Identiteit en (moeder)taal 2

0

‘Fikkie’ in de Caraïben

Fred de Haas

deel 1deel 2 – deel 3 – deel 4

Het jaar 2011 werd door de Verenigde Naties uitgeroepen tot ‘Internationaal jaar voor mensen van Afrikaanse afkomst’, de Afrikaanse diaspora.
In samenwerking met Unesco werd o.a. op Curaçao binnen deze context dan ook een serie activiteiten ontplooid.

Twee spellingen Papiaments — foto FdH

Fred de Haas heeft zich in dit verband gebogen over de controversiële manier waarop Afro-Antilliaanse kinderen in de laatste eeuw onderwijs hebben gekregen.

Hij gaat o.a. in op de moeizame keuze van een onderwijstaal voor de Curaçaose scholen, de taak van regering en schoolbesturen, de situatie van minderheidstalen, de onderwijskundige adviezen van UNESCO in 1951 en 2003, trekt parallellen met o.a. de situatie op de Frans-Caribische eilanden en geeft zijn mening over de volgens hem voor Curaçao op de lange termijn meest geschikte taalkeuze voor het onderwijs en het eiland.

Fraters en leerlingen; Fikkie = Does = Kachó = Hond; Willem van Oranje; een Hollandse hufter; ‘monsterlijke mengsels’ (Papiaments, Krèyol, Kaapverdiaans); de taalvisie van UNESCO; pleidooi voor het Engels als taal van instructie.

Martinique

In een officiële circulaire d.d. 24 juni 2010 van de Directeur van de Departementale diensten voor het Nationale Onderwijs stond dat volgens de (Franse) Wet op het Onderwijs

Curaçao is niet van de Hollanders, Curaçao is van ons — foto Dick Drayer

‘les kan worden gegeven in de regionale talen en culturen tijdens de hele schoolopleiding volgens modaliteiten die gemeenschappelijk zijn vastgesteld tussen de (Franse) Staat en de territoriale gemeenschappen waar die talen worden gebruikt’. Fraaie taal, maar de praktijk was dat het onderwijs in het Creools facultatief was en er per week voor de Creoolse taal of een andere (vreemde) taal maar drie lesuren beschikbaar waren. Creools werd geen taal van instructie. Het werd een ‘vak’. Het ‘normale’ onderwijs werd er niet door ‘verstoord’.

We moeten hierbij wel bedenken dat Martinique, net als de andere Frans-Caribische gebieden’, bij Frankrijk horen en dat de Franse regering als een terriër het Frans als officiële onderwijstaal bewaakt en bevoordeelt.

Voor Curaçao en Aruba is deze situatie anders. Nederland kan zich nauwelijks meer met het Onderwijs daar bemoeien. Beleid voeren en verantwoordelijkheid nemen voor dat beleid is daar de taak van de autonome regering. Voor de BES-eilanden gelden andere spelregels.

Kaapverdië

Ook buiten het Caribisch gebied zijn parallellen te vinden met de situatie op de ABC eilanden, bijvoorbeeld in Kaapverdië , dat eeuwenlang dienst deed als slavendépôt voor de Portugese slavenhandelaren.

Ook de Kaapverdianen hebben hun Afro-Portugese taal (die veel verwantschap heeft met het Papiaments) eeuwenlang horen verguizen. Zo was er een Portugese ‘wetenschapper’, een zekere Joaquim Lopes de Lima, die in 1844 het volgende op te merken had over de Kaapverdische, van Afrikaanse talen en het Portugees afgeleide taal, het Kriolu:

‘Gíria ridícula, composto monstruoso de antigo português e das linguas da Guiné que aquele povo tanto preza e os mesmos brancos se comprazem a imitar […] sem regras algumas de gramática; língua… que carece de tres letras — scilicet não se acha nela F, nem L, nem R, coisa digna de espanto porque assim não tem Fé, nem Lei, nem Rei e, desta maneira vivem sem justiça e desordenadamente’

Transculturele vertaling: een monsterlijk mengsel van Oud-Portugees en van West- Afrikaanse talen waar dat volk dol op is en dat met graagte wordt overgenomen door de Blanken […], een taal zonder grammaticaregels, een taal die drie letters mist, te weten de G, de W en de K, iets om je dood te schrikken omdat die mensen dus geen Geloof, geen Wet en geen Koning hebben en op die manier er maar op los leven’).

Niet te geloven. De beledigende karakteriseringen van het Papiaments door bepaalde Hollanders in de 19e eeuw vallen er bijna door in het niet.

Ook in Kaapverdië, waar Portugees voor de meesten ook een vreemde taal is, is men volop bezig te strijden voor de moedertaal. Er zijn ongeveer een miljoen Kaapverdianen van wie ongeveer de helft buiten Kaapverdië woont (census 2010).

ALUPEC

Minister van Cultuur van de Kaap Kaapverdië: Como será implementado o ALUPEC[1]

Men is er in Kaapverdië in geslaagd een spelling te ontwerpen (de zgn. ALUPEC) die de negen (!) varianten van het Kaapverdische Kriolu dekt. Natuurlijk kent die spelling ook tegenstanders en vinden sommige eilanden dat hun eigenheid erdoor wordt miskend.

Quem mostra’ bo esse caminho longe?
Quem mostra’ bo esse caminho longe?
Esse caminho pra São Tomé
Quem mostra’ bo esse caminho longe?
Quem mostra’ bo esse caminho longe?
Esse caminho pra São Tomé

Sodade, sodade,
Sodade dess nha terra São Nicolau

Si bo screve’m
M’ta screve’b
Si bo ‘squece’m
M’ta ‘squece’b
Até dia qui bo voltá

Vertaling:

Wie heeft je die lange weg gewezen naar São Tomé?
Heimwee, Heimwee…
Als je mij schrijft, dan zal ik jou ook schrijven,
als je mij vergeet, dan zal ik jou ook vergeten,
tot de dag dat je weer terugkomt

Luister hier naar een opname van het Kaapverdiaanse lied Sodade door Cesaria Evora 

Twee spellingen Papiaments …

In dit verband zou ik nog eens willen opmerken dat het jammer is dat er niet één spelling is voor het Papiaments op de Benedenwindse eilanden. Twee spellingen voor ± 300.000 mensen die dezelfde taal spreken!
En dan te bedenken dat van deze ± 300.000 ruim één derde deel (138.000, waarvan 57.000 al tweede generatie) in Nederland woont, een minderheid vergeleken met het Turkse (totaal 384.000), Marokkaanse (totaal 349.000) en Surinaamse deel (totaal 342.000) van de bevolking in Nederland (afgerond, CBS, 2010).

Steunend op eigen kracht[2]

Het aantal varianten in het Papiaments op de drie eilanden is zeer klein. Al deze varianten kunnen — of het woordenboek nu geschreven is op fonologische of etymologische basis — door één spelling worden gedekt. Die varianten staan overigens ook in de woordenboeken van Van Putte en Joubert. Joubert vermeldt alleen niet op welk eiland een bepaalde variant wordt gebruikt.

Hoewel Curaçaoenaars en Arubanen erg sportief zijn, zijn ze niet in staat om over hun eigen schaduw heen te springen en één spelling te creëren!

UNESCO, 1951

Terwijl men in het Caribisch gebied anno 2011 nog volop bezig is met de discussie over toepassing en effect van moedertaal en vreemde talen in het onderwijs, stemt het wellicht bescheiden te bedenken dat er in opdracht van UNESCO zich al in 1951 een groep experts heeft gebogen over het gebruik van de moedertaal als instructietaal in het onderwijs.[3]

Het zou echter nog tientallen jaren duren voordat ‘men’ zover was dat de verstandige adviezen van de UNESCO in praktijk zouden worden gebracht.

Een van de verstandige stellingen van de taalspecialisten was dat een goede instructie in de moedertaal de beheersing van een tweede taal bevordert, ja zelfs dat de moedertaal als de beste brug kon worden beschouwd naar het leren beheersen van een tweede taal. Er zou wel een juiste balans gevonden moeten worden tussen het gebruik van de moedertaal en het leren van een tweede taal. Ook zouden docenten moeten worden voorzien van handboeken en onderwijsgidsen om hun moeilijke taak goed te kunnen volbrengen!
Aan visie ontbrak het de deskundigen niet!

De UNESCO specialisten hielden zelfs rekening met verzet vanuit het volk tegen hun vernieuwende ideeën. Zij gaven dan ook de raad om een goede voorlichting te verzorgen en daar niet mee op te houden voordat de mensen de zin van de nieuwe hervormingen goed hadden begrepen en beredeneerd konden steunen. Zonder steun van de meerderheid van de bevolking zouden hervormingen immers gedoemd zijn te mislukken.

UNESCO HQ[4]

Kinderen die, aldus UNESCO, een door weinigen in de wereld gesproken moedertaal hadden (bijv. Papiaments, FdH) moesten zo eenvoudig mogelijk via de moedertaal en een vreemde taal de moderne wereld worden binnengeloodst, met behoud van de waarden van hun eigen cultuur. We schrijven dan 1951!

Ook diende het onderwijs ervoor te zorgen dat leerlingen die een tweede taal leerden en naar het Hoger Onderwijs gingen bij het verlaten van de middelbare school niet meer dan één of twee jaar achter zouden liggen op de studenten die de tweede taal als moedertaal spraken.

Ook zou er naar één standaardspelling moeten worden gestreefd als er binnen één land verschillende talen of varianten van talen werden gesproken (N.B. van varianten is nauwelijks sprake op de ABC eilanden).

UNESCO, 2003

De bovengenoemde standpunten uit 1951 hebben nog dezelfde geldigheid als die in 2003, het jaar waarin UNESCO haar rapport publiceert over ‘Education in a multilingual world[5]. Ook in dit rapport ligt weer de nadruk op de noodzaak kinderen via het onderwijs een taal te leren die hen toegang geeft tot de grote wereld.

Wat voor de ABC eilanden in dit verband een genoegen moet zijn om te horen is de stelling dat

‘multilingualism is more a way of life than a problem to be solved’
veeltaligheid is meer een manier van leven dan een probleem dat moet worden opgelost.

Overigens, als een taal wordt gekozen als onderwijstaal heeft dat voor die taal positieve gevolgen: het verleent een bepaalde macht en prestige. Status en ‘zichtbaarheid’ hebben een grote symbolische waarde.

UNESCO hield ook rekening met de praktische moeilijkheden die het onderwijs in de moedertaal met zich kan meebrengen. Men moest relevante vragen dan ook niet uit de weg gaan: beschikt de taal over voldoende adequaat vocabulaire voor alle onderwijsdoeleinden? Zijn er voldoende bevoegde leerkrachten? Is er veel weerstand tegen de moedertaal als instructietaal van de kant van leerlingen, ouders, leerkrachten?

Joceline Clemencia[6]

Nadrukkelijk wordt in het rapport gesteld dat taal niet alleen een communicatiemiddel is maar ook een kenmerk en wezenlijk onderdeel van de identiteit van mensen. 

Deze opvatting wordt ook uitgedragen in de zeer lezenswaardige monografie van de Curaçaose Joceline Clemencia ‘Language is more than language in the development of Curaçao’ (1999)

Hoewel de monografie op onderdelen verouderd is en door de hervormingen van de laatste jaren gedeeltelijk is ingehaald bevat het uiterst interessante, nog steeds geldende stellingen.
De monografie is ook op Internet te vinden en u kunt de ‘stronteigenwijze’ (haar eigen woorden) Joceline ook horen op YouTube3.

Marta Dijkhoff[7]

Ook Marta Dijkhoff, een Curaçaose wetenschapper, heeft zeer behartenswaardige dingen over o.a. taal en onderwijs op de ABC eilanden gezegd en geschreven.

Zie bijv. haar artikel over het onderwijs op Bonaire, Aruba en Curaçao in Creole Language Library volume 36, p. 237-272 (2010) Amsterdam/Philadelphia: John Benjamins Publishing Company.

Goretti Narain

Een derde wetenschapper is de Curaçaose Goretti Narain die veel over onderwijs heeft gepubliceerd.

Respect voor minderheidstalen

Omdat taal onlosmakelijk is verbonden met identiteit is het ook vanzelfsprekend dat men respect heeft voor minderheidstalen. Dat is een absolute voorwaarde voor goed samenleven. In dit verband is het wijs om te beseffen dat het Nederlands op Curaçao, Aruba en Bonaire (gezien de huidige politieke status van Bonaire laten we dit eiland in dit artikel verder buiten beschouwing) de taal van een minderheid is.
Het aantal native speakers Spaans (ook een minderheidstaal op Curaçao) is op Curaçao zelfs tweemaal zo hoog als het aantal native speakers Nederlands.

Aangezien het omvangrijke minderheden betreft is het niet meer dan logisch dat er voorzieningen getroffen blijven worden die het mogelijk maken dat deze minderheden ook onderwijs krijgen in hun eigen taal. Tenminste, zolang dat nodig is en het binnen de praktische (financiële) mogelijkheden past.

Als er privé scholen worden opgericht voor die minderheden, dan kan men daar m.i. redelijkerwijs niets op tegen hebben zolang de kosten voor dat privé onderwijs niet ten laste van de overheid komen. Maar voorlopig is het nog niet zover en moeten er eerst andere problemen worden opgelost.

Noten

[1] Bron: Minister van Cultuur van de Kaap Kaapverdië: Como será implementado o ALUPEC
[2] Bron: Autonomie monument Curaçao
[3] Zie: The Use of vernacular languages in education; Monographs on fundamental education; Vol.:8; 1953 http://www.inarels.com/resources/unesco1953.pdf
[4] Bron: UNESCO HQ
[5] Zie: Education in a multilingual world: UNESCO education position paper https://unesdoc.unesco.org/ark:/48223/pf0000129728
[6] Joceline Clemencia — Skol Nobo te Curacao https://www.youtube.com/watch?v=vb9cdfCH7GU
[7] Bron: Marta Dijkhoff

studeerde cum laude af in de Franse, Spaanse en Portugese taal- en letterkunde. Vanaf het begin combineerde hij zijn functies met werkzaamheden als literair vertaler. Fred de Haas vertaalde onder meer uit het Papiaments, het Frans, het Spaans en het Russisch. Hij is leider, zanger en gitarist bij het Latijns-Amerikaans ensemble Alma Latina.

Schrijf een reactie