heeft het mis. Iedereen heeft gelijk. We kunnen niet zien wat er niet is, dus wat we zien moet er ook zijn. De werkelijkheid is dan de som van alles wat levende wezens zien, gezien hebben of ooit zullen zien plus wat nooit gezien zal worden.

Waarnemen en denken wordt dan als beeldhouwen. Ieder maakt van hetzelfde begin uiteindelijk een ander beeld. Elk beeld dat gemaakt wordt lag al in de werkelijkheid verscholen. Het punt is niet zozeer wie er gelijk heeft, het is meer hoe je moet begrijpen dat ieder van ons gelijk heeft. Dat is — als je daar even bij stil staat — een heel eigenaardige gedachte.

  • Oliver Sacks (2015) The man who mistook his wife for a hat. Londen: Pan Macmillan
  • De Bijbel (Nieuwe Testament)
Noten

[1] Bron: Illusies — illustratie TheDigitalArtist, pixabay
[2] Bron: Hoofden & Vaas — illustratie GDJ, pixabay
[3] Bron: Ring — illustratie OpenClipart-Vectors, pixabay

Avatar foto

studeerde anderhalf jaar elektrotechniek, zo’n zeven jaar andragologie en studeerde in 1983 af met een scriptie over waarheid en rechtvaardiging. Hij was vanaf 1987 werkzaam als logistiek consultant en software ontwikkelaar. Deed dat vanaf 2009 als freelancer terwijl hij een opleiding volgde tot yogadocent bij de Saswitha Opleiding voor Yoga en Wijsbegeerte. Die opleiding rondde hij in 2018 af met een scriptie (‘LOS’) over vastpakken, vasthouden en loslaten. Inmiddels gepensioneerd geeft hij yogalessen op mat, stoel en rolstoel op diverse locaties.

0