Identiteit en (moeder)taal 4

0

‘Fikkie’ in de Caraïben

Fred de Haas

deel 1deel 2deel 3deel 4

Het jaar 2011 werd door de Verenigde Naties uitgeroepen tot ‘Internationaal jaar voor mensen van Afrikaanse afkomst’, de Afrikaanse diaspora.

Meneer Jan vraagt hier niet binnen te komen op zondag en doordeweeks zonder aan de poort te roepen, alsjeblieft. Verder niks. ― foto Fred de Haas

In samenwerking met Unesco werd o.a. op Curaçao binnen deze context dan ook een serie activiteiten ontplooid.

Fred de Haas heeft zich in dit verband gebogen over de controversiële manier waarop Afro-Antilliaanse kinderen in de laatste eeuw onderwijs hebben gekregen.

Hij gaat o.a. in op de moeizame keuze van een onderwijstaal voor de Curaçaose scholen, de taak van regering en schoolbesturen, de situatie van minderheidstalen, de onderwijskundige adviezen van UNESCO in 1951 en 2003, trekt parallellen met o.a. de situatie op de Frans-Caribische eilanden en geeft zijn mening over de volgens hem voor Curaçao op de lange termijn meest geschikte taalkeuze voor het onderwijs en het eiland.

Fraters en leerlingen; Fikkie = Does = Kachó = Hond; Willem van Oranje; een Hollandse hufter; ‘monsterlijke mengsels’ (Papiaments, Krèyol, Kaapverdiaans); de taalvisie van UNESCO; pleidooi voor het Engels als taal van instructie.

Artikel NRC over rol van Antilliaanse onderwijsinstanties

Miriam Sluis

Op 8 juli 2008 verscheen er in de NRC een artikel (‘Curaçao schakelt terug op het Nederlands’, door Miriam Sluis[1]) dat uitspraken citeert van sommige Antilliaanse onderwijsinstanties m.b.t. de discussie over de instructietaal Papiaments en het gebrek aan lesmateriaal in het Papiaments.

De juistheid van de informatie in het artikel is mij op 14 maart 2011 bevestigd door de auteur van het artikel. Deze informatie is tot op heden niet aangevochten.

De toenmalige voorzitter Justiana van de Curaçaose onderwijsvakbond SITEK zou in 2008 het volgende (citaat uit het artikel) hebben gezegd:

‘Het gebrek aan materiaal is geen onderwijskundig of taalkundig probleem, maar een politieke kwestie’.

De instanties die de lesstof moeten ontwikkelen, zouden liever voor het Nederlands kiezen, meent de onderwijsvakbond. Justiana:

‘Als het Papiaments op de scholen komt dan wint de Curaçaose cultuur aan invloed. Met de Nederlandse cultuur kun je de bevolking beter onder de duim houden’.

De bewering/beschuldiging aan het adres van Fundashon pa Planifikashon di Idioma (Stichting voor Taalplanning) werd toentertijd weersproken door de heer Severina, managing director van de FPI (citaat):

‘Onzin’ zegt de heer Severina. ‘Het tekort aan materiaal komt niet door onwil, maar door de té grote schaal van de onderwijsvernieuwing en stroeve financieringsprocedures. Door de combinatie van onderwijsinnovatie en de verandering van de instructietaal moest er in zes jaar meer materiaal geproduceerd worden dan de beperkte geldstroom en capaciteit aan menskracht toelieten. Als we alleen voor de verandering van Nederlands naar Papiaments hadden gekozen, waren we al veel verder geweest’.

Aldus Severina

Deze laatste bewering lijkt mij nogal vrijblijvend en de geloofwaardigheid ervan moet nog maar worden aangetoond.

De uitspraak van Sidney Justiana dat je via het opdringen van de Nederlandse cultuur de bevolking beter onder de duim kunt houden, is op zichzelf wel te billijken al hoeft er van boze opzet van de kant van de voorstanders van het Nederlands niet noodzakelijkerwijs sprake te zijn.
De uitspraken van de heer Justiana staan overigens niet op zichzelf. Zij zijn bevestigd en worden ondersteund door verschillende leerkrachten en betrokkenen in het onderwijsveld die ook zijn geïnterviewd en dezelfde conclusies trokken als de heer Justiana, maar hun uitspraken — waarschijnlijk om diplomatieke redenen — ‘off the record’ deden.
Dit laatste werd mij onlangs bevestigd door de auteur van het artikel.

Waarom Engels, naast Papiaments, als mogelijke taal van instructie?

Er zijn talen die een brugfunctie vervullen tussen mensen die, binnen één land, verschillende talen spreken. In grote delen van Afrika, bijvoorbeeld, zijn het Peul, Swahili, Frans en Engels die zo’n brugfunctie hebben.

De vraag is welke taal op Curaçao het meest in aanmerking komt voor zo’n brugtaalfunctie: Engels of Spaans.
Daarvoor is het nodig o.a. de positie van die talen op de ‘wereldmarkt’ nader te bekijken. We moeten dan concluderen dat de Romaanse talen, waaronder Spaans, en andere talen dan Engels een zwakkere positie innemen op de volgende gebieden:

1. Internationale betrekkingen en onderhandelingen

In de Europese Commissie zijn ±75% van alle documenten in het Engels gesteld, 8% in het Frans en 2% in het Duits. Spaans en Nederlands zijn in dit opzicht verwaarloosbaar.
Op internationale congressen wordt de voorkeur gegeven aan het gebruik van Engels, zelfs als deze congressen plaatsvinden in een Romaanstalig land.

2. De Wetenschap

Van alle wetenschappelijke publicaties is 95% in het Engels geschreven; in de Romaanse talen slechts 2%. Dat betekent niet dat het niet nodig zou zijn om naast het Engels ook andere talen te leren. We vernemen uit een artikel van de wetenschappelijke onderzoekers María Bordons and Isabel Gómez het volgende[2]:

‘Non-English languages are still relevant vehicles for knowledge transfer. English-speaking countries hold an advantageous position, since their native language is used for scientific communication worldwide, but they are frequently ignorant of significant results reported in foreign-language publications. As stated by Garfield two decades ago: “The cultural and political value of linguistic training is indeed vital to good science, since it will increase the kind of personal contacts that lead to better identification of important information”‘.

Het leren van Spaans als derde taal ligt in het Curaçaose onderwijs dan ook voor de hand, ook al om redenen van geopolitieke aard. Alleen maar focussen op Engels zou verkeerd zijn.

3. Techniek

(behoeft geen nadere uitleg)

4. De digitale wereld

(45% Engels, 13 % Romaanse talen).

Voor een goed begrip: dit betekent absoluut niet dat het Romaanse taalgebied geen belangstelling of aanleg zou hebben voor de wetenschap. Dat de Engelse taal prioriteit geniet is het slechts gevolg van de geschiedenis en het gevoerde beleid.

De barometer van Calvet

Behalve het (niet wetenschappelijk vast te stellen) aantal sprekers van de verschillende talen op de wereld zijn er tal van andere factoren die een rol spelen bij het meten van het gewicht dat de diverse talen in de schaal leggen. Een instrument dat met deze factoren rekening houdt is een taalbarometer die is gebaseerd op de onderzoeken van Alain Calvet (hoogleraar Taalkunde) en Louis-Jean Calvet (hoogleraar Letteren en Menswetenschappen; La guerre des langues et les politiques linguistiques, 2006).

Hieronder ga ik kort in op de inhoud en het belang van deze taalbarometer.

Factoren die een rol spelen bij het meten van de belangrijkheid van een taal zijn o.a. aanwezigheid op Internet, het aantal artikelen in Wikipedia, de index kwaliteit menselijke ontwikkeling, de notering als officiële taal van een land (Frans is de officiële taal in 15% van alle landen, Spaans in 10%, Portugees in 2%), het aantal Nobelprijzen voor literatuur, het aantal vertalingen van de brontaal in de doeltaal en omgekeerd.

Als je alleen naar het aantal sprekers kijkt dan krijg je verrassende scores (NB 1 is de hoogste plaats):

  • Mandarijns Chinees 1, Spaans 2, Engels 3, Arabisch 4, Frans 15.

Kijk je naar de kwaliteit van menselijk ontwikkeling in 137 landen dan is het resultaat:

  • Zweeds 1, Nederlands 2, Frans 3, Engels 12, Spaans 23.

In de rubriek ‘officiële talen’ is de score:

  • Engels 1, Frans 2, Arabisch 3, Spaans 4 en Portugees 5.

De score op aanwezigheid op het internet:

  • Engels 1, Duits 2, Frans 3, Pools 4, Japans 5, Portugees 8, Spaans 9.

Als alle factoren op de barometer van Calvet in aanmerking worden genomen dan is de score:

  • Engels 1, Frans 2, Spaans 3, Duits 4, Nederlands 5 (op de voet gevolgd door 15 andere talen als Japans, Arabisch en Russisch).

Tot slot

Persoonlijk zou ik er een voorstander van zijn dat er op grond van de hierboven aangedragen argumenten op termijn een grote nadruk komt te liggen op het onderwijs van en in het Engels. Ook zal er een scherpe analyse moeten worden gemaakt van de gevolgen van een overgang naar het Engels in plaats van het Nederlands.

Degenen die zich er zorgen over maken dat de burgers nergens meer kunnen lezen wat hun rechten en plichten zijn, kunnen we enigszins geruststellen: Het Nederlands Burgerlijk Wetboek is al in het Engels vertaald (The Civil Code of the Netherlands, Kluwer Law International, 2e editie (2013); Auteurs: Curry-Sumner, Thomas, Warendorf) en ook het Wetboek van Strafvordering (The Dutch Penal Code, translated by Louise Rayar & Stafford Wadsworth in collaboration with Mona Cheung et al.; revision by Hans Lensing. Littleton, Colo.: F.B. Rothman, 1997).

Wij moeten concluderen dat — op het gebied van het Onderwijs — vorige regeringen helaas de vergissing hebben gemaakt onderwijshervormingen te snel en zonder visie te hebben doorgevoerd d.w.z. zonder adequate voorbereiding, waardoor kinderen en leerkrachten de dupe zijn geworden. De vorige regering heeft ook, jammer genoeg, de besturen van de openbare scholen opgezadeld met de wettelijke bevoegdheid te kiezen uit Nederlands, Engels en Papiamentu voor hun instructietaal.

Wat daarvan het gevolg is geweest is kunnen we lezen in een door de Nederlandse Minister J.P.H. Donner (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) geschreven brief aan de Tweede Kamer d.d. 10 november 2010, 32500 IV 5 (Vaststelling begroting Koninkrijksrelaties voor het jaar 2011)[3].
In deze brief worden de resultaten van de Onderwijsmonitor gepresenteerd en objectief gewogen.
Minister Donner schrijft daarin over het onderwijs op Curaçao het volgende:

‘Ook de resultaten ten aanzien van het taalbeleid zijn zorgwekkend. Slechts 82% van de scholen voor Funderend Onderwijs heeft een taalbeleid en in het SBO en het VSBO is dit slechts 50% respectievelijk 29%. Het gaat hier om een wettelijke verplichting. Het taalbeleid van de school is bovendien van wezenlijke invloed op de verdere schoolcarrière van een leerling. Indien een school geen duidelijk beleid heeft ten aanzien van de instructietaal, tweede en vreemde talen en van het lesmateriaal lopen leerlingen het risico noch de ene noch de andere taal goed te beheersen, hetgeen hen definitief in een achterstandspositie brengt’.

Het wordt tijd dat, na een lang verblijf op Curaçao en na een nauwgezette voorbereiding, Fikkie in het Papiaments, Engels en Spaans gaat blaffen.

Anno 2022 worden leerkrachten op de eilanden onderbetaald en is er sprake van een grote leegloop onder docenten. Zie o.a. voor Sint Maarten:

Moeilijk rondkomen als leraar op Sint-Maarten

Noten

[1] Zie: https://www.nrc.nl/nieuws/2008/07/08/curacao-schakelt-terug-op-het-nederlands-11569717-a343935
[2] Zie: https://serials.uksg.org/articles/abstract/10.1629/17189/
[3] Zie: http://www.rijksbegroting.nl/2011/kamerstukken,2010/12/2/kst150840.html

studeerde cum laude af in de Franse, Spaanse en Portugese taal- en letterkunde. Vanaf het begin combineerde hij zijn functies met werkzaamheden als literair vertaler. Fred de Haas vertaalde onder meer uit het Papiaments, het Frans, het Spaans en het Russisch. Hij is leider, zanger en gitarist bij het Latijns-Amerikaans ensemble Alma Latina.

Schrijf een reactie